Globaal bekeken
Op donderdag 22 april promoveerde te Utrecht bij prof. dr. V. Brümmer ds. L. J. van den Brom (Blokzijl), die - zoals hij zelf in het Voorwoord schrijft - door wijlen professor A. A. van Ruler 'werd verleid de faculteit der Wis-en Natuurkunde in te ruilen voor de faculteit der godgeleerdheid'.
Het proefschrift, waarmee we de promovendus feliciteren, is opgedragen aan de vader van de promovendus, Lubbert van de Brom (1903-1975), die in Utrecht in Hervormd Gereformeerde kring een bekende plaats had.
De titel van het proefschrift - waarop we nader terugkomen - is 'God Alomtegenwoordig'. Hier volgen enkele stellingen bij het proefschrift:
- Een doopbewijs benutten willen als teken van niet-jood zijn, is een categoriale blunder.
- Het is apostolair een tekortkoming dat de Kerk de dienaren des Woords wel roept tot beoefening van de theologische wetenschap, maar hen niet tot wetenschappelijk onderzoek stimuleert en begeleidt. Zie de Kerkorde der Nederlandse Hervormde Kerk Ordinantie 7 artikel 19.
- Bij gelijke capaciteiten bij een sollicitatieprocedure dient niet het geslacht, maar het lot te beslissen.
***
In het blad Daniël, jeugdblad van de Gereformeerde Gemeenten, stond een vraaggesprek met ds. R. Boogaard, predikant van de Gereformeerde Gemeenten te Leiden. Terzake van bevindelijke prediking en bevinding volgen hier enkele vragen en antwoorden.
In het boek 'Geijkte woorden' gaat ds. C. den. Boer in op een zogenaamde bevindelijke prediking die ten koste gaat van het Woord. We citeren: 'Dan is de preek weinig meer dan een uiteenzetting van bevindelijke waarheden... En onwillekeurig doet de Bijbel In zo'n predlking slechts mee als 'kapstok'. De bevinding als een tweede bron naast de Schrift neemt dan weldra de plaats in van de Christus der bevinding...' Komt dit inderdaad voor?
Alweer een citaat. Daar moeten we wel voorzichtig mee zijn. Ik heb in 't kerkelijk leven al zoveel ellende gezien van citatenstrijd en dubbelzinnige uitdrukkingen, dat ik er een gloeiende hekel aan heb. Ds. Den Boer zal wel bedoelen dat de tekstverklaring tekortschiet. Zelf heb ik dat in mijn jonge jaren ook wel eens gehoord. Ik herinner me een preek ovee Jesaja 38 : 17 (over de geschiedenis van Hizkia's genezing). Toen ik kort daarna deze spreker op een andere plaats hoorde, was de tekst Gen. 32 : 30 (over de geschiedenis van Jacob in Pniël).
Tot mijn verbazing kreeg ik toen dezelfde preek te horen, tenminste voor zover je hier nog van een preek kunt spreken. Een ander voorbeeld dat ik me herinner. Een dominee preekte over de slotwoorden van Gen. 29 : 35 ('En zij hield op van baren'). Ik dacht: wat een wonderlijke tekst. Verklaard werd dat Lea van de Heere een nieuwe weldaad ontvangen had. Niet alleen in de geboorte van Juda, maar een genadedaad toegepast aan haar ziel. Anderen van Gods volk kwamen bij Lea op bezoek om te horen hoe dat was toegegaan. Ja, dan vraag je je af: wordt van de tekst niet vlug een kapstok gemaakt. Ik denk dat ds. Den Boer ook wel eens zoiets gehoord heeft. Ik heb dit echter wel als uitzonderingen ervaren. Als de bevinding een tweede bron wordt naast de Schrift gaat het natuurlijk fout. De bevinding moet uit de tekst opkomen. Maar dat in de prediking de bevinding de plaats inneemt van de Christus der bevinding, is een uitdrukking waar ik wat moeite mee heb. Want de ware bevinding vloeit ten diepste uit de Christus der Schriften voort. Die kun je dus nooit losmaken van Christus. Wel kan dan soms de uitlegging van de tekst in het gedrang komen. Je kunt natuurlijk zo over Christus gaan spreken, dat je je tekst loslaat. Als echter Christus maar centraal blijft staan.
Sommige mensen vinden een preek alleen 'echt' als ze er hun eigen geestelijke ervaringen in horen noemen. Is dat niet gevaarlijk?
