Globaal bekeken
'Kleuterbijbel ook via radio naar Rusland', zo luidt het opschrift van een bericht in het blad Helpende Handen van de Stichting Hulp Oost Europa. We laten het bericht hier geheel volgen.
'De reakties die wij ontvangen op de uitgave van de kleuterbijbel van Evert Kuijt in tiet Russisch zijn tot nu toe bijzonder positief. Allerwege wordt deze kinderbijbel als een geweldig hulpmiddel gezien bij de opvoeding van kinderen in de dienst van de Heere. De eerste zendingen zijn inmiddeis getransporteerd en met grote vreugde ontvangen. Men vraagt om meer kinderbijbels. Het is echter moeilijk grote aantallen tegelijk te verzenden. Bovendien zijn 15.000 kinderbijbels een druppel op een gloeiende plaat. Er is ontzaglijk gebrek aan alles wat helpen kan om de miljoenen mensen die Russisch spreken te bereiken met het evangelie.
Wanneer we daar op zien zijn onze krachten veel te klein om zoveel te kunnen doen. We ontvingen echter in de afgelopen dagen een reaktie die ons bemoedigde. De Heere opende Zelf een deur voor een veel wijdere verbreiding van het evangelie door middel van deze kinderbijbel. Een medewerker van radio KGEI in Californië (USA) ontving via bekenden een Russische kinderbijbel. Hij zond een enthousiaste brief om te bedanken voor dit boek, dat hem in zijn werk kan dienen. De brief luidt: "Wij zijn radiozendelingen, Russen van geboorte, die vanuit Australië dagelijks via radio KGEI uitzenden. Het radiostation behoort bij de Far East Broadcasting Co. Van kennissen hoorden we over een Russische kinderbijbel, die zij ons later toezonden. We vinden het een uitstekend boek in taalgebruik en uitvoering. Deze maand zijn wij begonnen met de voorbereiding van programma's voor kinderen met behulp van dit schitterende boek. Ik schrijf u, om u te laten weten, dat wij het werkelijk geweldig vinden. Binnenkort zal het christelijke zendingsradiostation KGEI over de gehele Sowjetunie te horen zijn. We bouwen een nieuw antennesysteem, waardoor wij dagelijks met onze Russische programma's in heel de Sowjetunie met het evangelie ontvangen kunnen worden. "
Zo krijgt de boodschap die deze kinderbijbel mag doorgeven een veel groter bereik dan wij ooit voor mogelijk gehouden hadden. We danken de Heere voor deze rijke zegen en vragen uw voorbede voor dit werk. Moge God de verbreiding van het evangelie door middel van de radio tot rijke zegen stellen. Opnieuw hebben we bemerkt, dat de Heere een rijke God is, voor Wie de grenzen geen grenzen zijn. Hij slaat dikwijls verrassende wegen in om Zijn Koninkrijk te bouwen.'
***
Doctor Hendrik Algra, oud-senator en oud-redakteurvan het Friesch Dagblad, is op 86 jarige leeftijd overleden. Hij was een markant politicus en schrijver. Meermalen hebben we in onze kolommen aandacht gevraagd voor zijn publikaties, recent nog over de democratie. Hier volgen twee stukjes over hem, geschreven door mensen die hem van nabij hebben gekend. Allereerst prof. dr. J. Plomp in het Gereformeerd weekblad (Kok Kampen):
'Bij mijn afscheid jl. vrijdag kreeg ik een prachtigf geschenk, een Codex Amicorum waarin meer dan honderd vrienden en vriendinnen iets voor mij hebben geschreven. Het boek begint met een bijdrage van dr Algra. Ik zou die hier graag willen overnemen, ik weet zeker dat hij er geen bezwaar tegen zou hebben gemaakt. Zijn bijdrage duidt aan waarover onze gesprekken ook wel eens gingen: "Bij ons thuis werd nog wel gepraat over de 'praktijk der godzaligheid'. Zo herinner ik mij een gesprek ongeveer 75 jaar geleden over de vraag: wat heeft de christen aan zijn ervaringen? Mijn vader verwees naar 1 Samuel 17. David heeft er beslist wel wat aan, dat hij zowel de beer als de leeuw heeft verslagen. Maar hij zegt niet: als ik de leeuw en de beer aan kan, dan deze reus ook wel. Hij zegt: De Heere die mij gered heeft uit de klauwen van beer en leeuw. Hij zal mij ook redden uit de handen van deze Filistijn. Vader voegde er nog een uitspraak van Beppe aan toe, van zijn grootmoeder, die veel invloed had op de vorming van haar kleinzoon: De ervaring 'is wol in stok om mei to gaen, mar nea de groun om op to staen' (wel een stok om mee te gaan, maar nooit de grond om op te staan)."
