De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van het boek Esther

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking van het boek Esther

10 minuten leestijd

In de bekende reeks 'De prediking van het Oude Testament' verscheen ook een commentaar op het boek Esther van de hand van dr. J. A. Loader.

In een breder kader

In de bekende reeks 'De prediking van het Oude Testament' verscheen ook een commentaar op het boek Esther van de hand van dr. J. A. Loader. Dit werk valt op door zijn zorgvuldige tekstverklaring. De schrijver heeft een intuïtief gevoel voor de associërende werking van de in dit bijbelboek gebruikte woorden en uitdrukkingen. Wat wil dat zeggen? De Heilige Schrift verklaart zichzelf. God is één. Gods daden zijn ook één geheel. Daarom is de Heilige Schrift geen verzameling van op zichzelf staande teksten, nee, het is ondanks alle verscheidenheid één getuigenis. Wij moeten dus bij de uitleg van de Bijbel Schrift met Schrift vergelijken. Daar zijn we het goed met elkaar over eens. Maar nu de praktijk! Je kunt ook weer niet zo maar teksten met elkaar combineren op de klank af. Voordat je er erg in hebt, verzeil je in de vaarwateren van het biblicisme. De fout van het biblicisme is, dat teksten naast elkaar worden geplaatst zonder te letten op het tekstverband. Elke tekst - gezien in zijn eigen contekst - staat in het perspectief van het geheel van de Heilige Schrift. In het biblicisme wordt zowel met het een als met het ander onvoldoende rekening gehouden. Daarmee dreigt het uitzicht op het panorama van de daden Gods, begonnen bij de schepping en uitlopend op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, verloren te gaan. Dat biblicisme kan zelfs een wettisch karakter aannemen. Wie critisch staat tegenover deze methode van bijbelstudie loopt kans als minder bijbelgetrouw te worden beschouwd. Een bekend voorbeeld is de verwerping van de kinderdoop. Nergens - zegt men - staat in het Nieuwe Testament de kinderdoop voorgeschreven, 'dus' de kinderdoop is onbijbels. Zo kan men alleen redeneren als men niet het perspectief heeft gezien van het verbond en van Gods trouw van geslacht tot geslacht.

De zaak ligt anders als in een bijbelboek zélf een bepaalde gebeurtenis of zegswijze in verband wordt gebracht met een gebeurtenis of zegswijze uit vroeger tijd.

Dat kan gebeuren op een direkte manier. Zo doet de Heere Jezus wanneer Hij de wonderbare spijziging vergelijkt met het manna in de woestijn, Joh. 6. De apostel Paulus stelt tegenover elkaar Adam en Christus, Rom. 5 en 1 Kor. 15.

Het kan ook op een indirecte manier. Om bij Paulus te blijven: in Rom. 3 : 25 wil hij ons bij het woord 'verzoening' duidelijk herinneren aan het verzoendeksel van de ark. Daarmee legt hij uit wat de dood van Christus betekent: het is hét offer voor de verzoening van onze zonden, want de Goede Vrijdag is dé Grote Verzoendag. Die indirecte verwijzingen zijn karakteristiek voor het boek Esther. Loader wijst daar voortdurend op. Daarom kan zijn commentaar een stimulans zijn bij uw bijbelstudie. Zo heb ik het tenminste zelf ervaren. Want bij de prediking staat Esther toch wel wat aan de rand van de belangstelling. Bij Luther en Calvijn was dat ook reeds het geval. In het bekende handboek van Gerhard von Rad, Die Theologie des Alten Testaments, blijft Esther onbesproken.

Trouwens, wat weten wij doorgaans van dit bijbelboek te vertellen? De naam van God wordt er niet in genoemd. En verder de belijdenis van Esther: Kom ik om, dan kom ik om. Maar daar blijft het dan meestal bij. Want met het Purimfeest kunnen we eigenlijk ook niet zo uit de voeten. Bovendien hebben we onze problemen. Is Esther in alle opzichten een voorbeeld? Neem nu alleen eens de manier waarop zij haar intrede maakt aan het hof van Ahasveros en vergelijk dat eens met de terugkeer van Ezra naar Jeruzalem.

De exegese van dit bijbelboek in orthodoxe kring brengt ons een stap verder. De naam van prof. G. Ch. Aalders mag hier niet onvermeld blijven.

