De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Uittocht toen en nu

Op 26 april gaat Israël de door hen sinds 1967 bezette gebieden in de Sinaiwoestijn verlaten om die terug te geven aan Egypte, krachtens de bekende accoorden tussen Israël en Egypte. In het maandblad Israël (maart 1982) trekt mr. R. A. Levisson een parallel tussen de uittocht uit Egypte die de Joden elk jaar op Pesach herdenken en deze uittocht. Israël viert, zo zegt de schrijver Pesach om de diepe zin van de geschiedenis van uittocht en wording van het volk te gedenken. Nu gaat het hier niet om de verschillende uitleg van het Exodusverhaal door Joden en Christenen, maar om wat de auteur opmerkt over de gebeurtenissen van onze tijd. Op 26 april, zegt Levisson, tien dagen na het einde van de Pesachweek van dit jaar vindt er weer een uittocht plaats, en trekt het Joodse volk weer uit Egypte.

Een onderdeel van de vrede tussen Israël en Egypte behelst het teruggeven van de gehele Sinaï-woestijn aan Egypte. Een dergelijke overeenkomst heeft natuurlijk niet alleen politieke maar ook historische achtergronden. De Sinaï-woestijn heeft op grond van niet erg duidelijke, maar toch wel voldoende aanwijsbare afspraken sedert het einde van de 19de eeuw tot Egypte behoord. Strategisch gesproken is de Sinaï-woestijn van groot belang, zolang er een conflict tussen Israël en Egypte bestaat. In de enorme wijdte van dit vrijwel onbewoond gebied kunnen strijdende partijen elkaar beoorlogen zonder dat zij de strijd naar hun eigen dichtbevolkte woongebieden behoeven te verplaatsen. Egypte heeft daarvan herhaaldelijk gebruik gemaakt. Tweemaal heeft Egypte de zeggenschap over het Sinaï-gebied geheel verloren. Eerst tijdens de Suez-oorlog van 1956 en vervolgens tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. In 1956 heeft Israel onder zware Amerikaanse druk de Sinai na verloop van een aantal maanden alweer teruggegeven. In 1967 had men geleerd, dat Israels beheersing van de Sinai een aanval door Egypte zeer zou bemoeilijken. De Jom Kipoer Oorlog van 1973 bewees de juistheid van dit inzicht. Alleen dan zou men de Sinai aan Egypte terug kunnen geven, wanneer er op andere gronden geen aanval meer te duchten zou zijn. Dat kon alleen denkbaar zijn, als er vrede tussen de beide landen zou zijn tot stand gekomen. Zover zijn wij dus nu. Sedert drie jaar is er vrede tussen Israël en Egypte. Met het teruggeven van de gehele Sinai op 26 april aanstaande neemt Israël een niet gering risico. Israël gokt erop, dat het Egypte menens is met de vrede. Er zouden overwegingen aan te voeren zijn, waarom men daaraan zou kunnen twijfelen. Maar voorshands is er geen enkele concrete reden om Egypte niet op z'n minst het voordeel van de twijfel te gunnen. Sterker nog: het zou wel eens gevaarlijk kunen zijn om al te luid uiting te geven aan de aarzeling, die men voelt ten opzichte van Egypte's blijvende vredeswil., Wie daarover te veel praat, geeft Egypte tevens een soort ingebouwd excuus om van die vrede af te wijken. En er zijn ongetwijfeld in Egypte stromingen, die dat graag zouden willen.

Met het opgeven van de joodse nederzetting Jamit valt vele Israëli's zwaar. Velen hebben er moeite mee een stuk werk van jaren te moeten opgeven. Bovendien raakt Israël een belangrijk strategisch punt kwijt.

