De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

De school aan de ouders?

Het orgaan van de Unie 'School en Evangelie' wijdde het aprilnummer van dit jaar aan het thema 'Ouderenparticipatie', een uitermate belangrijk onderwerp in verband met allerlei ontwikkelingen binnen het onderwijs; b.v. valt te denken aan de medezeggenschap. Een van de schrijvers in Schoolschrift is oud-rector van het Reviuslyceum, dr. tnr. C. de Ru. Hij wil, zoals hij in de inleiding van zijn artikel schrijft wat tegengas geven tegen de alom geprezen participatiegedachte. Zo stelt hij een vraagteken achter de veel gehoorde kreet 'De school is van de ouders'. Deze oude leus wordt z.i. te zeer uit het verband gerukt.

Zo heeft men vaak klakkeloos het adagium 'De school aan de ouders' aldus opgevat, dat bedoeld zou zijn dat de school van de ouders is. Van mr. J. Hangelbroek, de vroegere secretaris van de Schoolraad, heb ik geleerd dat de leuze van ouds betekende dat de ouders vrij zijn in de keus van een school voor hun kinderen en dat ze vrij zijn om zelf scholen te stichten als de bestaande scholen hun niet geschikt voorkomen. Men kan zich in dit verband afvragen: waarop zou de pretentie dat de school van de ouders moet zijn toch wel kunnen berusten? Misschien op het volgende. Ouders zouden kunnen denken: het is ons kind; daarom zijn wij in principe met de hele opvoeding belast. Daar past dan al direct een vraagteken bij. Het kind is niet van de ouders, evenmin als het van de Kerk zou zijn of van de Staat. Van het begin af aan is het kind volstrekt uniek, het is van zichzelf. Men kan dat misschien beter uitdrukken door te zeggen: het is van God. Ouders kunnen rechten doen gelden die het hun mogelijk maken hun plicht tot initiële bescherming na te komen, om de overgang vanuit de warme moederschoot naar het zelfstandig mens-zijn niet al te abrupt te doen verlopen. Naarmate het kind ouder wordt, worden de ouders van die plicht meer en meer ontheven en kunnen zij dus ook minder aanspraak maken op de daartoe nodige rechten. Het bewustzijn en de bereidheid geleidelijk aan te moeten loslaten zouden voor de opvoeding wel eens van grotere betekenis kunnen zijn dan de ouder-kindbinding. Zou in een modieuze roep om ouderparticipatie mogelijk niet een kleine valse toon doorklinken? Eén waarin bezitsdrang opponeert tegen dreigend bezitsverlies?

Dr. de Ru waarschuwt, voor een al te strenge binding tussen een school en de ouders. De school is naast gezin en kerk een samenlevingsverband van eigen aard. Hij ziet onderscheid tussen de gezinsfunctie en de school. De verschillende samenlevingsverbanden mogen elkaar niet overheersen. De school mag b.v. geen instrument van de staat worden. Bij openbare scholen kan ouderparticipatie wellicht een al te sterk beheer door burgerlijke overheden rechttrekken, maar voor prot. chr. scholen is dat z.i. minder nodig, gezien de andere opzet.

Ouderparticipatie als instrument voor deconfessionalisering

Er is een hang in onze samenleving om het belijdend gehalte van allerlei organisaties te nivelleren of weg te werken. Betekent ook de democratiseringsgolf niet een bedreiging voor de eigenheid van het chr. onderwijs? De Ru ziet 2 soorten bijzondere scholen: nl. christelijke scholen die een zeer streng toelatingsbeleid hebben wat betreft leerlingen en de scholen die de oude gedachte van het Reveil, nl. herkerstening van het volksleven wilden nastreven via de School met de Bijbel. Deze Reveilscholen hadden en hebben dus ook een evangelisatorisch karakter. Vele prot. chr. scholen tellen dan ook onder hun leerlingenbestand een aantal kinderen uit buitenkerkelijke of post-christelijke gezinnen.

