‘In ’t Moerbeidal’
Putten 1944
In dit nu uitgegeven deel van dr. De Jong's geschiedschrijving komt ook het drama van Putten aan de orde.
Naarmate dr. De Jong in zijn beschrijving van 'Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' het einde van de oorlogsperiode nadert, wordt de aangedragen stof per periode omvangrijker. Er gebeurt om zo te zeggen steeds meer. De situatie wordt al maar nijpender, de met de oorlog gegeven wederwaardigheden en acties omvangrijker.
In de beschrijving van het laatste jaar heeft dr. De Jong al twee delen van elk twee banden, dus vier omvangrijke werken, nodig.
In het laatst verschenen deel (10b, eerste helft) gaat het om de ontberingen van de hongerwinter. Als een versnelde film (versneld vanwege de grote hoeveelheid materiaal over zo'n klein tijdsbestek) trekt de moeilijke winter van 1944/1945 aan ons oog voorbij. De wanhopige pogingen van mensen om voedsel en brandstof te krijgen; de razzia's waarbij mannen werden opgepakt om te werk gesteld te gaan worden in Duitsland; of de vrijwillige melding van de mannen na een oproep door de Duitsers. Van Randwijk - de dichter - schreef: 'Vijftig duizend Nederlanders laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid'. Wie zou hier echter de beschuldigende vinger uitsteken! Het ging allemaal zo overrompelend en de hete adem van de Duitser werd in de nek gevoeld. In totaal werden zo ongeveer 140.000 mensen voor dwangarbeid ingezet. Onthullend om het alles nog eens te lezen. Ontdekkend ook om nog eens na te lezen wat mensen gaven voor een korst brood, of hoe ze vuilnisbelten afstroopten om een elementaire levensbehoefte te bemachtigen. Ontdekkend voor onze wegwerp-plastic maatschappij, waarin onvoorstelbare hoeveelheden voedsel thans naar de vuilnisbelt verdwijnen.
Velen namen zich in de Tweede Wereldoorlog voor hun leven lang zuinig te zijn op voedsel, gezien de waarde die het kreeg in tijd van honger en nood. De welvaartsmaatschappij sloeg deze voornemens, als geheel genomen, echter aan gruzelementen. In ieder geval heeft dr. De Jong voor eens en voor goed in zijn monumentale geschiedschrijving van een periode van ruim vijf jaar een monument ook voor onze tijd opgericht. Opdat wij niet vergeten !
Het drama in Putten
In dit nu uitgegeven deel van dr. De Jong's geschiedschrijving komt ook het drama van Putten aan de orde. Wie van de Noordelijke kant Putten binnenrijdt ziet het standbeeld van de Veluwse vrouw, onuitwisbaar teken van het nameloze leed, dat in enkele dagen tijds over een heel dorp kwam. Minutieus zet dr. De Jong de feiten - voor velen nog bekend, voor velen langzamerhand ook onbekend - hieromtrent op een rijtje. We willen ze in dit artikel op de voet volgen.
Het begon in september 1944. Berend Dijkman voegde twee Veluwse verzetsgroepen samen en plaatste ze onder leiding van een dertigjarige opperwachtmeester van de politie, Ab Witvoet, die eind augustus naar zijn gezin in Putten was teruggekeerd, nadat hij begin 1944 in zijn toenmalige standplaats Genemuiden aan een KP overval op het distributiekantoor had deelgenomen, toen was gearresteerd en weer vrij gelaten wegens gebrek aan bewijs.