Er is anders beslist. En nu moeten zij, die Jamit en de omliggende dorpen hebben gebouwd, die verlaten. Het is afgezien van alle politieke aspecten steeds een hard gelag om iets, dat men met veel enthousiasme en met veel moeite en ontberingen heeft opgebouwd, te moeten prijsgeven. Vanuit die hoek gezien is het protest van de inwoners van Jamit begrijpelijk. En nu wordt er van hen opnieuw een uittocht uit Egypte gevraagd. In de Israëlische toezegging de hele Sinai te willen teruggeven ligt een erkenning van het feit opgesloten, dat dat gebied tot Egypte hoort. Het wegtrekken vandaar is derhalve niet minder een Uittocht uit Egypte, dan die welke wij op Pesach herdenken. Hoe staat het dan met de zaken, die wij eerder karakteristiek noemden voor de Uittocht van weleer? Het is stellig niet zo, dat de inwoners van Jamit uit slavernij naar vrijheid komen. Maar het omgekeerde? De evaluatie van historische gebeurtenissen is geen éénrichdngsverkeer! Zou men mogen zeggen, dat de Sinai op 26 april 1982 de weg naar de vrijheid betreedt? Aan Egyptische kant zal men het zo wel aanvoelen. De Israëli's, die Jamit en omgeving inmiddels verlaten hebben, denken er stellig anders over. Helaas hebben zij - of in ieder geval groepen van hen - de beslissing om weg te gaan niet vrijwillig genomen; integendeel, zij hebben zich uit protest met geweld laten verwijderen. Wie zegt ons, dat er destijds in Egypte niet evenzeer mensen waren, die men met geweld mee heeft moeten voeren op de ongewisse weg naar een ander land? En het historische aspect van de Uittocht? Het aspect van de volkswording? Is er geen ruimte voor de zienswijze, dat we ook hier de worsteling zien van een volk om tot zijn eigen uiteindelijke vorm en omvang te komen? Jamit moeten verlaten is zonder twijfel een zware prijs, die zij moeten betalen, die de stad en haar omgeving met zoveel overtuiging hebben opgebouwd. Maar het lijkt geen al te zware prijs, als daarmee vrede en vreedzame ontwikkelingen gekocht kunnen worden. Het akelige is, dat er mensen zijn die aan deze vreedzame ontwikkeling twijfelen.

De parallellen die de schrijver trekt tussen toen en vandaag zullen wellicht niet ieder overtuigen. Maar het artikel is belangrijk om de toonzetting. De auteur wijst op het belang voor de vrede van de stap die nu genomen wordt. Dat is een zeer aangelegen punt. Want nog altijd is het Midden-Oosten een draaikolk en Israël voor vele arabische volken een steen des aanstoots. Ook in Israël zelf zijn de meningen verdeeld. Wie zich verbonden weet met Israël zal dankbaar zijn voor de vredesinitiatieven en tegelijk zullen we de bezorgde vragen van hen die zich afvragen of inderdaad de vrede in het Midden-Oosten gediend wordt kunnen verstaan. Israels positie is stellig geen onaangevochten poside. Ook intern zijn er allerlei problemen en spanningen. De grote vraag ook na 26 april blijft: Zal Israël inderdaad gelegenheid krijgen die problemen op te lossen of zullen de krachten van geweld die ook aanwezig zijn in de arabische wereld het toch gaan winnen. Verbondenheid met Israël betekent geen klakkeloos volgen van Israels politiek, wel solidariteit met de worsteling van een volk om een plaats temidden van de volken der aarde.

***

Vereniging ter bescherming van het ongeboren Itind

Elf jaar geleden werd deze vereniging (VBOK) opgericht. Het Centraal Weekblad van 7 april bevat een intervieuw met een van de drie maatschappelijk werksters, Margreeth Sonnenberg, die aan het dienstencentrum van de VBOK verbonden zijn. Continu is er een telefoondienst zodat wie hulp nodig heeft al­ tijd iemand aanwezig vindt. Verder zijn er contacten via verwijzingen, berichten in de pers enz. Hoe gaat nu na het eerste contact de hulpverlening verder:

'Meestal gaan we naar de cliënten toe, maar we spreken ook wel hier af, of in een restaurant of iets dergelijks bij hen in de buurt. Het is het belangrijkste dat je zo'n eerste keer je oren openzet, dat je hun verhaal aanhoort. Meestal weet dan nog vrijwel niemand dat ze zwanger zijn en ze zijn er nog helemaal in zichzelf mee bezig. Daarna gaan we de zaken op een rijtje zetten en kijken we waar hun problemen liggen. Het komt nogal eens voor dat meisjes ondanks het gebruik van voorbehoedsmiddelen toch zwanger zijn geworden. Soms is dat heel bewust gebeurd, bijvoorbeeld omdat ze menen dat een kind de enige mogelijkheid is om het huis uit te komen.

Er komen ook vrouwen bij ons terecht, die denken dat wij een adres zijn waar ze een abortus kunnen krijgen en die zijn stomverbaasd als we vragen, waarom ze een abortus willen en wat de problemen zijn waarom het kind niet geboren kan worden. Meestal komt er zo een gesprek op gang. Sommige vrouwen laten daarna alsnog een abortus plegen, maar er zijn er ook die besluiten het kind te laten komen, waardoor wij in de gelegenheid zijn hulp aan moeder en kind te bieden.'

Om welke leeftijdsgroepen gaat het?

