De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus van de duivel verzocht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus van de duivel verzocht

7 minuten leestijd

In alle drie de evangeliën wordt het verhaal over Jezus' verzoeking voorafgegaan door het bericht van Zijn Doop in de Jordaan en Zijn erkenning door een hemelse stem, die zegt, dat Hij is de geliefde Zoon van het welbehagen Gods.

In de Times van 27 februari ll. heeft een artikel gestaan getiteld: 'Psychology, theology and the temptation'. Het handelt over de aard en de betekenis van de verzoeking van Jezus in de woestijn, zoals die ons is verhaald in het evangelie van Mattheus, in hoofdstuk 4, vers. 1-11. Dit gebeuren wordt ook vermeld in de evangeliën Markus en Lukas. Markus maakt in enkele zinnen slechts melding van wat Jezus in de woestijn overkwam. Het evangelie van Mattheus echter geeft, evenals dat van Lukas, een inhoudelijke beschrijving van het gesprek tussen Jezus en de duivel.

In alle drie de evangeliën wordt het verhaal over Jezus' verzoeking voorafgegaan door het bericht van Zijn Doop in de Jordaan en Zijn erkenning door een hemelse stem, die zegt, dat Hij is de geliefde Zoon van het welbehagen Gods. De Times-scribent spreekt dan over twee tegenovergestelde meningen aangaande de duivel: Deze is, of een antieke hersenschim, of een bovennatuurlijk wezen, dat voortdurend tracht in te grijpen in de levens van mensen, en met name in die van de kinderen Gods. Verder zou hij volgens de bijbel behoren tot de hemelse hofhouding en het handelen Gods in Zijn Schepping volgen. Zo zegt het evangelie dan ook, dat Jezus door de Geest naar de woestijn geleid wordt, om daar door de duivel verzocht te worden, (Mt. 4, 1). De Heere God heeft blijkbaar Zijn Gezondene tot deze beproeving bestemd. Hier staan wij voor de paradox, dat Christus, die als Zoon van God niet zondigen kon, toch aan de verzoeking tot zondigen werd onderworpen. En wil de verzoeking echt zijn, dan zal er een mogelijkheid moeten zijn, dat Jezus aan die verzoeking zou toegeven. Het niet kunnen zondigen echter sluit dit uit. De conclusie zou dan moeten zijn, dat deze verzoeking een vorm van toneelspel is, waarin Jezus optreedt als iemand, die nóch waarlijk mens, nóch waarlijk God is.

Schaduw

De schrijver zoekt voor zich in dit dilemma een uitweg, en hij gaat daarbij uit van de gedachte van de Zwitserse psycholoog C. G. Jung over de zgn. 'schaduw' in de menselijke persoonlijkheid. Deze schaduw is, wat wordt genoemd, de donkere zijde van de persoonlijkheid, en zij omvat functies, die een plaats hebben in het onbewuste van deze persoonlijkheid. Wat nu aan onbewuste vrees in de mens leeft, wordt door hem geprojecteerd op personen of zaken buiten hem.

Als zich nu in Jezus' leven, na het hoogtepunt van Zijn Godservaring bij de Jordaandoop, een terugslag voordoet en Zijn onbewuste door onzekerheid en vrees wordt aangegrepen, zal Hij, volgens Jungs Theorie, dit ervaren als een optreden van de duivel, die Hem het uitzicht op het Zoonschap Gods zoekt te ontnemen. In die gedachtengang projecteert Jezus, wat Hem benauwt op 'boze macht', wat hier ook onder mag worden verstaan.

In aansluiting hiermee zegt de schrijver, dat het niet zo is, dat er in het verhaal van de verzoeking twee personen handelen: Jezus én de duivel, maar dat ons hier twee aspecten van Jezus' innerlijk worden getoond. En zo ondergaat Hij alles aan beproeving, wat ook ons deel kan zijn. Als Jezus Zich van Zijn situatie bewust wordt en de onbewuste krachten in Zich weet te integreren in Zijn psyche komt Hij tot zelfregulering en zelfontplooiing. In dit proces, dat Jung individuatie noemt, en dat verschillende fazen doorloopt, kan Jezus - ons ten voorbeeld - onze redder zijn.

Grote figuren

De schrijver maakt dan een vergelijking met wat in het leven van legendarische figuren in literatuur en geschiedenis zou zijn gebeurd. Ook bij hen volgden geestelijke spanning en inzinking op tijden waarin zij zich met vreugde van hun roeping bewust werden. Hij had hier ook kunnen wijzen op de grote gelovigen in de geschiedenis van de Kerk, en op wat zij ons over hun leven hebben meegedeeld. De tijden, dat zij zich bewust waren door God geroepen te zijn, en die zich kenmerkten door gevoelens van geestelijke verrukking en van stille dankbaarheid, werden ook bij hen gevolgd door geestelijke moeheid en twijfel aan Gods genadige nabijheid. Ook zij spreken over perioden van 'donkere nacht', die volgden op hoogtepunten van geloof. En ook waar vandaag de verborgen omgang met God, door mensen wordt gezocht en verkregen, waarin zowel de vreugden van de geloofszekerheid, als gevoelens van het veraf zijn van God voorkomen.

