Globaal bekeken
Het Nederlands Dagblad gaf de volgende cijfers over monumentale kerkgebouwen die beschermd zijn door de Monumentenwet. Ze behoren het meest tot de oudste kerkgenootschappen.
'Nederlands-hervormd. 1200; rooms-katholiek 400; rooms-katholiek (kapellen) 100; doopsgezind 30; luthers 30; (syn.) gereformeerd 15; oud-katholiek 15; Waalse gemeenten 12; joodse synagogen 10; Remonstrantse Broederschap 10; Engelse kerken 3; Maasbach-beweging 3; diversen 12; geen kerkelijke bestemming 100; geen bestemming 65.'
***
Een lezer zond ons een brief met enkele interessante gegevens, uitlopend op de terechte vraag of het bevestigingsformulier voor de diakenen thans nog ongewijzigd en onaangevuld van kracht is, gelet op de huidige taken voor het diakonaat.
'Het gemeente-archief in Dordrecht heeft indertijd een fotoreportage laten verschijnen met de titel 'Dordrecht - verleden tijd'. Vele malen geniet ik ervan als oud-Dordtenaar (geb. in 1915). Op één van de foto's wil ik gaarne de aandacht vestigen. Het is er een uit 1913 en er staat bijgeschreven: '
„Ook de tweeënvijftig begiftigden van de parochie van het Heilige Geest en Pesthuis ter Nieuwerkerk vierden het honderdjarig herstel van Neerlands onafhankelijkheid. Van het bestuur van deze nog middeleeuwse diakonale instelling kregen ze op 2 september een maaltijd aangeboden in de Nieuwkerk, waarvoor 140 broodjes en 52 krentebollen werden ingeslagen. Vele parochianen hadden aan de uitnodiging gehoor gegeven om de bijeenkomst, die opgeluisterd werd met zang en orgelspel, bij te wonen en toe te kijken hoe de arme bedeelden van hun liefdegaven zouden genieten. Aan de gemelijke blik van een enkele feestganger te zien werd deze belangstelling niet onverdeeld op prijs gesteld."
„Voor de preekstoel, die thans de kerk van Oudewater siert, staat het bestuur, de Heilige Geestmeesters, met rechts het vrouwelijk personeel van de kerk."
Wanneer je de foto bekijkt en de tekst leest is dit alles, met de instelling van de tachtiger jaren, geen reden tot blijdschap, en dat was toch de bedoeling van die organisatoren in 1913, maar van ergernis en droefheid. Je vraagt je af hoe zoveel gemeenteleden zich konden verlustigen om 52 arme mensen hun krentebollen te zien verorberen, en hoe de „hoge" heren van die tijd op deze wijze een liefdadigheidsshow konden opvoeren. Hadden ze nooit gelezen dat als ze dit in het verborgen gedaan zouden hebben, hen dit in het openbaar vergolden zou worden? Maar nu hadden deze heren met hun witte vesten hun loon al weg. De enige verzachtende omstandigheid is dat ook zij kinderen van hun tijd zijn geweest en toen waren deze dingen zeker te doen gebruikelijk.
Zij zullen zeker toen zij als ambtsdrager bevestigd werden zeer instemmend hebben geknikt toen de armen werden vermaand: „En gij armen, zijt arm van geest en gedraagt u jegens uw verzorgers in allen eerbied, weest dankbaar jegens hen en murmureert niet."
Mogelijk is deze tekst wel min of meer passend geweest in de tijd waarin dit formulier werd gemaakt en ik geloof bovendien dat wij in 't algemeen dankbaar moeten zijn voor de geestelijke schat die onze vaderen ons in dit en alle andere formulieren hebben nagelaten. Maar toch, het is mensenwerk en naar mijn mening moeten wij bij het gebruik van deze formulieren niet alleen ons hart maar ook ons verstand laten spreken.
De laatste jaren heb ik al verschillende malen ambtsdragers zien bevestigen en met name brs. diakenen en het is mij gebleken dat sommige predikanten er (m.i. terecht!) moeite mee hebben om dit formulier, waar het de tekst voor de diakenen betreft, ongewijzigd voor te lezen. Het gevolg is dat de éne predikant er enkele zinnen in wijzigt of er stukken uit weglaat en ik heb meegemaakt dat een predikant zelf maar een geheel nieuwe tekst had gemaakt.
Met enkele wijzigingen en weglatingen kan het echter weer een goed bruikbaar geheel worden en aangepast voor de tijd waarin wij leven. Bijvoorbeeld:
„En elders sprekende van behulpsels bedoelt hij degenen die in de gemeente gesteld zijn om hen die in nood verkeren te helpen" en even verder: „ten eerste dat zij in alle getrouwheid en ijver het geld en de goederen die hun door de gemeente worden gegeven, verzamelen en bewaren en de gemeente zodanig opwekken tot hulp aan noodlijdenden dat vele goede middelen gevonden mogen worden", weer even verder: „om met een bewogen hart en toegenegen gemoed de noden te helpen lenigen" en verder in de opwekking tot de gemeente: „voorziet de diakenen met goede middelen tot hulp aan hen die in nood verkeren, zowel in ons land als daarbuiten. Geeft mild en deelt gaarne mede. De HEERE heeft de blijmoedige gevers lief".'
Dit laatste ter nadere overdenking!
***
Toen de Nederlandse ambassade in Israël van Jeruzalem naar Tel Aviv verplaatst werd, vanwege het uitroepen van Jeruzalem tot eeuwige ongedeelde stad, is in Nederland een bloembollenactie voor Israël op gang gekomen. Ter gelegenheid van de overhandiging van de bollen, zei burgemeester Teddy Koliek van Jeruzalem het volgende (overgenomen uit het Contactblad Israël Comité Nederland (ICN):
'„Ik zou natuurlijk graag willen, dat de Nederlandse ambassade in Jeruzalem was gevestigd, maar als ik zou moeten kiezen tussen de Nederlandse ambassade en ieder jaar honderdduizend bloemen zou ik aan de bloemen de voorkeur geven".'
