Uit de pers
Moderne Literatuur en christelijk onderwijs
Een van de vragen, die in kontakten van ouders met besturen en leerkrachten van middelbare scholen nogal een gesteld worden is: Waarom moet mijn zoon of dochter boeken lezen waarin afgerekend wordt met geloof, Bijbel en kerk, waarin een negatief mensbeeld wordt getekend en alle normen opzij gezet worden? Is dat geen deelnemen aan de onvruchtbare werken der duisternis? Is er dan geen literatuur van christelijk huize? Op deze vragen gaat de bekende literatuurkritikus Hans Werkman in in het laatstverschenen nummer van Credo, dat gewijd is aan krisisverschijnselen in de literatuur, de politiek, de moraal. Werkman begint met te wijzen op de betekenis van literatuur als tijdspiegel en Ievensvisie. Moderne literatuur geeft een beeld van de eigen tijd, de wereld waarin we leven. Dichters en romanschrijvers weten dat haarscherp te registreren. Vervolgens schetst hij een aantal trekken van de moderne literatuur om dan in te gaan op de vraag naar het literatuuronderwijs aan chr. scholen. Hij schrijft dan onder meer het volgende:
'Elke middelbare school moet literatuur onderwijzen. De inspecties vragen nu eenmaal dat dit element is opgenomen in het leerplan. En natuuriijk zal elke inspectie eisen dat zeker de moderne literatuur aan haar trekken komt.
Daar is ook niets tegen., Er is zelfs veel te genieten in de literatuur. Maarten 't Hart kan erg goed schrijven. Marga Minco weet met een minimum aan woorden haar lezers aan het denken te brengen. Het is boeiend zoiets te volgen. Want ook de vorm is belangrijk. Belangrijker is echter de 'boodschap'. Praktisch alle literatuur is levensbeschouwing. Een schrijver brengt zijn levensvisie onder woorden en hij doet dat zó dat de lezer mee moet denken. De lezer moet zich rekenschap geven van wat hij gelooft en of hij de schrijver zal volgen op zijn weg. Ook romans van moderne auteurs kunnen lezers, vooral jonge lezers, in de war brengen. Maar dat is een risico dat eigen is aan het leven. Er komt altijd een dag dat de jonge mens geconfronteerd wordt met meningen die hem proberen weg te zuigen uit zijn veilige stekje.
Er is, meen ik, niets tegen dat moderne literatuur gelezen wordt. Paulus zegt in Efeze 5 : 10-12: 'Toetst wat de Here welbehaaglijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen wat heimelijk door hen verricht wordt'. Wie iets toetsen wil, moet er eerst kennis van nemen. Dat is iets anders dan: deelnemen aan. Je moet er als christen-lezer niet vriendschappelijk mee omgaan, althans niet met wat een moderne auteur als boodschap in zijn boeken stopt. Je moet de boodschap ontmaskeren. De laatste woorden van het Efeze-citaat betekenen dan ook niet: praat niet over de boze werken, bemoei je er niet mee. De vertaling van 'Groot Nieuws voor u' luidt: 'Want wat zij heimelijk uitvoeren is zo schandelijk dat er geen woorden voor zijn’.
Soms ziin er ook voor moderne literatuur geen woorden. Maar dat weten we pas als we er kennis van genomen hebben. Als Titus (2:15) opwekt: 'Vermaan en weerlegt met alle nadruk', dan houdt dit geen negatie in, maar confrontatie en antithese.'
Moet dus alles maar de sluis van het christelijk onderwijs passeren zonder kommentaar? Dat laatste wil Werkman juist niet. Hij wijst op twee dingen, a) goede begeleiding vanuit een christelijke levensvisie en b) meer aandacht voor chr. literatuur.
'Maar daarvoor is begeleiding noodzakelijk, vooral als het om jongelui gaat die in de puberteit nog in de stroom van allerlei tegengestelde gevoelens liggen. In het christelijk onderwijs komen er echter steeds meer mensen voor de klas, die weinig voelen voor een levensbeschouwelijke begeleiding van de moderne literatuur. De behandeling van moderne literatuur op een christelijke school is soms (vaak?) niet anders dan op een openbare school. Ik hou geen preek voor de klas, hoor, zei een leraar Nederlands. Daar heeft hij gelijk in. Een leraar moet niet elke literatuurles dichtbranden met een tekst. Maar de rechtvaardige kent tijd en wijs. Op z'n tijd en z'n wijs moét het eeuwig woord van God het laatste woord spreken over mensenwoorden. Het getuigt van een crisis binnen het christelijk onderwijs, als de christen-leraar niet meer duidelijk maakt aan zijn leerlingen dat moderne literatuur crisisliteratuur is. De ouders behoren wat dit betreft een steviger vinger aan de pols te houden.'
