De Hemelvaart, een feit
De hemelvaart is een aangevochten feit.
Aangevochten feit
Onlangs kwam in de discussie rond 5 mei de gedachte naar voren om één van de christelijke feestdagen in te leveren in ruil voor een vaste jaarlijkse bevrijdingsdag als vrije dag voor elke Nederlander. Ik dacht een moment: als één van de daarvoor in aanmerking komende christelijke feestdagen zou best weleens de Hemelvaartsdag genoemd kunnen worden. Is deze dag niet vaak genoemd het stiefkind onder de christelijke feestdagen? Heeft deze dag dat niet gemeen met de Goede Vrijdag? Goed, wij hebben dan nog een kerkdienst op deze dag. Meestal op een vroeg tijdstip. Want de Hemelvaartsdag is een uitgaansdag geworden. In andere delen van de kerk is er geen dienst meer op de Hemelvaartsdag. Wat moet je ervan zeggen, als je zelf niet in het feit van hemelvaart gelooft. Een hoogleraar in de theologie moet gezegd hebben: 'De discipelen hielden zoveel van Jezus, dat ze Hem aan het slot van hun Evangelie ook nog naar de hemel hebben laten varen en op den duur zijn ze het zelf gaan geloven en hebben ze het overal rondgebazuind'. Ja, en wij zitten er maar mee. Wat moeten we er mee?
In de theologie van onze tijd wordt de hemelvaart bestreden. Velen doen het als een vrome legenda af. H. Berkhof betreurt het dat de hemelvaart, met de maagdelijke geboorte en de nederdaling ter hel in het Apostolicum staan opgenomen als te geloven heilsfeiten. Hij betreurt het daarom, omdat genoemde thema's, volgens hem, in het Nieuwe Testament slechts een marginale rol spelen (Christelijk Geloof, Nijkerk 1973, pg 336). Berkhof bedoelt dus te zeggen dat de hemelvaart van Christus geen apart heilsfeit is. Dat hij in de hemel is opgenomen wil alleen maar zeggen dat hij 'volkomen doordrongen werd van de tegenwoordigheid Gods' (a.w. pg 334). Berkhof zegt er dan bij dat het hier gaat om een zijnsbepaling en niet om een plaatsbepaling. Hij meent dat over de laatste elke informatie ontbreekt in het Nieuwe Testament. In een eigentijdse catechismus voor volwassenen (Duitse uitgave van 1975) wordt de hemelvaart ook meer geestelijk verstaan. Hemel wil zeggen: het gebied van God. De hemel is geen geografisch oord en de hemelvaart is geen gang in de richting van de sterren, zodat kosmonauten Jezus zouden kunnen zien. De hemel is het terrein waarover God heerst. De Opgestane is nu bij God en neemt op Zijn wijze deel aan de regering van mens en wereld. Hemel betekent heer zijn over de machten, over het heden. Hemel betekent de toekomst van de wereld. De wereld loopt niet op het niets uit, maar op de voltooiing door Jezus Christus. Aldus een eigentijdse interpretatie van de hemelvaart.
De hemelvaart is hier geen lichamelijk gebeuren meer. Net als trouwens de opstanding is ook de hemelvaart verworden tot een soort onsterfelijkheid van de ziel. Jezus leeft ergens als een Ik, als een Persoon voort. Het lichamelijk aspect van Jezus' hemelvaart is geheel en al geestelijk geworden. Terecht heeft iemand gezegd dat zo de incarnatie (de vleeswording van het Woord) duidelijk gevaar loopt (M. P. van Dijk in: Onze enige troost en het komende Rijk, A'dam 1980, pg 104).
Kortom, de hemelvaart is een aangevochten feit.