Een samenvatting van de resultaten van dit onderzoek vinden we in de tweede druk van de Bijbelse Encyclopedie. Daaruit citeren wij: 'Het schone in de opzet van het boek is, dat vóórdat de aanslag van Haman - waarachter wij ons de satan, de tegenstander van het zaad der vrouw, van de beloofde Messias, Gen. 3:15, moeten denken - op touw gezet wordt, ja, vóórdat er zelfs van Haman sprake is, alles al in orde is voor de aan te brengen redding... Voor de christenen heeft het als deel van de canon zijn eigen boodschap van Gods bescherming van het zaad der vrouw, waardoor Hij Zijn plan der verlossing voor mislukking bewaart', deel I, Kampen 1975, p. 293v.

Door nu te letten op de associërende werking van woorden.en uitdrukkingen kan ons inzicht in dit bijbelboek worden verdiept. Dat zal zeker z'n vruchten afwerpen, niet alleen bij de voorbereiding van-de prediking, maar ook voor onze persoonlijke meditatie.

Door zijn woordkeus brengt de bijbelschrijver de geschiedenis van Esther in verband met de verhalen van Jozef en de Uittocht. Israël is verstrooid, maar de God van Israël is en blijft dezelfde. Nog heden ten dage zal bijeen groot volk in het leven behouden. Gen. 50 : 20. Nog steeds is Hij de God van de Exodus, Ex. 20 : 2.

Bij dit letten op de associërende werking van woorden en uitdrukkingen moeten wij de nodige voorzichtigheid betrachten. Eerbied voor de Heilige Schrift vraagt tijd en nauwgezet­ heid in de omgang met de bijbeltekst. Hier zijn niet de 'ontdekkers' belangrijk, maar wat 'ontdekt', d.i. wat gehoord en gezien wordt. De naam van God wordt in dit geschiedverhaal niet genoemd. Dat verbindt dit bijbelboek met onze tijd, de eindtijd. Toch, Hij is er!

Geen novelle of feestlegende

Loader erkent de canoniciteit van het boek, maar bestrijdt de historiciteit van wat daarin wordt verhaald. Voornaamst argumenten:

- De gemalin van koning Ahasveros (-Xerxes I, 485-465 v. Chr.) heet Amestris.

- Onwaarschijnlijk is de aanstelling van een Jood als grootvizier.

- Helemaal ondenkbaar is de voorstelling, dat een koning toestemming verleent tot het voeren van een soort burgeroorlog in zijn eigen rijk.

Op dit punt scheiden onze wegen. Principieel! Waarom? Dit bijbelboek is overgeleverd in de vorm van het geschiedverhaal. In dat opzicht is er geen enkel onderscheid met de andere historische boeken van het Oude Testament. Maar ook zakelijk gezien blijken de aangevoerde argumenten als ze kritisch worden geijkt, toch niet zoveel gewicht in de schaal te leggen, dat aan dit bijbelboek zijn historische betrouwbaarheid moet worden ontzegd. Wij menen daarom, dat Loader ten onrechte het boek Esther typeert als een novelle. Evenmin kan het een feestlegende zijn, een opvatting die o.a. voorkomt in de inleiding van Th. C. Vriezen en A. S. van der Woude (hét studieboek voor onze studenten).

Wat dit laatste betreft (het boek Esther is een feestlegende) doet zich nog een extra probleem voor. Zijn de feesten van de liturgische kalender van Israël en het latere Jodendom werkelijk gebaseerd op legenden? Hebben de mensen ze destijds als legenden beschouwd of zijn ze dat alleen voor óns besef? Het nog weer jongere Chanoeka-feest grijpt terug op een historische gebeurtenis. Zou het zoveel oudere Purimfeest zijn ontstaan te danken hebben aan een verzinsel?

Voor een uitgebreide dokumentatie is een artikel in 'De Waarheidsvriend' niet de aangewezen plaats. Men leze het overzicht van prof. G. Ch. Aalders in de tweede druk van de Chr. Encyclopedie onder het trefwoord 'Esther'. De theologisch geschoolde lezer raadplege de vele bladzijden aan dit onderwerp gewijd in de 'inleiding' van G. W. Harrison. Trouwens, iedereen kan zelf constateren, hoe groot het verschil is tussen een bijbels geschiedverhaal en een oud-Joods stichtelijk vertelsel door het boek Esther te vergelijken met een aprokrief geschrift als bijvoorbeeld Judith. In dit laatste boek zijn de historische gegevens uit verschillende eeuwen door elkaar heengevloeid. Of men dat niet heeft geweten? Misschien zijn deze anachronismen wel opzettelijk bedoeld. Maar dat is weer een ander onderwerp... Nog-één punt wil ik in dit verband noemen.

