De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Iets over geloof en bevinding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Iets over geloof en bevinding

Apeldoornse Studies

10 minuten leestijd

De kwesties van geloof, bevinding, heilsorde en geloofszekerheid behouden onverminderd hun actualiteit, althans binnen wat men noemt de gereformeerde gezindte

De kwesties van geloof, bevinding, heilsorde en geloofszekerheid behouden - ten spijt van allerlei nieuwe theologieën - onverminderd hun actualiteit, althans binnen wat men noemt de gereformeerde gezindte, of (smaller nog) de rechtervleugel daarvan. De kwesties komen in moderne dogmatische handboeken en studies nauwelijks nog aan de orde, maar dat wil niet zeggen dat zij er niet meer zijn, en dat zij niet meer leven, want dat doen zij wél, zelfs daar waar het soms niet meer verwacht wordt.

Bekend is dat binnen de kring van hen die er wel in geïnteresseerd zijn, er nogal wat verschillende benaderingswijzen en inzichten omtrent deze zaken gevonden worden. Wil men ruzie krijgen, dan moet men over de heilsorde beginnen of over de bevinding. Het is droevig, maar het is helaas niet anders.

Is daar een oorzaak voor aan te wijzen? Ik meen van wel. Indien men zich ook in dezen eens hield aan de belijdenisgeschriften en aan onze kostelijke formulieren, zouden dan niet aan aantal problemen oplosbaar blijken te zijn? Zouden niet allerlei opvattingen van jonger of later datum, maar in ieder geval van na de tijd van de Reformatie, waarin bovengenoemde geschriften ontstaan zijn, op een ernstige wijze debet staan aan de verschillen, die verdeeldheid ten gevolge hebben gehad?

Wij zullen geen enkele tijd uit de geschiedenis der kerk ooit kunnen canoniseren; dat is ook onze bedoeling niet. De Schrift staat boven alles en allen. Maar wél mag worden gezegd dat het van groot belang is, dat die Schrift op een evenwichtige wijze wordt gelezen en verstaan, en dat daarin het lezen en verstaan van de Schrift in de kerk der eeuwen een woord mag meespreken. Zo zou ik er dus voor willen pleiten, om ook ten aanzien van de kwesties die wij hierboven noemden te luisteren naar de stemmen van de hervormers. Hoe hebben zij gesproken over geloof, bevinding en heilsorde (om slechts deze zaken te noemen)? Is dat al voldoende bekend en is het reeds algemeen genoeg tot het kerkvolk doorgedrongen?

Er zijn er (relatief gezien) heel wat die een bijbelcommenlaar van Calvijn of zelfs de Institutie in hun kast hebben staan, en er ook weleens wat in lezen. Maar is dat genoeg? Zijn er niet mensen nodig, theologen, die op de verbanden wijzen. Dus niet lukraak citeren, maar de structuren van het denken van mannen als Calvijn nagaan, en dan citaten leveren binnen die structuren? Dat is lang niet ieders werk. Daarvoor is nodig een jarenlange omgang met de geschriften van figuren als Calvijn, en een aandachig luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Maar als aan die voorwaarde is voldaan, dan loont het alleszins de moeite om kennis te nemen van hetgeen gezegd wordt over een of ander thema uit Calvijns theologie.

Dit alles moet u lezen als een inleiding op hetgeen wij eigenlijk te zeggen hebben. En dat is, dat wij u willen wijzen op een boekje dat onlangs verschenen is en dat het, naar mijn gevoelen, verdient, dat wij het niet alleen maar recenseren, maar in een artikel er het een en ander uit citeren. Het boekje heet Geloofs­kennis en geloofsverwachting en het is geschreven door de (christelijk-gereformeerde) hoogleraar dr J. van Genderen te Apeldoorn (Kampen 1982).

In feite bevat dit boekje twee stukken of reden, die slechts losjes met elkaar verbonden zijn. Het tweede stuk, over Geloof en verwachting laten wij buiten beschouwing. Niet omdat het niet goed en interessant zou zijn, maar omdat wij gezien de strekking van dit artikel, het voor ons doel kunnen missen.

