In een wereld van nieuws
'Onder invloed van woorden' was het thema van de landelijke jongerendag van de HGJB op Hemelvaartsdag in de Doelen in Rotterdam. Het was een verkwikking deze dag mee te maken. Meer dan tweeduizend jongeren in de fraaie Doelenzaal, geschaard rondom het Woord, waaraan al onze woorden ondergeschikt zijn. Aandacht werd gevraagd voor ons omgaan met de media. Groot is de invloed die wordt uitgeoefend door krant, radio en televisie. Bewust of onbewust drukt alles wat we lezen, horen en zien een stempel op ons. Het is bepalend voor de wijze; waarop we onze tijd beleven.
Tijdens een forumgesprek merkte mr. J. F. van Maanen op, dat slecht nieuws meestal meer aandacht krijgt dan goed nieuws. Daarvoor is om zo te zeggen een natuurlijke antenne in ons hart. Drs. B. Oosterom had dit in een toespraak over het omgaan met de media óók gezegd. Wanneer er tweeduizend jongeren in Rotterdam bijeen zijn - en dat zou aan te vullen zijn met andere jongerendagen op Hemelvaartsdag - dan krijgt zó'n manifestatie in de brede pers geen aandacht. Niet zodra gaan echter buiten de deur op straat vijftig jongeren een rel trappen en de kans is groot dat zoiets de media, om niet te zeggen het journaal haalt. Het is als met geschiedschrijving. Geschiedenis bestaat - ik wil niet zeggen uitsluitend maar wel goeddeels - bij de gratie van oorlogen en twisten, onenigheden en machtsstrijd. Zoals notulenboeken van kerkelijke gemeenten alle bij elkaar een bont palet van kerkelijk krakeel, van gemeentelijke kwesties zouden opleveren. De wijze waaróp het nieuws - ook het slechte nieuws - wordt gebracht en de wijze waarop wij het nieuws oppakken is intussen van het grootste belang. Het tijdsbeeld wordt er mede door bepaald.
Verloedering
Dat onze tijd bol staat van boulevardjournalistiek behoeft nauwelijks betoog. Bladen vol roddelpraat, image-bedervende informatie over personen, die een vooraanstaande plaats in kerk en samenleving innemen, of interviews, waarvan de geïnterviewde zelf niet weet (de journalist zuigt gewoon het verhaal in interview-vorm uit de duim), zijn geen zeldzaamheid meer. Dat zoveel 'brave burgers' tuk zijn op dit soort nieuws, zodat zulke bladen nog een florerend bestaan hebben óók, is echter minstens zo tekenend voor het niveau waarop velen leven. Voeg daarbij de opzettelijk tendentieuze berichtgeving, scherper nog de berichtgeving en opinievorming, die bewust beogen de samenleving te ondergraven, hechte fundamenten te ondermijnen. Te denken valt aan een omroep als de VPRO, die niet-aflatend met liederlijke uitzendingen de samenleving bezig is te vergiftigen. Maar welke norm geldt helaas ook in IKON-uitzendingen, waarin normloosheid troef is; waarin - om me tot recente uitzending voor jongeren te beperken - datgene wat 'de' jeugd doet en zegt het enige is dat in naam van de kerk de jongeren en de ouderen wordt voorgehouden. Zonder dat er nog van enige christelijke ethiek sprake is! De IKON werkt mee aan de ontkerstening van het volk door wereldse moraal als normaal voor te stellen.
Bepaalde media dragen in niet geringe mate bij tot de verloedering van de samenleving. Bepaalde verstrooiende programma's spelen daarin vooral een rol. Tijdens het forum in de Doelen in Rotterdam werd ook opgemerkt, dat de mééste invloed van die verstrooiende programma's uitgaat. Films, waarin misdaad en sex aan de orde van de dag zijn, roepen een klimaat van leven op waarin alles kan en mag en het meest abnormale normaal is. Van zulke uitzendingen gaat méér uit dan van puur nieuws. Ze werken voorbeeld-ig. Niet ophoudende communistische propaganda maakte een land als Polen niet communistischer. Maar glijdende normen, zoals die via de media in ontspannende uitzendingen of verstrooiende artikelen het volk worden ingedragen, doen hun eigen verwoestende werk.
Maar ook in de nieuwsvoorziening kan bewuste verloedering een wijze van doen worden. Image-beschadiging noemt de marxist Piet Reckman dit in zijn boekje 'Sociale Aktie opnieuw bekeken'. Ik citeer: 'Laat ieder zijn ware gezicht tonen, hetgeen betekent: vernietig het valse imago: van de Shell, die met een schone brochure het door haar zelf vervuilde milieu bestrijdt, van Esso, dat een katalogus van milieu-aktiegroepen uitgeeft, van bestuurders die inspraak voorwenden maar de beslissingen al lang genomen hebben, van politici die op hun kongressen of voor de verkiezingen progressief doen maar later alles bij het oude houden.'
