Een blijvende paaszegen
'En laat na de sabbath, als het begon te lichten, tegen de eerste dag der week...' Mattheüs 28 : la
Enkele weken na het Paasfeest willen we met u in gedachten teruggaan naar allereerste Paasdag, om naar aanleiding daarvan met u te mediteren over een blijvende Paaszegen: de nieuw-testamentische Rustdag.
Zeer opvallend is de grote overeenkomst in het begin van de paasboodschap bij de vier evangelisten. Markus: 'En als de sabbat voorbijgegaan was...', en: 'En zeer vroeg op de eerste dag der week, kwamen zij tot het graf als de zon opging...' Lukas: 'En op de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgen...' Johannes: 'En op de eerste dag der week...' Alle nadruk dus op de eerste dag der week, bijzondere aandacht ook voor de morgenvroegte bij de opstanding van Christus. Schrift met Schrift vergelijkend, bemerken we dat we niet voorbij mogen gaan aan het tijdstip van de opstanding.
We belijden: ten derden dage wederom opgestaan van de doden. Zó had de Heere Jezus het voorzegd, zó was deze tijd ook uitgebeeld en voorspeld in de drie dagen die Jona in de vis was. De delen van de dagen werden voor hele dagen gerekend, zodat en de vrijdag en de zondag werden meegeteld. We moeten hier maar niet vallen over de kortheid van deze drie dagen, maar liever verblijd zijn dat de Kerk al zo spoedig mocht weten van een levende Zaligmaker. Het mag hier ook tot troost worden opgemerkt, dat op de vroege opstandingsdag zo duidelijk blijkt dat de Heere Zijn volk niet langer op de vervulling van Zijn Woord en beloften laat wachten dan strikt nodig is.
De Heere Jezus is opgestaan als het begon te lichten. Dit roept scheppingsgedachten op. Toen de aarde als in het graf van woest-en leegheid lag, riep God als eerste het licht in. Bij de opstanding straalt er morgenlicht over de doodsschaduwen van Christus' graf. Ja, de Zon der gerechtigheid gaat op!
Wat een wonder dat mensen, die de dag achter zich lieten in het paradijs, en de nacht van zonde en dood, van vloek en de toorn Gods over zich heen haalden, daar nog van mogen horen, van die nieuwe dag, terwijl we elke dag nog bewijzen de duisternis liever te hebben dan het licht. Wat rijk dat God in het donker van onze doodsstaat zijn licht doet schijnen, ontdekkend en vol genade. Een vriendelijk morgenlicht breekt dan aan.
Misschien zijn er onder de lezers, die daarop zeggen: de dageraad is gekomen, en het is nog nacht. Dat kan. Want er zijn - weliswaar mensen, die in het holst van de nacht net doen alsof het klaarlichte dag is - levensgevaarlijk is dat - over deze geestelijke slaapwandelaars hebben we het nu niet, maar het komt ook voor dat het dag geworden is, en men leeft nog als in de nacht. Dat is met Christus' opstanding ook zo geweest. Wat staat ons dan te doen? Daar zijn hier minstens twee dingen. Allereerst is het Zijn komst die ons heil volmaakt. Dat onderstrepen alle Paasontmoetingen. Er is echter meer. In het donker moeten we evenmin afgaan op het aanschouwen van onze ogen als midden op de dag. In beide gevallen verdwalen we. Wat dan? Ook in het duister leren leven van het geloof. Dat is immers een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet. De werking en de doorwerking van de Heilige Geest hebben we hierin zo nodig. Anders vallen we in het donker in slaap. En dat gebeurt als de werkzaamheden met het Woord verstillen. Want de opening van Uw woorden zal gewis, gelijk een licht het donker op doen klaren, zij geeft verstand aan slechten, wien het gemis van zulk een glans een eeuwige nacht zou baren. Dat gebeurt ook als de werkingen van het geloof gaan afnemen, dan verstomt het lied en zwijgt het gebed: 'Ik heb somtijds het scheem'rend morgenlicht verrast, om U mijn schreien te doen horen, 'k Heb op Uw woord gehoopt, en mijn gezicht, eer nog het uur der nachtwaak was geboren, den slaap ontroofd, om, naar mijn lust en plicht, de wijsheid van Uw redenen na te sporen'. De ziel vol angst en zorgen die sterker op de Heere wacht, dan de wachters op de morgen, mag weten dat Hij, Die de Koning is van de dag, óók de nacht regeert. Overwon Hij niet de vorst der duisternis?
Als de Heere Jezus in de Kerstnacht verschijnt in de staat van Zijn vernedering, omschijnt een groot licht de herders. Wanneer op de Paasmorgen de Paaskoning de eerste trap van Zijn verhoging betreedt, begint het te lichten. Heerlijker dan met Kerst verschijnt hier de grote Koning. Toen betrad Hij het strijdperk, nu schrijdt Hij in het licht van Zijn heerlijke overwinning voort.
