De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het christelijk geloof en de geschiedenis (2) (Slot)

Bekijk het origineel

Het christelijk geloof en de geschiedenis (2) (Slot)

8 minuten leestijd

Sleutelbegrip voor het verstaan van de heilsgeschiedenis is de openbaring van God.

De Heere regeert

Denkend over het geheim van de geschiedenis, stuiten we telkens weer op de vragen van lot en leiding, verantwoordelijkheid en toelating. Vragen die cirkelen rondom het verstaan van de leer van Gods voorzienigheid en Gods regering. Dat is met name in onze tijd een aangevochten leerstuk. We denken aan de kritiek die er binnen en buiten de kerk wordt uitgebracht op zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Heeft deze leer menigeen niet gebracht tot fatalistische consequenties, zo zegt men. Het zijn ook diepingrijpende vragen waar we voor staan. Wie kan uit de kluwen van het wereldgebeuren soms de draad ontwarren? Verdun, Auszwitsch, Hiroshima, Vietnam... het zijn evenzovele namen die ons stil maken. Goedkope verklaringen besterven ons op de lippen. Hetzelfde geldt als we in aanraking komen met het leed in het individuele leven, vaak zinloos voor ons gevoel, verbijsterend en wanhopig makend? Hoe valt het te rijmen met Gods regering? zeggen velen. Wat zien we van Gods leiding? Van 't Spijker wijst er in navolging van Bavinck op dat we in de belijdenis van Gods voorzienigheid niet te maken hebben met een wijsgierig systeem, maar met een geloofsbelijdenis. 'Het voorzienigheidsgeloof betekende voor de reformatoren niet een ander geloof dan het vaste vertrouwen op de verzoening in Christus'. Daarom putten Gods kinderen in alle aanvechting en raadsels troost uit deze belijdenis. Niet door nieuwsgierige speculatie, maar door zich als leerjongeren van Christus te houden aan het Woord, zegt de Ned. Geloofsbelijdenis. We moeten, zo zegt Van 't Spijker terecht, de belijdenis van zondag 10 aangaande de Schepper niet los maken van het verbond der genade. 'Slechts hij die in het verbond der genade Gods vergeving leerde kennen, heeft weet van de diepe betekenis van het: Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde' (blz. 27). Bij het kruis valt licht over wat de Heere in zijn voorzienigheid gedaan heeft, doet en doen zal. Deze aspecten dienen in een bijbels pastoraat en bijbelse prediking door te klinken, willen we geen misverstanden oproepen.

Schepping en verlossing

In relatie tot de geschiedenis is vandaag de dag ook de verhouding tussen schepping en verlossing in het geding. Vormt de schepping de inzet van het verlossingsgebeuren in een openbaringsproces dat evolutionistisch uitmondt in het einde? Liggen de schepping en verlossing in elkaars verlengde? In onze tijd vindt deze gedachte nogal wat pleitbezorgers. Annex daarmee is het spreken over de kosmische Christus die als Heere der geschiedenis aller verlossing uitwerkt en die de schepping tot voltooiing voert. Maar de vraag dient gesteld of bij een dergelijk vloeiende lijn in de geschiedenis de zonde nog iets meer kan zijn dan een stoornis? Waar blijft hier het radikale spreken van de Schrift over de val en haar gevolgen? Van 't Spijker wijst er dan ook op dat de evolutionistische visie op het geschiedproces aan de ernst van de zonde, en dan ook aan het nieuwe van de verlossing, tekort doet. De auteur wijst zowel een monistische visie waarbij schepping en verlossing in elkaar overvloeien als een dualistische visie waarbij schepping en verlossing geen raakvlakken meer hebben, af. God redt zijn schepping en vernieuwt haar. Dat is de trouw van Zijn verbond. Gods trouw openbaart zich in de gave van de Middelaar. 'Dat er van een verloste schepping straks sprake is, die door de geschiednis heen, langs de kribbe en het kruis toch haar doel bereikt, vindt zijn laatste grond in de trouw van de drieënige God' (blz. 46). Het is niet onverschillig hoe we denken over de relatie schepping, verlossing en geschiedenis. In Openbaring 21 zijn de nieuwe hemel en de nieuwe aarde een geschenk van God. Dat geeft een andere kijk op het wereldgebeuren dan wanneer men de toekomst ziet als realisering van 's mensen aktie. Niet dat het geloof in Gods vernieuwend werk mensen passief maakt. Integendeel, Gods werk in de geschiedenis is een bron van bemoediging en stimuleert tot handelen.

Openbaring en geschiedenis

Uitvoerig gaat de schrijver ook in op de gedachte van de heilsgeschiedenis. Hij erkent het gelijk van de heilshistorische theologie, maar voegt er aan toe: 'Dat er van heilsgeschiedenis sprake kan zijn, danken wij aan Gods openbaring in Christus door de Geest'. Sleutelbegrip voor het verstaan van de heilsgeschiedenis is de openbaring van God. Drie aspecten onderscheidt Van 't Spijker aan het bijbels openbaringsbegrip: het gaat om Gods zelfopenbaring; het is openbaring in Christus en zij komt tot ons door de kracht van de Heilige Geest. We mogen daarbij openbaring en ervaring niet verwisselen. Gods openbaring is niet de neerslag van onze ervaringen. 'Het gevaar is niet denkbeeldig dat de betekenis van Gods heilsopenbaring in Christus wordt ingewisseld voor onze ervaring' (blz. 81). De auteur wijst het openbaringsbegrip van W. Pannenberg af, bij wie zijns inziens het feit dat God zich openbaart, vervaagt omdat de openbaring ondergaat in de geschiedenis en deze tot openbaring wordt. 'De openbaring gaat niet in op de geschiedenis, maar zij gaat in de geschiedenis op' zo geeft de schrijver deze visie weer. Dan is de geschiedenis de openbaring. Ook dat heeft, zoals het verleden van de dertiger jaren ons kan leren, verstrekkende consequenties. Wanneer we nadenken over heilsgeschiedenis en gewone geschiedenis dan is van beslissend belang de plaats die de Schrift daarbij inneemt. Heilsgeschiedenis speelt zich af binnen de geschiedenis van Oud en Nieuw Testament. Wereldgeschiedenis en heilsgeschiedenis vallen niet samen. Integendeel, de heilsgeschiedenis is centrum en kritische norm van de wereldgeschiedenis. Het woord des kruises staat kontrasterend en nodigend in de geschiedenis en beheerst de geschiedenis.