Schriftgegevens
De Bijbel is sober over het feit van de hemelvaart. Mattheüs en Johannes vermelden het gebeuren als zodanig niet. Markus doet het in één zin af: 'De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel en gezeten aan de rechterhand Gods' (16, 19). Ook Lukas wijdt er maar één regel aan: 'En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel' (24, 51). In zijn tweede werk, de Handelingen der apostelen, komt Lukas er dan uitvoeriger op terug. Hier functioneren zijn woorden over de hemelvaart duidelijk als een soort inleiding op het Pinksterevangelie. Wat de feitelijke weergave van de hemelvaart betreft, hebben we daar alles mee gehad en schijnt daar alles mee gezegd. In de brieven komen we dan op enkele plaatsen de hemelvaart nog tegen. Maar dan meer over de gevolgen ervan, dan over het gebéuren zelf. Het is, naar het schijnt, een vanzelfsprekendheid dat Jezus terug keert tot de Vader. Dat zat er vóór Zijn lijden en sterven al in. Toen al getuigde Jezus er steeds van. Ik ga heen tot de Vader. Jezus wist dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader (Joh 13, 1; 14, 3). Zijn heengaan is zelfs nuttig in verband met het heil der gemeente (Joh. 16, 7). Ook van de hemelvaart geldt: het moet! Maria Magdalena moet het direct na de opstanding grondig leren en er de discipelen in onderwijzen; ga heen tot Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader en tot Mijn God en tot uw God (Joh. 20, 17). De veertig dagen tussen opstanding en Hemelvaart waren nodig om de discipelen als het ware te laten wennen aan de andersoortige tegenwoordigheid van Jezus na Pasen en straks na Hemelvaart. Ze zagen Hem wel, maar slechts af en toe. Het woord 'openbaren' wordt er voor gebruikt. Dat getuigt van een opzettelijke daad van Jezus. Hij was er nog wel, maar anders. Hij is niet helemaal de hunne meer, zoals dat voorheen het geval was. De vertrouwelijke omgang komt niet meer terug. Er is afstand gekomen. Jezus houdt Zich op een afstand. Hij trekt Zich steeds weer terug na elke verschijning. Hij hoort niet meer bij deze wereld, maar Hij is als het ware bezig over te gaan tot een andere manier van leven en werken. Na de opstanding buigt Jezus' weg hemelwaarts. Hij vaart steeds meer op tot Zijn God en Vader. Vandaar misschien dat de Schriftgegevens over het feit van Hemelvaart summier zijn. Het lijkt onnodig er veel woorden aan te wijden. Het feit staat vast. Het hoeft geen lang betoog. Logisch lijkt hier geen goedgekozen woord. Toch zit er iets in. De Logos was in de schoot des Vaders en keert daarom terug in de schoot des Vaders. Daar zit het heil ook in opgesloten. Want het feit bevat voor ons heil.
Hemelvaartsheil
De hemelvaart wordt op twee manieren uitgedrukt. In een passieve werkwoordsvorm. Dan lezen we dat Jezus 'werd opgenomen' (b.v. Lk 24, 51 en Hd 1, 9), of dat Jezus 'is opgenomen' (b.v. Hd 1, 2 en 1, 11 en 1, 22). En Paulus rekent het mede tot de verborgen der godzaligheid dat Christus 'is opgenomen in heerlijkheid' (1 Tim. 3, 16). Hier wordt het ons dus voorgesteld als een daad van de Vader. God de Vader bevordert Zijn Zoon tot hoger heerlijkheid als blijk van Zijn tevredenheid over de arbeid van de Zoon. Hij doet Hem weer delen in de heerlijkheid die Hij bij de Vader had eer de wereld was (Joh. 17, 5). De andere manier waarop de Hemelvaart vermeld staat, is in een actieve vorm van het werkwoord. Het is een scheiden dat van Jezus uitgaat (Lk. 24, 51). Hij gaat heen tot God. 'Waar Ik heenga, weet gij' (Joh. 14, 4). 'Nu ga Ik heen' (Joh. 16, 5). In de brieven wordt het ook zo vermeld. 'Welke is opgevaren ten hemel' (Ef. 4, 18; 1 Pt. 3, 22). Hier ligt de nadruk op het werk van de Zoon. Bavinck wijst er op dat de hemelvaart volop voor komt in de Schrift als bevattend volop heil voor de Christelijke gemeente. 'Er kan dus geen twijfel over bestaan, dat de hemelvaart, evengoed als de opstanding, van den beginne af een bestanddeel gevormd heeft van het geloof der gemeente' (Geref. Dogm. dl III, pg. 439). Het heil van Hemelvaart is o.a. dit: Christus' arbeid was op aarde gereed. Hij kon hier niets meer doen. De discipelen hebben daar kennelijk het een en ander van mogen verstaan. Want we lezen dat het afscheid niet tot tranen, maar tot blijdschap voert. Wonderlijk is dat eigenlijk. U kent het spreekwoord wellicht: afscheid nemen is een stukje sterven. Scheiden is meestal lijden. Scheiden berokkent pijn. Dr. O. Noordmans wijst in dit verband naar het afscheid van Paulus van de gemeente te Efese. 'Daar komen tranen bij te pas, vooral omdat hij hun gezegd had, dat zij hem niet weer zouden zien' (Verz. Werken dl. 8, Kampen 1980 pag. 340 v).