Van andere aard

Ik wil hierbij opmerken, dat deze geestelijke ervaringen van de gelovigen, m.i. van andere aard zijn, dan die waarop het hier besproken artikel doelt. Daarin wordt de verzoeking van de Heere Jezus vergeleken met wat Jung in de menselijke psyche meent te onderkennen. Jung richt zich op de structuur van het persoonlijk onbewuste en ontdekt daarin elementen van remming en onlust. Het geestelijk leven van de gelovige mens echter, wordt kenbaar in Zijn bewustzijn. Daarin voltrekken zich de ervaringen van Gods nabijheid en van Godverlatenheid. Zij manifesteren zich in ons bewuste leven als 'diepten Gods', (1 Kor 2, 11; N.B.G). En het is Gods Geest, die in ons werkzaam is, en die onze Geest overmant, opdat wij door verzoeking en strijd heen, 'zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is', (1 Kor 2, 12). Zij, die deze heilsweg van God mogen gaan, die kennen het geweld van de Boze, en die worden opgewekt tot het nieuwe leven in Christus, zij weten, dat dit vrucht is van het verlossend werk van Jezus onze Heere.

Het is juist dit werk, dat een aanvang neemt als Jezus wordt geleid naar de woestijn om daar van de duivel verzocht te worden. Daarover zegt de Schrift, dat Hij, in alle dingen gelijk als mij, is verzocht geweest, doch zonder zonde, ' (Hebr. 4, 15.) Het is niet incidenteel, dat Jezus niet zondigt; Zijn leven is geheel afgezonderd van wat als zonde in mensen is. Zijn menselijk Zijn was geheel doortrokken van het Goddelijke. Hij was Gods schepping, zoals ook wij; maar wat in de voorlopigheid van ons bestaan onzuiver is, kon in Hem, de definitieve mens Gods, niet voorkomen. De gloed van het leven van God Zijn Vader, doortrekt Hem geheel en laat voor de zonde geen plaats. In die Gestalte, waarin het voor Hem een gerechte aanspraak was om God gelijk te Zijn, (Fil. 2, 6), heeft de zonde geen vat op Hem. Echter des te meer lijdt Hij aan wat Hij als zonde en afdwaling van de Vader ervaart. De satan benadert Jezus met de oér-verleidingsvraag, waarmee hij ook tot de eerste mens gekomen is. Hij stelt vragen, die twijfel oproepen aan de bedoelingen Gods. Tot driemaal toe wordt Jezus verzocht om het Goddelijk Zoonschap te misbruiken voor het zoeken van eigen eer, en niet die van God Zijn Vader. Maar Hij, die Zelf het Woord Gods is, weet dit Woord te hanteren. En telkens als de verzoeker aan Jezus voorhoudt, wat God voor Hem zou kunnen doen, en Hem geven, weet Jezus het onrechtmatig gebruik van het Woord Gods te onderscheiden en wijst Hij de voorstellen resoluut af. Want niet in het opwekken van vage, subjectieve gevoelens, die Zijn denken kunnen verwarren, voltrekt zich de aanval van de Boze op de Gezondene Gods, maar door vals Schriftgebruik tracht Hij Jezus van wat God wil af te houden.

Werkelijk verzocht

Zo is de verzoeking van de Heere Jezus niet, dat na het hoogtepunt van Zijn Doop, er zich in Zijn onbewuste een terugslag voordoet, die Hij projecteert op de figuur van een duivel. Het is integendeel een bewustzijnservaring van Jezus, dat Hij door de duivel werkelijk is verzocht en stand heeft kunnen houden.

De evangeliën zeggen over de verzoeking van Jezus, dat Hij in het barre van de woestijn heeft gevast tot Hem ten laatste hongerde, en, dat Hij was bij de wilde dieren. Zo heeft in dit gebeuren de geliefde Zoon Gods gevaren en doodsdreiging moeten doorstaan, en heeft Hij overwonnen. Voor ons, nu is wat Jezus daarbij geleden heeft, teken van wat de verleidende kracht van de Boze aan gevaren en lijden in mensenlevens oproept. Als wij dan ook door de kracht van Zijn Geest aan boze macht weerstand mogen bieden en wij zó, als een brandhout uit het vuur van het oordeel Gods worden gerukt, (Zach. 3, 3) is dat vrucht van Jezus' optreden tegen de Boze. Ook daarin is Jezus ons voorgegaan als Hij bewust, in gehoorzaamheid, leert uit hetgeen Hij lijdt, en ook daarin is Hij ons geworden tot een oorzaak van eeuwig heil (Hebr. 5, 9).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus van de duivel verzocht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's