Van het boek Esther zijn tot dusver geen fragmenten gevonden in Qumran. Is dat toeval? Gesteld, dat dit ook in de toekomst niet zal gebeuren, dan is dat een interessant gegeven. In de gemeenschap van Qumran speelt de figuur van Ezra geen enkele rol. Zijn optreden valt onder de tijd van 'Gods toorn'. Dat is volgens de gemeenschap van Qumran een periode van 390 jaar die begint met de verwoesting van Jeruzalem in 587 v. Chr. Ezra is de exponent voor de overlevering, die de Joden uit Babel hebben teruggebracht naar Jeruzalem en daar opnieuw is afgekondigd. Daartegen is in kringen van de priesterschap in Jeru­zalem een stil verzet gerezen. Hier liggen m.i. de wortels van de beweging van het Essenisme. Deze beweging houdt het op een oud-Jeruzalemse traditie, die we terugvinden in de handschriften van Qumran. Dat zou de reden kunnen zijn, waarom niet alleen Ezra maar ook Esther worden genegeerd. Daar - in de ballingschap - heeft God Zich niét geopenbaard. Aldus de gemeenschap van Qumran. Het ontbreken van fragmenten van het boek Esther in de grotten bij de Dode Zee hoeft dus niet bij voorbaat te wijzen op een late datering. Evenmin kan daardoor het late ontstaan van het Purimfeest worden bewezen.

Geef dan eeuwig eer!

De commentaar van Loader is een nieuwe impuls voor de bezinning op de prediking van het boek Esther. Dat is trouwens de doelstelling van de reeks, waarin deze commentaar is opgenomen. Daarmee doen we niets af van onze kritiek. Evenmin gaan we daarmee voorbij aan die elementen uit dit bijbelboek, die niet aan de orde komen bij Loader en toch belangrijke bouwstoffen zijn voor de prediking.

Er wordt bijvoorbeeld veel 'geschreven'. Door Ahasveros en Haman, ook door Mordechai en Esther. 'Brieven' worden verzonden en 'kronieken' bijgewerkt. Maar van het meeste gewicht is toch het 'boek' of de 'rol' met de voorschriften betreffende het Purimfeest. Dit is de rol, die steeds weer 'gelezen' en 'gehoord' zal worden. Aanduiding van het 'geschrevene' als 'heilige schrift'? God is eren daarom ook Zijn Woord.

Op een ander aspect zou ik graag wat dieper willen ingaan. Er wordt herhaaldelijk gesproken van het 'geven van eer'. Vasthi weigert Ahasveros eer te bewijzen en komt ten val. Al de vrouwen in het rijk worden herinnerd aan de verplichting, hun mannen eer te geven (Petrus zal later de mannen vermanen hun vrouwen haar eer te geven!). Mordechai weigert Haman eer te bewijzen, wordt juist gespaard en met hem al de Joden.

Wat is de reden van Mordechai's weigering? Hij is een Jood en wil daar ook openlijk voor uitkomen, 3:4. Een Jood! Volgens de letterlijke betekenis van dit woord is dat een man, die God de eer geeft. God alleen! De machten van het onheil zijn onttroond (Kol. 2 : 15!). Hun symbool, de Purim, heeft zijn angstaanjagend karakter verloren. De ban van het lot is gebroken. Purim is het feest om de nederlaag van het fatalisme. God is er - tot in de burcht van Susa toe. Hij regeert met onzichtbare hand, 4 : 14. Daarom worden op dit feest geschenken uitgedeeld aan de armen: ekenen van hoop in uitzichtsloze situaties. En verder: lijdschap! Geeft dan eeuwig eer, ónze God en Heer!

Dr. J. A. Loader, Esther, De Prediking van het Oude Testament, Uitgeverij G. F. Callenbach b.v., Nijkerk 1980.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De prediking van het boek Esther

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's