De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ook mij gegeven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ook mij gegeven

11 minuten leestijd

De Pinkstergeest uit de Hoogte heeft ruimte nodig: in de lengte van de (kerk)geschiedenis en in de breedte van de kerkformatie.

De Pinkstergeest uit de Hoogte heeft ruimte nodig: in de lengte van de (kerk)geschiedenis en in de breedte van de kerkformatie. Hij schept een gemeente, door de lengte van de tijd, over de breedte van de aarde. Maar Hij werkt óók in de diepte. Wellicht bij voorkeur! Hij zoekt de diepte van ons zondaarshart en weet die te bereiken. Daar verricht Hij Zijn in werk diepteboring in de binnenste vertrekken van ons bestaan. God de Heilige Geest heeft tere aandacht voor de enkelvoudige mens. Niet omdat die zo aantrekkelijk is, maar toch wél omdat ieder schepsel uniek is, uniek in zijn gekend en doorgrond zijn door God. Ik ben maar geen schroefje in de machinerie van de massa en geen knopje aan een computer - waarvan het enige belang de functionaliteit voor het geheel is - maar ik ben een persoon, een ziel, een naam tot wie God zegt: gij! Gods omgang met de mens is geen afstandelijke verhouding tussen een Ik en een Het, maar wondere persoonlijke gemeenschap tussen Zijn Ik en mijn ik.

Wel, deze gemeenschap te stichten en te sterken is het eigen ambt van de Heilige Geest. Hierin vindt Zijn werk de bekroning. Daar zijn diepte en doel van Zijn werking in gelegen. Is het geen aanbiddelijk en ondoorgrondelijk wonder, dat deze almachtige, alomvattende God de Heilige Geest het niet beneden Zijn waardigheid acht, om zich op de allerintiemste wijze in te laten met zo' n nietig mensenkind van stof en as, vol schuld en smet? Hij, Die soeverein, vol majesteit en eeuwigheid, ver boven al de ruimten woont, weet Zich in Zijn element in de lage, enge ruimte van een zondaarsziel! Past het niet om naast de ontleding van God en Zoon, óók te spreken van de vernedering van de Heilige Geest?

Persoonlijk herscheppend

Bij dit persoonlijk-herscheppende heilswerk van de Geest willen wij een ogenblik vertoeven. Hierop loopt zondag 20 van de Heidelberger uit: dat de Heilige Geest ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelmachtig make...

Het treft ons hierbij al direkt, dat blijkbaar het geschenk van de Heilige Geest voor af gaat aan het geloof! Het geloof schept en beschikt niet de Geest, maar andersom. De Heilige Geest brengt het geloof mee en teweeg.

Hoe goedgeefs is toch onze God! Want wie is uit zichzelf van zins en in staat om te geloven? Wie ziet er wat in Christus? Gelukkig daarom, dat de Vader en Zoon ons vóór zijn met de onuitsprekelijke zending en schenking van de Heilige Geest. Lees vooral niet heen over het woordje gegeven! De Heilige Geest is Gods gave, kosteloos geschenk van vóórkomende genade. De Heere geeft Zijn Geest immers niet aan wie het waard is of wie het kan betalen; zelfs niet omdat er enige vraag naar is. Hij geeft puur uit welbehagen, uit loutere goedgeefsheid. Daar zit vrijwillige, verkiezende liefde achter. Het is ongepeilde ontferming, dat Hij met het licht van Zijn Geest in de aarde-donkere spelonk van onze verlorenheid komt schijnen.

De Doop

Met die belofte kwam de Heere bij de doop al in ons leven. Daar 'verzekerde ons de Heilige Geest door dat heilig sacrament dat Hij in ons wonen wil'. En het behaagt Hem om op Zijn tijd - Zijn gegeven moment! - ons op verborgen, onuitsprekelijke, wondere wijze uit onze doodsslaap te wekken, door het wederbarende Woord van gericht en genade in ons hart te zaaien en te doen ontkiemen. Anders zijn we met geen man en macht wakker te schreeuwen en met geen stok in beweging te krijgen. Maar de Geest roept: Opstaan! En daar geschiedt wat Hij gebiedt! Waar en wanneer Hij dit doet, is lang niet altijd nauwkeurig te achterhalen. Wat dit betreft moeten wij pertinent de geruchten tegenspreken, die hier en daar in omloop zijn, als zou ieder kind des Heeren precies uur en plaats moeten weten van de eerste Geesteswerking in zijn leven. Dat leert de Bijbel nergens. Het werk van de Geest laat zich niet achterhalen en na-rekenen. De beginfase daarvan kan geheel verborgen liggen in de jaren van onze prilste jeugd. En doet het tijdstip er iets toe? Comrie zei eens: Als de zon schijnt, koester u dan in de warmte van haar stralen en tob niet over de vraag, hoe laat de zon is opgegaan...!

