Doorgaand werk van de Heilige Geest
Duizenden preken worden zondag aan zondag in ons land gehouden. Wat is het effect?
In de altijd weer informatieve voorpaginacommentaren van het Nederlands Dagblad blijft de lezer nimmer in het ongewisse hoe de commentator tegen de kerk aankijkt. Telkens weer wordt de vrijgemaakte banier opgestoken en voortgaande reformatie door zuivering en derhalve afscheiding van de valse kerk bepleit. Ten aanzien van de Hervormde Kerk geeft de bazuin geen onzeker vrijgemaakt geluid. Deze kerk vertoont de tekenen van de valse kerk.
Anderzijds laat men niet na het positieve in onze kerk aan te wijzen en er mee in te stemmen. In het aanwijzen van het kerkelijk kwaad moeten wij echter vaak ootmoedig het hoofd buigen. We hebben ook geen enkele behoefte om af te dingen op wat anderen aan onbijbelse, niet-gereformeerde ontwikkelingen en visies in de Hervormde Kerk moeten signaleren. Toch stuit ik herhaaldelijk op een ernstig misverstand. Daarover gaat het volgende; bewust geschreven nu we weer toeleven naar Pinksteren.
Er verandert niets?
Enkele weken geleden publiceerde de Confessionele Vereniging in de Nederlandse Hervormde Kerk een 'Pleidooi voor kerkelijke koersverandering', een stuk dat mede ondertekend was door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Het is nu reeds duidelijk, dat dit stuk niet die aandacht trekt, die het Getuigenis in 1971 trok. Het N.D. schrijft terzake: 'Er komt wat rimpeling in de publiciteit, ditmaal naar het ons voorkomt overigens aanzienlijk minder dan bij het Getuigenis van 1971'.
Dit zal waar zijn, maar de vraag is of ook waar is wat in het commentaar volgt: rimpeling in de publiciteit, 'maar daar blijft het bij'. - Blijkens dit commentaar is dus het effect van stukken als het Getuigenis van 1971, de Open Brief van 1968, en nu dit pleidooi, dat het even wat rimpeling geeft in de publiciteit maar verder geen effect heeft. Dit lijkt me een massieve weinig geestelijke redenering. Afgezien van het feit dat - om een woord van Groen van Prinsterer te gebruiken - voor de Waarheid uitkomen altijd plicht is, zelfs als men haar miskent ('de uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is'), wie zal ooit de geestelijke uitwerking van wat gezegd, gepreekt, geschreven is peilen of meten?
Duizenden preken worden zondag aan zondag in ons land gehouden. Wat is het effect? Is dat direct aan te geven? Is het enige dat gezegd moet worden, dat bij de koffie na de dienst de preek de doofpot is ingegaan? Of vindt de preek dan hier, dan daar gehoor; gaat de preek mee naar de binnenkamer en naar de publieke weg? Wie zal het weten en wie zal het meten? Maar we blijven geloven in het doorgaande werk van de Heilige Geest onder de prediking waardoor van week tot week de Heere de Zijnen voedt. Wie zal zo óók meten de uitwerking, die stukken, artikelen, bezinningssamenkomsten door de Heilige Geest hebben mogen in kerk en gemeente! Zelfs een 'rimpeling in de publiciteit' kan een wolkje zijn als een mans hand of een mosterdzaad gelijk, het kleinste onder de zaden maar met de kiemkracht voor een grote boom, waarin de vogels een nest vinden. Ook in deze mag de dag van de kleine dingen niet veracht worden.
Geen onderscheiding
Dieper gaat echter mijn bezwaar wanneer het N.D.-commentaar het volgende opmerkt:
'De verontwaardiging van diegenen in die (Hervormde, v. d. G.) kerk die willen vast- houden aan de gereformeerde confessie, is te begrijpen. Maar wat baat het uiten van die verontwaardiging, van week tot week in hun kerkbladen en af en toe in een speciaal document? De honden blaffen, maar de karavaan trekt verder. En het ergste is: grote delen van het kerkvolk worden meegesleept, omdat de mensen niet hebben leren onderscheiden bij gebreke aan goede schriftgetrouwe prediking en catechese, schoolonderwijs, jeugdverenigingen.'