De groep van Witvoet kreeg bevel om Duitse personenauto's en alleenrijdende motorordonnansen te overvallen. In de nacht van vrijdag 29 op zaterdag 30 september ging Witvoets' groep vanuit het hoofdkwartier (Enny's Hoeve in de bossen tussen Putten en Voorthuizen) een hinderlaag leggen. In de nacht van zaterdag opnieuw. Kort na middennacht werd een wagen met vier militairen van de Luftwaffe beschoten. De gewonde Oberleutnant Eggert werd, samen met een lid van de groep, die óók gewond was, namelijk Slotboom naar Enny's Hoeve vervoerd. Daar overleed Slotboom. Inmiddels was de commandant van de Hermann Goering divisie gealarmeerd. Deze commandant - Fritz Wilhelm Fullriede - gaf toen om vijf uur' s ochtends opdracht om in de buurt van de Oldenallerbrug alle mannelijke personen aan te houden, het gehele gebied tussen Putten en Nijkerk te onderzoeken en Putten te omsingelen, zodat er niemand uit kon. De aangehouden mannen werden op een weiland samengedreven, acht personen werden uit wraak door de Duitsers gedood. In Putten was intussen onduidelijk wat er gebeurd was. In de ochtenddienst in de hervormde kerk en de gereformeerde kerk was evenwel aan de mannen de raad gegeven naar huis te gaan. Om half elf 's morgens kreeg de hoogste politieautoriteit ter plaatse opdracht om tien gijzelaars aan te wijzen. Toen deze weigerde gaf een ambtenaar van de gemeentesecretarie tien namen op. Ik citeer nu dr. De Jong:
'Met tien waren de Duitsers niet tevreden - dertig gijzelaars werden opgehaald; zij werden na enkele uren bij een garage opgesteld, met hun rug tegen de muur. Voor hen lag op een ladder het lijk van een doodgeschoten man en er waren mitrailleurs op hen gericht. Terwijl dit allemaal gaande was, werd aan de groepscommandant meegedeeld dat alle huizen in Putten zouden worden doorzocht en dat alle inwoners hun woning moesten verlaten; vrouwen en jonge kinderen zouden zich moeten begeven naar de hervormde kerk, mannen naar een terrein bij de openbare school die achter de kerk lag. Van de politie werd medewerking geëist en deze werd verleend in dier voege dat toen in het begin van de middag Duitse patrouilles zich van huis tot huis begaven, daar steeds een politieman bij was. Er bevond zich sinds januari in Putten de Politie Motor Dienst uit Delft (een deel van de Puttense Eierhal werd gebruikt als garage en werkplaats) die ca. honderdvijftig man telde; politiemannen waren er dus genoeg. Vooral aan de rand van Putten stimuleerden sommigen hunner de mannen om zich zo goed mogelijk te verbergen maar anderen, vele anderen, deden hun best om het Duitse bevel zo stipt mogelijk opgevolgd te krijgen. Huiszoekingen volgden en daarbij werd uiteraard Oberleutnant Eggert niet gevonden.'
In de kerk
In de middag werd nu de groep, die op het weiland was samengebracht naar Putten gevoerd. Vrouwen en kinderen gingen de kerk in, samen met kerkgangers van de ochtenddienst, die in het raadhuis waren vastgehouden. De mannen werden naar de openbare school gebracht. 's Avonds werd een groot deel van de mannen in de gelegenheid gesteld tussen twee rijen Duitse militairen door naar de kerk te gaan. Intussen voelde men er in de Duitse top niet voor gijzelaars dood te schieten als de vermiste Oberleutnant niet vóór een bepaald tijdstip zou zijn uitgeleverd. Het doodschieten van de hele Putter bevolking ging véél te ver. En derhalve rees de gedachte - waarschijnlijk bij Rauter - om de hele bevolking van Putten tussen 18 en 50 jaar naar Duitsland te transporteren (voor concentratiekarnp óf arbeidsinzet; dat was niet duidelijk).
Fullriede vond het wenselijk ds. C. B. Holland in te lichten (niet G.B. Holland, zoals er abusievelijk staat). Deze gaf direct het bericht door maar wenste de mannen in de kerk moed in te spreken. Dr. De Jong citeert dan 'één der bovenvijftigjarigen':
'Toen het vrij goed licht geworden was ontstond er enig gestommel bij het doophek en wij zagen de dominee naar het voorlezersbankje gaan; blijkbaar wilde hij wat zeggen. Het werd stil, niemand schuifelde nu meer en de petten en hoeden gingen af. Hierop begon de dominee te spreken voor ons allen, zowel katholiek als protestant, en wees ons op de hoge hand des Heren, die ook in deze benauwde ure ons tot hulpe zou zijn, een Toevlucht en Sterkte voor hen die bange waren... Het zal wel een vijftien minuten geduurd hebben en de dominee eindigde met ons in gebed op te dragen in de genade en goedertierenheid Gods.
Hierna verzocht hij ons met elkaar te zingen psalm 84, vers 3 en 4... En daarop klonk het, eerst even weifelend, maar al direct krachtiger:
'Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht, die kiest de welgebaande wegen. Steekt hen de hete middagzon in 't moerbeidal, Gij zijt hun bron en stort op hen een milde regen, een regen die hen overdekt, verkwikt en hun tot zegen strekt.' Het greep ons allen hevig aan. Velen onzer vreesden het ergste en zagen de dood voor ogen en toen wij zongen:
'Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort, elk hunner zal, in 't zalig oord van Zion, haast voor God verschijnen'... kregen velen de tranen, in de ogen en bogen het hoofd.
