In Hem leven wij
Waar zou ik Uwe Geest ontvlien...?
Op bergen en in dalen, ja overal is God... De grote Schepper aller dingen doorwaait met Zijn Geest de hof van heel Zijn scheppingswerk. Hij heeft de wereld geschapen. Zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht zijn het ook, door welke Hij als met Zijn hand hemel en aarde mitsgaders alle schepselen nog onderhoudt en regeert (Heid. Cat., zondag 10).
Dat is een machtige belijdenis. De Schrift betuigt het op vele plaatsen. De dichter van Psalm 139 zingt ervan: 'Waar zou ik Uwe Geest ontvlien, waar zou m' o Heer' Uw oog niet zien?' Paulus predikt het op de Aeropagus: 'God is niet ver van een iegelijk van ons; want in Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij' (Hand. 17 : 27, 28).
Gods Geest in natuur en cultuur
Ja overal is God. Daarmee is gezegd, dat heel ons mensenbestaan van seconde tot seconde zich afspeelt op het draagvlak van Gods almachtige handen. Hij is niet ver van ons. Zijn Geest was het, Die als een duif broedde op de wateren van de nog ongevormde schepping (Gen. 1 : 2). Gods Geest is het ook, die het ganse scheppingswerk doorademt tot op deze dag en alle (menselijk) leven mogelijk maakt. 'Alle delen der wereld worden op verborgen wijze door een inblazing Gods bekrachtigd', zegt Calvijn (Inst. 1, 16, 1). Wij leven van dag tot dag als in een goddelijk beademingscentrum. Absoluut op de levende God aangewezen. Volstrekt van Hem afhankelijk.
Deze presentie van God in en door Zijn Geest in heel de kosmos zouden wij Gods algemene openbaring kunnen noemen. Ook spreken wij wel van de algemene werkingen van Gods Geest. Daarbij denken wij dan aan de beweging der atomen in de stof. Zonder de activerende werking van Gods Geest zou het alles verpulveren. We denken ook aan de bewonderenswaardige gang van de planeten in ons zonnestelsel. Wordt dat schoon gebouw niet door Gods Geest onwankelbaar in stand gehouden? We denken aan de kleine musjes, die door Gods hand gevoed worden en onderhouden. 'Neemt Gij, o Heere, hun adem weg, zo sterven zij en keren weder tot hun stof' (Ps. 104 : 29). Er is een allesdoorademend werk van Gods Geest in de natuur, waardoor het bestaan leefbaar wordt. Maar daar is ook het cultuurscheppende werk, van Gods Geest, waardoor het leven op aarde veraangenaamd wordt. In de arbeid van de tuinman, die spade en hark hanteert en temidden van de steenmassa's van de grote steden het lustoord van een wandelpark creëert, waar vermoeiden even opademen. Maar ook in het kunstig beeldhouwwerk, waarin de levenloze stof wordt omgevormd tot een indrukwekkende uitbeelding van gedachten werelden. En in een symfonie, waarin de diepzinnige creativiteit van de componist getoonzet is. En in zoveel meer. Het is als het nagloeien van de 'enige vonksken van het beeld Gods', waarin de mens oorspronkelijk geschapen was.
De terugtocht van de Geest
Nu gaat het uiteraard niet aan om alles, wat de mens in zijn creativiteit en cultuuruitingen voortbrengt, voor werk des Geestes te houden. Hoezeer is het alles bedorven door de zonde. Hoezeer gebruikte de van de God afgevallen mens de goede gaven van Gods Geest niet om er Gods glorie mee te verduisteren en er eigen grootheid mee te betogen! 'Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten', zong een dichter in de vorige eeuw. En Nebucadnezar, de koning van Babel in krankzinnige hoogmoed riep eens: 'Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb?' Vooral in onze tijd is er alle reden om zijn hart vast te houden over alles, wat de mens in zijn zgn. creativiteit presteert. Gebruikt die oppermachtige en volstrekt van God vervreemde mens van onze dagen de goede gaven van Gods Geest niet om er zijn bestaan op aarde mee op het spel te zetten? Denken we slechts aan het atoomgeweld, dat hij heeft uitgedacht. Is de ondergang van het avondland niet lang reeds voorspeld? Is onze cultuur niet verworden tot een atheïstisch wangedrocht, een antichristelijke uitdaging van de levende God. 'Is het gedichtsel der gedachten van 's mensenhart niet opnieuw te allen dage alleenlijk boos geworden?' (Gen. 6 : 5). De mens van onze tijd is de. mens der wetteloosheid geworden, over wie Paulus spreekt in 2 Thess. 2 : 3 vv. Geen God, geen mfcester, geen wetten, die ook maar enigszins zouden kunnen verhinderen, dat die mens zich naar vrij believen zou kunnen uitleven en zichzelf in alles ten wet zou zijn. Welnu, wat is er in onze tijd dan nog te bespeuren van die zgn. algemene werkingen van Gods Geest? Als de Geest van God gezien mag worden als de wederhouder, over wie Paulus in het genoemde hoofdstuk van 2 Thessalonicenzen spreekt, (de tegenhouder van de allesvernietigende macht van de wetteloze), moeten we dan niet zeggen, dat de Geest van God bezig is Zich terug te trekken uit de wereld, waarin wij leven? En wordt daarmee het bestaan dat tot nu toe draaglijk en leefbaar was, doordat Gods Geest de ongebondenheid der mensen beteugelde, niet hoe langer hoe meer aan het oordeel Gods onderworpen? De machten der duisternis lijken vrij spel te hebben. Het beest uit de aarde (Openbaring 13) lijkt te zegevieren. Het einde aller dingen is nabij. De verblinding wordt met de dag groter.
