Luther-anekdoten
Luther was een man met rijke levenservaring, bovendien spraakzaam en geestig.
Luther was een man met rijke levenservaring, bovendien spraakzaam en geestig. Vrienden en leerlingen hebben nogal eens wat van hem opgepikt en op papier gezet. Daaraan hebben wij het te danken dat wij beschikken over een rijke schat van allerlei belangrijke en minder belangrijke gegevens uit Luthers leven, en allerlei opmerkingen die hij gemaakt heeft in de vertrouwde huiselijke kring. Vele uitspraken van Luther zijn gebundeld in zijn zogenaamde Tischreden (Tafelgesprekken). Maar ook buiten deze eigenlijke Tischreden om zijn ons een aantal voorvallen uit Luthers leven bekend.
Er is mij uit heel de geschiedenis der kerk niet een tweede man of vrouw bekend, van wie zoveel anekdoten bewaard zijn gebleven als van Luther. Jaren geleden verscheen in Duitsland, te Stuttgart een bundel die verzorgd werd door dr. Adolf Saager. De bundel beleefde in elk geval een tweede druk. Iets grappigs willen de mensen over het algemeen genomen wel lezen.
Toch zijn de Luther-anekdoten niet alleen geestig en grappig. Zij hebben niet zelden een diepe zin. Men moet ze herkauwen, en dan gaat men de levenswijsheid die er in opgesloten ligt proeven.
Wij willen in dit artikel een paar van die Luther-anekdoten doorgeven, in een geheel willekeurige volgorde. Misschien dat wij het later nog eens vervolgen.
Drie hondjes
Mathesius, Luthers biograaf, vermeldt dat hij eens, in scherts, zei: Er zijn drie keffende hondjes die een predikant beslist niet mag meenemen wanneer hij de preekstoel opgaat; het ene heet hoogmoed, het tweede nijd en het derde gierigheid, want zij brengen hem in de war en maken dat hij vergeet het Woord Gods dat vóór hem ligt.
Koperen vaten
Op een zondag trok Luther samen met enkele anderen in een reiswagen van de ene plaats naar de andere. Zij kwamen in een dorp, langs een kerk, en hoorden dat er gepreekt werd. Zij zetten hun wagen aan de kant, gingen de kerk binnen en luisterden naar de preek. Als zij daarna weer onderweg zijn, begint één van het gezelschap kritiek uit te brengen op de zojuist gehoorde preek. Hij meende dat de predikant het evangelie toch wel wat beter had kunnen brengen! Blijkbaar was de predikant geen al te begaafde. Luther hoorde het een poosje aan, en zei toen: Och, in de tabernakel die Mozes bouwde, had men niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook koperen en bronzen. Als een predikant, al is het heel eenvoudig, toch Christus preken kan, zoals de Catechismus het hem leert, dan is het goed.
Ver dragend
Als er goede vrienden uit vergelegen plaatsen in Wittenberg waren aangekomen, ging Luther ze opzoeken. Hij at dan met hen, was vaak zeer vrolijk en spraakzaam. Bij zo'n gelegenheid gebeurde het eens, dat hij het had over Paulus. Hij zei toen: Ook Paulus had (net als ik) een zachte en bedeesde stem. Melanchthon, Luthers vriend, merkte toen snedig op: Maar zij draagt wel heel ver!
De droefgeestige duivel
Bij een andere gelegenheid toen door Luther een gast ontvangen was, en men aan de tafel zat, hief Luther zijn bierglas op en zei hij: Ik moet heden vrolijk zijn, want ik heb zojuist een slechte tijding vernomen; en dan helpt niets zo goed als een krachtig Onze Vader (gebed) en goede moed; dat verdriet de droefgeestige duivel, dat men nog vrolijk wil zijn.
Veel te zwak
Te Altenburg was later een predikant, die de naam droeg van Eberhardt. Een tijdlang was hij Luthers prior (kloosteroverste) geweest. Uit de mond van deze oud-prior vernam Mathesius eens het volgende. Het was in de tijd dat de ban van de paus in het klooster aankwam (voor Luther een benauwde tijd). In de tuin hoorde ik toen evenwel doctor Luther met grote vreugde zingen. Ik ging naar hem toe, vertelde de prior, en ik zei: Herr Doctor heb je het grote nieuws niet gehoord. Luther antwoordde: Dat gaat niet mij aan, maar onze Heere Jezus Christus; als Die zich van zijn troon, aan de rechterhand des Vaders wil laten stoten en zijn kerk wil laten overweldigen, dan kijk ik toe. Ik ben veel te zwak, dat ik tegen alle vorsten dezer wereld Hem, zijn zaak en zijn gemeente zou kunnen verdedigen.