Van tranen lezen we op Hemelvaartsdag niets. Integendeel, het is een afscheid waar blijdschap overheerst. In de scheiding zit herkenning opgesloten. 'De scheiding is tevens een verschijning, een theofanie, een reden om te roepen: mijn Heer en mijn God!' (Noordmans). Het heil van hemelvaart betekent voor de gemeente Gcids: Jezus is Heere! Ik denk dat de Heidelberger daar ook het nodige van heeft begrepen toen ze in de uitleg van het heil van hemelvaart koos voor de woorden: dat hij ons ten goede daar is. De hemelvaart betekent afsluiting van Christus' werk op aarde. Maar bevat het begin van Zijn arbeid in de hemel. 'Wanneer er gezegd wordt, dat Christus in de hemel is, dan moeten wij dit niet aldus verstaan, dat Hij daar zit om sterren te tellen' (Calvijn, comment op Ef. 4, 10). Christus is met Zijn offer bij de Vader. Hij biedt de Vader Zijn offer aan. Hij is in het hemels heiligdom verschenen. Hij leeft daar, let wel: niet hier maar daar, om voor ons te bidden. Christus is in de hemel present met Zijn offer. Dat geeft ons op aarde de enige grond voor de vrijspraak. Het kruis op aarde, maar óók het Lam als geslacht in de troon van God zijn beide de grondslag van de zaligheid. Daarom kunnen we bij het Kruis niet blijven steken zonder tevens de Hemelvaart erbij te betrekken. Het offer dat Christus bracht is geen eenmalige transactie in een ver verleden alleen, daarbij hoort het voortdurend aanbieden van dit offer tot op de dag van vandaag (zie M. P. v. Dijk in a.w. pg 107).
Het is daarom niet gering als het lichamelijk aspect van de hemelvaart in onze tijd zo volop vergeestelijkt is. De Catechismus weet ervan te verhalen hoe ons vlees in de hemel is. Christus blijft als mens óók in de hemel met Zijn gemeente verenigd. De scheiding is maar betrekkelijk. Zeker, het lichamelijke aspect, van de dagelijkse omgang verdwijnt. Maar de verborgen omgang door de Geest is niet minder. Is zelfs veel meer. En daarom heeft het heil van hemelvaart alles te maken met het heilsfeit van Pinksteren. Ons lichaam in de hemel betekent tegelijk de Geest in ons lichaam. De Heilige Geest brengt het heil tot volheid in de harten der discipelen. Het is één gang en één werk. De heilsgeschiedenis is één geheel. Onderscheiden is geoorloofd. Maar scheiden kan niet. Tot die heilsgeschiedenis hoort niet marginaal, maar fundamenteel óók de hemelvaart. De discipelen gaan met blijdschap naar Jeruzalem terug. Steeds zijn ze daarna in de tempel terug te vinden. Daar loven en danken ze God. Waarom? Wel, hun Meester is Koning. 'Hemelvaart is het slot van een evangelie, van de openbaring van een komende Koning. Aan het einde daarvan gaat de Koning zitten op zijn troon en zijn dienaren verheugen zich daarin' (O. Noordmans, a.s. pg. 344).
Moeite met het feit?
Tenslotte, moeten we niet ingaan op de moeite die de mens van nu heeft met de feitelijkheid van de hemelvaart? Is het niet zinvol het gebeuren zelf te vertolken in beelden die de mens van nu meer aanspreken en eerder zullen overtuigen? Noordmans spreekt er in dit verband zijn bevreemding over uit dat de Hemelvaart zo vaak aanleiding heeft gegeven tot wat hij noemt 'geografische belangstelling'. Men probeert dan een antwoord te vinden op de vraag hoe Jezus van deze aarde af heeft kunnen komen. 'Zijn zitten aan de rechterhand der majesteit Gods, zijn hebben van alle macht in hemel en op aarde, in die alomvattende zin, zoals de kerk die belijdt, wordt daarbij tot een vraag uit de wiskunstige aardrijkskunde. Men brengt een geloofsartikel terug tot een ruimtelijke aangelegenheid' (a.w. pg. 344). Dat ruimtelijke hoort er óók wel bij. Maar dan in geloofstaal gesproken. Bijbeltaal is geen wetenschappelijke taal, maar geloofstaal. Wat is de hemel en waar is de hemel? De witte wolkenwagen die de Heere van d' aard zou hebben gedragen komt teveel tegemoet aan mijn verstandelijke nieuwsgierigheid, aan mijn geografische belangstelling. De wolk uit Handelingen 1 wil juist voor wiskunstige aardrijkskunde behoeden. Wandel niet door aanschouwen, maar door het geloof. De Zoon kwam bij Zijn Vader thuis. In de uitstorting van de Geest weten we dat Hij Thuis is en toch tegenwoordig is. Niet alleen meer tegenwoordig in Palestina. Maar overal en elke dag. Ik ben met u al de dagen. En Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Daarom:
heft de lofzang aan Zingt Zijn wonderdaan, zingt de schoonste stof, zingt des Konings lof want: Hij, de Vorst der aard' is die hulde waard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's