De synode over Zuid-Afrika
Opnieuw hield de hervormde synode zich bezig met Zuid-Afrika.
Opnieuw hield de hervormde synode zich bezig met Zuid-Afrika. Ditmaal naar aanleiding van een door de ROS (Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving) opgestelde informatienota, waarin nog eens op een rij werd gezet hoe de ontwikkelingen in Zuidelijk Afrika de laatste decennia zijn geweest en hoe de Hervormde Kerk zich met de situatie daar heeft bezig gehouden. Hoewel de nota informatief bedoeld was (een 'inhaaloefening', om zo te zeggen) ter voorbereiding van een beleidsnota terzake voor de november-zitting, kan informatie op zich toch al beleidsvoorbereidend werken. Wat wordt gezegd; wat wordt niét gezegd; wie is de informant; welke nadruk krijgt bepaalde informatie?
In de onderhavige nota wordt - en dat is het 'nieuwe', waarover het in november ongetwijfeld zal gaan - toegewerkt naar een erkenning van de bevrijdingsbeweging ANC (African National Congres) als gesprekspartner, een organisatie die zestig jaar lang opteerde voor geweldloze verandering van het systeem in Zuid-Afrika, maar die nu al geruime tijd het principe van geweldloosheid heeft prijs gegeven. Verder komt de kwestie economische boycot van Zuidelijk Afrika uitvoerig aan de orde.
De zitting begon met een niet mis te verstaan relaas van de zwarte predikant J. Adonis - pas gepromoveerd in Kampen - over de rassenproblematiek in Zuid-Afrika. Hij kon - zo stelde hij - omdat hij binnenkort naar Zuid-Afrika teruggaat, over bepaalde zaken niet uit zijn hart spreken. Als belangrijke organisatie noemde hij de Zuid-Afrikaanse Broederkring, waar gepoogd wordt om de vier naar huidskleur gescheiden Nederduits Gereformeerde Kerken tot één te brengen. Apartheid is onrecht, zei hij. Dat onrecht is vastgelegd in samenlevingsvormen. De blanken noemen dat democratie, handhaving van 'wet en orde' en handhaving van het christelijk karakter van de Zuid-Afrikaanse samenleving. De N. G.-Kerk is onze moeder niet, zo stelde Adonis. Die kerk staat namelijk aan de kant van de regering. Ook bij veranderingen, die binnen die kerk bepleit worden, gaat het om handhaving van het raamwerk en het aanbrengen van wijzigingen binnen dat raamwerk.
Ds. W. L. Deklier (Roosendaal) stelde dat de informatienota, die nu voorlag, tendeerde naar exclusieve contacten met het ANC, terwijl enkele jaren geleden gepleit is voor meerzijdige contacten, met als uitgangspunt de zwarte kerken van Zuid-Afrika. Hij meende dat hóé dan ook - met revolutionair of geleidelijk beleid in Zuid-Afrika - het mis zal gaan en de revolutie de eigen kinderen zal verslinden. Hij vroeg zich verder af wat het kerkelijk gezag is als uitspraken worden gedaan over desinvesteringen en boycot.
Drs. C. Blenk (Oudewater) wilde - in tegenstelling tot de nota - die over geweldloze transformatie spreekt, liever spreken over geweldloze reformatie. Hij vroeg of het ANC daarin paste. Calvijn erkende (méér dan Luther) het recht van opstand maar ging met dit begrip om als een apotheker met gif. Tyrannen - zei Calvijn - zijn geselen Gods tegen wie je alleen maar kunt bidden. Wie zijn de zwarte leiders in Zuid-Afrika, die onze sympathie mogen hebben, vroeg drs. Blenk. Hij noemde hier de lnkatha beweging van chief Gathsa Buthelezi, die zich zowel kritisch keert naar de Zuid-Afrikaanse regering als naar het gewelddadige ANC. Als de kerk daar geen geweld wil moet het dan hier wel bepleit worden? Hij herinnerde verder aan een spreekster op het (evangelische) SACCLA congres in Zuid-Afrika enkele jaren geleden - ze behoorde tot 'de tien van Soweto' - die van de blanke minister Piet Koornhoff zei: hij is mijn broeder in Christus, hoewel ik zijn beleid afwijs.
W. Masamiza (student in Kampen) zei, in antwoord op drs. Blenk, dat SACCLA geen teken van hoop was - zoals prof. Berkhof bij terugkeer van die conferentie had gezegd. 'Er is niets veranderd en er zal niets veranderen.' De verandering begint buiten de kerken. Daar moet de kerk bij aansluiten. Je moet er als zwarte geweest zijn om te weten hoe het er is. Waren wij maar pinguïns dan zou de synode misschien meer voor ons doen, ons bevrijden van de gunta's. Geweld is hier altijd geweld van de zwarten. Van blanken wordt altijd het geweld gerechtvaardigd, verklaarbaar gemaakt. Wie écht tegen geweld is - zo zei hij - moet gaan demonstreren tegen de wapenindustrie.
