De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

In De Wekker is een stukje overgenomen van ds. J. Westerink, Chr. Geref. predikant te Urk, dat hij schreef in zijn kerkblad Sola Gratia, inzake bedanken voor een beroep naar Aldergrove (Brits Columbia, Canada). De Wekker bracht het stukje onder de titel 'De Geref. Bond en Canada'.

'Wel is het erg triest, om uitgerekend in de week, nadat ik beslist had, te moeten lezen, dat de Geref. Bond in de Herv. Kerk sollicitanten oproept om predikant te worden in een gemeente, die gesticht moet worden in de buurt van Aldergrove. Je vraagt je dan wel af, hoe zoiets te verenigen is met het hoogkerkelijke standpunt van de Geref. Bond, die altijd zo hoog van de toren blaast over een vaderlandse kerk als het tegen de afgescheidenen gaat, maar die zich in Canada verlaagt tot het vissen in troebel water van een ander. Moet op deze manier de kerk van de Heere gebouwd worden?

Of moet de invloedssfeer van de Bond worden uitgebreid, waarbij men dan gemakshalve maar weer even vergeet, dat men behoort tot de Herv. Kerk in Nederland, die alle dwalingen rustig accepteert, alle protesten van de Bond ten spijt. De Heere ontferme Zich over Zijn Kerk, hier en in Canada.'

Hoewel de reactie van ds. Westerink best begrijpen kunnen lijkt deze ons toch niet billijk. In de eerste plaats is het zo dat het verzoek om een Hervormd Gereformeerd predikant voor Vancouver niet van de Gereformeerde Bond is uitgegaan maar van een groot aantal, van origine hervormd-gereformeerden in Vancouver e.o. zelf. Is het zo in het verleden niet steeds geweest? De Gereformeerden, de Christelijke Gereformeerden, de Vrijgemaakt Gereformeerden en de Gereformeerde Gemeenten hebben allen hun kerk meegenomen naar overzee. Het tekent inderdaad de nood van de kerkelijke verdeeldheid. Maar waarom mogen afgescheidenen, in al hun verdeeldheid wél en wordt het hervormd-gereformeerden verweten, dat ze in andermans wateren zouden gaan vissen? En bovendien, is ds. Westerink zélf niet als predikant beroepen in een gemeente, die zich aan een ander kerkverband onttrokken had; en dat in een plaats waar de hele gereformeerde gezindte compleet, soms tot in het kwadraat, aanwezig is?

***

Hendrik Cornelis Heusdens werd op 9 maart 1942 op Midden Java, waar hij in dienst van de GZB verzorger was van de melaatsenkolonie Donorojo, door moordenaarshand geveld. Omdat het dezer dagen veertig jaar geleden was dat dit gebeurde, besteedt oud-zendingsarbeider dr. J. C. Goslinga, die van 1935 tot 1957 als zendingsarts op Celebes werkte, aandacht in Alle den Volcke aan deze toegewijde zendeling:

'Het is wonderlijk om te zien hoe spoedig er een vaste geestelijke band tussen de patiënten en Heusdens is ontstaan. Hij is er tenslotte maar 7 maanden geweest; zijn preken in het Maleis werden door een christen-Chinees, een genezen patiënt, in het Javaans vertaald. Heusdens werd in korte tijd opgenomen in deze christengemeenschap van zwaar gehandicapten. Hij groeide er in tot hij hunner één werd: is hier een andere mogelijkheid denkbaar dan dat Gods Geest hier krachtig kwam te werken en een stoere Calvinist en van huis uit Doopsgezinde Javanen aaneen smeedde tot een gemeente, waarin Christus gestalte kreeg? In een liefde en in een zelfopoffering die ons nu nog met verbazing vervult.

Ik zei u al, dat Heusdens met zijn gezin aankwam: man, vrouw en 3 kleine kindertjes, terwijl Marie in verwachting was van haar vierde baby. En heus, het waren geen sterke mensen: Indertijd, toen ze pas getrouwd in Palopo kwamen, moest Marie al spoedig een jaar in Davos kuren, terwijl Heusdens zelf, ook na een ondergane maagoperatie bleef sukkelen en het in het warme Palopo niet kon volhouden.