Calvijn

Boven het eerste stuk, waar het ons hier dus om gaat, staat: Geloof en kennis met name bij Calvijn. Een paar opmerkingen vooraf. De thematiek zit, als ik prof Van Genderen goed heb gevolgd, hem bijzonder hoog. Het is niet voor het eerst dat hij er wat over schreef. Vervolgens, Calvijn is in ieder geval hem door een jarenlange studie vertrouwd. En tot slot (én dat bedoel ik prijzend, dus niet misprijzend), wat hij schrijft is niet geheel nieuw. Was het geheel nieuw, dan zou een kritisch lezer er vraagtekens achter kunnen zetten. Neen, wat Van Genderen hier over Calvijn schrijft, dat mogen wij gerust gemeengoed noemen onder allen die ooit op enig niveau zich met Calvijn hebben beziggehouden. Alleen, het is hier door een bekwame hand weer eens samengevoegd en in ordelijk verband gezet en met citaten uit Calvijn die men niet altijd zó bij elkaar vindt, geadstrueerd. Dat is het eigene van dit boekje.

Nu is het niet onze bedoeling heel de gang van Van Genderens betoog te volgen. Wie daar kennis van wil nemen, kan het boekje zelf aanschaffen. Het gaat ons slechts om een paar punten.

Het eerste punt is: hoe zag Calvijn de bevinding. Calvijn sprak en schreef Latijn, en dan sprak en schreef hij over experientia. Van Genderen vertaalt dit woord constant met 'ervaring', en dat is ook correct. Maar ik meen dat wij, om de zaak naar het heden te brengen, met evenveel recht het woord mogen vertalen met 'bevinding'. Wij zullen daarom wisselend beide vertalingen gebruiken.

Ervaring

En dan opnieuw de vraag: hoe zag Calvijn de bevinding? Hij spreekt nadrukkelijk, zoals Van Genderen aantoont, over de 'ervaring des geloofs' (experientia fidei). Laten wij mogen onderstrepen de woorden: des geloofs. De bevinding is bij Calvijn gebonden aan het geloof! Een bevinding buiten het geloof of vóór het geloof lag buiten zijn gezichtsveld. In sommige sectoren van de gereformeerde gezindte en hier en daar ook in eigen kring, wordt de bevinding verengd tot alleen maar de toeleidende weg. De bevinding gaat dan geheel op in die toeleidende weg. Dat is in ieder geval bij Calvijn niet zo! Van Genderen zegt: Luther en Calvijn stellen het geloof voorop en niet de ervaring (bevinding). En in dat verband maakt Van Genderen dan vervolgens de opmerking, die historisch gesproken, naar mijn gevoelen, door geen mens kan worden tegengesproken: 'Niet lang na de Reformatie zijn de accenten al weer anders gelegd. In vergelijking met de Reformatie geldt dat van de Nadere Reformatie, dat de ervaring van de gelovigen meer direct en dikwijls ook meer zelfstandig aan het woord komt' (24). Ik zou hierbij willen opmerken: was het inderdaad maar steeds de ervaring der gelovigen; helaas is het vaak ook de ervaring der nog-niet-gelovigen. Van Genderen noemt dan ook een naam, te weten die van Schortinghuis. Over het geloof spreekt hij weinig; het centrale feit is bij hem de wedergeboorte.

Ik meen te weten, dat Van Genderen er zelfs niet aan denkt, om te herkennen dat er aan de Nadere Reformatie ook positief te beoordelen aspecten zijn te vinden. Maar ontegenzeggelijk is, dat op dit punt zich toch een verschuiving heeft voorgedaan, die het totaal van het kerkelijke leven, zo voeg ik er aan toe, geen goed heeft gedaan. Het is in ieder geval onjuist, om net te doen alsof Reformatie en Nadere Reformatie ongeveer hetzelfde is, en alsof zij ten aanzien van de heilsweg in geen enkel opzicht verschillen.

De Reformatie is de beweging van het sola fide (door het geloof alleen). Zij stelde het geloof centraal; later werd de wedergeboorte het middelpunt. Niet, dat Calvijn niet wist van de wedergeboorte (heiliging), maar er was bij hem (en ook bij Luther) het primaat van het geloof!