Over die blaffende honden en de voorttrekkende karavaan hebben wij vaker geschreven. Maar het gaat er nu om dat gesteld wordt dat (in de Hervormde Kerk met name) grote delen van het kerkvolk worden meegesleept, omdat de mensen niet hebben leren onderscheiden. Niemand zal ontkennen dat een prediking (elke), die afwijkt van de Schriften, ziels verwoestend is en daardoor uiteindelijk kerkontbindend. Woord en Geest zijn zó nauw verbonden dat we de zuivere prediking van het Woord Gods niet hoog genoeg kunnen noteren. Niemand zal ook ontkennen dat in onze kerk vanwege valse leer zielen worden misleid. De prediking kan zelfs naar het schijnt (en dat geldt voor alle kerken) Woord-gebonden zijn, terwijl het eigen werk van de Heilige Geest zo niet gemist wordt dan wel verschraald aanwezig is, zodat toch de gemeente niet klopt van Geest-doorademd leven, zodat wonderen van bekering en wedergeboorte uitblijven en het geloofsleven van de gemeente vanzelfsprekend wordt. Als het dan over onderscheiding gaat: de hoorders leren niet meer onderscheiden (ook voor zichzelf niet) wat waar geloof en schijngeloof is. De Geest schept echter waarachtig geloof en die het ontvangt weet ervan, weet het uit ervaring door die Geest..
De Hervormde Kerk
Maar nu concreet: is het onderscheidingsvermogen binnen de gemeenten in de Hervormde Kerk verzwakt? Ik antwoord met een geloofsuitspraak, die proefondervindelijk bevestigd wordt, telkens weer: de Geest werkt vrijmachtig. Daar schuilt ook binnen de oude vaderlandse kerk iets raadselachtigs in.
Ooit zei een afgescheiden predikant dat in 1834 een grote schare Schriftgelovigen de Vaderlandse Kerk verliet maar dat het vernieuwende werk van de Heilige Geest zó bleef doorgaan, dat in 1886 opnieuw een schare Schriftgelovigen de Hervormde Kerk kon verlaten (ik leg de nadruk op kón). En ondanks Kuypers woord, dat de Hervormde Kerk met Jan Rap en zijn maat zou overblijven, bleef het hart- en gemeentevernieuwende werk van de Heilige Geest toch doorgaan. Zodat ook vandaag - als het, wat God verhoede, ooit nog eens tot een breuk zou komen - opnieuw velen, die de kracht van Woord en Geest in hun leven vernieuwend ervaren hebben zouden kunnen heengaan. Want de Geest blééf werken.
Er bleef een volk, dat door regelmatige lering onder Schriftgetrouwe prediking bleef onderscheiden tussen ware leer en valse leer. Maar er kwam ook een volk - wonder van de Geest - dat ging leren onderscheiden dwars tegen wat in directe omgeving zichtbaar en hoorbaar was in. Ik behoef niet meer op te halen in welke plaatsen of streken de zielsverwoestende leer van het modernisme langzaam maar zeker (als door ontkiemen van het mosterdzaad) plaats maakte voor de leer der Schriften, waardoor het werk van onze lieve Borg en Zaligmaker weer helder aan het licht mocht treden. Ook hier gold: 'de wind blaast waarheen Hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat'. Zo is het met ieder die uit de Geest geboren is. Zo is het ook met kerkelijke, geestelijke vernieuwing. Ligt hier ook niet het geheimenis van Gods trouw? De Geest léért telkens weer onderscheiden. Uiterlijke trouw ónder het Woord en in het Woord behoeft die onderscheiding nog niet automatisch met zich mee te brengen. Er kan verborgen ketterij onder schuilgaan. We mogen in deze de commentator van het N.D. toch ook wel voorhouden de spiegel van de ontwikkelingen in Gereformeerde Kerken buiten de Nederlandse Hervormde Kerk? Is daar het onderscheiden der geesten, bij alle beleden trouw aan Schrift en Confessie, gebleven? Of is niet de verootmoedigende ervaring, dat men zó gerust kan zijn op de heffe van het getrouw zijn, dat men vóór men het weet ver buiten de stroom van het gereformeerde leven gekomen is? Zijn