De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Op donderdag 29 april II. promoveerde aan de Rijks Universiteit te Utrecht drs. H. Vreekamp, predikant te Epe, op een proefschrift getiteld 'De vreze des Heren'. Promotor was prof, dr. J. M. Hasselaar. We willen hier dr. Vreekamp ook van harte gelukwensen met deze bekroning van de studie en spreken de wens uit dat hij ook verder een vruchtbare bijdrage in kerk en theologie zal mogen leveren voor de doordenking van wat ons vanuit de Schrift inzake de leer des heils is gegeven, in de rijke traditie van de Reformatie. We hopen dat één en ander mag bijdragen tot opbouw van de gemeente. Van de bij het proefschrift gevoegde stellingen noemen we de volgende:

- De vreze des Heeren is zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament het oorsprongswoord, waarin de onophefbare subjectiviteit Gods in de openbaring van zijn Naam wordt beleden.

- Vanwege de vreze des Heeren is elke mogelijke scheiding tussen dogmatiek en ethiek onaanvaardbaar.

- In de zinsnede in het klassiek-gereformeerde doopformulier: 'Dewijl dan nu de doop In de plaats van de besnijdenis is gekomen...' heeft de kerk niet willen uitdrukken dat zij in de plaats van Israël is gekomen, maar wil ze nog altijd belijden: 'Die für reformierte Begriffe einzig durchschlagende, stets wiederkehrende Begründung der Kindertaufe ist ihre Parallellslerung mit der Beschneldung.' (E. F. K. Muller, Symbollk Erlang en/Leipzig 1896, S. 509f.).

- Ingevolge de oproep de woorden van de profetie van het laatste bijbelboek niet te verzegelen (Op. 22, 10), stelle de kerk een bevrijdende, anti-fatalistische uitleg van het boek Openbaring tegenover het huidige zogenaamde 'doemdenken'.

- Het Theologische Seminarium der Nederlandse Hervormde Kerk levert een fundamentele bijdrage aan de ontmoeting der richtingen in de kerk.

- De noodzaak van het zich intensief verdiepen in de vragen naar de grenzen van het mensenleven In het gesprek rondom abortus provocatus en euthanasie dient onder andere geduld te worden als een uiting van verlegenheid om de inhoud van het mensenleven tussen deze beide grenzen zinvol te kunnen verwoorden.

- Het vak maatschappijleer aan scholen voor voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs fungere als schoolvoorbeeld van de wijze, waarop ethiek met dogmatiek verbonden dient te blijven.

- De kerk dient de Joodse humor ernstig te nemen.
 

Binnenkort zal het proefschrift in ons blad uitvoerig worden besproken. Nu nog enkele punten, die we optekenden bij de promotieplechtigheid.

- Luther zei dat de vreze des Heeren bestaat in 'het vluchten van God tot God'.

- Dr. Vreekamp stelde dat de vreze des Heeren de grond is van geloof, hoop en liefde en niet een dimensie ervan.

- Dr. Vreekamp stelde ook dat in Openbaring 1 : 16, 17 (Toen ik Hem zag viel ik als dood aan Zijn voeten') er sprake is van het voelen van de rechterhand op het moment (een ondeelbaar ogenblik) dat Johannes dreigde te bezwijken.

- En tenslotte nog deze uitspraak: 'Voor een godvrezende behoeft niemand te vrezen'.

Het proefschrift is verkrijgbaar bij dr. H. Vreekamp door storting van ƒ 35, - op postgiro 518392.

***

In de jaargids van de Hervormde Gemeente van Putten (1982/1983) staat de beroepsbrief, die proponent Joh. Smith na het overlijden van ds. Christiaan van Eisen, die van 1706 tot 1741 toen hij overleed de gemeente had gediend, in september 1741 ontving. Hier volgt de tekst:

'Eerwaarde godzaalige en Weigeleerde Heer Joh. Smith S. S. Th. candidatus Veelgeliefde broeder in Christo.

