Globaal bekeken
'Overpeinzingen van een bejaarde emeritus'. Onder-deze titel schreef ds. P. A. A. Klüsener (Zeist) enkele ontboezemingen over het emeritaat, letterlijk uitgediend zijn, hoewel deze 'bejaarde emeritus', blijkens zijn regelmatige pennenvruchten, waaronder doorwrochte boekbesprekingen in Het Kerkblaadje van de Vrienden van Kohlbrugge, nog niet aan helemaal uitgediend toe is. Hier volgt een stukje van zijn overpeinzingen in genoemd Kerkblaadje:
'Zondag 28 april te Z. afscheid van ds. X. wegens emeritaat. Ds. X. is dus in de buurt van de 65, want sinds 1943 kennen we in de Hervormde Kerk het verplichte emeritaat. Nu is het dus niet meer mogelijk dat iemand na 49 dienstjaren met emeritaat gaat, omdat de afstanden in zijn uitgestrekte gemeente sinds hij niet meer fietst een bezwaar werden voor onze ambtsbroeders van zo rond de 75. Als er iemand briesend tegen deze bepaling van 1943 was dan wel de bekende Amsterdamse predikant dr. G. Oorthuys die uit Schrift en historie talrijke voorbeelden noemde, waaruit bleek dat de Heere God vaak bejaarden tot belangrijke taken riep. Met vuur verhaalde hij dat geestige gebeuren in de middeleeuwen als bewijs hoe mensen zich kunnen vergissen: het conclave koos als paus een oude kardinaal als een soort interim-figuur. Na zijn verkiezing leverde de oude heer het bewijs van zijn kracht door tégen het plafond te spuwen. Bovendien roeide hij de zeeroverij uit in de kerkelijke staat! Hij was dus tot méér in staat dan het openhouden van zijn plaats voor een krachtiger figuur. 't Is natuurlijk spijtig, wanneer een predikant moet vertrekken, terwijl de gemeente hem graag nog enige jaren had willen behouden. Daartegenover staan evenwel andere gevallen. "In het harnas willen sterven", zei men ook wel, als men het harnas eigenlijk niet meer kon dragen! Uit bittere noodzaak bleef men aan, want de pensioensvoorzieningen waren onvoldoende: een ellende voor beide partijen! Daar komt nog bij, dat het soms héél moeilijk is om eigen minder-worden te aanvaarden. Die bepaling van 1943 heeft dus ook haar goede zijde.
Men wordt emeritus met 65 jaar... ja en neen. Ja, wanneer met een zucht van verlichting de grens werd bereikt: door allerlei somatisch (lichamelijke) klachten kunnen de laatste jaren moeizaam zijn. Het uitgediend-zijn (e-meritaat) is dan een welkom ontslag uit velerlei verplichtingen. En al belijden we het 'sola gratia' (genade alléén), we spreken toch van de welverdiende rust van de eervol geëmeriteerde.
MeestaI gaat het wel wat anders. De nog valide emeritus behoort tot de gewaardeerde reserve. De meeste zondagen één of twee beurten is voor mannen van enige naam geen uitzondering. Bovendien kan men tot z'n zeventigste een (meestal kleine) gemeente dienen als "bijstand in het pastoraat". Dan ben je zinvol werkzaam en is het huisvestingsprobleem vijf jaar verschoven. En twee partijen zijn met elkaar geholpen. Is echter de "leeftijd der sterken" bereikt, dan is de tijd van openbare funkties voorbij. Niet, dat je tot nietsdoen veroordeeld bent! Onverkort behoud je de bevoegdheid tot de dienst van Woord en Sacramenten, maar onwillekeurig schuif je méér naar de zijkant van de weg. En dan dringt het opeens tot je door, dat je bezig bent buiten het gezichtsveld van collega's en gemeenten te geraken.
Jongere emeriti vertellen regelmatig te komen, waar jij voorheen placht voor te gaan. Elk jaar komt er een nieuwe "lichting" bij; voor de candidaten zijn beurten levensnoodzakelijk. Dan zijn er nog de vrij velen, die preekbevoegdheid ontvingen.
Je merkt het ook aan de wijze waarop je benaderd wordt. Vraag: preekt u nog wel eens? Antwoord: Ja, als ik gevraagd word! Vragen: hebt u geen bezwaar tegen avonddienst? Rijdt u zelf nog? Toen ze omhoog zaten hebben ze zich afgevraagd: zou ie nog leven? Nog preken? Zou je hem nog kunnen verstaan? Allemaal reële vragen! Intussen blijkt wel, dat je je tijd hebt gehad en nu echt-emeritus aan het worden bent: uitgediend. Je moet het wel even verwerken, dat je je tijd gehad hebt! Blijft de dankbaarheid voor wat ontvangen werd en wat je hebt mogen doen onder de belofte, dat ons zwoegen niet ijdel (vergeefs) is in de Heere...'