Christelijke moderne literatuur
Uit ervaring weet ik dat het merendeel van de christelijke middelbare scholen nauwelijks iets weten van het bestaan van christelijke moderne literatuur. Ik versta daaronder: literatuur die modern is (die dus inhaakt op de eigen tijd) en in christelijk perspectief een zekere oplossing tracht te vinden. Jammer genoeg is er veel minder christelijke dan andere literatuur. Christelijke uitgevers brengen liever serieromans met een zoet happy-end op de markt. Niet-christelijke uitgevers schrikken, terug voor het uitgeven van een overigens goed geschreven roman met een christelijke boodschap. Daar komt bij dat het christelijke publiek niet zo tuk is op christelijke literatuur. Een kenmerk van literatuur is nu eenmaal dat ze kritisch is en dat ze de zaken niet in ijltempo op een doorsnee manier oplost. Kennelijk is dat teveel gevraagd op de christelijke boekenmarkt. Maar gelukkig is er wel iets. Met nadruk wil ik wijzen op de romans van B. Nijenhuis (uitgave Kok-Kampen). Toen Jan Wolkers en Harry Mulisch en Maarten 't Hart nog knikkerden, hield Nijenhuis zich al met het existentialisme bezig. Zijn roman 'Laatste wagon' heeft als hoofdpersoon zo'n eenzame, tragische figuur. Nijenhuis schrijft erg origineel. Hij is geestig, hij weet de spanning te bewaren, hij is nooit stichtelijk in de verkeerde zin van het woord. Dat blijkt vooral uit zijn grote roman 'De tornado', waarin hij de enorme problemen van het lijden en van de voorzienigheid Gods aansnijdt. Het is een roman die met kop en schouders boven alle andere uitsteekt, die tot de literatuur gerekend worden. Nijenhuis is een plaats op de literatuurlijst meer dan waard. En zo zijn er meer te noemen: Jan Overduin, Henk van der Ent, Johan Cavier. Onder de dichters: Jaap Zijlstra, Inge Lievaart, Nel Benschop (althans haar laatste bundel). Voor verdere informatie verwijs ik naar de boekbesprekingsbundels 'Uitgelezen', waarin ook christelijke literatuur besproken wordt. Deze zomer zal van mijn hand een verzameling literatuurbesprekingen verschijnen, waarin ik ook een tiental boeken van christen-auteurs bespreek. Een scholier van een christelijke school heeft heus wel de gelegenheid zijn lijst een enigszins eigen identiteit te geven. Dat vele scholen daar niet op wijzen, kon wel eens liggen aan de identiteitscrisis van het christelijk onderwijs.
Het artikel eindigt met een lijst publikaties over informatie inzake literatuur en kritische bespreking vanuit chr. visie en een lijst gedichtenbundels en romans die naar het oordeel van Werkman wel degelijk een plaats verdienen op literatuurlijsten van VWO, HAVO en MAVO. Ik meen dat het goed is deze stem door te geven. Wellicht kunnen ouders er hun winst mee doen. Wellicht biedt dit artikel in het mei-nummer van Credo een goede aanleiding om op een ouderavond of bezinningsavond deze zaak met de sectie Nederlands van uw school eens aan de orde te stellen. De zaak is dat ten volle waard. Ik vrees dat de krisis die Werkman signaleert meer te maken heeft met de identiteitscrisis in het onderwijs dan met die in de literatuur, al ontbreekt ze ook daar niet. Wanneer hij zegt, dat de ouders de vingers aan de pols moeten houden, vraagt dit ook van de ouders een en ander. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Welk percentage ouders is in staat de ontwikkelingen op dit punt bij te houden? Ook daarom zijn artikelen als het onderhavige van Hans Werkman erg belangrijk om in kort bestek te informeren. Ouders die hun kinderen toevertrouwen aan christelijke scholen mogen verwachten dat de begeleiding ook met die C ernst zal maken. Dat is wat anders dan betutteling. Opgroeiende kinderen moeten ook Ieren zelfstandig te oordelen en beoordelen. Maar juist daarom is het belangrijk dat goede, bijbelse maatstaven worden aangereikt.
