Moslims in Nederland
In ons land komen moslims in aanraking met christenen. Dat was niet het geval in het land van herkomst.
In 1978 werd opgericht de Stichting voor Verbreiding van het Evangelie onder Moslims in Nederland, uitgaande van de GZB, de IZB, de Morgenlandzending en de Chr. Geref. Kerken. We laten hier de tekst volgen van een folder 'Moslims in Nederland'.
'En gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest en gij zult Mijn getuigen zijn' Hand. 1 : 8
Ongeveer 1400 jaar geleden stichtte Mohammed een nieuwe godsdienst: de Islam. In de volgende eeuwen heeft deze godsdienst zich uitgebreid over de hele wereld. Islam betekent overgave. De 800 miljoen moslims, 'overgegevenen aan Allah' winnen sterk aan invloed.
Lijkt de Islam op het christelijk geloof? Op 't eerste gezicht wel. Moslims geloven ook in één God. De koran herinnert sterk aan de bijbel en verhaalt ook van Jezus.
Toch is er een wereld van verschil. De Islam weet niet van Jezus als de gekruisigde en opgestane Here. De koran zet zich zelfs scherp af tegen het Jezus-beeld van de christenen. De koran roept de mensen op tot onderwerping aan Allah en het onderhouden van zijn geboden. Langs deze weg moet gestreden worden voor een betere toekomst.
De bijbel leert, dat het Koninkrijk van vrede en gerechtigheid in Jezus Christus gekomen is. Ieder mens die op Hem zijn vertrouwen stelt, krijgt er deel aan. Hij leert God kennen als een Vader en als de bron voor alle vernieuwing. Hij geeft zijn kinderen de kracht om de overwinning op de machten der duisternis in Jezus' naam uit te roepen.
Dat is een blijde boodschap voor de wereld, waar de machten van ide duisternis het laatste woord lijken te hebben.
Ook voor de moslims.
'Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen; dat zij uw'goede werken mogen zien...' Mat. 5 : 16
De laatste twintig jaar zijn zeer veel moslims naar Nederland gekomen. Vooral gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Ze kwamen op ons verzoek, voor onze welvaart. Nu gaat het minder met de economie. Mogen wij ze nu wegsturen? Deze medemensen behandelen als overtollig gereedschap? Sinds 1974 komen er geen nieuwe gastarbeiders meer bij. Toch stijgt het aantal mensen dat naar ons land komt. Dat komt door de vele gezinsherenigingen. We hebben te maken met vaders, moeders en kinderen. Ieder van hen heeft zijn eigen problemen in onze maatschappij. Geld alleen is niet genoeg, ontdekken ze. Wat doen wij aan hun problemen?
In ons land komen moslims in aanraking met christenen. Dat was niet het geval in het land van herkomst. Daar konden ze niet zo vaak iets zien van de liefde, die God in de harten van zijn kinderen heeft uitgestort. Daar merkten ze weinig van de zorg, die christenen hebben voor het verachte in de samenleving. Daar waren maar weinig christenen die hen iets van Jezus, het licht van de wereld, konden laten zien. En hier? Wij zijn het aan ons christen-zijn verplicht om Jezus Christus te tonen door onze levenshouding. Door te wandelen in zijn licht. Met een open hart en oog voor de moslims in onze omgeving.
In het jaarverslag 1981 van de Stichting schrijft H. J. Takken, sinds kort vrijgesteld voor het werk onder de moslims in Nederland over het thema 'Is Allah dezelfde als God? ' Daaruit het volgende over Mohammed, de stichter van de moslim wereldgodsdienst:
Mohammed groeide op in Mekka. Een vermaarde stad. Vermaard als handelsstad en pelgrimsoord. Het was altijd druk in deze stad, die op een knooppunt van wegen lag. Niet alleen de stad speelde een grote rol in het leven van Mohammed. Ook de omgeving van Mekka, bestaande uit woestijn en rotsen, was van belang in zijn ontwikkeling. Hij wist van de verkwikking van oase' s in de woestijn; van meditatie in rotsholen. Hij wist ook van het drukke leven in de stad: dagelijks zag hij handelaars, handwerkslieden, reizigers... En... hij wist van de Kaaba, het heiligdom met daarin vele godenbeelden. Bovenop de Kaaba prijkte het beeld van Hubul. Dit was de oorlogsgod van de Kuraisj, de stam waartoe Mohammed behoorde.
Veel van deze goden hadden de reizigers in de loop der tijden geïmporteerd in Mekka. Zo was er voor iedere bezoeker van Mekka wel wat van zijn smaak en naar zijn behoefte. Er was een maangod, een zonnegod, de vruchtbaarheidsgodin Astarte, de liefdesgod Wadd, en een hele reeks berggoden. Er waren Allah en zijn dochters Al-Lat, Al-'Uzza en Manat. Allah werd erkend als een groot god en schepper van het heelal. Maar men had niet genoeg aan hem alleen. Men stelde andere goden naast hem.
In dit polytheïstische wereldje groeide Mohammed op. Al op jonge leeftijd was hij weesjongen. Hij zag op straat en nabij het heiligdom dat er onrecht geschiedde. Het geloof in deze vele goden bracht het volk niet op een hoger zedelijk peil. Drank, vrouwen en gokken speelden een grote rol voor mensen uit Mekka en bezoekers. Ook de Kuraisj, die het toezicht hadden over de Kaaba, namen een loopje met recht en gerechtigheid.
Kunnen we ons nu indenken dat een hefhaalde oproep tot dienst aan één God, aan de God van hemel en aarde, in deze context belangrijk is en positief gewaardeerd moet worden? !
En daarbij hoort de oproep om deze God, die Alwetend, Alhorend en Alziend is, oprecht te dienen. Mohammed wijst zijn volk erop dat allen eens door Allah geoordeeld zullen worden. Het onrecht, dat ten hemel schreiend was, is door God opgemerkt en men zal daarvoor gestraft worden. Mohammed stond lange tijd praktisch alleen. Hij werd bespot, veracht en tenslotte vervolgd. Juist dan zien we in hem profetische trekken. We zien echter ook dat Mohammed na de mekkaanse periode het leiderschap op zich gaat nemen. Niet langer is hij de vervolgde inwoner van Mekka; hij wordt een gevierd staatsman en strijdbaar generaal. Als held wordt hij Jathrib binnengehaald in 622 na Christus. Later wordt dit als het begin van de islamitische tijdrekening gezien. Ook wordt de naam van de stad veranderd in Medina, in het Arabisch Madinat an Nabi, dat is Stad van de Profeet. Vanuit Medina begint de macht van de Islam zich uit te breiden.
Hier zien we duidelijk een kloof tussen de persoon Jezus en Mohammed. Ook Jezus heeft de mogelijkheid om rechtstreeks te gaan regeren, zonder de weg van het kruis te gaan, voor zich gezien. Ook Hij kwam 'zegevierend' een stad binnen, toen mensen 'Hosanna, de zoon van David' riepen. Iedereen was vol verrukking en verwachtte dat deze Profeet het leiderschap op zich zou nemen om eindelijk het juk van de romeinse overheerser af te schudden. Bij Jezus zelf zien we het beeld van de graankorrel geïllustreerd. Het draagt vrucht na afsterving in de aarde. De andere weg is die van strijden en overwinnen en succes hebben.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's