Heilige Schrift en geschiedenis

De Reformatie stelde het 'De Schrift alleen'. Alle openbaring van God werd geconcentreerd binnen de canon. Deze canoniciteit is juist voor de opvatting van de heilsgeschiedenis van groot belang. Gods openbaring is tot afsluiting gekomen. Profeten en apostelen getuigen daarvan en deze canonieke Schrift beheerst als regel van geloof en leven de ge­ schiedenis. Haaks op dit reformatorische spreken staat de moderne gedachte van een voortgaande openbaring in de geschiedenis, zodat ook de heilsgeschiedenis op dezelfde wijze zou doorgaan binnen onze geschiedenis als in de bijzondere geschiedenis van God met zijn volk Israël in Christus. De Reformatie heeft én tegenover Rome én tegenover de dopers het gezag van de Schrift als openbaring Gods beleden. Door de Geest en op de wijze van het verkondigde Woord gaat het Woord de geschiedenis binnen en breekt die geschiedenis open. De afsluiting van de canon vormt geen afsluiting van de geschiedenis, met de norm van alle gebeuren.

Kerkgeschiedenis en gewone geschiedenis

In een bijzonder boeiend hoofdstuk laat de schrijver zien hoe de kerkgeschiedenis geen onderdeel van de algemene geschiedenis is maar onder het aspect van het geloof gezien een eigen plaats heeft. De Kerk is voorwerp en zaak van het geloof. En tegelijk wordt zij gevonden in de geschiedenis. De geschiedenis van de kerk is een zaak van theologie, aldus de schrijver want het gaat om die geschiedenis waarvan Christus zelf het subjekt is. De kerkgeschiedenis is niets minder dan de geschiedenis van de in de wereld voortwerkende Christus, zegt de auteur K. D. Schmidt na. Men zou de kerkgeschiedenis ook kunnen typeren als geschiedenis van de uitlegging der Heilige Schrift. Telkens weer stuit men op de kracht van het Woord waardoor de kerk in het aanzijn geroepen wordt, bewaard en beschermd. Verschillende aspecten ten aanzien van de kerkgeschiedenisbeoefening beoefening komen in dit hoofdstuk aan de orde. In een drietal hoofdstukken werkt de schrijver uit wat het spoor van geloof, hoop en liefde voor de geschiedenis betekent en hoe dir spoor verloopt.

Kerkgeschiedenis en wereldgeschiedenis hebben op allerlei wijze relatie. Hele stukken van de wereldgeschiedenis staan in het teken van de kerk. We denken aan de invloed van de jonge kerk, aan de betekenis van de Reformatie op de cultuur, aan de zendingsgeschiedenis. Omgekeerd is er het proces van verwereldlijking en verstarring binnen de kerken.

De zin der geschiedenis

De schrijver laat zijn boek, waar we slechts enkele fragmenten uit aanstipten, uitlopen op een bespreking van de zin-vraag. Ons denken over de zin van de geschiedenis is vaak een geseculariseerd denken. Materialisme en idealisme zoeken de zin in de materie of de idee. De autonomie van de mens viert hoogtij. Kunnen we achter dit Verlichtingsdenken terug? Neen, zeggen velen. Maar de schrijver wijst erop dat een christen bij voorbaat voorzichtig moet zijn met zulk een 'neen'. De vraag is: Willen we de overgang maken van reformatorisch denken naar het denken van de Verlichting? Anders gezegd: Willen we God en Zijn Woord elimineren uit de geschiedenis? Dan eindigen we in afgodendienst, nihilisme en vertwijfeling. Want de zin van de geschiedenis ligt in de Drieënige God. Zinloos en chaotisch zou heel de geschiedenis zijn zonder deze door de Heere geschonken zingeving. Van 't Spijker spreekt over een zingeving in Gods Raad, een zinduiding door de openbaring en een zinsrealisering door Christus. En alleen door het geloof zien we de zin van de geschiedenis. Dat vraagt een keuze en een beslissing. Met dit appèl eindigt de schrijver zijn beschouwingen. Het is een diepborend boek dat we graag bij u aanbevelen. Het is van belang bij de doordenking van de Schrift met het oog op de prediking. Wat een vergezichten worden ons geopend als we nadenken over het werk van God en onze geschiedenis. Maar ook in allerlei vragen met betrekking tot kerk en samenleving biedt het boek waardevol materiaal. Het perspectief van kruis en opstanding mag ons juist in een tijd vol pessimistisch doemdenken bemoedigen en inspireren tot hoopvol handelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het christelijk geloof en de geschiedenis (2) (Slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's