De tekstwoorden beschrijven de belofte van een nieuw begin, van een nieuwe dag. Het is avond geweest en morgen geworden: de eerste dag der week. Christus stond op bij het eerste morgenlicht. Zijn opstanding is de morgen van een nieuwe dag. Het oude is voorbijgegaan, er is wat nieuws geworden. Bij de schepping is er steeds de nadruk op de nieuwe dag (zie Gen. 1), maar heel Gods werk is gericht op de nieuwe dag. Wat een zegen is dit ook voor de levensavond van de gelovige. Op die avond volgt weliswaar de nacht van de dood, maar die nacht voorspelt een nieuwe morgen, een nieuwe dag, waarop geen nacht meer volgen zal.
De Paaskoning koos de morgenvroegte voor Zijn opstanding. Hij gaat een eeuwige dag tegemoet met al Zijn onderdanen. Hij staat al op de eerste trap van Zijn verhoging. Zijn Koninkrijk heeft dageraad. In Zijn opstanding zit toekomst.
Laat na de sabbat. Niets staat er voor niets in het getuigenis van de opstanding. De Heilige Geest voegde ook dit erbij, wat we eveneens lezen in het Markusevangelie. Laat na de sabbat. Zo wordt Christus' opstanding in verband gebracht met de sabbat. Eenvoudig kan het misschien zó worden gezegd: met Christus' opstanding is de oudtestamentische sabbat voorbij! De Heere Jezus was niet meer op de sabbat. Hij was immers gestorven. En ook begraven: ten teken dat Hij waarlijk gestorven was. Die stille zaterdag was dus wel een bijzondere dag des Heeren, eigenlijk geen dag des Heeren, maar een dag zonder de Heere. De Heere van de sabbat was waarlijk gestorven. Een dag waarop Hij ook boette voor de sabbatszonden. De bezoldiging der zonde is de dood, daar zijn de sabbatszonden bij inbegrepen! Deze bezoldiging is op de stille zaterdag op Christus, opdat de genadegift Gods geschonken kon worden, namelijk het eeuwige leven.
En laat na de sabbat, ... op de eerste dag der week... Het gemis van die laatste dag des Heeren wordt ruimschoots goedgemaakt op de eerste dag der week. Dan krijgt de Kerk de Heere van de sabbat weer terug. De Vader ontslaat Zijn Zoon van verdere strafvervolging. Alles, alles is voldaan. Ook de sabbatszonden zijn betaald. Zouden we dan zondigen op de dag des Heeren opdat de genade meerder worde? Dat zij verre. We krijgen Gods dag wel in de Christelijke vrijheid, maar niet voor zondige bandeloosheid. Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt. Gedenkt de sabbatdag, dat gij die niet ontheiligt.
Als Christus opstaat op de eerste dag der week, heiligt Hij deze dag door Zijn opstanding tot de nieuwe rustdag. Zijn opstanding en optreden bestempelen die dag tot de nieuwtestamentische dag des Heeren. Het wordt een dag van verkondiging en ontmoeting. De engelen gaan aan de vrouwen de daden Gods verkondigen, en het verkondigde woord wordt door hen weer uitgedragen. Jezus Zelf verkondigt ook Zijn opstanding, 's avonds aan de discipelen en Emmaüsgangers, op de volgende eerste dag der week aan de discipelen met Thomas erbij. Maar ook dan is er de ontmoeting. Verkondiging en ontmoeting zijn twee opstandings-tekenen, verkondiging en ontmoeting worden de grote gebeurtenissen van de dag des Heeren. Elke zondag doet de Heere sindsdien Zijn Woord verkondigen. Bij de zuivere bediening ervan mogen we ook een ontmoeting verwachten met de Opgestane in het gewaad van Zijn Woord. Wat een zorg heeft een prediker daarom aan de Woordbediening te besteden. Gedurig moet hij zich afvragen, kan de Heere met deze prediking de gemeente ontmoeten? Is dit ook een zaak van gebed bij de gemeenteleden: Heere, kom mee in Uw Woord, kom over in de bediening ervan als de opgestane Profeet, Priester en Koning? De zondag herinnert ons aan de eerste Paasdag, hoe Christus stond op de eerste trap van Zijn verhoging. Daar volgt veel meer op. Er blijft een sabbatsrust over voor het volk van God. Straks zal alles door de vrede bloeien, totdat geen maan meer schijnt. Dan is er geen nacht meer, maar een eeuwige dag.
'Al wie de sabbat niet ontheilige en die aan Mijn verbond vasthouden, die zal Ik ook brengen tot Mijn heilige berg en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis' (Jes. 56).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's