Weggevoerd
Intussen was Oberleutnant Eggert wél in vrijheid gesteld, op voorwaarde dat hij niets zou prijs geven van wat hij had gezien van de illegalen en hun werkplaats. Toen hij zich bij het Ermelose ziekenhuis vervoegde was Leutnant Sommer, óók één van de gewonden, overleden. De vrijlating van Eggert bleef echter voor de Duitse commandant die dag onbekend. Op dezelfde maandagmorgen, als waarop Eggert werd vrijgelaten, beklom commandant Fullriede de galerij van de kerken en 'sommeerde ieder' - aldus een ooggetuige - 'die daaromtrent bijzonderheden wist, deze binnen een kwartier te zijner kennis te brengen. Indien deze zaak niet volkomen opgehelderd werd, zou den voor Putten zeer ernstige dingen geschieden. Waar niemand zich met enige belangrijke mededeling meldde, nam dominee Holland nogmaals het woord, ieder aanmanende zich met zijn geweten ernstig te beraden omtrent hetgeen hem te doen stond... Een tijd later besteeg Oberst Fullriese nogmaals de galerij. Een schok ging door de kerk, waarna een doodse stilte intrad. Met onbewogen stem las hij een stuk voor dat hij in de hand hield. Ik heb het onuitwisbaar in mijn herinnering besloten. Het begon als volgt: lm Namen des Wehrmachtbefehlshabers in den Niederlanden wird das nachfolgende Urteil über die Gemeinde Putten ausgesprochen: Eins. Das Dorf Putten wird plattgebrannt. Zwei. Die mannlichen Einwohner der Gemeinde zwischen achtzehn und Fünfzig Jahren werden nach Amersfoort abtransportiert. Drei. Das Dorf Putten soll innerhalb zwei Stunden völlig evakuiert sein.'
Ongeveer zeshonderd mannen werden vervolgens naar het station gevoerd (onder hen waren intussen ook mensen die Putten even bezochten om voedsel te krijgen of voor familiebezoek). Van de weggevoerden werden in Amersfoort 58 personen vrijgelaten. Van de 602 overigen ontsnapten er 14 tijdens het treintransport. Van de 588, die in Neuengamme in het concentratiekamp aankwamen, kwamen er later 40 naar Nederland terug, van wie nog 5 aan de gevolgen van het drama bezweken. De overigen waren in Duitsland achtergebleven. Voorgoed!
Bezinning
H.M. van Randwijk schreef - zoals we hierboven citeerden - dat vijftigduizend Nederlanders zich weerloos naar Hitlers slachtbank lieten leiden. Dr. De Jong zegt ten aanzien van de Puttense wegvoering echter, dat, hoewel de opsluiting van de mannen in Putten heeft plaats gevonden 'met hulp van de politie', er ook politiemannen waren, die zoveel mogelijk mannen stimuleerden tot vluchten, terwijl ook de andere politieagenten niet duidelijk was wat met de mannen, die in de kerk samengebracht waren, ging gebeuren. En velen - aldus dr. De Jong - hadden 'de verstandige waarschuwingen, die in de hervormde kerk en de gereformeerde kerk waren gegeven' ter harte genomen en hebben zich zonder bemoeienis van de zijde der politie verborgen gehouden. Niet meer dan twee vijfde kwam zo in handen van de Duitsers.
Hoe dit ook zij, hier past het beschuldigende woord van Van Randwijk, zoals dat ook in publicatie over Putten later is herhaald, niet. Het geschiedde alles overrompelend en onder grote(r) dreiging.
Putten ging in 1944 door de verzengende hitte van het 'moerbeidal', zoals met Psalm 84 gezongen werd. Als iets ons ter waarschuwing staat naar aanleiding van het Puttense drama dan is het om tijdig de gevaren te ontkennen van een systeem, dat - als weleer in Putten - die verzengende middagzon doet steken. De schuldvraag ten aanzien van het verleden past hier minder dan de vraag naar weerbaarheid in de toekomst, die vrucht is van dat geloof, dat ook Van Randwijk daar, op de Veluwe ontdekte, bij eenvoudigen die verzetsstrijders herbergden en op wier graf niet anders dan een eenvoudig teken staat: 'Eindelijk thuis'! Ongetwijfeld ook bij hen die weggevoerd werden en die door alles heen hebben ervaren dat God inderdaad een 'Toevlucht en Sterkte' was.
V. d. G.
N.a.v. dr. L. de Jong: Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b, eerste helft: Uitgave Martinus Nijhoff, 's Gravenhage, 763 pag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's