De Geest en Zijn onuitsprekelijke zuchtingen
Ja...en toch blijft temidden van dat alles de belijdenis staan, waarvan de apostel Paulus op de Areopagus getuigde. 'In Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij' (Hand. 17 : 28). 'Waar zou ik Uwe Geest ontvlien...?' Op bergen en in dalen, ja overal is God. Zij het dan, dat de mensheid op aarde hoe langer hoe meer in de greep van de boze machten komt en een totale oorlog voert tegen de Schepper aller dingen.
Er is een gemeente Gods op aarde. En zij zal er blijven tot en met de laatste dag van de wereldgeschiedenis. En die gemeente mag weten van het geheim van de Heilige Geest, Die is uitgestort in haar midden. De Geest, Die het uit Christus neemt en het haar verkondigt. De Geest, Die goddelozen doet bukken onder Christus. De Geest, Die volmaakt van God en Zijn eeuwige verkiezende liefde. Die Geest, Die het onderpand, is het bewijsstuk, het voorschot van de volkomen verlossing, die zal aanbreken als straks het zuchten van de schepping zal zijn overgegaan in een eeuwig loflied. 'Wij verwachten naar Zijn beloften nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in de welke gerechtigheid wonen zal.' Het zal alles toch uitlopen op een nieuwe schepping, waar God zal zijn alles en in allen. Een schouwspel Gods, waarin de deugden van de God in alle dingen op het hoogst geroemd worden.
En hoezeer dan ook de Heilige Geest uit al Zijn stellingen in de schepping en de wereldgeschiedenis teruggedrongen lijkt te worden en hoezeer antigoddelijke machten in de kosmos vrij spel lijken te krijgen, de gemeente van de levende God hoort ook in die barensnood van de schepping het zuchten van de Heilige Geest (Rom. 8 : 22 v.v.). En zelfs in dat zuchten des Geestes (dat mag het geloof weten) wordt de schepping van God uit vastgehouden en bewaard, dwars tegen het woeden van de hel in. 'In Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij.' De wereldgeschiedenis is geen produkt van het noodlot of een toevallige 'samenloop van omstandigheden'. Door alle afbraak heen volvoert God zijn plan en blijft Gods Geest het onwankelbare gebouw van Gods schepping in stand houden. Daarom is het leven niet zinloos. Het bestaan is niet maar gedoemd om te vergaan. De Geest, Die in ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen, leert ons midden in het ogenschijnlijk Godverlaten leven en dwars tegen de opmars van de antichrist in onze roeping vertstaan. Met alle gaven, ons door God verleend, getrouw arbeidende in Gods schepping, pal staan voor Gods zaak, wetende, dat Hij niet ver is van een ieder van ons. Ja overal is God.
Of zoals, die jonge herdersknaap het zei, die eens in het veld bij, zijn schapen een paar mooie steentjes zat te bekijken. Er kwam een oude wijsgeer voorbij, die hem vroeg, wat hij deed. 'Ik denk, mijnheer', antwoordde de knaap. 'Maar waaraan denk jij dan?', vroeg de wijsgeer. 'Ik denk aan God, mijnheer.' 'Maar weet jij dan wel, waar God is', vroeg de man, 'ik geef je deze mooie appel, als jij mij kunt zeggen, waar God is.' Waarop de jongen zei: 'En ik geef u twee mooie appels, als u mij kunt zeggen, waar God niét is'.
In Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij.
(Dit artikel was aanvankelijk geschreven voor het Pinksternummer van vorige week.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's