En wonderlijk, vanuit Donorojo bereikten ons in Rainte Pao, goede berichten: 'Ik voel hier pas, dat ik leef', in die trant schreef hij ons. En aan de andere kant sprak hij tot zijn vrouw: 'Marie, ik weet, dat ik dit niet overleven zal; wat er gebeuren zal, weet ik niet, maar het zal mijn dood zijn . ..'. Heusdens heeft eigenlijk maar vijf betrekkelijk rustige maanden op Donorojo gehad. Toen begon in januari 1942 de Japanse inval zo te dreigen, dat hij Marie en de kinderen naar een rustiger plaats op Java zond en zelf alleen achter bleef.

En toch ook weer niet alléén. Hij had zijn Heiland en zijn Heiland hielp hem bij het werk, dat Hij hem had opgedragen. En dat werd bijzonder moeilijk, dat blijven; vooral toen in maart 1942 het Hollandse gezag weg viel en felle Islamieten de 'Heilige oorlog' begonnen tegen alles en een ieder, die niet tot de Islam wilde overgaan. Zo ging op 5 maart het zendingshospitaal in Tayu in vlammen op, waardoor dr. Gramberg en zijn gezin naar Kelet moest vluchten.

Tot driemaal toe hebben zij vanuit Kelet getracht Heusdens over te halen om zich bij hen te voegen; ze hebben hem gebeden en gesmeekt om met hen naar Kelet te gaan, hetzij ten dode, hetzij ten leven. En tenslotte is ook nog mevrouw Gramberg zelf, met haar zoon van 18 jaar als chauffeur, gekomen langs een levensgevaarlijke weg van 52 kilometer, om hem te smeken mee te gaan, zonder dat Heusdens een voetbreed wankelde. Wat is deze goede man geschud. Door zijn eigen vrienden. Met de allerbeste bedoelingen wilde men hem dringen te evacueren naar veiliger oorden. Maar ook door zijn vijanden.

Tot drie keer toe wilden zij hem bewegen Mohammedaan te worden. Steeds weigerde hij: Ik kan mijn patiënten onmogelijk in de steek laten; zeker, er zijn lichte zieken, die zichzelf wel kunnen redden; maar er zijn ook ernstige zieken, blinden, verlamden en doven. Zij zullen zeker de hongerdood sterven, als er niemand is, die voor hun eten zorgt en hun rnedicijnen geeft. God heeft mij hiernaar toe gezonden en als Hij voorbeschikt heeft, dat ik hier zal sterven, dan zal ik dat graag doen voor mijn Heiland, Die Zijn leven voor ons gegeven heeft'. De laatste zondag van zijn leven en tevens de laatste dag van zijn leven, 8 maart 1942, heeft hij 's morgens nog het Woord mogen bedienen. Zijn tekst was: Mattheus 24 : 6-10, uit de 'Profetische Rede'. 'En gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al deze dingen moeten geschieden en nog is het einde niet. Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking en zullen u doden. ..'

In deze preek heeft Heusdens, met volledige inzet, en met de dood voor ogen, zijn gemeente gewezen op de twee wegen en op de twee soorten mensen: zij, voor wie dit aardse leven alles is en die de dood met alle middelen willen ontlopen en aan de andere kant zij, voor wie er een Leven wenkt na dit aardse leven, een leven met de Heere. En op het eind van deze dienst werd hij zó door blijdschap met droefheid overmand, dat hij bijna bleef steken. 'Voor ons is de aardse dood niet het ergste; de doodsrivier moeten we allen door: misschien zijn jullie het eerst aan de beurt; dan zijn jullie het eerst in het Koninkrijk Gods, waar eeuwige Vrede heerst. Maar misschien ben ik jullie voor en dan zal Ik jullie toewuiven aan de drempel van de Hemelpoort, jullie toelachen, omdat wij er zeker van mogen zijn, daar tot in eeuwigheid samen met Christus te zullen leven'. Toen kon hij niet meer; zijn stem werd door tranen verstikt. Hij sloot tenslotte de dienst met gebed, waarbij hij alle aanwezigen overgaf aan Gods liefde en erbarmen. Toen kwam hij van de preekstoel af en ging met enkele patiënten naar het strand. Daar bleef hij enkele uren.