Vervolgens prof. dr. K. Runia in het Reformatorisch Dagblad:
'Dr. Hendrik Algra was een veelzijdig mens. Op allerlei terreinen: onderwijs, dagbladpers, jeugdbeweging, politiek enz. heeft hij zich bewogen en diepe sporen nagelaten. Zelf had ik het voorrecht op het Gereformeerd Gymnasium te Huizum (nu Leeuwarden) zijn leerling te zijn. Hij doceerde er geschiedenis en deed het op zijn eigen, onnavolgbare wijze. Een geschiedenisles van Algra was niet een dorre opsomming van feiten, maar een schilderij, waarop hij met forse penseelstreken grote lijnen trok met als perspectivische achtergrond de gehele westerse cultuur en met name ook de christelijke religie. Precies hetzelfde komt men tegen in de boeken over de vaderlandse geschiedenis die hij geschreven heeft: "Het erfdeel der vaderen" (Voor de gereformeerde jeugdverenigingen, drie delen), "Oranje in Ballingschap", "De eigen weg van het Nederlandse volk", "Dispereert niet" (vijf delen, samen met zijn broer Ale Algra. In 1978 verscheen hiervan reeds de achtste druk). Het tweede en derde van de zojuist genoemde boeken zijn eigenlijk in het gijzelaarskamp in St. Michielsgestel ontstaan. Daar hield Algra op geregelde tijden voordrachten over de vaderlandse geschiedenis, zonder bronnen tot zijn beschikking te hebben en hij was dus geheel aangewezen op zijn fabelachtige geheugen. De grote Leidse historicus Johan Huizinga sloeg praktisch nooft een lezing van Algra over. Een van de belangrijkste historische boeken die Algra geschreven heeft en waarin hij zijn gehele hart ook heeft uitgeschreven was "Het Wonder van de negentiende eeuw". Hier beschreef hij het leven van de "kleine luiden" uit de vorige eeuw, het leven van zijn eigen voorouders, (hij kwam uit een Afgescheiden geslacht), een strijd voor de waarheid, een strijd om erkenning, op maatschappelijk en politiek gebied. De titel was veelzeggend: Het Wonder van de negentiende eeuw. Zo zag hij het, zo beleefde hij het, met zijn fijn historisch invoelvermogen.'
We beamen dit laatste gaarne. Ook al kwam Kohlbrugge in dit wonder niet voor.
***
In het Gereformeerd Weekblad (Kok, Kampen) schreef prof. dr. J. Veenhof over prof. dr. K. Schilder, die 23 maart 1952 overleed. Het gaat over het sterven van een sigarenmaker, een stukje dat voor zichzelf spreekt.
'Niet alleen de levensdaden maar ook het sterven van een mens kan een geweldige invloed uitoefenen op de gang van het gebeuren. In 1896 overleed in Kampen de sigarenmaker Johannes Schilder, de man van Grietje Leydekker. Hij was nog jong en beider kinderen waren nog klein, toen de dood zijn leven afsneed. Een van die kinderen was Klaas, geboren in 1890. Evenals zijn broers en zijn zuster was hij gedoopt in de hervormde gemeente van Kampen. Dat was de kerk van zijn vader. Toen Grietje met hem trouwde, trad zij ook tot die kerk toe. Maar na het sterven van haar man besluit zij met haar gezin lid te worden van de kerk, waarin zij geboren was, de gereformeerde kerk van Kampen. En zo werd het leven van Klaas Schilder voorgoed verbonden met de gereformeerde kerken. Wonderlijke gedachte: wat zou er gebeurd zijn, als de vader was blijven leven? Zou Klaas dan uitgegroeid zijn tot een briljant hervormd theoloog van welke snit of richting dan ook? Het is aanlokkelijk de fantasie even in deze richting te laten spelen. In elk geval is duidelijk: het sterven van de vader was bepalend voor het leven van Klaas Schilder, zoals vervolgens dit leven weer bepalend werd - en hoe! - voor het leven van de gereformeerde kerken. Om het toegespitst te zeggen: het sterven van die onopvallende sigarenmaker maakte geschiedenis.'