Alsoo door het overlyden onses lieven en getrouwen Herder Christianus van Eisen, de Kerkendienst alhier te Putten is komen te vaceeren, en derhalven hoognoodig is dat dezelvige by tyds wederom, men eenen, godzaaligen, zuiver, geleert, wel begaaft en onstraffelyk Predikant, in Z. Ew plaats, werde voorzien: Zo is het dat wy ondergeschreeven, op heeden in Den Naame Christi, by malkanderen gekoomen zyn, om volgens Kerkenorder, ten overstaan van twee naburige Predikanten, en na Aanroepinge van Des Heeren Heilige Naam, tot Nominatie Electie en Beroepinge, van zodanige Herder en Leraar als booven gemeld, te treden. Dewyle het nu also is, geliefde Broeder, dat de Collatie met onderlinge communicatie, goetvinden en Approbatie, van den Heere Ampstz Jonker, op U EW: gevallen is, zoo dat wy niet twyfelen of dit werk zij van den Heere, en hebben derhalve U. E. W. tot Herder en Leraar deezer Kerke willen verzoeken, en beroepen; gelyk wy dan ook mitsdeeze U. E. W. daartoe beroepen hebben, ten einde, opdat UEW niet alleen door des Heeren genaadigen Zeegen het werk des Heeren moogt staande houden, maar ook meer en meer bevorderen, tot Eere van Gods naam, stigtinge van de Gemeynte ende veeler menschen zaaligheit; zynde en blyvende de Gemeynte J. Christi een leevendig voorbeeld in gelove en alle Christelyke Deugden. Vertrouwende UEW zal ten dien einde in des Heeren vreeze deeze Goddelyke en Wettelyke beroepinge aanneemen, en dat vaardig en zonder eenig bezwaar, beloovende weeder en dat van weegens onze gemeynte alle respect en behoorlyke onderwerpinge UE zal betoonen. Waartoe wy ons verlaatende: wenschen UEW van den Vader der ligten dat hy UW met het ligt zynes H. Geestes, soo langs soomeer verligte, regeere en versterke ter glorie van Zyn H. Naam, en opbouwinge zyner diergekochte Gemeynte. Amen.

Actum in onze Kerk, elyke vergaderinge tot Putten den 28 September 1741.
Ter zeiden stond
Deeze beroepinge is door ons nomine Classis infer Velavia geapprobeert daartoe verzorgt zynde Alexander a Medenbach Eccles, Ermello; Remko a Grafstede Eccles. te Voorthuyzen. Was geteekent

Beert Eeversen als Ouderling; G. G. Bentink als Ouderling; L Staal als Diaken; Peter Goosens als Diaken.'

***

'Fors ledenverlies voor gereformeerde kerken'. Deze kop stond boven een artikeltje in Trouw waarvan we - zonder commentaar - het volgende doorgeven:

'De gereformeerde kerken hebben in 1981 vijfduizend leden verloren. Een zo groot verlies is nog niet eerder voorgekomen.

Blijkehs het vandaag verschijnend Jaarboek 1982 van de gereformeerde kerken bedroeg het zielental op 1 januari van dit jaar 861.526. Het jaar daarvoor was dat 866.506.

In 1980 was het verlies nog maar 2600. Sinds 1973 beweegt het aantal gereformeerden zich in dalende lijn. Een bepaalde oorzaak, waarom de achteruitgang in 1981 zoveel groter is dan voorgaande jaren is nog niet aan te geven, omdat de gespecificeerde ledenstatistiek pas in september klaar komt.

Het is mogelijk, dat de spanningen rond het IKV of de tegenstellingen ten aanzien van het evangelisatiewerk hier doorwerken. De oorzaak kan ook liggen in de economische situatie, die de plaatselijke kerken noodzaakt tot bezuinigen. Omdat de verplichte afdracht voor landelijk kerkewerk naar het zielental gaat, zijn kerkeraden meer dan vroeger geneigd hun kaartenbakken te ontdoen van papieren leden.

De daling doet zich in de meeste gemeenten voor, maar vooral in de grote steden. Zij is het sterkst in Zuid-Holland (-2400), Noord-Holland (-2100), verder in Groningen (-500) en Utrecht (-450). Een bescheiden vooruitgang was er nog in Gelderland (dankzij Oostelijk Flevoland), Drenthe en Overijssel. De hervormde kerk verloor volgens haar laatste statistiek in 1980 25000 leden.'

***

Het antisemitisme is onuitroeibaar naar het schijnt, zelfs in die landen waar nog nauwelijks Joden (over) zijn. We laten hier enkele stukken volgen uit het contactblad 'Israël Comité Nederland' over Polen en het antisemitisme, met de veelzeggende toevoeging 'Jodenhaat zonder Joden'.

'Zomer 1946 bedroeg de joodse bevolking van Polen bijna 250.000 zielen. Hoewel de communisten onder hen ervoor pleitten het joodse leven in Polen weer op te bouwen, voelden de meeste Joden daar niet voor. Voor hen woog zwaar dat de nazi's vele collaborateurs onder de bevolking hadden gevonden en niet voor niets de belangrijkste vernietigingskampen op Poolse bodem hadden geplaatst. Tienduizenden vertrokken dan ook in de hoop uiteindelijk naar Palestina te kunnen gaan. Deze uittocht kreeg een georganiseerd karakter nadat in Kieice een pogrom had plaats gevonden. Kieice, een provinciehoofdstad in zuidoost Polen, was dankzij de nazi's in augustus 1944 volkomen "verlost" van zijn joodse bewoners. Toen ongeveer 200 Joden na de oorlog in Kieice kwamen wonen, mondde een campagne tegen hen op 4 juli 1946 uit in een gewapende pogrom. Hierbij werden 42 Joden gedood en velen gewond.

