De werfkracht van de gemeente
Wij zijn bijeen in deze 76e jaarvergadering van de Gereformeerde Bond daags na de 5e mei, de dag waarop wij herdenken dat na vijf donkere en bange jaren ons volk werd bevrijd van een gruwelijke, ja demonische dictatuur. Door de inzet van de Geallieerden en het offer van het leven door miljoenen gebracht kwam Gode zij dank een eind aan de boze heerschappij van leugen en geweld, Nacht und Nebel.
Alom was de blijdschap, vol ontroering klonken liederen van vreugde en de kerken stroomden vol om de Heere God te danken. De strik was gebroken, wij waren vrij.
Het was alsof een boze geest die ons had geterroriseerd was uitgebannen.
Maar bleef ons volk bij deze dankbaarheid? Betaalde het de geloften in de bitterste jaren sinds eeuwen gedaan? Kwam het gelouterd uit de beproeving ons opgelegd?
Leegstaand huis
Ik meen deze vragen ontkennend te moeten beantwoorden en moet denken aan het leegstaande, opgeruimde en versierde huis uit Jezus' gelijkenis. De boze geest keerde, na eerst daaruit verdreven te zijn, weer terug met zeven anderen, nog bozer dan hijzelf. Toen werd het met die mens na diens aanvankelijke bevrijding nog erger dan in het eerst.
Speelt soms een soortgelijk proces zich af in Nederland? De tirannie van het goddeloze nationaal-socialisme werd verdreven. Evenwel dringen andere - ismen meer en meer ons volk binnen en zij vergiftigen de ziel en de geest van ouderen en jongeren. Ik denk aan het materialisme, nihilisme, marxisme, feminisme. De secularisatie grijpt steeds verder om zich heen. Het bederf vindt niet alleen plaats buiten de kerkmuren, ook binnen de kerken en vanuit de kerken worden de vastigheden van de kerken zélf en van onze rechtstaat ondermijnd. Een schoolvoorbeeld daarvan is de door alle synoden van de participerende kerken gesauveerde IKON, met zijn ongelofelijke hypocrisie, eigen aan de ideologie waaruit deze leeft.
Het zou thans te ver voeren op dit alles nader in te gaan. Met een enkele pennestreek wil ik slechts schetsen hoe geesten van bederf en verloedering huishouden in kerk en staat, cultuur en onderwijs, pers en publiciteit, defensie en justitie. Hoe ver kan zulk een ondermijningsproces gaan, eer het ondergraven gebouw ineenstort? Niemand kan dat zeggen, maar er is wel een eind aan zulk een proces, op welke wijze ook.
De kerken
Terwijl dit proces van ondermijning en ontbinding volop aan de gang is kwijnen - hoe kan het anders? - de kerken. Een meerderheid van ons volk hoort in feite bij geen kerk meer. De invloed van de kerken op ons volksleven is uitermate gering, althans de invloed ten goede. Grote delen van de drie grootste kerkgemeenschappen zijn volkomen in de ban van de moderne tijdgeest (onze Vaderlandse Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Rooms Katholieke Kerk), die de Bijbel als openbaring en gezag hebbend Woord van God loochent. En wat 'de gereformeerde gezindte' aangaat: zij is machteloos door haar verdeeldheid en voortdurend gekrakeel.
'Onze gemeenten'
'Maar onze hervormd-gereformeerde gemeenten dan? ', zo hoor ik u vragen, 'daar is toch nog veel goeds te vinden? '.
Niet graag zou ik dat ontkennen, maar toch wil ik u niet te zeer geruststellen. Het kon wel eens heilzaam zijn een beetje ongerust te zijn, zij het misschien op een andere wijze dan u het bent. Zeker is daar groei. Groei in ledental en predikantsplaatsen. De getalsverhoudingen in onze kerk liggen, anders dan een kwart eeuw geleden. Anders en gunstiger. Maar dat is niet louter winst! Deze gunstiger getalsverhouding is voor een groot deel het gevolg van het afbrokkelen vart 'het midden' van onze kerk. En dat kan moeilijk tot blijdschap stemmen.
Er zou veel goeds te zeggen zijn van het gemeentelijk leven op vele plaatsen en van de arbeid van de diverse hervormd-gereformeerde organisaties. Hoe zouden vele gemeenten en gemeenteleden wellicht niet 'weggezakt' zijn in de grauwheid en substantie-loosheid van 'het midden' als deze 'noodverbanden' hadden ontbroken!
Verbreiding
Doch het gaat er mij nu om iets te zeggen over één aspect van onze roeping krachtens ons statuut en onze naam. Wij heten immers: Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de waarheid in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk. Ons kan moeilijk verweten worden, dat onze houding niet voortdurend verdedigend is. Wanneer onophoudelijk de waarheid wordt aangerand (en dat gebeurt) dienen wij het voor de waarheid en het recht, dat de waarheid op de kerk en in de kerk heeft, op te nemen, in weerwil van de domme uitspraak, die altijd weer gehoord wordt, dat de waarheid niet verdedigd behoeft te worden omdat zij zich zelf wel verdedigt.
Maar, hoe staat het onder ons met haar verbreiding? En dat dan vooral toegespitst op dte vraag hoe het staat met de werfkracht van de gemeente, bij welke vraag ik de empirische hervormde gemeente van gereformeerde signatuur voor ogen heb.