Dat en hóe

Dat en hoe de Geest ons wekt en in ons werkt, dat is doorslaggevend en... onmiskenbaar duidelijk. De Geest komt immers zeer beslist met het Woord. 'De Heilige Geest komt niemand verlichten, tenzij tevoren in zijn oor het hoorbare Woord weerklinkt' (Luther).

Overtuigen doet immers de Geest. En overtuigen voltrekt zich in het Woord: onweerlegbaar brengt de Geest onze schuld te berde. Hierbij gaat het niet om een woordeloze gevoelsstroom, maar om oordelen, om de sprake Gods. En met dat Woord worden wij het eens als de Heilige Geest in ons leven intrekt en doortrekt. Dit Woord vallen wij bij, als het mij vonnist als een vijand van God. Niet omdat wij tot deze boetvaardigheid geneigd zijn, maar omdat de Heilige Geest ons hart er onweerstaanbaar toe neigt.

En het is ook door dit Zijn Woord dat ons hart gestolen wordt voor de bekoorlijkheid van Christus. De Geest weet ons zo te overreden dat wij al ons verzet op gaan geven. Hij weet al de argumenten van ons ongelovige hart te breken en al de ja-maars te bannen. En Hij wil al de zelfgenoegzaamheid slechten, zodat wij alle dingen schade gaan achten om de uitnemendheid van Christus Jezus, onze Heere.

Wat een gave is deze Heilige Geest! Door Hem alleen wordt het ware geloof ontstoken. Het ware! Dus geen surrogaat, geen verbeelding of gedachtenspinsel. Geen vermoeden en evenmin een rekensom. Geen doe-het-zelfprodukt. Maar: het door de Geest opgeroepen hartelijk amen op Gods Woord, het stellige betrouwen op de beloften van het Evangelie, het zich hechten aan de Man van Zijn Woord. En waar wij zo de Heere niet langer verdacht houden, komt God aan Zijn eer en wij tot onze bestemming. Geen wonder dat Calvijn het geloof het eigenlijke en voornaamste werk van de Heilige Geest noemt.

Onder Zijn beheer

Laat ons goed overwegen wat dit zeggen wil! Wanneer God ons Zijn Heilige Geest geeft, betekent dat niet dat die Geest dan voortaan onder ons beheer staat. Veeleer het tegendeel: wij staan voortaan onder Zijn beheer! Immers Hij werkt de horigheid en het deelgenootschep aan Christus door geloof. Wat wil zeggen dat de Heilige Geest ons daartoe is gegeven dat wij teruggegeven worden aan God. De Geest maakt ons deelgenoot en eigendom van Christus en zo van de Vader. Christus deelachtig! Wat een sprekende, rijkgeladen uitdrukking. Wij worden van Hem Die met ons deelt. 'Leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente' (Ef. 5). Dat is: liggen voor Zijn rekening, leven op Zijn kosten. Delen in Hem, dat is niet alleen Zijn weldaden erven, maar Hem Zelf kennen in die verborgen vereniging van het geloof. Zo vervult Hij Zijn belofte: 'Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult de Heere kennen' (Hosea 2). In het Woord des Geestes komt de Bruidegom op me toe. Hij ziet me liefderijk aan. Hij doet zijn aanzoek en zoekt mijn hart door Zijn hart voor mij te openen. Daar strekt Hij Zijn doorwonde handen naar rnij uit. Daar bedekt Hij mijn schande en schamelheid. Daar wist Hij alle bloedschulden weg. Hij breidt Zijn vleugels uit en zweert: Gij zijt de mijne, zo erbarmelijk als ge zijt. Niets daartoe en niets daaraf!

Buiten onszelf

Zo drijft de Geest ons in ons binnenste zelf tot buiten onszelf, tot in de liefdesgemeenschap van de Borgen Bruidegom, in de binnenkamer van de Koning. En dezelfde Geest schenkt ons door Zijn uitgestorte liefde in het hart gaandeweg vrijmoedigheid en vrolijkheid om Christus' liefdesverklaring te beantwoorden: 'Mijn Meester en Bruidegom, indien Gij mij zo duur gekocht hebt, dan wil ik ook geheel de uwe zijn. Nu wil ik U minnen en niets buiten U denken, loven en geloven. Nu ik van U ben leef ik ook voor U. Al wat aan U is, is gans begeerlijk en heerlijk'.

Telkens wanneer het Evangelie opengaat tot op de Heiland, is de Heilige Geest daarvan het geheim. Hij draagt de sleutels!

