Financieel jaarverslag 1981 van de Gereformeerde Bond
De rekening van Baten en Lasten, zoals die hiernaast is afgedrukt, is op de gebruikelijke wijze opgebouwd uit een aantal hoofdonderdelen. Deze zijn aangegeven met de romeinse cijfers I t/m VI.
Deelrekening I, Baten en Lasten van de vereniging is een weergave van alle ontvangsten en bestedingen die onmiddellijk voortvloeien uit de primaire activiteiten van de Geref. Bond. Deze rekening sluit over 1981 met een nadelig saldo van ƒ 60.858. Dit betekent dat de Geref. Bond voor de bekostiging van zijn werkzaamheden gericht op de opleiding van predikanten, de toerusting van ambtsdragers, voorlichting aan de gemeenten etc. een bedrag van ƒ 60.858 meer heeft uitgegeven dan ontvangen. Dat het eindresultaat van de totaalrekening niettemin een voordelig saldo te zien geeft wordt, evenals vorig jaar, veroorzaakt door de uitkomst van de deelrekeningen II en III, resp. de Exploitatie van publikaties en de Interest op beleggingen. Naast de opbrengsten van de publikaties zijn dus vooral de rentebaten van de reserves onmisbaar voor de Geref. Bond.
Na deze opmerkingen vooraf thans enige nadere toelichting op de cijfers afzonderlijk in vergelijking met vorig jaar.
Uit deelrekening I blijkt dat het niveau van de totale ontvangsten ongeveer ƒ 11.000 hoger ligt dan in 1980. Rekening houdend met de ƒ 19.000 hogere subsidie van de GFR, is er in de totaalopbrengst van giften en collecten een lichte daling te constateren, waarbij de bedragen voor de diverse doeleinden onderling enige verschuivingen vertonen.
Het Fonds Stichting Predikantsplaatsen behoort, zoals bekend, niet tot de exploitatie van de Geref. Bond. Het bedrag a ƒ 17.227, dat onder de baten is getoond, is daarom ook weer onder de lasten opgenomen. Het resultaat van de vereniging wordt er derhalve niet door beïnvloed, terwijl wel zichtbaar wordt gemaakt wat de opbrengsten zijn voor dit doel. Onder de Lasten van deelrekening I zien we dat de uitgaven in 1981 ongeveer ƒ 10.000 minder hebben bedragen dan in 1980. Vooral bij het Studiefonds is er voor het eerst na vele jaren een daling van de uitgaven te zien. Dit wordt vooral veroorzaakt door de dalende tendens in het aantal studenten. De uitgaven voor donaties dragen een enigszins incidenteel karakter en vertonen daardoor nogal schommelingen. Met betrekking tot het secretariaat zijn er naast de gebruikelijke kosten verhogende elementen extra uitgaven gedaan voor verbetering van de bureau-inventaris en de ordening en opbouw van het archief.
Tenslotte, de kosten van conferenties en vergaderingen. De forse stijging ten opzichte van 1980 is bijna geheel toe te schrijven aan de speciale regelingen die getroffen zijn in verband met het 75-jarig bestaan van de Geref. Bond.
Uit deelrekening II, Exploitatie publikaties blijkt dat het voordelig saldo op de Waarheidsvriend ruim boven de begroting is gebleven. Zoals bij vorige gelegenheden reeds is opgemerkt wordt ernaar gestreefd de daling van het winstcijfer verder te doen doorzetten, zodat een rekening wordt bereikt met slechts een bescheiden voordelig saldo. Theologia Reformata geeft weer een stijging van het tekort te zien naar het niveau van vroeger jaren. Door een verhoging van het abonnementsgeld hopen we deze ontwikkeling terug te kunnen buigen.
Opvallend is het tekort op Boeken en Publikaties. Als belangrijkste verklaring hiervoor geldt de afschrijving op onverkochte Voorraden en de introductie van het boekje 'Met Vreugde' door gratis verstrekking van een exemplaar aan de kerkeraden. Door dit alles onderscheidt zich het resultaat van ƒ 17.617 op de exploitatie van publikaties nogal opvallend van de uitkomst van vorig jaar. In omgekeerde zin geldt dit voor de Interest op beleggingen, deelrekening III. Door de hoge rentepercentages, tot bijna 14%, op een aantal termijndeposito's kon hier een bijzonder gunstig resultaat worden verkregen.
Zodoende was het ons mogelijk, om na een reservering van ƒ 75.000 voor het verwerven van huisvesting voor ons secretariaat, het jaar met een voordelig saldo van ƒ 37.222 af te sluiten.
Wat de voorziening kantoorruimte betreft kan nog worden opgemerkt dat wij momenteel ver gevorderd zijn in de voorbiereidingen om het secretariaat van de privéruimte van de algemeen secretaris over te brengen naar een extern bureau waarbij dan tegelijkertijd zal worden overgegaan tot de aanstelling van een part-time secretaresse. Hoewel het niet in de bedoeling ligt onmiddellijk tot aankoop van kantoorruimte over te gaan en daarvoor de reserves aan te spreken, zal door huur en door de voorziening in assistentie uiteraard wel de exploitatierekening extra worden belast.
We zijn dan ook zeer erkentelijk voor het feit dat onze financiële positie deze noodzakelijke maatregelen toe laat en dat wij in 1981 de continuïteit in de financiële steun weer hebben mogen ervaren die ons ook in de afgelopen jaren in staat stelde onze werkzaamheden te verrichten.
