De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aandacht voor Werelddiakonaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aandacht voor Werelddiakonaat

11 minuten leestijd

'Onze werkelijkheid lijkt niet op de door God bedoelde aarde, waarop het voor mens en dier, in vrede en gerechtigheid, in gemeenschap met God en met elkaar, goed wonen is.' Zo zet een Beleidsnota Werelddiakonaat, onder het hoofd 'Waarom Werelddiakonaat? ' in, die vorige week op de Hervormde Synode besproken werd en uiteindelijk met algemene stemmen werd aanvaard.

De verwoestende gevolgen van menselijke ongehoorzaamheid staan tegenover de goede bedoelingen van God. Toch blijft Hij bijzondere aandacht hebben voor armen, weduwen, wezen, vreemdelingen. Hij hoort de klacht van hen, die geen helper hebben. Hij weet van de armen en hun recht!

De nota zet in met een aantal bijbelse lijnen ten aanzien van de werelddiakonale roeping. In Christus brak het heil voor mensen op aarde door. De profeten kunnen in de aanklachten van onrecht, gepleegd door koningen en andere leiders van het volk, dan ook tóch spreken van het komende vrederijk. De gemeente van Christus is door getuigenis en dienst in deze wereld teken van het Rijk van God, dat gekomen is en komt. Omdat Christus gekomen is om zich te ontledigen (Fil. 2, Mare. 10 : 45) leeft de gemeente in Zijn navolging in dienstknechtgestalte.

In de diakonia, de dienst van de gemeente, wordt de heerschappij van God zichtbaar. Het kruis betekent namelijk overwinning. Door Kruis en Opstanding worden vijandschap en vervreemding teniet gedaan. Gods gerechtigheid bracht verzoening en vernieuwing. En de gemeente mag leven in de spanning van het 'reeds' en het 'nog niet' van de volkomenheid van het heil.

De dienst van Christus betekent intussen dienst aan de héle mens en aan de héle wereld. Dat houdt in twee sporen, 'die dicht bij elkaar horen, maar niet in elkaar opgaan', namelijk de dienst van de verkondiging van het evangelie van verzoening en gerechtigheid én de dienst door middel van de daad. Het handelend dienen van de gemeente is namelijke evenzeer getuigenis.

De zinsnede: 'Wie in de Bijbel naar aparte opdrachten zoekt voor zending en werelddiakonaat, zoekt tevergeefs', riep intussen een vraag op van ouderling J. v. d. Brugge (Kampen). In Mattheüs 28 gaat het toch om de specifieke zendingsopdracht? De nadruk in deze zinsnede - aldus drs. G. Boer, secretaris van de commissie voor het Werelddiakonaat - valt op het woord apart. Met andere woorden: zending en werelddiakonaat horen zo dicht bijeen als woord en daad, als verkondiging en handelend dienen.

Oud. v. d. Brugge vroeg ook wat het dan betekent als in de nota gezegd wordt, dat de dienst van het handelen geen verkapte evangelisatie is. De heer J. Bos, voorzitter van CWD, beantwoordde deze vraag met de opmerking dat het niet gaat om: 'eerst de kerk in en dan een zak rijst'.

De nota gaat intussen - in de principiële uitgangspunten - niet uit van een 'evangelie der armen'. Op de vraag van oud. v. d. Brugge of de Bijbel ons óók niet tekent het arm zijn vóór, afhankelijk zijn van God, antwoordde de voorzitter van CWD instemmend maar stelde daarbij, dat werelddiakonaat met de concrete armen te maken heeft, in de verhouding arm-rijk, en dat dié armen, bijvoorbeeld bij de profeten ook alle aandacht krijgen.

Dat de Heere ons in hen tegemoet treedt - een uitdrukking uit de nota - is dunkt me in zoverre juist, dat God ons, in de ontmoeting met de armen en ontrechten, plaatst voor de opdracht, die voortvloeit uit de verbinding met Hem. Hoewel we weten dat er vandaag óók sprake is van een theologie, die God laat opgaan in de ontmoeting met de medemens, waarbij de bijbelse notie, dat God de Hoge en Verhevene, de Eeuwige is, die ons slechts op unieke wijze in de Mens Christus Jezus tegemoet getreden is - Zoon van God én Zoon des mensen - verbleekt.

Hoe werelddiakonaat?

Niet wij zijn onderwerp van de bevrijding van armen en verdrukten (als 'hulpverleners') maar zij zelf, zegt de nota in een tweede hoofdstuk. Bij hulpverlening moeten we uitgaan van de bereidheid tot delen, tot delen van wat God in Zijn Schepping ons allen heeft gegeven.

Concreet betekent dit bij de hulpverlening, dat vaste afspraken met partners overzee moeten worden gemaakt (de aangenomen projekten moeten volgens afspraak worden gehonoreerd); dat de projecten dienen gericht te zijn op verbetering van de levensvoorwaarden van de allerarmsten, op bevordering van gerechtigheid, op dienend funktioneren van zusterkerken in de derde wereld (relatie van kerk tot kerk) en op bewustmaking van de problemen in de wereld binnen de kerken hier. Het gaat daarbij niet alléén om geld. De gever en degene die hulp ontvang moeten op elkaar betrokken zijn.