Er wordt echter sceptisch en zelfs cynisch over gedaan. Van Kemenade heeft eens gezegd dat veel bijzondere schoolbesturen kinderen uit buitenchristelijke milieus aantrekken om maar zo veel mogelijk overheidssubsidie binnen te halen! Ik zou niet durven ontkennen dat zulke overwegingen wel eens gespeeld (kunnen) hebben. In dat geval werd echter de opzet van de Reveilscholen geperverteerd. Schoolbesturen en schoolleiders kunnen niet, volstaan met over zo'n onheuse en generaliserende uitspraak als van de tegenwoordige minister hun schouders op te halen of er boos over te doen. Ze doen er goed aan zichzelf steeds weer de vraag te stelken: 'Gebeurt op onze school nog wel wat oorspronkelijk de bedoeling was? ' Staat, zo vraagt ieder die het goed meent met het christelijk onderwijs zich steeds weer af, de bijbelse boodschap in deze scholen nog wel zo centraal, kunnen deze scholen, mede door het woord gn het leven van de onderwijsgevenden nog wel zo als zoutend zout inwerken op onze samenleving, dat de invloeden van een massale a-christelijkheid en zelfs antichristelijkheid die men via het leerlingenbestand binnenhaalt, op zijn minst kunnen worden gecompenseerd? 'De kracht van de christelijke liefde is even machtig in haar werking als schaars verspreid, gelijk het radium door de ertsen der natuur. Hoewel haar straling in kleine sprankels verloren leeft door de donkere mensenmassa, regelt en richt zij daarmee het leven der menschen, onbegrijpelijk zwak en tevens onbegrijpelijk dwingend' (Dirk Coster, Het tweede boek der marginalia). Men mag dat hopen en geloven, te bewijzen valt zo iets niet. Maar wie zal zeggen hoeveel heilzaams deze vorm van christelijk onderwijs heeft tot stand gebracht? Het is er mee als met die duizenden kerkdiensten die een mens in zijn leven heeft meegemaakt. Is hij er beter door geworden? Wat hebben ze hem 'gedaan'? Terecht ook kan gevraagd worden: 'Hoever zou de ontkerstening niet zijn voortgeschreden als die christelijke scholen er niet geweest waren? Maar nu gaan er stemmen op die die 'beïnvloeding' van buitenkerkelijke leerlingen als iets onzedelijks qualificeren. Evenzeer als zij zending en missie als onmenswaardig veroordelen. Zij zetten de ouders op om gebruik te maken van hun democratische rechten (zodra de wet ze die verschaft zal hebben) om zulke scholen te deconfessionaliseren. Ouderparticipatie wordt hier dus gehanteerd als wapen tegen het christelijk onderwijs. Natuurlijk, volstrekte eerlijkheid is geboden. De ouders moeten duidelijk weten waar de school van hun kinderen, wat haar identiteit betreft voorstaat. En als zij de grondslag of de doelstelling van de school op dit punt niet kunnen onderschrijven, moeten zij (ook zij: eerlijk!) beslissen: Mijn kind tóch op die school, en dan ik geen invloed, op het essentiële beleid, of: ik zoek voor mijn kind een andere school. Tegen dit aspect van ouderparticipatie, waarbij men (mede) beoogt de school om te turnen, kan niet genoeg gewaarschuwd worden. In een mogelijk conflict tussen democratisering en idendteit moet men duidelijk stellen, zoals ook aan de Vrije Universiteit gebeurd is, dat de identiteit vóórgaat.

De schrijver van dit artikel is niet tegen elke vorm van ouderparticipatie. Betrokkenheid bij de school is een goede zaak. Bepaalde vormen van participatie waar het jonge kinderen of kleuters betreft, van de kant van ouders kunnen voor zulke kinderen heilzaam zijn. Voorts acht De Ru deelname aan het werk van een schoolvereniging, door bestuurlijke verantwoordelijkheid of commissiewerk, ook een zaak waar ouders volop bij betrokken zijn. Bovendien kan men de vraag stellen of een vertegenwoordiging van ouders in de raad representatief is voor de gehele achterban. Er is wat moed voor nodig om in onze tijd zo'n verhaal te schrijven. Toch meen ik dat het de moeite waard is naar deze stem te luisteren. Niet om de klok terug te zetten. Wettelijke regelingen inzake medezeggenschap zijn in een vergevorderd stadium van voorbereiding. En allen die zich betrokken weten bij het christelijk onderwijs doen er goed aan niet nostalgisch terug te kijken naar de oude tijd, maar present te zijn en de mogelijkheden aan te grijpen die de wetgever ons laat om de zeggenschap zo vorm te geven dat het protestants-christelijk karakter niet van binnenuit uitgehold wordt. Laat men er bij zijn als er binnenkort gestemd moet worden over de voorlopige medezeggenschapsraad. Je ziet nogal eens het gevaar dat juist diegenen die nadruk leggen op het bijbels-reformatorisch karakter van een school, verstek laten gaan of het aan anderen die meer ter tale zijn, over laten posities in te nemen. Ook hier dienen we erbij te zijn. Het artikel van De Ru laat ook overduidelijk zien dat besturen die van ouders instemming met grondslag en doelstelling vragen geen onredelijke eis stellen, maar integendeel doen waartoe zij geroepen zijn. Tenslotte: ouderparticipatie betekent ook, los van een vormgeving in een raad, dat allen die voor hun kinderen christelijk onderwijs begeren in een hartelijk meeleven samen met alle onderr wijsgevenden bezig moeten blijven met de vraag: Hoe dienen we op school het kind met het Evangelie. Als de bijzondere school weerwerkelijk school met de Bijbel wil zijn, liever nog school onder het Woord, dan zal ze het best toegerust zijn om het gevaar van deconfessionalisering tegen te gaan. Het grootste gevaar zou, zoals zo vaak, wel eens niet van buitenaf, maar van binnenuit kunnen komen, nl. gebrek aan waakzaamheid en laksheid. Christelijke scholen en chr. organisaties staan in deze tijd bijzonder op de tocht. Wij zijn er niet met een grondslag op papier. Het gaat ook hier om de beleving van wat we begeren te zijn en waar we voor willen staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's