Margreeth: 'Het gros van onze moeders is ongetrouwd en tussen de 15 en 25 jaar oud, maar we merken dat de laatste tijd het aantal oudere moeders toeneemt. Vrouwen van rond de 40, tegen wie de arts heeft gezegd, dat ze geen kinderen meer mogen. Ook met die vrouwen gaan we praten, over waarom de arts meer kinderen heeft afgeraden. Heeft hij ze niet wat al te snel een abortus aangeraden? '

Ook op plaatselijk niveau kan de VBOK beschikken over de deskundigheid van artsen, maatschappelijk werksters en andere hulpverleners. Zij bieden hulp op vrijwillige basis, maar bespreken een aanvraag ook altijd met een maatschappelijk werkster van het dienstencentrum. 'Zij zullen ook nooit een meisje in een gastgezin plaatsen', legt Margreeth Sonnenberg uit. 'Gastgezinnen, meestal leden van de VBOK, bieden onderdak aan meisjes in de eerste, moeilijke periode van hun zwangerschap, of juist in de laatste maanden. Soms zelfs na de bevalling, als moeder en kind om de een of andere reden niet naar huis kunnen. We hebben een aantal gastgezinnen, verspreid over het hele land, maar er wordt maar ongeveer tien keer per jaar gebruik gemaakt van deze uitwijkmogelijkheid. Het is zo afhankelijk van hoe de omgeving van een meisje reageert: voor de ouders blijkt de schande voor de buurt en de familie vaak erg belangrijk. Als je die kunt doorbreken, worden de aanstaande moeder en het kind vaak met open armen ontvangen'.

Gesprekken

De hulpverleners van de VBOK hebben dus niet alleen te maken met de zwangere vrouwen zélf, maar zeker ook met hun omgeving. Ze voeren gesprekken met aanstaande vaders, toekomstige grootouders, werkgevers en opleidingen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de jonge moeder tijdens en na de zwangerschap een studie te laten afmaken of een werkkring te doen behouden.

De maatschappelijk werksters zijn op de hoogte van de mogelijkheden binnen de sociale wetgeving, waarvan de moeders gebruik kunnen maken. 'Maar bij de sociale diensten ontdekken we tegenwoordig ook al de tendens van: laat ze maar abortus nemen, dat is de goedkoopste manier om de problemen op te lossen'.

Als een vrouw bij geen enkele instande terecht kan, biedt de VBOK zelf wel eens financiële hulp, al zijn de middelen daartoe uiterst beperkt.

Zijn er veel aanstaande moeders, die besluiten het kind na de geboorte voor adoptie af te staan?

'Nee', zegt Margreeth Sonnenberg, 'dat gebeurt bij ons heel weinig. Met ongeveer acht vrouwen per jaar maken we voorbereidingen voor een afstand, maar die gaat maar in de helft van de gevallen ook werkelijk door. We hebben meisjes van 14, 15 jaar, die eerst over een afstand praten, maar die in de loop van de zwangerschap, of direct na de geboorte toch besluiten het kind zelf op te voeden. Overigens wordt zo'n afstand helemaal geregeld in samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming, waarmee we erg goede contacten hebben'.

Na de bevalling blijft er zo nodig nog sprake van nazorg door de VBOK. Tevens wordt wel eens hulp verleend aan vrouwen, die ondanks een gesprek met de maatschappelijk werkster van de vereniging toch tot een abortus hebben besloten.'Dan vragen ze zich af: wat heb ik gedaan', vertelt Margreeth. 'Het is onze overtuiging dat een goed nazorg bij een 'spijtabortus' de beste preventie is bij een eventuele volgende zwangerschap.'

Naast de grote vragen waar we in de, samenleving mee geconfronteerd worden op politiek terrein - de zgn. macrovragen - zijn er de problemen in het menselijk vlak, de nood van medemensen vlak om ons heen. De betekenis van de VBOK is dat men het niet laat bij een protest tegen abortus en ook niet bij een theoretisch handhaven van de klassieke medische ethiek, maar daadwerkelijke hulp wil bieden, in de nood waarin mensen verkeren. Dat lijkt me bij uitstek een stukje christelijk dienstbetoon. Het is goed dat we daarvan af weten. Daarom is de informatie die het Centraal Weekblad op dit punt biedt, zeer welkom. Want ook deze vorm van hulpverlening kan niet zonder het meeleven van de gemeente van Christus met haar voorbede, haar gaven en daadwerkelijke belangstelling. In een tijd van protesten en vaak loze akties die vaak de voorpagina halen, maar au fond weinig opleveren, is het goed te weten dat er zonder al te veel tam-tam ook gehandeld wordt in de dienst der barmhartigheid. In gehoorzaamheid aan de opdracht van Christus. En tot zegen van onze medemensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's