Wanneer Werkman erop wijst dat er steeds meer mensen voor de klas komen, die weinig voelen voor levensbeschouwelijke begeleiding van literatuur, kan ik niet inschatten hoe groot dit percentage is. Ik weet dat er gelukkig ook een aantal is, dat wel degelijk die begeleiding plaats laat vinden. Het spreekt ook vanzelf. Wat stelt christelijk onderwijs nog voor als de levensbeschouwing losgekoppeld wordt van het onderwijs? Levensbeschouwing is toch geen artikel dat 'los' verkrijgbaar is. Het is merkwaardig gesteld in ons land. In de wereld van het welzijnswerk gaan de laatste tijd steeds meer stemmen op die pleiten voor een levensbeschouwelijke inbreng in het werk van hulpverlening en vorming. Laat het onderwijs daarom niet achter die ontwikkeling aanlopen. Christelijk onderwijs heeft in Nederland nog geweldige mogelijkheden. Die zullen we - en dat zijn allen die bij de school betrokken zijn - ook moeten benutten.
***
De kerk in Albanië.
In het blad Kruistochten van maart '82 stonden enkele bijdragen over de kerk in de Balkanlanden, onder andere Albanië. Uit het artikel over Albanië citeren we het volgende:
'Albanië beleefde zijn eigen 'culturele revolutie' naar het voorbeeld van zijn toenmalige bondgenoot China. In China is de gemeente van Jezus Christus in dertig jaar tijd minstens drie keer zo groot geworden, maar in Albanië lijkt het er inderdaad op dat de Kerk de strijd verloren heeft. De ongeveer drieduizend kerken en andere godsdienstige bouwwerken werden verbrand, vernietigd of omgebouwd tot bioscopen, sporthallen, opslagplaatsen enz. enz. Honderden geestelijk leiders werden vermoord en iedere praktisering van het geloof werd streng verboden.
Kleine kudde
Toch getuigen de spaarzame berichten uit dit voor het Evangelie gesloten land nog steeds van het bestaan van een kleine kudde, waarvan Jezus Christus de Goede Herder is. Albanese vluchtelingen weten te vertellen dat nog steeds christenen worden gearresteerd die op welke wijze dan ook uiting geven aan hun geloof. Zonder vorm van proces worden zij mishandeld en in een concentratiekamp geplaatst. In deze kampen moeten nog enkele priesters zijn overgebleven, zoals bisschop Ernest Coba. Mark Ndocaj, een vluchteling uit Albanië, had de tragedie van de moord op bisschop Coba van een ooggetuige vernomen. In het werkkamp Paperr (vlakbij de Albanese stad Elbasan) hadden enkele christenen wat eenvoudige voorbereidingen getroffen voor een geheime viering van het paasfeest.
Politie
Iemand moet de politie hebben geïnformeerd over de geheime samenkomst. De dienst was nog maar net begonnen of de politie kwam de barak binnen. De bisschop werd aangevallen en het eenvoudige houten kruis werd gebroken. Alle christenen die de dienst bijwoonden werden geslagen en de bijna blinde bisschop werd zo ernstig mishandeld, dat hij de volgende ochtend dood werd aangetroffen. Zijn lichaam werd snel door de politie verwijderd en op een onbekende plaats begraven. De enige bisschop die nu misschien nog in leven is, bevindt zich in het werkkamp van Tepelena vlakbij de haven van Vlora. Zijn naam is Nikoll Troshani, de nu 67-jarige bisschop van Cisamo. Van een vijftal andere geestelijken die nog in gevangenschap zijn, weten wij de namen, maar God weet hoevelen van de geschatte 16.000 Albanese gevangenen lijden om zijn Naam. De vijf priesters zijn Peter Maslikalla, Anton Luli, Mark Hasi, Simon Jubani en zijn oudere broer Lazer Jubani.
De vluchteling Mark Ndocaj vertelde dat de enige geheime samenkomsten die gehouden worden in familieverband plaatsvinden. Dit zijn dan voornamelijk doopdiensten, huwelijksinzegeningen en rouwdiensten. Deze berichten geven het bewijs dat de Kerk nog niet 'verloren' heeft, omdat Gods Woord zegt: 'Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden' (Mattheus 18 : 20).
Ook in Albanië bewaart Christus zijn gemeente. Ondanks vervolging en terreur zal Zijn Woord niet ledig weerkeren, maar doen wat Hem behaagt. Niettemin moeten we ons ontveinzen hoe moeilijk het is voor de christenen daar om te volharden. Uit het artikel blijkt dat de situatie in de Oostbloklanden lang niet overal gelijk is. Duidelijk is wel dat het felle Marxisme-Leninisme nog springlevend is en dat aanvallen op kerk en geloof in vele landen doorgaan. Ondanks alle gepraat over dialoog en vreedzame ontwikkeling.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's