Gods kinderen komen om onderwijs, niet alleen om te horen wat ze beleefd hebben. De door God geroepen dienstknechten hebben de opdracht om te spreken naar het hart van Jeruzalem en Gods kinderen luisteren of ze in de preek hun naam horen noemen. Of hun hart verklaard wordt. 't Is tot bemoediging in de prediking te horen dat hetgeen beleefd werd in de Schrift verklaard ligt als de weg die de Heere met Zijn volk houdt. Maar even nodig is op dezelfde wijze te horen wat gemist wordt. Want het gemis is dikwijls groter dan het bezit.
Kun je stellen dat een zogenaamde bevindelijke prediking heel voorwerpelijk kan zijn, omdat er slechts sprake is van een spreken over bevinding en niet een spreken uit de bevinding?
Op zich kan natuurlijk over alles voorwerpelijk gesproken worden, dus ook over de bevinding. Om uit de bevinding te kunnen spreken, zal men er iets van moeten kennen. Maar, ik heb het al eerder gezegd, de bevinding moet niet uit de prediker, maar uit de tekst opkomen.
Calvijn merkt ergens op, dat men in de prediking bovenal de levende Christus tegen moet komen. Is er bij een bevindelijke prediking niet het gevaar dat niet Christus, maar de (bekeerde) mens centraal komt te staan?
Dat gevaar is niet denkbeeldig, maar ik zie dat gevaar niet in een waarlijk schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Want daarin staat altijd Christus centraal. Ze is theologisch-christocentrisch. En het werk van de Heilige Geest komt bijzonder in het bevindelijke deel aan de orde. Toch moeten we ook voorzichtig zijn met deze uitdrukking. Op dit gevaar wordt het meest gewezen door hen die van een schriftuurlijk-bevindelijke prediking niet veel moeten hebben. In de Schrift zien we dat Christus Zich vergelijkt met een bruidegom en Zijn Gemeente met een bruid. Zag je ooit op de groepsfoto van een bruiloft de bruidegom alleen staan? Toch altijd samen met de bruid! Dat vinden wij ook in Gods Woord. Een bijzonder mooie 'groepsfoto' vind je in Petr. 1:12. Petrus plaatst daar Christus en de gelovige centraal, daaromheen de dienaren en aan de rand de engelen. Vergeet niet dat de tot God bekeerden bij God ook centraal staan. Zij zijn de kern van het menselijk geslacht en zullen straks de nieuwe mensheid vormen.
Is het mogelijk om schriftuurlijk-bevindelijk te prediken, zonder (al te veel) gebruik te maken van 'termen'? Met andere woorden kan zo'n prediking in hedendaags nederlands plaatsvinden, zodat ze ook jongeren aanspreekt?
Ja, iedereen kent op z'n eigen terrein toch vaktermen. Zelfs voetballers kunnen niet zonder. Termen zul je dus nodig hebben. Wel houd ik me zoveel mogelijk aan het hedendaagse woordgebruik. En of ze jongeren aanspreekt? Waar gaat het in de prediking om? Toch om de vruchten, dat zondaren tot God bekeerd worden. Laten we niet denken dat wij dat met zogenaamde aktuele prediking kunnen bereiken. Dat is het werk van de Heilige Geest. Mijn persoonlijke ervaring is een andere, namelijk dat het alleen het werk van de Heilige Geest is. Het rnoest veel meer ons gebed zijn of de Heilige Geest in de prediking wil meekomen. Schriftuurlijkbevindelijke prediking spreekt jongeren niet minder aan dan ouderen. Zeker niet, als ze er ook persoonlijk bij betrokken worden. En dat mag zeker niet gemist worden.