Laat niemand twijfelen of dit deelgenootschap aan Hem ook zegeningen meebrengt! God kwam Hem voor met zegeningen van het goede (Psalm 21), en nu komt Hij op zijn beurt er ons mee voor. Want de Heilige Geest legt niet alleen de verbinding met Zijn Persoon, maar stelt ons ook gratis al Zijn weldaden ter beschikking. Die weldaden heeft de Vader ons immers in en om Hem vermaakt. De Zoon verwierf ze. De Geest maakt ze ons eigen. Dat betekent, God lof: Wat Jezus deed, geldt ook mij! Vergelijk het maar met een vader en een kind: betaalt de vader al de oude schuld, de zoon zal niet lastig gevallen worden... Vergelijk het met een bruidegom en bruid: koopt de bruidegom een vorstelijke woning, de bruid trekt mee en geniet er mede van... Vergelijk het met een bezitloos maar bevoorrecht man: als armoedzaaier mag hij niettemin het vruchtgebruik genieten van andermans akker...

De vruchten

Zo nu mogen wij door de geloofsvereniging met Christus delen in Zijn volkomen en volbrachte werk en de vruchten ervan plukken. Vol vruchten hangt deze boom! De vrucht van Zijn heilige ontvangenis, de vrucht van Zijn vleeswording, de vrucht van Zijn doop, de vrucht van zijn gehoorzaamheid en Wetsvervulling, de vrucht van Zijn gebed en droefheid ten dode, de vrucht van Zijn geloven en lijden, de vrucht van Zijn spreken en lofzang, de vrucht van Zijn verlatenheid en sterven, van Zijn graflegging en verrijzenis, van Zijn opvaart en voorbede... De Heilige Geest stuurt onze hand naar al die vruchten, omdat wij in Zijn licht en op Zijn aanbeveling zien dat deze boom waarlijk goed is tot spijze! En zo nemen wij en eten... Niet teveel tegelijk. Mondjesmaat. Anders zouden wij bezwijken. En ook nooit zo dat wij tenslotte konden zeggen: alles binnen! Alsof er een ogenblik zou komen waarop wij genoeg van Christus kregen en voor Zijn aanbod bedanken: nu heb ik het gehad, ik weet het nu wel, de boom is leeg en ik ben vol! Nee, dag aan dag plukken wij, hongerig en dorstig, rijk bedacht met rijpe, voedzame vruchten. Levenslang. Wij hebben wel genoeg aan Hem, maar nooit genoeg van Hem! Zoals de hogepriester oudtijds telkens opnieuw met het hysopbundeltje het bloed der verzoening sprengde, zo is de Hemelse Hogepriester onophoudelijk bezig om Zijn Heilige Geest te hanteren, waardoor Hij ons een leven lang met Zijn weldaden onderhoudt, in de Woordbedi^ning der verzoening. Goedgeefs is God met Zijn Geest voor het behoeftige geloof: Hij geeft en geeft, eindeloos uit de fontein van het heil. En met vreugde scheppen wij water. Zonder geld, zonder prijs. En zo mag ons hart zich verblijden en zal niemand onze blijdschap wegnemen (Joh. 16).

Prediking

Met name tijdens de prediking van het Evangelie stelt de Heilige Geest de gekruiste Christus Zelf tegenwoordig met Zijn aangebrachte offer. Dan is het alsof Zijn bloed verkwikkend en zuiverend nedervloeit om al onze overtredingen weg te wissen. Nu kunt u wellicht verstaan hoe Calvijn kwam tot deze ontboezeming: 'Hoeveel te opmerkzamer zouden wij de prediking aanhoren als wij daarbij in gedachten het heilige bloed van Christus zagen vloeien!'

Daar is ons altaar, waarheen wij ons wenden met onze dagelijke schuld. Daar staat het Lam als geslacht tot Wie wij ons geven met de last van onze zonde. Daar klinkt de stem van de Bruidegom Die onze ziel liefheeft. Daar staat Zijn kruis hoog opgericht, waarin wij eeuwig roemen. Daar trekt Hij - van de aarde verhoogd - allen tot Zich. En de predikers zijn als Mozes in de woestijn: zij lokken - als muziekinstrumenten aan de mond van de Geest - het dodelijk gebeten volk uit hun tenten om op de verhoogde koperen slang te zien. En in de volmacht en gedrevenheid van de Heilige Geest bidden zij van Christus' wege: Laat u met God verzoenen.

Zie, nu worden melaatsen gereinigd, gewonden geheeld, gebogenen omhooggericht en dorstigen gelaafd.

Want hier staat Jezus, luide roepend: 'Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen van het levende water zullen uit zijn buik vloeien' (Joh. 7). En zegt Hij dit niet aangaande de Heilige Geest Die ontvangen zullen die in Hem geloven?

Zo leren wij van het gegeef, uit de hand van Jezus Die Zich voor ons overgaf en ons de Geest verleent, en onder de adem van de Geest Die tot ons neerdaalt en ons Jezus wegschenkt. Bedelaars blijven wij. Dat is waar. Maar rijk bedeeld. Dat is ook waar. Totdat het eindeloze Pinksterfeest aanbreekt, waarop ons met al Gods dorstigen gegeven wordt te drinken uit de fontein van het water van Geest en Leven om niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ook mij gegeven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's