Als Reckman hier pleit voor vernietiging van valse imago's dan pleit hij in feite voor het aanbrengen van valse imago's. Image-beschadiging door slechte, vertekende nieuwsgeving! Georganiseerde ingezonden stukken schrijverij is - zegt hij - een probaat middel voor het te bereiken doel.
Gesloten circuit
Toch zijn er ook twee heel andere kanten aan de nieuws vorming en het daardoor beïnvloeden van de publieke opinie.
Allereerst is er de kwestie van de selectie van het nieuws. Het kan niet worden ontkend dat ieder, die bij welk medium dan ook werkzaam is, selectief te werk gaat. Men pakt nu eenmaal datgene op wat aanspreekt en voor degene, die het uitdragen moet, nieuwswaarde heeft. Achtergrond, instelling, aard van het medium spelen dan een niet te verwaarlozen rol. Toch ligt hier een gevaar aan lezers bepaald nieuws te onthouden of eenzijdig nieuws opdringen betekent toch een zekere indoctrinatie, bewust of onbewust. Als hef bewust plaats vindt is er iets grondig fout. Nemen we als voorbeeld Zuid-Afrika. Geen land is zó vaak in het nieuws als dit land. Media kunnen zó het nieuws uit Zuid-Afrika selecteren, dat er alleen van slecht nieuws sprake is en elke ontwikkeling ten goede of elke goede ontwikkeling daar bewust verzwegen wordt. Dat laatste past namelijk niet bij de beeldvorming, waartoe men zich geroepen voelt.
Het omgekeerde komt intussen ook voor, namelijk dat zodanig nieuws uit Zuid-Afrika wordt doorgegeven, dat het een land van louter melk en honing schijnt te zijn, of beter (erger) nog een paradijs op aarde, waar de zondeval niet heeft doorgewerkt. Terwijl dan de slechte, discriminerende dingen worden verzwegen. Ook dan vindt indoctrinatie plaats.
In de tweede plaats - en dat is minstens zo belangrijk - is het zo dat een deel van de Nederlandse journalisten - ik ontleen dit ook aan wat mr. J. F. van Maanen tijdens het genoemde forum zei - een vrij gesloten groep vormt. Het zal duidelijk zijn, dat elke journalist, die nieuws doorgeeft, door zijn wijze van selecteren, commentaar geven, opmaken van zijn artikel (kop en tussenkopjes) in feite nieuws maakt. Is hij zich echt van zijn verantwoordelijkheid bewust - en ik ga nu uit van hen, die een hoge beroepsethiek hebben - dan zal men overleg wensen met anderen in het vak. Wordt dit échter een gesloten circuit dan wordt hierdoor de onafhankelijkheid in de nieuwsgeving sterk geschaad. De één oriënteert zich aan de ander. Het commentaar van het ene medium mag niet te ver afwijken van een bepaald ander medium. Links moet vooral links blijven en rechts rechts. Ik denk dat er linkse journalistencircuits zijn in Nederland en rechtse. Echte objectiviteit is dunkt me zeldzaam.
Dit alles vraagt van de ontvangers van het nieuws - de doorsnee-lezer, - luisteraar, - kijker - een bewust kritische instelling. De journalisten zijn 'óók maar mensen'. En als ze deel uitmaken van een bepaald circuit: mensen wier produkten men gewoon kritisch moet opnemen. Er is ongetwijfeld een groot aantal mensen, dat zich vrij kritiekloos zet aan de verwerking van het nieuws, dat het eigen medium biedt. Men vertrouwt dit nieuws op voorhand en verliest eigen kritische instelling. Sommige bladen en omroepen spelen zelfs in op een zekere gemakzucht van het publiek. Ze zorgen ervoor, dat de krant makkelijk leest of het radioprogramma lekker luistert. Het nieuws wordt aangenaam ingepakt, aantrekkelijk aan de man gebracht. De lezers of luisteraars slikken alleen maar en slikken alles mee wat het medium verder - ik denk aan bepaalde 'neutrale' dagbladen - aan onchristelijks biedt. Kritische instelling ten aanzien van het eigen, vertrouwde medium is nodig, wil niet de nieuwsbrenger op een ongepast hoog voetstuk komen. Hij is ook maar mens.
Christelijke journalistiek
Het is in een steeds verder seculariserende samenleving intussen geen sinecure om als christen in de wereld van het nieuws te staan en telkens commentaar te geven op wat zich aandient. Toch zal christelijke journalistiek ook vandaag aan normen onderhevig zijn. Wie bij de Schrjft leeft weet van het woord van Jacobus, namelijk dat de tong 'een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn' is. Door haar loven wij weliswaar God maar door haar vervloeken wij ook de mensen, die - zegt Jacobus erbij - 'naar de gelijkenis van God gemaakt zijn'.
