Kerk op wacht (3)
In de confessie klopt het hart van onze enige troost in leven en sterven.
Confessie
Het is uit respect voor de Waarheid dat wij de confessie liefhebben. Met confessionalisme heeft dit niets van doen, wat ons betreft. Alsof het om starre behoudzucht ging van al wat oud is! Alsof de overlevering van menselijke wijsheid en waarheid in het geding was. Alsof de belijdenis een tweede bron van openbaring vormde! Nee, dit is aan de orde: in de confessie belijden wij juist met allen die even dierbaar geloof deelachtig werden, de onvervangbare, onherhaalbare en onophefbare openbaring van God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In de confessie belijden wij de Waarheid gevonden te hebben, omdat de Waarheid óns gevonden heeft, en leggen wij publiekelijk getuigenis af van dit ons gezocht en gevonden, ons gegrepen en begrepen zijn door het unieke Woord des Heeren. In de confessie roepen wij: 'Deze is onze Heere en Heiland; zo is er geen tweede!' In de confessie spreken wij kort en klaar uit, dat wij de Heilige Schrift alleen ontvangen voor heilig (want van God) en canoniek (want bron en norm van geloof), om ons geloof daarna te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen; en dat niet zozeer omdat de kerk haar aanneemt en voor zodanig houdt (dat ook!, de kerk is immers de moeder van allen die God tot Vader hebben), maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat zij van God zijn (N.G.B., art. 5). Het Woord van de grond en de grens van alle geloof en alle belijden!
Enige troost
In de confessie klopt het hart van onze enige troost in leven en sterven: dat wij met lichaam en ziel niet onszelf toebehoren, maar Hem Die ons zocht en kocht, Die ons redt en reinigt, onze getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. In de confessie weten wij de drievuldigheid van de ene, enige God vertolkt; en de drieheid van geloof, gebod en gebed; en de drieheid van ellende, verlossing en dankbaarheid; en de drieheid van de ene Schrift, de ene genade, het ene geloof. In de confessie zien wij alle lichtlijnen der openbaring samenvallen in het ene stralende brandpunt: Christus de Gekruiste. Men moet ons niet euvel duiden dat wij ons in de slagader van het geloof geraakt weten als men aan deze belijdenis komt. En men moet ons niet kwalijk nemen dat wij ons bij haar veilig weten; immers zij biedt ons geen andere veiligheid dan die ons geschonken is onder de vleugels van de Gekruiste. En men moet ons geen heiligenverering verwijten wanneer de confessie ons 'heilig' is; immers geen andere heiligheid belijden wij zo de onze te zijn dan de vreemde, geschonken heiligheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, in het allerheiligst geloof.
En men mag wat ons betreft de gestalte der belijdenis desnoods (dus als de nood daartoe dringt!) bijschaven door haar anders te verwoorden, als men met een alternatief gewaad maar geen ander gehalte voor beter uitgeeft. Dan slaan wij aan zoals een schildwacht betaamt. Dan veren wij op, zoals een hond blaft wanneer zijn meester aangevallen wordt (Luther). Niet terwille van de confessie, maar terwille van de Apostel en Hogepriester onzer belijdenis (Hebr. 3).
Om het pand van de Waarheid Die HijZelf is, gaat het ons.
Zijn Woord bewaren
En nu behoeft men ons niet, nu eens vriendelijk en dan weer korzelig te manen dat de Waarheid onze kleinmenselijke bewaking niet nodig heeft. Want wat de Waarheid nodig heeft, is in het geheel niet in het geding. Alsof Zijn zaak van óns afhing! Dat is niet eens een vraag voor wie Christus heeft leren kennen in de overmacht van Zijn gericht.en genade. Wie uit het geheimenis van Zijn Openbaringswoord mag leven, weet wel dat het perse niet gaat om wat de Waarheid nodig heeft, maar om wat de Waarheid ons bij monde van de apostelen gebiedt en Zelf verwekt (omdat wij dat onmisbaar van node hebben): Zijn Woord te bewaren! En wij beseffen ook terdege het waarheidselement in de beeldspraak dat alle menselijke traditie niet meer is dan een ledige buis waardoor steeds weer het levend water van de bron moet stroman (H. J. Iwand, a.a. 0. S. 379). Rationele instemming met en formele ondertekening van de belijdenis is nog lang niet hetzelfde als het bewaren van Waarheid en staat bij lange na geen borg voor de doorbraak van de Waarheid. Eén is onze Borg. Eén staat borg voor het Woord. Eén is het Woord meester. En deze Meester is vrij in een absolute overmacht en vrijmacht. Wij ervaren dat wanneer wij met al onze Bijbel vastheid en onze belijdenisgetrouwheid nochtans in grote verlegenheid op huisbezoek gaan, en wanneer wij ondanks ons rechtzinnig gevulde preekboekje als een armoedzaaier onder aan de kansel staan, en wanneer wij met al de uit het hoofd geleerde catechismus-zondagen nochtans met lege handen en een berooid hart voor de levende God staan... Wij moeten het hebben van het geschieden van het Woord zelf. Wij maken het niet. Hij zal het maken.
Hij gebiedt en... het Woord geschiedt.
Letterknechten?
Wij kunnen daarom geen stoere letterknechten, of liever letter-meesters zijn die in de euvele waan verkeren dat het Evangelie zonder onze verdediging en conservering zou verloren gaan. Integendeel; wij zijn dienaars niet van de letter, maar van de Geest zonder wiens Evangelie wij verloren gaan. En zoals nu de Heilige Geest door de levende woorden van het Evangelie onze harten heeft veroverd om het te geloven, zo ook weten wij ons door diezelfde Geest gedrongen om deze levenswoorden puur en ongeschonden te bewaken. Want wij weten niet alleen dat dit Evangelie is, maar ook dat dit hét Evangelie is. Er is geen ander, behalve een verlengend. En wij wéten dit niet alleen maar wij getuigen daar ook van in prediking, confessie en theologie, éénkennig en exclusief.
Er is immers door genade een aannemen van het verkondigde Evangelie, er is in hetzelfde genadebetoon ook de bloedernstige vermaning om het ontvangene te behouden op zodanige wijze als het ons apostolisch is verkondigd. Wie aan het Evangelie snoeit en ermee knoeit, gelooft tevergeefs (I Kor. 15). Tevergeefs, ijdel, ja zinloos! Een uitdrukking, die Paulus even verder op gebruikt i.v.m. de afgrondelijke gedachte dat Christus niet opgewekt zou zijn! Zo nauw luistert het hier!
Wanneer nu de waakzaamheid bij het onvervalste Evangelie in de Schriften opklinkt binnen déze verbanden van eeuwig wel of wee, wie mag daar zich dan van afmaken met de schimpscheut, dat het toch rijkelijk ferm en parmantig is om bij de Waarheid de wacht te betrekken? Dat de kerk opkomt voor de Waarheid is niet ingegeven door enige fierheid, nog minder uit behoudzucht, maar uit zucht tot levensbehoud en uit radicale armlastigheid. Niet de zwakte van God Die onze verdediging nodig zou hebben, maar de diepste verlorenheid van een ieder die uit andere bronnen drinkt dan de ene Levensbron, dat is aan de orde. Wij bewaken deze bron niet omdat wij het zo goed kunnen, maar omdat wij in gehoorzaamheid niet anders kunnen. Daarom staan wij dóór het Woord ook vóór het Woord! Niet omdat wij het zo goed weten, maar omdat wij geloven dat alleen Hij het weet. Dit voert ons tot ons volgende gezichtspunt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's