Oud. J. V. d. Brugge (Kampen), die begon met te stellen dat we als christenen elke gedachte van apartheid moeten verwerpen (de nota geeft voldoende voorbeelden van onrecht, zei hij) sprak over de ondoorzichtigheid van de wereldpolitiek. Waarom wordt altijd wél gewezen op de rol van Amerika en niet op die van de Sowjet Unie? En waarom keren we ons niet evenzeer tegen de trekarbeid van buitenlandse gastarbeiders hier (die ook hun vrouwen en kinderen thuis moeten laten) als tegen de trekarbeid in Zuid-Afrika? Ook wij nemen de benen als er teveel buitenlanders in onze straat komen wonen. Hij wilde verder graag aandacht vragen voor het feit dat God Zijn gemeente uit alle creaturen bijeen brengt. Oud. J. Kuiken (Maassluis), die, nadat hij de zwarte predikanten had horen spreken, afzag van het afsteken van zijn oorspronkelijk voorgenomen betoog (waarom eigenlijk? v. d. G.), sprak over het feit dat hij verlegen was met de situatie. Wie kan het bloedbad in Zuid-Afrika nog tegenhouden? Maar als de hele synode vier jaar in Zuid-Afrika zou wonen dan zou ze zich in hetzelfde keurslijf voelen als de huidige blanken daar. En wat gebeurt er als we de Amerikaanse bedrijven terugtrekken? (De heer kuiken zei zelf bij Zuid-Afrika betrokken te zijn via het bedrijfsleven.) Bovendien, de ROS heeft door de jaren heen in de vastgelopen situatie daar ook niets bereikt, aldus de heer Kuiken.
Ds. C. B. Roos (synodepraeses) zei, dat in de contacten, die hij had toen hij enkele jaren geleden in Zuid-Afrika was, hem gebleken was, dat in korte tijd onder de zwarte bevolking veel veranderd was. Ouders van zwarte kinderen, die aanvankelijk huiverig waren voor contact mét bevrijdingsbewegingen, waren nu trots erop als hun kinderen daarbij waren. Hij vond dat de synode snel beleid moest maken.
Dr. W. Balke (den Ham) had als eerste van de sprekers geopend met een uitvoerige speech. Uit deze speech nemen we de volgende letterlijke passages over.
'Wie zich over Zuid-Afrika uitspreekt, en zicli niet mee laat drijven met de gangbare stroom van de publieke opinie, steekt z'n handen in een wespennest. Hierdoor laat ik mij niet weerhouden om een pleidooi te voeren vooreen andere opstelling t.o.v. Zuid-Afrika en om onze kijk op de ontwikkelingen daar niet door een ideologisch Vorverstandnis te laten kleuren. Om daar geen enkel misverstand over te laten bestaan: ik heb geen enkel goed woord over voor apartheidspolitiek of voor welke vorm van racisme dan ook. (Wie overigens z'n ogen daarvoor niet sluit, ontdekt apartheidspolitiek en racisme dichter bij huis, dan wij willen weten, maar dit tussen haakjes).
Waar het om gaat is, dat wij af moeten van elke zwart-wit benadering om te ontdekken, dat de werkelijkheid in Zuid-Afrika veel gecompliceerder is: lang niet alle zwarten denken links-radicaal en lang niet alle blanken rechts-radicaal. Daarom is het een uiting van hoogmoedig ongeduld om voorbarig de communicatie te verbreken, terwijl solidariteit met een land, dat met zulke immense problemen worstelt (rassenspanningen en een culturele afstand van stenen tijdperk naar post-industrieel tijdperk) een evangelische eis is. Solidariteit bijvoorbeeld met een moedige man als prof.
Nico Smith, die zijn leerstoel aan de Universiteit te Stellenbosch verliet om predikant te worden bij een zwarte gemeente. Ik had het voorrecht enkele dagen zijn gast te zijn en denk daar met diep respect en grote dankbaarheid aan terug. Solidariteit met die stemmen onder de Zuid-Afrikaanse volkeren, die op het beginsel staan van radikaal vreedzame verandering en voor wie de woorden van Martin Luther King gelden: "Indien alle negers in de V.S. tot het geweld bekeerd zouden worden, zou ik verkiezen de enige en eenzame stem te blijven, die predikt, dat dit de verkeerde manier is''. Daarom moeten alle vormen van contacten met alle groepen en kerken in Zuid-Afrika aangegrepen worden.