Thuisgekomen kwam er weer een delegatie uit Kelet hem bidden om mee te gaan; maar Heusdens kon niet anders meer dan weigeren en met nóg feller bewoordingen. Hoeveel moeite het afwijzen van mevrouw Gramberg hem zal hebben gekost, Heusdens hield zich aan wat hij zijn plicht achtte jegens God en de mensen. Inmiddels was het nacht geworden, de laatste nacht. De 'rampokkers' (plunderaars) zwierven al om Donorojo, maar pas tegen de ochtend vond de aanval plaats. Heusdens werd neergeslagen. De rampokkers maakten zich meester van de kas en de verdere voorraden van de leprozerie. Heusdens stierf in de armen van Plet, zijn tolk; de avond van tevoren had Heusdens nog tot hem gezegd: 'Plet, vergeet nooit, we hebben een sterke Heiland'. Na zich enkele dagen verstopt te hebben onder een hoop mais-afval heeft Plet het stoffelijk overschot van zijn Pendeta (dominee) in de tuin van de pastorie begraven.

Zo is Heusdens gestorven. Zijn heengaan was in de voetstappen van zijn Jezus. Hij heeft zijn eigen leven niet lief gehad boven alles, maar predikte, in woord en daad, zijn Heiland, Die Zijn leven gaf tot een rantsoen voor velen.

Zendeling Heusdens heeft een verre van gemakkelijk leven gehad. De oude generatie heeft hem nog wel gekend, speciaal zij die van de classis Harderwijk waren. We mogen wel zeggen, dat Heusdens het waarachtige Leven is binnengegaan en nog velen van zijn geliefde patiënten daar zal ontmoeten, waar geen tranen meer zullen zijn.'

***

'Mugabe dreigt met sluiting van kerken'. Dat bericht stond in Hervormd Nederland. We laten het hier volgen.

'De premier van Zimbabwe, Robert Mugabe, heeft gedreigd 'subversieve kerken' te sluiten voorzover zij zich opstellen tegenover de regering. Hij waarschuwde dat allen die zijn partij Zanu tegenwerken, een gevaarlijke weg opgaan. De premier noemde de kerken en kerkleiders niet bij naam, maar sprak over 'bepaalde kerken' waarvan hij de leiders ter verantwoording zal roepen. De regering wil vrijheid van godsdienst zegt hij, 'maar we verwachten dan van de kerken dat ze zich niet bemoeien met regeringszaken en politiek en dat ze zich strikt beperken tot kerkelijke zaken'.

Het is de tweede keer dat de kerken In Zimbabwe gewaarschuwd worden. Eerder zei president Banana dat de regering scherp zou optreden tegen kerken die door buitenlandse krachten zouden worden misbruikt om het land te destablliseren: 'Ook pastores hebben geen vrijbrief voortdurend samenwerking met de vijand te zoeken'. De president eiste van de nederduits-gereformeerde kerk van Zimbabwe openlijk afstand te nemen van de Zuidafrikaanse apartheidspolitiek.'

Vóór de overname van het bewind in Zimbabwe door de marxistische 'Zanu' van Mugabe is allerwegen de vrees geuit, dat de vrijheid van de kerken onder een marxistisch regime te lijden zou hebben. Langzaam maar zeker beginnen de tekenen ervan te komen. De kerk moet in ieder geval nu al monddood zijn naar de regering toe, in casu naar het ophanden zijnde één partijenstelsel van Mugabe. De kerk mag - mag - zo te zeggen - niet aan politiek doen maar krijgt intussen wél als voorwaarde voor haar bestaan de eis afstand te nemen van de politiek van een ander land, t.w. Zuid Afrika. Met bezorgdheid zien we de ontwikkelingen in Zimbabwe, en de consequenties voor de kerken, aan.

***

Een aardige opmerking over Groen van Prinsterer, uit het blad 'De christelijke school':

De kinderloze Groen van Prinsterer

moge ten voorbeeld zijn in zijn ijver voor de zaak van het Christelijk onderwijs, voor allen die zonder zelf kinderen te hebben, zich inzetten voor een School met de Bijbel.

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's