'De tulpen, hyacinten en narcissen staan nu zowel in het westelijke als in het oostelijke deel van de stad in bloei. Kollek van Jeruzalem heeft honderden briefjes van Jeruzalemse schoolkinderen ontvangen, die hun vreugde over de Nederlandse bloemenpracht uiten. In een park in het centrum van Jeruzalem zijn de bloembollen in de kleuren van de Nederlandse en Israëlische vlaggen geplant.
Dit vlagvertoon is als symbool bedoeld van een blijvende Nederlandse aanwezigheid in de stad, ondanks het vertrek van de ambassade.'
***
In het ICN-contactblad komen ook enkele felle uitspraken van kerkvaders over de joden voor. Ook al is de kloof tussen Israël en de Kerk diep, ondanks de gemeenschappelijke wortel, vanwege de Christusbelijdenis, het is toch de tragiek van de christelijke kerk, dat ze zich in de geschiedenis soms van antisemitische uitlatingen heeft bediend. Gelukkig geldt dit niet voor de kerk in het algemeen. Alleen uitspraken als deze te citeren zou het christendom ten deze ook karikaturaal maken.
'Ambrosius (339-397). Toen keizer Theodosius van de bisschop van Callinicum eiste, dat deze bisscliop de synagoge liet herbouwen, die op bevel van diezelfde bisschop was in brand gestoken, wilde Ambrosius deze keizer niet tot de communie toelaten, voordat hij dit besluit had ingetrokken. Volgens Ambrosius was het heel normaal dat je een synagoge in brand stak, want in zulke gebouwen werd Christus toch maar geloochend.
Hieronymus (347-419). In zijn tijd moesten de joden aan de (Romeins-Christelijke) overheid, toestemming vragen om bij de Tempelmuur te mogen bidden; deze toestemming konden zij alleen tegen betaling krijgen. Hieronymus woonde toen te Jeruzalem. Hij beschreef de joden, die hij daar zag: 'Reeds aan hun uiterlijk is Gods toorn aan hen merkbaar; waar van de top van de Olijfberg het kruis schittert, daar beweent het ongelukkige volk de puinhopen van Zijn Tempel, maar medelijden behoef je niet met ze te hebben'.
Augustinus (354-430) - waarop praktisch de gehele Reformatie terug gaat. 'Zijn wijsheid' was: de joden zijn door het niet aanvaarden van Christus niet meer het volk van God; dat is overgegaan op de Kerk'. 'De joden komt alleen een plaats In de gemeenschap toe, als een buiten de wet staande rechteloze kaste'.
'Het joodse volk moet het Kaïnsteken op het voorhoofd dragen tot het zich bekeert'.
'De joden mogen echter niet uitgeroeid worden, maar hun lijden is een bewijs van hun ongelijk en onze waarheid'.
'Een Oosterse kerkvader, Chrysostomus (345-407) wist er ook raad mee; hij werd 'Guldenmond' genoemd, vanwege zijn redenaarstalenten, welke hij aanwendde om anti-joodse redevoeringen te houden: dit waren redevoeringen die je zou kunnen vergelijken met die uit de Hitlertijd.'
***
Enige tijd geleden nam drs. T. M. Gilhuis afscheid van de Unie School en Evangelie en droeg het voorzitterschap over aan drs. K. de Jong Ozn., voormalig staatssecretaris voor Onderwijs en Wetenschappen. In het blad 'Informatie en Kommentaar voor school en bestuur', uitgave van de protestants-christelijke besturenraad stond een artikel 'Praten met Gilhuis'. Daaruit knipten we het volgende: , '
'Voorheen kon je een avond (in lezingen, v.d. G.) identiteit 'doen' en dan was het afgelopen. Maar nu voelen de mensen dat het om de herkenbaarheid van de christelijke school gaat. Op zo'n avond bekijken we eens hoe lang de school al bestaat. Je spreekt over het Volkspetitionnement, de naam van de school. Dan vraag ik: laat me jullie programmaboekje eens zien. De grondslag, de Drie Formulieren, alles staat erin. Maar werken jullie dat ook uit, hebben jullie het ook gelezen, wat zou er veranderen als je ze zou afschaffen. Dan valt er meestal een diep stilzwijgen. 'Is er dan niks herkenbaars? ' denken de mensen dan.
Dan ga ik vertellen, bijvoorbeeld er zou nooit een christelijke school zijn opgericht, als het alleen om kennis ging . .. Het ging de voorstanders van de school met de Bijbel, vroeger en nu, om meer dan kennis alleen. Om het gelovig besef dat je met je kinderen verankerd moest zijn in de betrouwbaarheid Gods. Daarom vroeg men om een school waarin kinderen de omgang met de Bijbel geleerd werd. Om het vertellen van de Naam. Maar nadat die Naam verteld is moet er dan ook meer gebeuren. Dat wil zeggen na half tien moet je een aantal vragen kunnen beantwoorden, die dan wel in je schoolwerkplan moeten staan. Als je het schoolwerkplan gaat invullen moet duidelijk worden: wat is die school van ons, is dat een leergemeenschap of een leefgemeenschap; hoe zit het met de prestatie en de waardering; hoe kan je voorkomen dat de kwaliteit van de prestatie over gaat op de kwaliteit van de persoon.
De moeilijkste vraag is: die school van ons, is die nu maatschappijbevestigend of is die maatschappijkritisch? Wat willen jullie eigenlijk.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's