De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een milde Koning voor een moeilijk volk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een milde Koning voor een moeilijk volk

7 minuten leestijd

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God! (Psalm 68 : 19)

Opgevaren in de hoogte

Psalm 68 is een jubellied van David, een lied wat in hem opwelde, toen de ark des Heeren in een blijde feeststoet naar Jeruzalem gebracht werd. De ark had een tijd van smadelijke schande meegemaakt. Hofni en Pinehas hadden dwaas gemeend de ark des Heeren te kunnen misbruiken als een talisman. Ikabod! De Filistijnen hadden hem als een oorlogstrofee in de tempel van hun afgod geplaatst (maar Dagon was omgevallen). David had aanvankelijk de voorschriften van Gods heilige wet negerend gemeend op een eigenwillige manier de ark van de God van Israël naar Jeruzalem te brengen. Perez-Uzza!

Maar nu zal David - nauwkeurig vragend naar Gods wil - de ark naar Sion brengen. Daar is de woonplaats van Zijn eer. Dan klinken de bazuinen. Dan zingt David: Gij zijt opgevaren...

Een Hemelvaartslied? Ja! Paulus - geïnspireerd dóór de Heilige Geest - hoort in Psalm 68 een hymne van de hemelvaart van de Heiland (Ef. 4 : 8 vv.). Christus is de ware ark, in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Hij is het ware verzoendeksel. De overeenkomst is treffend. Zoals de ark Gods vanwege de zonde van het volk van haar eigen plaats (de woning Gods!) was weggenomen en smaad en schande moest doormaken, zo moest ook Christus vanwege de zonde van het volk zijn eigen plaats - het huis van Zijn Vader - verlaten en Zich overgeven aan smaad en schande, lijden en dood. Maar ook, zoals de ark van God uit deze diepte weer werd opgeheven tot haar oude glorie zo mag ook Christus door de dood heen komen tot het leven en wordt Hij uitermate verhoogd, terug in de heerlijkheid, die Hij eertijds bij de Vader had. 'Gij voert ten hemel op vol eer...'

Letterlijk staat er eigenlijk: 'Gij zijt opgeklommen in de hoogte'. Opklimmen... het heeft Hem moeite gekost, het is niet vanzelf gegaan. Nee, om tot die hoogte te komen, moest de Christus eerst afdalen tot in de diepste diepte van onze verderfenis en verdoemenis. Vóór Hij koninklijk omhoog kon klimmen als Overwinnaar moest Hij eerst in de diepte kermend kruipen als een worm. Maar Hij heeft het volbracht. Volkomen, en volkomen alleen. Hij heeft de lijdensbeker alleen gedronken. Hij is alleen uit het graf verrezen, en nu vaart Hij op vol verdiende eer, Christus is in de hoogte geklommen.Daar valt de mens buiten als het gaat om de eer. Maar daar valt de mens binnen als het gaat om de zegen en de zaligheid. Christus heeft het wel Zelf gedaan, maar Hij heeft het niet vóór Zichzelf gedaan. Hoor maar, David zingt ervan: 'Gij zijt opgevaren in de hoogte en Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd!

De gevangenis gevankelijk gevoerd!

Dat moet u zien. Na de overwinning keert de Koning terug naar Zijn koninklijk paleis. Achter Zijn zegewagen lopen de gebonden vijanden. Toen Hij hing aan het hout hebben zij honend hun adem ingehouden. Nog even... dan... zouden zij overwinnaar zijn.

Maar, wondere ontgoocheling, toen Hij de laatste adem uitblies, bleek, dat Hij hén had overwonnen. En bij Zijn hemelvaart sleept Hij ze mee aan Zijn zegewagen als Zijn gevangenen. Nog concreter, moet u kijken! De gevangenis zélf neemt Hij mee in Zijn hemelvaart. Hij is er Zelf ingegaan om hem van binnenuit open te breken. Welke gevangenis? De gevangenis van de zonde, de duivel en de dood. Wij zitten - van nature - allemaal in die gevangenis. De zonde heeft ons in de boeien, de dood heeft ons in de houdgreep en de duivel kan ons met recht zijn eigendom noemen; wij hebben ons vrijwillig aan hem verkocht. En hij is vasthoudend!

Erg als we er geen erg in hebben, en van nature hebben we er geen erg in. We menen, dat wij zo vrij zijn als een vogeltje in de lucht, maar in werkelijkheid zijn we vogels in een kooi, met een extra ketting vastgelegd, gewend alsof het gewoon is, en satan voert ons vet voor de slacht.