Ik wil er mijn afschuw over uitspreken, dat de Wereldraad van Kerken gelden ter beschikking stelt aan die bevrijdingsorganisaties, die zich vanuit het Oostblok laten bewapenen. Achter de bevrijding, die deze organisaties beloven, waag ik een groot vraagteken te stellen. Overhaaste ontwikkeling zal van Zuid-Afrika een bloedbad maken, want over de hoofden van de betrokkenen gaat het uiteindelijk om de vraag wie over de strategische posities en de rijkdom aan grondstoffen in Zuid-Afrika zal beschikken: Oost of West? En de grote vrees is gewettigd, dat de eigenlijke bevolking van Zuid-Afrika, uitgeleverd aan dictatuur, aan deze beschikking nimmer zal toekomen, tenzij, dat zij zelf voldoende ontwikkeld hun eigen lot kunnen bepalen.
Ik wil de synode oproepen te breken met de lijn, die de Wereldraad van Kerken sinds 1973 volgt en ik sluit mij aan bij de deputaten van de Gereformeerde Synode, CDA kamerlid mr. G. C. van Dam, CNV secretaris A. Hordijk en dr. A. Kruijswijk, die van mening zijn, dat de kerken zich op oneigenlijk terrein begeven, wanneer ze concrete drukmiddelen gaan aanbevelen.
Ik baseer mij voor mijn vragen dienaangaande op de Kerkorde. Op pag. 14 van de Informatienota is sprake van de "betrokkenheid" van de Synode van de Ned. Herv. Kerk op "de ontwikkelingen" in Zuid-Afrika. Nu is de vraag: betrekt de Kerkorde de Synode op de in deze nota bedoelde ontwikkelingen in Zuid-Afrika? Anders gesteld: strekt de Kerkorde in het leven en de werken van de kerk zich volgens art. III K.O. uit over deze ontwikkelingen? In de Informatienota wordt deze praealabele vraag niet aan de orde gesteld.
Meent de Synode, dat de Kerkorde de N.H. Kerk betrekt op "de ontwikkelingen'' in Zuid-Afrika en dat zij geroepen is daarop te reageren, dan mag zij dit jegens de Overheid alleen doen door een getuigenis over die ontwikkelingen, en niet door een dringend appèl op de Overheid om Zuid-Afrika te boycotten.
Uit de Informatienota blijkt, dat de Synode (c.q. Breed Moderamen) wil, dat de regering Zuid-Afrika boycot en met name niet alleen de regering, maar ook ons volk oproept tot een boycot: tot een nationaal georganiseerde belemmering van elk verkeer met Zuid-Afrika, in het bijzonder van het economisch en zelfs van het toeristisch en ander verkeer met de onderdanen in Zuid-Afrika. Beseft de Synode wel, dat een boycot, als die waartoe in de laatste alinea van de Informatienota wordt aangespoord, volkenrechtelijk, en dus rechtens, ongeoorloofd wordt geacht? Vrijwel algemeen wordt aanvaard, dat een regering, die meewerkt aan een boycot "onrechtmatig handelt", behalve dan als een boycot gerechtvaardigd kan zijn als represaille-maatregel.
Zou de Synode het in de Informadenota bedoelde appèl op de regering doen, dan zou de Synode de regering aansporen tot een onrechtmatige daad! Voor zulk een aansporing is - als handeling van de Synode-geen plaats in de orde van de Kerk. Het is niet aan de Kerk om een onrechtmatige daad van de Overheid te vorderen.
Zou de Synode toch besluiten tot het doen van dit dringende appèl op de Overheid, dan zouden vele gemeenteleden en trouwe leden van onze Kerk daardoor in gemoede uitermate bezwaard kunnen zijn, omdat zij menen, dat, in de verhouding tot ons broedervolk in Zuid-Afrika, wij ons hebben te richten naar het woord van de apostel in Galaten 6:1: "Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen". Een kerk, die zelf deze evangelische grondnotie veronachtzaamt, verliest daarmee haar recht van spreken tegenover anderen. In deze verhouding passen geen dwangmiddelen als boycot of aansporingen daartoe! Verwacht kan worden, dat zulke bezwaarde gemeenteleden zich op grond van Ordonande 19.1 tot de kerkrechter zouden kunnen wenden.'
November
Tot zover de weergave van wat er in de synode omging, met alle tegenstellingen van dien.
Ongetwijfeld zal de november-zitting van de synode toegespitst worden op de houding tegenover de bevrijdingsbewegingen, het ANC met name. De Gereformeerde Kerken gingen op hun laatste synode al zover dat besloten werd zulke bewegingen, met name het ANC, 'geestelijk en materieel te steunen'. De vraag is of de hervormde synode in november ook zover komt. Te hopen is van niet. In de Gereformeerde Synode waren er - men zie het betoog van dr. Balke - enkele krachtige tegenstemmen. In de Hervormde Synode zullen zulke stemmen zeker óók zeker klinken. De vraag is maar hoe, bij alle nadruk die er liggen moet op afwijzing van rassendiscriminatie, de vraag naar de kerkelijke bevoegdheid in zaken als deze en naar de wijze waarop aan de kerkelijke roeping gestalte moet worden gegeven, beantwoord zal worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's