In antwoord op vragen vanuit de synode lichtte drs. G. Boer toe dat er de laatste tijd een verschuiving is gekomen van project-adoptie naar betrokkenheid bij het totale werk. Betrokkenheid bij het totale werk in de Derde Wereld moet voorrang hebben, hetgeen niet betekent dat een gemeente in Nederland niet speciale aandacht kan hebben voor één bepaald project, maar dan gezien als relatie met een gemeente elders, waarvoor dit project bestemd is. Dan gaat het dus niet alleen om het geven van geld maar om het onderhouden van een meerzijdig contact. Dit is enerzijds een juiste gedachte.

Elke hulpverleningsorganisatie heeft er mee te maken dat een bepaald 'aantrekkelijk' project sterke respons ontvangt. Wat móét men dan met het geld dat méér binnenkomt en dat voor het project niet nodig is? En wat móét men met de andere verplichtingen, die men is aangegaan en die ook nagekomen moeten worden? In totaal neemt het Hervormd Werelddiakonaat voor ongeveer 7 miljoen gulden aan verplichtingen op zich. Die wórden nagekomen, ook al komt er voor een bepaald project niet voldoende binnen.

Anderzijds moet ervoor gewaakt worden dat werelddiakonaat niet louter een zaak wordt van het centrale kerkelijke orgaan en dat de gemeente niet echt betrokken is bij een stukje nood in de wereld. Maar dan geldt: graag contact van gemeente tot gemeente maar niet alléén geldelijk. Van overzee wordt gevraagd - aldus drs. Boer-: projecten? prima!, maar hoe zijn jullie bezig met de oorzaken van onze armoede?

Ds. P. M. Breugem (Barneveld), die met veel genoegen had geconstateerd dat de nota gekenmerkt was door een grote mate van gedrevenheid, waarbij het ook gaat om het opkomen voor politiek en sociaal ontrechten, waarschuwde intussen voor een eenzijdige benadering van armoede en honger. Heeft honger ook niet oorzaken die met de zonde te maken hebben? Ds. A. Romein (voorzitter van de Generale Diakonale Raad) stelde in antwoord daarop nadrukkelijk, dat het uitgangspunt in de nota meer is het Koningsschap van God dan het Koninkrijk van God. Het gaat bij de roeping van de kerk om oprichting van zondaars uit hun schuld. De verkondiging is het eerste. Maar in de Psalmen lezen we ook: 't is de Heer, die het recht der armen, der verdrukten gelden doet. In het diakonaat gaat het om dié armen en hun concrete nood. En moeten we dan - tegenvraag aan ds. Breugem - zeggen dat wij rijken in het Westen de gehoorzamen zijn en dat alléén de armen in de twee-derde wereld lijden onder de gevolgen van de ongehoorzaamheid?

Overigens stelde de nota, dat materieel-rijken erg arm kunnen zijn en dat zij soms van de (niet-materiële) rijkdom van de armen kunnen leren.

Relaties

Het Werelddiakonaat is voor de hulpverlening overzee aangewezen op vele andere instanties in binnen-en buitenland, die zich met specifieke problemen in de wereld bezig houden.

De nota stelt ten aanzien van binnenlandse kerkelijke instanties: 'Met de Raad voor de Zending en de Gereformeerde Zendings Bond zal nader bezien moeten worden, hoe deskundigheid en aandacht kunnen worden verdeeld in het relatiepatroon vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk naar kerken in andere delen van de wereld; met ADB (Algemeen Diakonaal Bureau van de Gereformeerde Kerken), SOH (Stichting Oecumenische Hulpverlening) en ICCO (Interkerkelijke Coördinatie Commissie Ontwikkelingssamenwerking) zal nader moeten worden bezien hoe in de uitvoerende werkzaamheden en met name in het onderhouden van de contacten praktische werkafspraken gemaakt kunnen worden.

De informatie van de Wereldraad van Kerken is belangrijk, zegt de nota. Oud. v. d. Brugge (Kampen) zei terzake, dat de theologie van de Wereldraad van Kerken het in vele gemeenten niet doet. Drs. Bos, de voorzitter van werelddiakonaat, beaamde dit maar stelde dat veel praktisch diakonaal werk, dat via de Wereldraad wordt aangedragen, van grote betekenis is. Bedoeld is hier het werelddiakonale departement van de Wereldraad, CICARWS.

Ds. P. Vermaat stelde vragen over de relatie met Oost-Europa: gaat dat ook via de Wereldraad? Zou Werelddiakonaat verder bereid zijn om studiebeurzen voor studenten, die in de ambassade in Moskou gevangen zitten, te verstrekken? Verder stelde hij vragen over eventueel contact tussen de interkerkelijke Europa Commissie en de Herv. Geref. Stichting Hulp Oost Europa.