Al eerder, op 11 augustus 1945, had in Krakau een pogrom plaats gevonden. De moorden en aanvallen op Joden verspreidden zich over het gehele land. Alleen al in 1945 werden 353 Joden vermoord. Hoewel de regering, intellectuelen en vele groepen arbeiders hier openlijk tegen protesteerden, vond de uittocht voortgang en waren er eind 1947 nog slechts 100.000 Joden in Polen.

Onder het Stalinisme werd de situatie van de Joden slechter, zowel politiek als cultureel. De zionistische en joodse organisaties werden ontbonden, joodse studie werd vrijwel onmogelijk. Toen in 1956 Gomulka aan het bewind kwam, ontstond er welis waar een grotere vrijheid voor de Joden, maar wederom vonden er antisemitische incidenten plaats. In 1958-1959 verlieten nog eens tienduizenden Joden het land. De joodse gemeenschap in Polen telde nu nog 30.000 mensen.

De Zesdaagse Oorlog van 1967 en de studentenoniusten van maart 1968 werden door de Poolse regering aangegrepen als gelegenheid om het populaire antisemitisme weer als afleidingsmanoeuvre te gebruiken. Toen een deel van de Partij, de zogenaamde Partisanen Groep onder leiding van minister van buitenlandse zaken Moczar, een antisemitische campagne begon om te trachten Gomulka af te zetten, ging Gomulka over tot een uitgesproken anti-joodse politiek. In 1968 werden Joden ontslagen uit alle overheidsfunkties, het leger, de veiligheidsdiensten en de partij. Alle georganiseerde vormen van joods leven werden onmogelijk gemaakt. Dit ging gepaard met een grote antisemitische campagne via pers, radio en televisie. Als reaktie besloten de meesten van de kleine groep overgebleven Joden tot emigratie.

Opmerkelijk is dat de huidige premier Jaruzelskiten tijde van deze heksenjacht minister van defensie was.

Toen Gierekin 1970 Gomulka verving, distantieerde hij zich op generlei wijze van de antisemitische campagne van 1968. Dat was ook nauwelijks mogelijk geweest, aangezien hij er aktief aan had deelgenomen. Wel kwam de officiële antisemitische propaganda in rustiger vaarwater, met een nieuwe opleving in 1975 en 1976, toen de regering na arbeidsrellen ten gevolge van hogere voedselprijzen weer haar toevlucht nam tot antisemitisme. De paar overgebleven Joden werden weer als zondebok gebruikt (...)

Hoewel generaal Jaruzelski eerder tijdens zijn premierschap de aktiviteiten van verschillende antisemitische groepen in Polen had aangemoedigd, gaf hij nu bevel anti-joodse radio-en televisie-uitzendingen te staken. Dit echter niet alvorens het kerstnummer van een officieel gecensureerde krant van de Poolse communistische partij, de Stem van Szczecin, de schuld van de troebelen in Polen bij de Joden had gelegd. Volgens deze krant hadden de Joden sinds 1947 moeilijkheden voor Polen veroorzaakt en hadden ze pas geleden getracht via dissidenten de macht te grijpen.

Alhoewel volgens solidariteitsleden die nu buiten Polen verblijven, kranten als 'Soldaten van de Vrijheid' en 'Tribune Ludu' geen antisemitische artikelen meer bevatten, is het antisemitisme niet verdwenen. De Anti Defamation League in Parijs bericht dat aan studenten en scholieren tijdens ondervragingen verteld zou zijn dat Solidariteit geheel in joodse handen is. Posters van Grunwald hingen in de straten van Warschau. Op een ervan was een karikatuur van een Jood afgebeeld, die zegt: "Ik ben één van de zes miljoen Joden die in Auschwitz gedood zijn en die nu in New York woont". (...)

Daarom zijn Joden nu bij uitstek geschikt om alle schuld te krijgen van Polens problemen. Polen houdt hiermee een oude traditie in ere.

Voor de uitgedunde joodse bevolking, is dit wel bijzonder wrang. De 5000 Joden waar het hier om gaat zijn bovendien te oud en te geslagen om nog te emigreren.

Het verdient daarom aanbeveling de hulpakties voor Polen in nood gepaard te doen gaan met een duidelijke stellingname tegen het weer oplevend antisemitisme.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's