Een Onze Vader extra
Op een zekere tijd stelde Melanchthon in dat de studenten zouden opstaan als Luther, hun hoogleraar, de collegezaal binnenkwam om les te geven. Het was eigenlijk al een oud gebruik dat de studenten dit deden. Maar Luther voelde er niet veel voor. Hij zei: Ik wou dat magister Philippus (Melanchthon) dit gebruik maar niet had ingesteld. Nu moet ik vanwege dat opstaan van die studenten ettelijke Onze Vaders meer bidden. Als het aan mij lag, liep ik weg. Wie de eer najaagt, krijgt ze toch niet, en krijgt hij er wat van dan brengt ze voor hem groot gevaar met zich mee. God zal de zijnen het ware Gloria pas in de hemel geven.
Luthers hond
Luther had een hond. Toen ze eens aan tafel zaten, was die hond ook present. Met een open bek zat hij zijn meester aan te kijken, wachtend op een stukje vlees. Luther zei: O dat ook wij eens zó konden bidden!
De zuigende Martin
Toen Luthers jongste spruit op dat ogenblik eens aan de moederborst lag, zei Luther: dit kind wordt gehaat door de paus, de bisschoppen, hertog Georg en Ferdinand en alle duivels. Luther bedoelde: omdat het een kind is van een gewezen monnik en weggelopen non. Hij vervolgde: maar dit kind is voor niet een van hen bang. Met plezier zuigt hij de borsten van zijn moeder, en hij bekreunt zich niet om zijn vijanden, hij heeft plezier en laat ze boos zijn, net zolang als zij zelf willen. Hoe waar is het wat Christus gezegd heeft: voorwaar zeg Ik u: indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens... (Joh. 18 : 3).
Recreatie
In 1530 bracht Luther een aantal weken door op de Coburg. Zijn vrienden moesten de zaak van de Reformatie behartigen op de rijksdag te Augsburg. Melanchthon had een belijdenis geschreven en werkte aan een Apologie (Verdediging). Toen het gezelschap thuis gekomen was en te Wittenberg aan de maaltijd zat, waren Melanchthons gedachten onophoudelijk bij de Apologie die hij schrijven moest, en hij zat dan ook onder het eten al maar te schrijven. Luther werd dat moe, stond op en nam Melanchthon de pen uit de hand, en zei: Men kan God niet alleen met werken dienen, maar ook met niets-doen en rusten; daarom heeft Hij ons het vierde gebod gegeven en geboden de sabbat te houden.
Wroetende zwijnen
Luther wilde niet dat aan tafel kwaad gesproken werd over afwezigen. Vaak zei hij: Dat is het werk van varkens om in de tuin hun neus in de mest te steken, en geen acht te geven op de rozen en andere bloemen. De kwaadsprekers doen ook zo; op de deugden van grote mannen letten zij niet, maar als zij, ergens een vlek of rimpel aan iemand bespeuren, dan weiden zij daar breed over uit en dan mesten zij zich daarin.
Niet geloven
Anton Musa, predikant te Kochlitz klaagde Luther eens zijn nood; hij zei: Ik kan zelf niet geloven wat ik anderen in mijn preken voorhoud. Gode zij lof en dank, antwoordde Luther, dat er ook nog anderen zijn die het zo vergaat; ik dacht dat ik het alleen was. Mathesius voegt er aan toe: Dit troostwoord is Musa nooit meer vergeten.
Kindergeloof
Op een zekere dag klaagde Luthers vrouw, dat zij in het geheel niet meer geloven kon. Luther: Ken je dan niet meer je kindergeloof? Jawel, zei Kathe, en zij begon het op te zeggen (het Apostolicum). Luther: houd je het er voor dat dit waar is? Kathe: Ja zeker. Luther: Vrouwlief, als je deze woorden voor waar houdt en gelooft, zoals ze ook inderdaad de waarheid zijn, dan is je geloof sterker dan het mijne, want ik moet nog alle dagen bidden om vermeerdering van mijn geloof. Kathe dankte daarop God en ging met vrede en vreugde haars weegs.
Een groot doctor
Luther zei eens: een prediker moet drie dingen doen. Hij moet vlijtig de bijbel lezen; hij moet vurig bidden en hij moet een discipel en leerling blijven. Als hij dat doet is hij een groot doctor!
De koninklijke weg
Mathesius: Ik heb Luther meer dan eens, waarschuwend, horen zeggen: Houd (in uw leven en prediking) de koninklijke weg, en draaf niet kris-kras over het hele veld - want dat zijn zonderlinge ruiters.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's