***
We zijn van de IKON heel wat gewend. Als neutrale (wat is neutraal? ) dagbladen in IKON echter niets kerkelijks, eerder het tegendeel, opmerken, dan is er wél iets aan de hand. De Telegraaf gaf hiervan een voorbeeld onder de titel 'De Jeugd van de IKON'; dus niet over een politiek onderwerp, waarover de Telegraaf wel eigen vooringenomenheid zal hebben. Men leze wat Leo Derksen te berde brengt. Na gewezen te hebben op de brief van de classis Zwolle aan de synode over het IKON-beleid zegt hij:
'Wie meent, dat stichtelijke woorden gericht tot de jeugd nooit weg zijn, komt bij de IKON vreemd op de koffie. In de jeugdseries, die deze omroep (2, 5 uur zendtijd per week) hardnekkig over ons uitstort, valt van enige vroomheid in ieder geval niets te bespeuren. Integendeel. Volgens de IKON is de jeugd een op hol geslagen bende en de hele maatschappij eigenlijk één mestvaalt. Neem 'De jongens Veerman', een van de laatste IKON jeugdseries. Geen spoor van goedertierenheid. Een moeder die gescheiden is van de stiefvader, een maatschappelijk werker als gezinsvoogd, kortom: ze draaien bij de IKON de kraan open en de ellende spuit eruit. En als je nu maar lang genoeg naar dat soort series kijkt, zoals 'Allemaal tuig', 'De zesde klas' en 'Weekend', dan ga je vrezen dat de hele jeugd zich zó gedraagt en hetzelfde taalgebruik bezigt. En nooit komt er eens een dominee het beeld binnenwandelen om al die jongens en meisjes berispend toe te spreken. Desondanks is de direkteur van de IKON een dominee, Wim Koole genaamd. (...)
'Ja', zei hij onlangs in het KRO-blad Studio, 'die K. (van IKON) staat misschien wel meer voor kinderen dan voor Kerk', terwijl hij lacht over de volle breedte van zijn gezicht, voegt de schrijver er nog aan toe. (...)
Maar wat wil Koole nu eigenlijk met deze jeugdseries? Hij wil 'een beeld geven van het gewone, alledaagse leven van jongeren, waarin ieder zich kan herkennen'. Waar vertoeft Koole dan dagelijks? Te midden van welke jongeren? Wat ik in een half uurtje tijdens het kijken naar de serie 'Weekend' aan grof taalgebruik noteerde, beluister ik op straat in geen jaar, tenzij ik mij nu juist precies onder die jongeren begeef, waar Koole kennelijk graag vertoeft en van wie hij meent, dat zij representatief zijn. Als je maar lang genoeg op een boerderij in een koeienstal gaat zitten, ga je op den duur vanzelf denken, dat de hele wereld naar koemest stinkt. (...)
'Soms', zegt Koole in dat interview, 'vond ik ook weleens, dat er best een paar vloeken minder gekund hadden, maar regisseur Ben Sombogaard en scenario-schrijver Hans Melissen konden mij altijd weer overtuigen, dat veel jongeren nou eenmaal vloeken'. Welja, het nieuwe realisme, er zijn wel meer dingen die jongeren doen, maar is het de taak van de IKON om die op een dergelijke wijze te etaleren? (...)
'Maar je leert natuurlijk ook veel over andere dingen ', zegt Koole ook nog. Ik citeer hem maar even: 'Zo moet ik heel eerlijk bekennen, dat, toen ik ze in 'Allemaal Tuig' een kindercrèche in elkaar zag rammen, dacht: o, gaat dat zo? Toen pas begon ik wat te begrijpen van het genoegen dat je kunt hebben als je alles kort en klein slaat'.
Ziedaar de dominee. Nog even wachten en begint zelf alles in elkaar te rammen. In ieder geval inspireren de IKON-series sommige jongeren tot het navolgen van wat zij daar op het scherm zien gebeuren. In Utrecht richtte een stel jongens vernielingen aan op dezelfde wijze als in 'Weekend' enkele dagen eerder te zien was geweest. En wat dacht dominee Koole toen? Hij dacht: 'Oei, oei, oei, hoe komt dat over? ' Welnu, precies zó, dominee. De jeugd, die nog net niet is zoals de door u verzonnen boefjes, worden op deze wijze schitterend 'bekeerd'. En de vaders in die series? Die zijn altijd dom en autoritair en daarover zegt dominee Koole: 'Ja, dat die vaders soms wat zakkig zijn, is pech'. (...)
'Je hoeft als IKON niet massief de boodschap van de kerk in alles uit te dragen', zegt dominee Koole ook nog. Nee, in alles niet, maar er valt van geen enkele kerk ook maar de geringste boodschap te bespeuren. Gods eigen jeugd is, volgens de IKON, een vloekende meute zonder toekomst en zonder hoop. Dat wil ik best geloven met dominees als Koole en een kerkelijke omroep als de IKON.'
Godsonterende en mensverlagende uitlatingen. Onder de noemer K van (toch de) Kerk gedaan. Beschamend vertoon van een goddeloos beleid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's