In de beantwoording werd gesteld, dat studiebeurzen alleen dan van belang zijn wanneer de studenten worden vrijgelaten en dat contacten met Oost-Europa plaats vinden door middel van de Europa Commissie van de Kerken. De vraag naar de verhouding van die commissie en de Stichting Hulp Oost Europa kreeg geen aandacht meer. Hier zij gezegd, dat in het verleden, toen Werelddiakonaat nog onder de oude structuur SIH (Sectie Internationale Hulpverlening) werkte, de genoemde hervormd-gereformeerde stichting enkele jaren een vast jaarlijks bedrag ontving. In de nieuwe struktuur is steun aan de stichting voor bepaalde projecten, bijvoorbeeld terzake van literatuur, mogelijk. Verder is er van tijd tot tijd overleg tussen de Europa Commissie en het bestuur van de stichting.

Mevr. A. Mulder (Middenmeer) stelde ten aanzien van samenwerking met IKVOS (Interkerkelijk Vormingswerk Ontwikkelings Samenwerking) dat als bepaalde aktiviteiten (van deze stichting met name) niet blijken aan te slaan ermee gestopt moest worden. Kritisch liet ze zich uit over de werkgroep Kairos, een groep die zich kritisch bezig houdt met Zuidelijk Afrika. Is deze groep niet sterk marxistisch bepaald, vroeg mevr. Mulder. Drs. Bos liet duidelijk uitkomen dat, hoewel hij zelf positief stond tegenover Kairos, er hier sprake was van een spanningsveld in de commissie en dat er minstens één lid was die meende dat Kairos 'notoir-marxistisch' is. Hij doelde hier op uitlatingen van ondergetekende op een lezing tijdens de predikantenconcio van de Gereformeerde Bond in januari van dit jaar.

Over steun aan bevrijdingsbewegingen liet de nota zich slechts in vage termen uit. Steun aan het werk van bevrijdingsbewegingen is er in Werelddiakonaat met. Gaat het om concrete aanvragen, waar de commissie niet uitkomt, dan is het oordeel - volgens een beleidsnota Zuidelijk Afrika - aan het moderamen van de synode. Wannéér steun wordt gegeven dan gaat het om humanitaire of vluchtelingenhulp.

Verantwoordelijk werk

Concluderend mag worden gezegd dat binnen de commissie voor het Werelddiakonaat een verantwoordelijk stuk werk van onze kerk plaats vindt. Als gezegd wordt voor ongeveer zeven miljoen gulden hulp geboden overzee. Van elke gulden, die binnenkomt, gaat 84 cent naar het buitenland. Zeven cent wordt besteed aan publiciteit, de overige zeven procent is bestemd voor personeels-en apparaatskosten. In de commissie is de hele breedte van de Nederlandse Hervormde Kerk vertegenwoordigd. Er is sprake van een goede samenwerking, waarbij de knelpunten intussen niet omzeild werden. Het is goed om die knelpunten ook eerlijk te noemen en eerlijk te stellen dat - bij alle gemeenschappelijkheid in doelstelling en eenstemmigheid over verreweg het grootste deel van de projecten - er ook sprake is van verscheidenheid, ook van tegenstellingen ten aanzien van bepaalde doelen. Het gaat dan bijv. om wat heet politiek diakonaat. Verschil in visie en ook in uiteindelijke beoordeling ten deze betekent intussen niet dat geen reële basis aanwezig zou zijn voor een dienstbetoon van onze kerk als geheel aan de armen en verdrukten elders in de wereld.

Het gaat er om dat de kerk ook vandaag in de schrijnende noden van deze wereld een beker koud water reikt aan dorstigen, hongerigen voedt en gevangenen helpt. Voor zover dit aan één van deze minsten is gedaan is het aan Mij gedaan, zegt Christus (Matth. 25). Het zou dan ook niet goed zijn als binnen de gemeenten - bij alle eerlijke principiële vragen die gesteld wor-. den en ook te stellen zijn - de beurs gesloten blijft en een stuk diakonale verantwoordelijkheid van de eerste orde wordt prijs gegeven. Wat hebben wij, dat we niet hebben ontvangen! En hoe is óns bestedingspatroon? Er zijn in onze welvaartssamenleving vele zelf-kritische vragen te stellen. Terwijl de arme en ellendige van verre roept' Kom over en help', kunnen we als kerken in onze welvaartssamenleving niet beschouwelijk aan'de kant blijven staan.

Gelukkig mag in het diakonaat van onze kerk een stuk verantwoordelijkheid worden verstaan, gegeven van Christuswege, gefundeerd op bijbelse uitgangspunten. Doordacht evenwel in een gezamenlijke kritische worsteling om wat verantwoord is, zonder dat van koekoek-één-zang sprake is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aandacht voor Werelddiakonaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's