Wat is de werfkracht van de gemeente?
Weet zij kerkleden, die door verhuizing tot haar zijn gaan behoren, ook op te vangen en in haar midden op te nemen? Weet zij de jongeren te bewaren? Worden buitenkerkelijken en niet-christenen door haar aangetrokken?
Wij zullen het er over eens zijn, dat een gemeente meer is dan een willekeurige verzameling van een aantal godsdienstige mensen. Wat is dat 'meer' dan? In de Heilige Schrift staan vele karakteristieken, zoals 'gemeente van God', 'lichaam van Christus', 'een heilige tempel', 'woonstede van God'. Komen deze en dergelijke benamingen onder ons tot hun recht? Het schijnt voor te komen, dat een predikant al veroordeeld is, wanneer hij de gemeente als gemeente van de Heere Christus aanspreekt. Zo slecht wordt het dan verstaan wat zij krachtens haar roeping is.
Evangelisatorisch jaar
Dit jaar is uitgeroepen als het evangelisatorisch jaar. Omdat zo velen in ons volk totaal vervreemd zijn van de Heere, van zijn Woord en van Zijn dienst willen vele christenen zich krachtig inspannen om anderen rhet het Evangelie te bereiken.
Wanneer dit op verantwoorde wijze geschiedt, kunnen wij ons daarin alleen maar hartelijk verblijden. En dat niet alleen. Maar ook ons daadwerkelijk daarvoor inzetten. En toch heb ik daarbij mijn vraag: is onze tijd niet zó god-loos, dat zulke campagnes nauwelijks meer aanslaan, omdat het gros van de mensen niet meer aanspreekbaar is voor het Evangelie? Ik kan mij vergissen. Ik hoop dat ik mij vergis. Maar ik vrees op dit punt wel. In elk geval ben ik van mening, dat het accent voor de evangelisatie meer en meer komt te liggen op het getuigenis in woord en daad van de gemeenteleden. Ook zonder bijzondere acties zal van de gemeente als zodanig werfkracht moeten uitgaan. En dat zal alleen het geval zijn wanneer iets bespeurd wordt door hen die buiten zijn van een geheim dat binnen haar woont en waarvan de gemeente zelf leeft. Het geheim, beter het geheimenis van de liefde en genade van God in Christus.
De situatie van de christenen in Nederland en West-Europa gaat steeds meer gelijken op die van de christenen gedurende de eerste eeuwen in het vervallende en ondergaande romeinse rijk. Er zijn verschillende - maar ook treffende overeenkomsten. Hoe kon toen de christelijke gemeente, welker leden werden gediscrimineerd, gemarteld, gedood toch zó aantrekkelijk zijn, dat zij tegen de verdrukking in groeide? Niet door een dode rechtzinnigheid, maar door haar hechte gemeenschap, haar werken van liefde en barmhartigheid, die ontsproten aan een levert met de Heere. Daardoor werden zo velen gewonnen.
Werfkracht
In het begin schetste ik iets van de macht van boze geesten en kwalijke - ismen die binnen ons volk woelen en worstelen om de heerschappij. Dat is het klimaat waarin wij leven. Een latente haat tegen God en de christenen wordt reeds gevonden. De christelijke gemeente, die trouw blijft vasthouden aan de waarheid van God kon het wel eens moeilijk krijgen. Zal zij desondanks werfkracht hebben? Dat zal niet het geval zijn, wanneer zij geen woonstede van God is, omdat de Geest zich bedroefd terugtrok vanwege haar kleinzieligheid en kleingeestelijkheid, haar onderlinge ruzies en gekibbel, haar verstarring en dorheid. Werven zal zij alleen als de Heilige Geest merkbaar binnen haar woont, en werkzaam is. Wanneer zij vasthoudt aan het Woord en de beloften van God, leeft in het gebed, leeft als een gemeenschap, daden verricht van barmhartigheid en liefde, zal dat niet onopgemerkt blijven. Nu kunnen wij niet over de Heilige Geest beschikken, maar wij hebben wel zeer naar Hem en naar Zijn werk te verlangen. Want van een christen-zijn op zondag alléén gaat niets uit. En wanneer dat gepaard gaat met allerlei negatieve kritiek op voorgangers en andere leden van de gemeente gaat er alleen veel kwaads van uit. Praten over elkaar, het veroordelen van elkaar, liefdeloos zijn voor elkaar, liefdeloos zijn voor elkaar zijn afstotende zaken.
Laten wij bezorgd zijn voor dit afstoten van anderen door een onbezielde kille rechtzinnigheid, het niet-opnemen en opvangen van hen die zich tot de gemeente wenden en iets van haar verwachten. Laten wij staan, naar een gemeentelijk leven waarin de waarheid van God wordt beleden én beleefd, bevindelijk beleefd en in de praktijk gebracht van het leven van elke dag. Want zou het niet Gods bedoeling zijn, dat elk die door het Evangelie werd gegrepen en van het Evangelie ging leven een evangelist is? Zo alleen zal een gemeente werfkracht hebben.
Openingswoord op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op donderdag 6 mei 1982 te Nijkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's