***
Het blad Zwingli haalt twee advertenties, die voor zichzelf spreken, op uit de oude doos:
Uit een kalender met foto's en kranteknipsels over Assen rond de eeuwwisseling hebben wij onderstaande knipsels geplukt. Wat is er in ruim tachtig jaar veel veranderd! Het verhuren van zitplaatsen in de Hervormde Kerk (sinds enige jaren omgedoopt tot Jozef-Kerk - bedoelen ze Josef, die het in Egypte zo ver schopte of de (pleeg)vader van Jezus? ) komt al lang niet meer voor. En soepuitdelingen voor de lidmaten der Hervormde Gemeente zijn gelukkig al sinds lange tijd overbodig. De tijden veranderen, soms ten goede, zoals uit beide advertenties blijkt
Uit Edmonton, Canada, kregen we de volgende brief inzake de kleine Hollandse gemeente, die daar een klein jaar geleden werd gesticht.
'Aan onze vrienden in Nederland.
Zoals u misschien weet, werd in Canada, Edmonton - Alberta, op 21 augustus 1981 geïnstitueerd: St. Mark's Reformed Church of Edmonton, genoemd naar het oude kerkje, dat wij gebruiken.
Begonnen werd met 4 gezinnen:8 belijdende en 12 doopleden. De kerkeraad bestond uit 1 ouderling en 1 diaken; erg ongebruikelijk weliswaar, maar met slechts 4 mansleden werd op deze manier begonnen.
In de eerste 6-7 maanden mochten we ervaren dat de Heere Zijn zegen gebiedt waar broeders (en zusters) in liefde samenwonen. Kortelings deden 2 mensen in het midden van de gemeente belijdenis van hun geloof, werden 3 kinderen gedoopt en groeide het aantal gezinnen tot 10.
De gemeente bestaat nu uit 21 belijdende en 24 doopleden en daarnaast zijn er nog enkele trouwe belangstellenden. Inmiddels is er ook een definitieve kerkeraad gekozen:2 ouderlingen en 1 diaken. Er zijn engelse diensten iedere zondagmorgen en 's middags hollandse diensten. Ook is er iedere maand een Bijbelstudie-avond die trouw bezocht wordt.
Gedurende de zomer hopen D. V. nog een aantal gezinnen uit Nederland naar Edmonton te emigreren. Dit betekent nieuwe uitbreiding van onze gemeente. Wij hopen dat de toename van het ledental voort mag gaan zodat we ter gelegener tijd financieel in staat zijn een eigen predikant te be roepen. Meer dan groei in aantal is groei in geestelijk opzicht nodig. Daarom willen wij u, onze broeders en zusters in Nederland, vragen onze kleine gemeente in uw gebed te gedenken. Met broederlijke groeten St. Mark's Reformed Church of Edmonton, H. G. P. Roolker, scriba, 13104 - 31 Street, Edmonton, Alberta T5A 3A4 Canada'
***
We laten hier enige voorlichting volgen over de opleiding journalistiek van de Evangelische Hogeschool. Deze opleiding voorziet in een dringende behoefte en komt gelukkig goed van de grond. Financiële steun uit de gemeenten voor de E.H. is alleen al om deze opleiding van harte aan te bevelen:
'Het doel van de opleiding journalistiek aan de EH is studenten voor te bereiden op de uitoefening van een beroep op het brede terrein van de communicatie, in het bijzonder dat van de massacommunicatie.
Beroepsbeeld in het algemeen
Wie een beroep uitoefent op het terrein van de massacommunicatie, moet, ongeacht zijn of haar specialisatie, in elk geval:
a) inzicht hebben in de gecompliceerde structuur van de hedendaagse samenleving, blijkende uit een brede algemene ontwikkeling en belangstelling;
b) kennis hebben van en inzicht hebben in de theorie en praktijk van de massacommunicatie;
c) over een grote dosis speurzin beschikken om nieuws te garen, te selecteren en op etisch en technisch verantwoorde wijze mondeling of schriftelijk door te geven;
d) receptief en produktief uitstekend de Nederlandse taal beheersen;
e) op redelijk niveau tenminste twee moderne talen kennen.