Mij rest tenslotte nog uw aandacht te vestigen op het bedrag van ƒ 134.653 dat wij voor Sri Lanka hebben binnengekregen. De fondsvorming die voor de Wolvendaalse kerk in dit land vorig jaar naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van de Geref. Bond is gestart heeft een zeer gunstig verloop gehad. We achten deze actie thans nagenoeg gesloten en hebben inmiddels contacten gelegd om tot overdracht van het geld te komen.
Wanneer wij bedenken dat dit bedrag binnen een jaar is bijeengebracht terwijl daarnaast de inkomsten van de Geref. Bond op nagenoeg hetzelfde niveau van vorig jaar zijn gebleven, hebben we alle aanleiding om onze dank voor dit alles nog eens extra te onderstrepen.
L. v.d. Waal
Verslag
van de Commissie tot nazien van de Jaarrekening 1981 uitgebracht op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond te Nijkerk op 6 mei 1982.
Samenstelling: mr. G. Holdijk, Billitonlaan 31, Apeldoorn (1980 - 1982); J. van Asselt, Griftdijk 1, Woudenberg (1981 - 1983).
M.d.V.,
0. Een goed financieel beheer is een vereiste voor het goed functioneren van elke vereniging, groot of klein. De penningmeester is speciaal belast met dit beheer. Bij het voeren van dit beheer moet deze in ieder geval tot leidraad nemen dat het gelden zijn van anderen, die bijeengebracht zijn voor een bepaald doel, welke hij beheert én dat hij een taak uitvoert die tot de plichten en verantwoordelijkheden van het gehele bestuur behoort. In dit licht zal een goede penningmeester het alleen maar toejuichen wanneer er feen effectieve controle bestaat op zijn beheer.
1. Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 48) bevat een aantal bepalingen van dwingendrechtelijke aard terzake van de financiële verslaglegging en de controle daarop. Op grond van die bepalingen en de eigen statuten heeft deze vergadering een commissie ingesteld van twee leden, die niet tot het bestuur behoren, en welke ingevolge de wet tot opdracht heeft de rekening en verantwoording van het bestuur te onderzoeken en aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit te brengen.
De commissie verricht dit onderzoek namens en feitelijk ook in plaats van de leden, al heeft ieder lid uiteraard recht op inzage van de jaarcijfers.
2. Artikel 48 zegt ook dat die commissie zich kan doen bijstaan door een deskundige als het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vraagt. Dat heeft de commissie, in strikte zin genomen, niet gedaan.
Zoals bekend doet het bestuur de jaarrekening sinds een aantal jaren opstellen door een erkend register-accountant. Het op 29 maart jl. opgestelde rapport is de commissie tijdig ter hand gesteld en deze heeft er kennis van genomen.
Een 'echte' accountantscontrole, zoals die bij een bedrijf wordt uitgeoefend, is niet mogelijk. De accountant verklaart, op grond van zijn bevindingen, dat de administratie op ordelijke wijze is gevoerd en dat de jaarrekening hem geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Vanzelfsprekend heeft de commissie het werk van de accountant niet nog eens een keer overgedaan. Die taak zou de mogelijkheden van de commissie ook verre te boven gaan. De commissie kan zich zonder reserves aansluiten bij de verklaring van de accountant.
Wél heeft de commissie, na kennisneming van de jaarrekening, op 4 mei jl. een gesprek gehad met de penningmeester. Bij die gelegenheid zijn een vrij aanzienlijk aantal informatieve vragen gesteld, die de achtergrond van de cijfers en dus eigenlijk het totale bestuursbeleid raken. De commissie heeft op alle vragen een bevredigend antwoord ontvangen. Ook is zijnerzijds door de penningmeester het beleid, voor zover dat financiële gevolgen heeft, toegelicht. Ook deze toelichting geeft de commissie geen aanleiding tot het maken van kritische of mogelijk zelfs afkeurende opmerkingen.
3. Gebleken is dat de penningmeester zich voor het financiële beleid doet bijstaan door een bestuurscommissie, die het primaire draagvlak voor dat beleid vormt; een uiterst nuttige en efficiënte werkwijze, zo Ieert de ervaring. Het is vanwege deze werkwijze, dat er naar het inzicht van de commissie geen behoefte bestaat aan een meer permanent en uitgebreider adviesorgaan, een suggestie welke door voorgaande commissies wel eens gelanceerd is.
4. De commissie meent zich tot tolk van de leden te mogen maken wanneer zij verklaart dat dank voor de toch veelomvattende, belangeloos maar met veel zorg verrichte arbeid van de penningmeester geenszins misplaatst is.
5. De rekening en verantwoording wordt door het bestuur aan de algemene vergadering gedaan. De algemene vergadering keurt deze al dan niet goed. Verder strekt haar bevoegdheid niet, tenzij de statuten het recht tot vaststelling van de rekening en verantwoording toekennen. De commissie komt tot de conclusie dat zij de vergadering moet adviseren de rekening en verantwoording zonder voorbehoud goed te keuren. Deze goedkeuring houdt in dat het bestuur, inclusief de penningmeester, voor al het daaruit blijkende is gedechargeerd!
6 mei 1982
G. Holdijk
J. van Asselt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's