de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken geen baken in zee? Niets is gevaarlijker voor het blijven van de gave van de onderscheiding der geesten dan geestelijke gerustheid. Anderzijds blijkt - en we mogen het als een wonder van Gods genade, ook in de veel verguisde en zeer ontwrichte kerk der vaderen tot onze grote verwondering zien - dat de Geest juist leert onderscheiden dwars tegen vreemde leringen in. Telkens zijn ook weer mensen en gemeenten wakker geworden, omdat de Heere wakker bleef over Zijn Woord en de doorwerking daarvan ook in kerkelijk deplorabele situaties, ondanks notoire ketterij. De verborgen ketterij - zegt Van Ruler - is altijd veel gevaarlijker dan de openbare. 'Ze pleegt ook dieper ketters te zijn. Het geestelijke leven in de christelijke zin van het woord wordt er ernstiger door aangevreten en op de duur zelfs verwoest.' De openlijke ketterij kennen we in de Hervormde Kerk al zoveel jaren. Maar de Heilige Geest bleef dwars daartegenin het onderscheiden der geesten werken en versterken. Ook dat is verbondstrouw.
Er is wel degelijk een volk in de Hervormde Kerk, dat het snode van het kostelijke leerde onderscheiden. Het gevaar is zelfs - en dat is dan ook óns gevaar - dat tè scherp wordt onderscheiden en het goede, het door de Geest gewerkte, in het geheel van de Kerk niet meer wordt gezien. Want uiteindelijk is de Kerk vrucht van het vergaderende werk van de Geest!
Kerkvergaderend
We mogen ook vandaag belijden en geloven, gelóven en belijden dit voortgaande kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. Een werk dat ten diepste in harten aanvangt en gemeentelijk zichtbaar wordt.
Het belijden van de vrijmacht van de Geest vrijwaart ons vandaag intussen ook voor kerkisme, voor het roepen 'de tempel des Heeren, de tempel des Heeren is deze', bewaart er óók voor kerken af te schrijven. Ook vandaag bekeert God mensen van de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Het gebeurt in de gemeenten - door Gods trouw - het gebeurt in de wereld waarde Geest ongedachte middelen te baat neemt om mensen bij de gemeente te brengen. God bekeert vandaag ook dominees, ouderlingen of soms - een enkel gemeentelid, wardoor gemeenten weer komen onder de beademing van het levende Woord, waaraan de Geest zich levenwekkend paart.
En verder zeggen we nog eens: de echte vrucht, het echte werk des Geestes is alleen bij God bekend.
Predikanten zaaien soms jaren - naar het schijnt - vruchteloos. En soms na hun dood komen de vruchten bloot. Van de Loosdrecht op het zendingsveld op Celebes in 1917, waar hij de dood vond, is er een voorbeeld van. Een Engelse dominee óók, die na vele jaren afscheid nam van zijn gemeente voor 13 kerkgangers, maar toen een lied dichtte: 'Abide with me', blijf bij mij Heer, een lied dat de wereld veroverde.
God gaat ook vandaag door Woord en Geest Zijn goddelijke gang. Pinksteren is daarvoor een garantie.
Intussen is het wel een geweldige verantwoordelijkheid om onder de beademing van het Woord te zijn. Men kan namelijk ook zo van het Woord weggroeien dat de Geest wordt gestuit. Hier geldt de huiveringwekkende mogelijkheid van Hebr. 6 : 4 e.v.:
'Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en de Heilige Geest deelachtig geworden zijn, en gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, en afvallig worden, die, zeg ik, weer te vernieuwen tot bekering, daar zij voor zichzelf de Zoon van God weer kruisigen en openlijk te schande maken.'
Maar wij maken niet uit waar de Geest nog kan en wil werken. Hij werkt vrijmachtig en leert oók vandaag onderscheiden. Het kerkvergaderende werk gaat door. Van ons wordt gevraagd het gebed: kom Schepper, Geest!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's