In aansluiting op hetgeen wij zojuist aanhaalden uit Van Genderens boekje zegt hij vervolgens: 'Bij een man als Calvijn staat de mens met zijn ervaringen nooit in het middelpunt. Dat zou in strijd zijn met zijn diepste intenties'. Ik beaam dit ten volle. En ik geloof dat het nuttig en nodig is dit goed tot ons te laten doordringen. Opdat wij niet afglijden van het rechte pad van de Reformatie en dat van onze gereformeerde belijdenissen.

Ervaringstheologie

Een tweede punt uit het boekje van Van Genderen dat ik naar voren wil brengen is, wat hij zegt over de moderne ervaringstheologie en wat wij er tegenover hebben te stellen. Het is op het ogenblik ervaring al wat de klok slaat! Bijna de hele moderne theologie is min of meer ervaringstheologie. De menselijke of althans christelijke ervaring is maatstaf geworden voor al wat men wil accepteren als waar en goed. Deze theologie is gewoon een moeras waarin men verzonken ligt. De hele theologiebeoefening van onze dagen spitst zich hierop toe. Men stelt de ervaring tegenover de openbaring. Wie zich nog beroept op de openbaring, en het geloof laat afhangen van de openbaring Gods in zijn woord, is bijkans een roepende in de woestijn. De toekomst van de theolgie, en in gevolg van de kerk, zal afhangen van de vraag in hoeverre er nog aan de openbaring Gods zal worden vastgehouden, dwars tegen de stroom in. Het ontstellende is dat hetgeen men aantreft in de extreemgereformeerde sectoren, met het beroep op de bevinding, zo wonderlijk goed aansluit bij de moderne ervaringstheologie, en die in de kaart speelt! Het harde verweer tegen deze nieuwe ketterij met alle gevolgen ook voor de ethiek en de kerk, is daar althans niet te vinden. Men zou weer eens bij Calvijn en de andere hervormers ter schole moeten gaan, opdat de ogen zouden opengaan.

Zuiverheid

Er is geen sprake van dat wij het bestaan en het recht en de waarde van de christelijke ervaring (bevinding) zouden willen of durven ontkennen, maar het komt aan op haar zuiverheid! Zij moet zijn en blijven ervaring des geloofs! Alleen dan zal zij ook kunnen standhouden in de stormen van de tijd, in de menigvuldige aanvallen van den boze. Dit inzicht merk ik ook op bij Van Genderen, wanneer hij, met zoveel nadruk, in navolging van Calvijn, zegt: De leer hoort er ook bij! Calvijn, zegt hij, was de man van de doctrina, de leer, de gezonde leer. Het geloof is bij Calvijn kennis. Niet alleen kennis, ook vertrouwen, maar, zegt Van Genderen, in onze tijd moet weer eens extra onderstreept worden: óók kennis!

Is dat dan dan koude orthodoxie, dode rechtzinigheid? Wie dat durft te zeggen, heeft nog geen syllabe van de Reformatie begrepen. De 'leer' is bij de hervormers steeds de heilzame leer, zij is betrokken op ons heil. De kennis des geloofs is daarom, zegt Van Genderen, en ik wil dat graag onderstrepen, een geheel unieke kennis, niet een alleen maar intellectuele kennis, zij is een kennis van het hart, van de hele mens, de hele mens is erbij betrokken.

En dan zitten wij gelijk midden in de bevinding. Dat Woord dat God tot mij spreekt, wordt door de Geest door mij beaamd, geloofd en beleefd - dat is de bevinding. Zo spraken de hervormers er over. Dan staat tegelijk alle schematiek en systematiek van de bevinding, die de dood is voor de ware bevinding, buiten de deur. Dan is de bevinding niet beperkt, maar even rijk als het gehoorde en in geloof aangenomen Woord Gods. Dan weerspiegelt zich in haar de veelkleurige wijsheid Gods. Ik meen: déze bevinding zullen wij weer moeten leren! De Reformatie kan ons daarbij helpen. En wilt u kennis van die Reformatie, dan mag ik u misschien wel aanraden het boekje dat mij tot dit artikel inspireerde, eens te lezen. Wij hopen dat het Van Genderen nog lang gegeven worde uit de schat der Reformatie rijkdommen te delven, én ook door te geven.

N.a.v. dr. J. van Genderen, Geloofskennis en geloofsverwachting, Apeldoornse studies, no. 17 Kampen 1982, 67 blz. ƒ 12.90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Iets over geloof en bevinding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's