Uit de formulering van de doelstelling blijkt duidelijk, dat niet alleen gedacht wordt aan studenten die later als journalist bij een krant of tijdschrift gaan werken, maar ook aan hen die in dienst zullen treden bij de omroep, bij uitgeversmaatschappijen, bij (belangen)organisaties. Instellingen op het gebied van audiovisuele registratietechnieken, of die zullen worden aangesteld als voorllchtingsdeskundige/voorlichter bij overheidsorganen, in het bedrijfsleven of bij een organisatie/vereniging. De onderwijsdoelstelling van het eerste jaar is het bijbrengen van een brede algemene ontwikkeling, Inzicht verschaffen in de ontwikkeling van wetenschap en cultuur, bezinning op vragen van religieuze en filosofische aard, alsmede op het gebeuren in de binnenlandse en buitenlandse politiek/verhoudingen. Daarnaast grondige training op het gebied van communicatie, taalvaardigheid en studietechniek.'
***
In een lezenswaardig artikel in het blad Credo, getiteld 'Crisis der democratie', schrijft oud-senator dr. H.AIgra het volgende over kamervragen, vragen door leden van de kamers der staten-generaal gesteld aan de regering. Hier volgt het stukje terzake:
'Leden van de beide Kamers der Staten-Generaal hebben het recht, aan de Regering schriftelijke vragen testellen. Daar wordt dagelijks gebruik van gemaakt. Als het Nieuwsblad van Weert en Omstreken, of De Volkskrant, of de Schager Courant een pikant berichtje bevat, dan haasten Kamerleden zich, om daarover schriftelijke vragen te stellen. Is dat bericht waar en doet de Regering er ook wat aan, enz.
***
Als in een of andere krant staat, dat in Turkije een politieke tegenstander van het bewind ter dood is veroordeeld, dan krijgt de minister van Buitenlandse Zaken de schriftelijke vraag voorgelegd, of dat krantenbericht op waarheid berust en zo ja, of de Nederlandse regering dan geen stappen moet ondernemen, opdat het vonnis wordt herzien. Als iemand denkt dat ik overdrijf, dan vertel ik hem, dat mij twee gevallen bekend zijn van schriftelijke vragen naar aanleiding van een krantenbericht, dat als Aprilgrap was bedoeld maar door de vragensteller blijkbaar niet als zodanig werd onderkend. Natuurlijk worden er ook belangrijke en heel serieuze schriftelijke vragen gesteld, maarzij worden overspoeld door eendagsvliegjes op dit gebied. En het aantal schriftelijke vragen heeft, als ruim de helft van het zittingsjaar is verstreken, al de duizend bereikt. Gevolg: het is een zeldzaamheid, dat de gewone burger nog iets van deze aktiviteiten verneemt. (De beantwoording van een stel schriftelijke vragen kost gemiddeld aan het Rijk duizend gulden). Verscheidene leden van de Staten-Generaal doen zonder twijfel serieus werk, maar het fanatiek detaillisme overwoekert alles.'
***
Vervolgens schrijft Algra over 'de mondigheid van de burger'. Ook dat laten we hier volgen:
'De mondigheid van de burger krijgt haar uitdrukking en vorm in een bijna onoverzienbaar aantal organisaties, voortgekomen uit het volksinitiatief. Het onderwijs, de omroep, een ganse reeks van sociale voorzieningen, de organisaties van werkgevers en werknemers, van middenstanders en agrariërs, het is allemaal in vrijheid tot stand gekomen en het zijn geen verlengstukken van het apparaat van de overheid.
En overal is in dat organisatiewezen het bestuur van de vereniging of stichting het bevoegd gezag. Maar de vraag is, of dat waar wordt gemaakt in deze tijd. Er zijn veel staffunctionarissen. En hun ijver is soms indrukwekkend. Bovendien wordt het organisatieleven geteisterd door een kwalijke uitvinding van de moderne tijd, nl. de stencilmachine. Zo zijn er tal van bestuursvergaderingen, waar stencil na stencil wordt afgehandeld. Aangereikt door de staffunctionarissen. Zelfs kerkelijke deputaatschappen kunnen niet meer zonder een "betaalde kracht".
En ieder, die als staffunctionaris tot zijn recht wil komen, voelt behoefte aan een secretaresse. Die vaak de telefoon moet opnemen en tot de persoon aan de andere kant van de lijn moet zeggen, voor de zoveelste keer: Het spijt me, maar mijnheer is in vergadering.
Er zijn hoogleraren, die er de brui aan hebben gegeven, en voortijdig ontslag hebben gevraagd, omdat zij niet maar al door wilden vergaderen. Aan hun eigenlijke werk kwamen zij niet meer toe. Meer dan één rector van een atheneum heeft de vlucht genomen en is weer gewoon leraar geworden, omdat hij vreesde, te verdrinken in de vloed van nota's, circulaires, papers, rapporten, discussiestukken enz.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's