Totdat... de wind van de Geest de klank van het Woord onze kooi binnendraagt en daarmee ons hart binnendringt. Dan merken we onze gevangenschap, dan willen we er wel uit. Maar we kunnen er niet uit, we zijn gevangenen.

Hebt u ontdekt dat u een gevangene bent, vóélt u de boeien ook, en beseft u dat het nog eigen schuld is op de koop toe? Wie echt de Heere vrezen hebben weet van die banden. Zij hebben ook leren roepen: o Heer', verlos mij uit de banden, waarin de boze mij beknelt... (Psalm 140).

Weet u daar ook van? Dan mag u ook horen hoe Christus Zelf de gevangenis gevangen heeft. Hij is de almachtige Overwinnaar. Satan schoot zijn vurige pijlen op Hem af, maar Hij kwam ongedeerd uit de strijd. 'Hij is opgestaan uit de dood en heeft de sleutels van het helse fort meegenomen (Openb. 1 : 18). De dood heerst niet meer over Hem. En bij Zijn hemelvaart moest de gevangenis mee! Dat betekent, dat die gevangenis niet meer bestaat voor allen, die in Christus Jezus zijn. Hemelvaartdag is de dag van de vrijheid van de kinderen Gods. De Heiland heeft niet alleen gevangenen achter Zijn zegewagen, Hij sleurt de hele gevangenis kompleet mét cipiers, zonde, dood en duivel mee bij Zijn troonsbestijging. Die kunnen Hem straks als voetbank dienen (Psalm 110). En dan gaat Hij uitdelen!

Gij hebt gaven genomen (om uit te delen) onder de mensen

In uw Bijbel zullen de woorden 'om uit te delen' wel schuingedrukt staan. Dat betekent dat ze in de grondtekst helemaal niet staan. Dus: Gij hebt gaven genomen onder de mensen'. Paulus citeert (Ef. 4 : 8) '...heeft onder de mensen gaven gegeven'. Dat is dus precies het tegenovergestelde. Nee, het is de keerzijde van dezelfde medaille: de Heiland heeft gaven genomen óm ze te geven, uit te delen onder de mensen.

Zijn grootste gave is de Heilige Geest, de levendmakende Geest. Die Geest legt een nauwe band tussen Christus en Zijn gelovigen. Zij zoeken niet uit zichzelf de dingen, die boven zijn. Maar de Geest leert het hen, Hij trekt hun harten naar de hemel toe, naar de Heere toe. Paulus noemt als de gaven ook profeten, apostelen, herders en leraars. De dienst van het Woord en de ambten zijn ook een gave van de verhoogde Christus, vruchten van de hemelvaart. En waar de Heere onder dat Woord ons hart opent, zodat we (eindelijk) acht geven op Zijn Woord, is dat een gave van de verhoogde Heiland.

De vraag begint te klemmen: Hebben wij deel aan de gaven van Christus? 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen?', vraag Paulus ook ons. En: 'Bent u in het geloof?' Dat is het bewijs, dat de Heere ook aan U zijn gaven heeft uitgedeeld. Hij wil dat zo graag doen. Hij heeft gaven genomen om uit te delen onder de mensen. En wat voor mensen! Wederhorigen, dwarsliggers, tegenwerkers worden de bedeelden! Daar hoort u niet bij? U bent geen wederhorige? Dan kent u uzelf nog niet! U wilt niet van de bedeling leven? Er is geen andere manier om in leven te blijven.

Maar, wonderlijk, er staat: 'Hij heeft gaven genomen', maar ook: 'Hij heeft wederhor-ige genomen'. Die néémt Hij tegen wil en dank. De Geest vangt ze voor Hem met de lasso van het Woord. Dan gaan ze zichzelf kennen en dan zijn ze bereid het hoofd in de strop te steken (als de soldaten van Benhadad): 'Ik ben een wederhorige, ik verdien niet anders dan de eeuwige dood'. Maar Hij schenkt ze gratie, ze mogen léven. Zulke wederhorige neemt Hij in. Hij is zo in-nemend, dat Hij ze bij Zich in neemt. 'Om bij U te wonen!'

Hij is opgevaren in de hemel om vast plaats te bereiden voor al die wederhorigen, die Hij genomen heeft (genomen, omdat ze Hem van de Vader gegeven waren). En terwijl Hij daar bezig is plaats te bereiden, woont Hij intussen bij hén in. Door Zijn Woord en Geest maakt Hij woning bij de zijnen, totdat Hij hen voorgoed thuis haalt om bij Hem te wonen.

Maar, blij vooruitzicht dat mij streelt, ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen...

Ja, want dat is het uiteindelijke doel van alle werk van de Hemelvaartkoning: de lof des Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een milde Koning voor een moeilijk volk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's