In woord en geschrift kan een mens een mens breken; maken of breken zeggen we dan, maar het is breken. Hoeveel mensen gaan dagelijks niet over de kling in allerlei media. Het zal zaak zijn, in ieder geval binnen de christelijke media om de mens - met welke opvattingen dan ook - als beelddrager Gods te zien. Gevallen beelddragers, maar toch naar de gelijkenis Gods gemaakt. Dat betekent dat zakelijke scherpte altijd gepaard zal moeten gaan met persoonlijk mild-zijn. Niet lief zijn voor elkaar maar wel eerlijk zijn jegens elkaar en elkaars mens-zijn respecteren. Dat betekent dunkt me onherroepelijk ook: scheiding van nieuws en commentaar. Wanneer niet eerst iemands woorden, waarachter de visie van de betrokkene steekt, royaal en eerlijk wordt weergegeven maar wanneer als het ware met het commentaar in huis wordt gevallen of de berichtgeving van meet af al doorregen is van commentaar dan is er zeker plaats voor kritisch zelfonderzoek. Objectieve weergave moet aan elke commentaar voorafgaan wil de berichtgeving niet image-bedervend werken voor de persoon die 'verslagen' wordt.
Het betekent ook, dat het goede bij de ander royaal wordt aangewezen. Hier ligt dunkt me een manco, waaraan de kerkelijke media zeker ook niet ontkomen; waar deze misschien wel de grootste verleiding hebben. Het kost kennelijk voor velen heel wat zelfoverwinning om goede dingen bij de tegenstander, of bij iemand met wie men het op hoofdpunten niet eens is, te honoreren. Zijn zo niet mensen door bepaalde media geplaatst, zodat ze geen goed woord meer kunnen zeggen of er althans geen goed woord meer over hun geschreven of gesproken woorden kan worden gezegd? Juist in ons kerkelijk verdeelde landje is dat het grote kwaad van kerkelijke media: Mensen worden op een bepaalde wijze geplaatst doordat altijd, slechts kritisch op al wat zij (uit diepe overtuiging) zeggen, wordt gereageerd. Media oefenen zo macht, ten kwade. Bepaalde personen (uit de kerkgeschiedenis) worden op zich symbolen van goed en kwaad, doordat ze als referentiekader dienen voor wat afgewezen óf aanvaard moet (mag) worden.
Al wat liefelijk is
En tenslotte, christelijke omgang met de media zal toch ook gekenmerkt moeten zijn door oog hebben voor het goede nieuws. Dat is naar diepste bedoeling: evangelie! Daar waar verheugende, verblijdende tekenen van vernieuwing - kerkelijk gezien van nieuw ontwaken, maar ook van gewoon bezig zijn rondom het Woord - te vinden zijn, daar heeft het christelijke medium een belangrijke taak. Vele christelijke activiteiten halen de grote pers van vandaag al lang niet meer (behalve als er iets ten nadele van het christelijke leven aan de dag treedt). Christelijke media mogen het goede nieuws doorgeven. Hier geldt het vermaan van Paulus aan de Filippenzen: 'voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, bedenkt dat.' (Fil. 4:8). Een christelijk medium zal ook vandaag teken van hoop in een ontredderde wereld moeten zijn.
Ik eindig met twee. citaten. Een citaat uit 'Bijbel en Wetenschap', van J. P. de Vries, in een lezing gehouden voor de Evangelische Hogeschool:
'Publieksbladen hebben helemaal geen visie op de geschiedenis; die kijken niet verder dan het heden. Maatschappijkritische bladen verwachten de heilsstaat op aarde als vrucht van de inspanning van de mens. De gelovige wacht de grote toekomst vanuit de hemel en hij kent zijn opdracht om hier op aarde uit dankbaarheid in gehoorzaamheid te wandelen. Daarbij weet hij dat zowel zijn eigen doen als dat van de grootmachten in de wereld ingeschakeld is in de gang van Christus, die de zin der geschiedenis is. En van die geschiedenis mag de krant de secondewijzer zijn.'
En tenslotte prof. dr. W. H. Velema in het hoofdstuk 'Communicatie en Waarheid' ('Midden in de Maatschappij):
' Wij zien communicatie dan ook als dienst aan de waarheid. De communicatie moet een bepaalde inhoud hebben. Zij kan niet neutraal zijn. Elke communicatie heeft een relatie tot de waarheid, hetzij positief-of negatief. Daarin wordt de waarheid beaamd of verworpen, aanvaard of geweld aangedaan. De gedachte als zou de waarheid pas in de communicatie tot stand komen, miskent dat de waarheid aan ons bestaan vooraf gaat, en dat zij daarover wordt uitgesproken. De waarheid die pas oplicht in de communicatie is een schepping van de mens, produkt van ons kunnen, resultaat van ons aanvoelen en op elkaar inspelen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's