***
Het randschrift van onze gulden God-met-ons wordt thans ter discussie gesteld. Aktievoerders willen geen geld op zak, waarop de naam voorkomt van Hem in wie men niet gelooft. Het randschrift heeft intussen historische betekenis. Het duidt op het christelijke verleden van onze natie. Dit randschrift heeft alles met onze Historie te maken. En we mogen geschiedenis, die in Gods Hand Historie is, niet vergeten. Hier volgt een treffende ontboezeming van ds. L. H. Ruitenberg in Hervormd Nederland:
'Vraag: moeten we dat nu afschaffen, omdat we onder ons zoveel mensen hebben voor wie het woord God niets zegt dan wel voor wie het een bedreiging is? Moeten we een tekst vinden waar ieder zich in vinden kan? Moeten we het randschrift weglaten, of - tot wering van de muntvervalsers - alleen een reeks cijfertekens begeren? Nietszeggend, ongevaarlijk? Alle redeneringen voor afschaffing van het randschrift sluiten als een bus. Helaas zijn ze niet waar. In dit randschrift wordt aan ons volk een stuk verleden meegegeven. Het maakt ons bewust dat er bij het ontstaan van ons koninkrijk een poging is gedaan een geestelijk-zedelijke grondslag te formuleren. God met ons. Het is geen dogma. Niemand wordt verplicht ja te zeggen op straffe van vervolging. Alleen: er afsnijden mag niet. Dat is muntvervalsing. Dat kon wel eens in diepere zin waar zijn. Een volk dat er niet mee bezig is zich steeds weer bewust te worden van wat zijn grondslagen zijn, kon wel eens verpieteren tot een vreugdeloze klont enkelingen. Zo'n randschrift moet, ter maning daartegen, blijven.'
***
Aan de vooravond van koninginnedag werd ool< dr. R. H. Bremmer, (vrijgemaakt-gereformeerd predikant), samen met anderen in zijn woonplaats Enschede, koninklijk onderscheiden. In een toespraak namens de gedecoreerden aan de burgemeester legde hij de oorsprong van de koninklijke onderscheiding bloot:
'Het is interessant te ontdekken hoe althans verschillende van deze decoraties teruggaan naar de eerste tijd van het Koninkrijk der Nederlanden. Reeds in de grondwet van 1814 - nog in de korte periode die verliep tussen het einde van de Franse tijd en het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815-, luidde artikel 43: "De Souvereine Vorst, ene Ridderorde willende instellen, draagt daaromtrent aan de Staten Generaal een wet voor." Dit artikel werd tot heden vrijwel ongewijzigd in de grondwet gehandhaafd. Het is thans artikel 75: "Ridderorden worden door een wet, op voorstel des Konings ingesteld."
Vanaf de eerste tijd van het ontstaan van ons koninkrijk werd dus het toekennen van koninklijke onderscheidingen niet uitsluitend aan de Koning overgelaten maar in handen gelegd van het overleg tussen de Koning en de Staten Generaal. Daardoor werd het onmogelijk langs de weg van persoonlijke gunstbewijzen mensen te verbinden aan de persoon van de Koning. Het was een gezonde reaktie op de Napoleontische tijd toen Napoleon wel op deze manier gunstelingen wilde verbinden aan zijn keizerlijke regime. Toch werd het verlenen van onderscheidingen als zodanig wel aanvaardbaar geacht. In 1815 nog werd de Militaire Willemsorde ingesteld en ook de orde van de Nederlandse Leeuw. Daar kwamen in 1892, tijdens het regentschap van de sympathieke Koningin Emma, de orde van Oranje Nassau bij. De gronden die voor het instellen van deze orden werden aangevoerd, klinken thans wat omslachtig en archaistisch in de oren. Deze onderscheidingen, aldus de wet, worden verleend wegens beproefde vaderlandsliefde, bijzondere ijver en trouw in het volbrengen van burgerplichten en wegens buitengewone bekwaamheid in wetenschap en kunsten en ook wegens het zich in bijzondere mate verdienstelijk maken jegens de Koning, de Staat of de Maatschappij. Ik denk dat wanneer u ons, mijnheer de burgemeester, zou vragen: hebt u het besef dat u zich op een bijzondere wijze verdienstelijk hebt gemaakt, wij allen, hoofd voor hoofd, zouden antwoorden: wij hebben als vrije burgers van onze Nederlandse staat, slechts gedaan wat wij schuldig waren te doen. Precies zoals in Lucas 17 - u veroorlove mij als dienaar van het evangelie deze verwijzing - de dienstknecht die de gehele dag gearbeid heeft, niet extra bedankt wordt, maar van zijn Heer te horen krijgt dat hij slechts gedaan heeft wat hij moest doen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's