De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

12 minuten leestijd

De Gereformeerde Bond-Doelstelling activiteiten. Een folder met dit opschrift is gereed gekomen, waarin in acht pagina's globaal wordt uiteengezet wat de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk beoogt en de wijze, waarop aan de doelstellingen gestalte wordt gegeven, wordt verwoord. De folder is in aantallen gratis verkrijgbaar om aan het werk van de Gereformeerde Bond in de gemeenten bekendheid te geven. Besteladres: Postbus 177, Huizen (N-H).

***

De Stichting Antwoord gaf een informatieve brochure uit voor kinderen over Oost-Europa. Het persbericht terzake luidt als volgt:

"Pjotr" Is de titel van een brochure, waarin op heel eenvoudige wijze voor kinderen wordt uitgelegd met welke problemen christenen in Oost-Europa hebben te kampen. In het rijk geïllustreerde geschriftje vertelteen (fictief) oost-Europees jongetje (Pjotr) daar over. Politieke stellingname is er in vermeden (het woord communisme komt in de brochure niet voor). De essentie van het drukwerkje is dat het geloof in Christus als de Heere zich moeilijk verdraagt met een atheïstisch regime. Gewaakt is voor overdrijving. Duidelijk wordt dat niet alle christenen in Oost-Europa gevangen zitten, maar dat velen (ook op school) dagelijks in conflict komen met de geldende maatschappij-visie van de gezagsdragers. Uitgave: Stichting Antwoord, postbus 198, 4700 AD Roosendaal. Gratis. De Stichting werkt al meer dan tien jaar In het Oostblok en distribueert daar o.m. op grote schaal kinderbijbels.

***

'Het leven is hier héél anders dan bij jullie, aan die andere kant van de rode lijn. De ministers, die hier de baas zijn, hebben een hekel aan godsdienst. "God bestaat niet", zeggen ze gewoon! Mijn vader en moeder hebben daar veel verdriet van. Want die houden veel van hun land. Daarom vinden ze het juist zo erg dat de regering zo lelijk doet tegen de christenen. Nou denk je misschien wel dat papa en mama de hele dag zitten te huilen. Niks hoor! Meestal zijn ze blij. "Niemand kan ons geloof van ons afnemen", zegt papa altijd. En dan kan ik aan hem zien dat hij héél blij is.

Ik denk dat ik best tevreden kan zijn met mijn ouders. Ze houden veel van me. Ja, van Iwan, mijn broer, en van mijn twee zussen óók natuurlijk... Daarom hebben ze ons ook veel over de Heere Jezus verteld. En, we hebben alle vier aan de Heere Jezus gevraagd of Hij in ons hart wilde komen... Of Hij de baas wilde zijn in ons leven. Daar zijn papa en mama heel blij over. Maar onze meester, op school, helemaal niet. "Wie gelooft, is gek", zegt hij. Op school leren we dat God helemaal niet bestaat. En dat alleen oude mensen en domoren naar de kerk gaan. Gek hoor, want bij ons in de kerk komen heel veel van die grote jongens en meisjes. (...)'

***

Libanon, een ontredderd land. We kregen er bij een bezoek enkele jaren geleden een indruk van. Thans is na de Israëlische inval de chaos alleen nog maar groter geworden. In Libanon werkt de Morgenlandzending. In Morgenland, het kwartaalblad van de Morgenlandzending, schrijft mevr. G. W. Groenenboom het volgende verhaal, onder de titel 'De Zondaar'.

Foeaad kwam niet meer op school, totdat, een maand of vier later, de juffrouw hem tegenkwam in een nauw straatje . Hij had het te laat in de gaten om nog te ontsnappen. Vriendelijk vroeg ze: "En Foeaad, hoe gaat het"? Een beetje schuw zei hij: "goed". Toen vroeg ze: "En wanneer kom je de stoelen brengen"? Z'n hoofd zakte voorover en strak naar de grond kijkend, zei hij: "Ik ben een zondaar".

Foeaad is weer terug op school, hij luistert weer met evenveel aandacht naar de bijbellessen en als de juffrouw weer eens een vraag stelt antwoordt hij weer even enthousiast als voorheen. Wat te doen als Foeaad toch nog weer eens laat blijken dat hij een zondaar is? Opgeven, wegsturen voor goed? Dat is niet het voorbeeld dat de Heere Jezus gegeven heeft. Waar zouden wijzelf dan moeten blijven? Neen nooit, de deuren van de school staan wijd open, er is plaats voor kleine hongerige zondaren als Foeaad, zoals er plaats voor hen is bij Jezus, die ook voor hen stierf en van wie ze mogen horen op school, de meesten daar voor de eerste keer in hun leven.

Wij mogen bidden voor hen dat ze nooit zullen vergeten dat de Heere Jezus hem liefheeft en dat ze altijd weer bij Hem mogen terugkeren.'

'Met z'n handen in de gaten waar lang geleden broekzakken gezeten hadden en hangend tegen een muur, stond Foeaad te kijken naar het gebouw aan de overkant van de straat. Wat zou hij doen? Naar binnen gaan, vragen? Af en toe woei een geur van warm eten door de openstaande ramen naar hem toe en dan kon hij 't bijna niet meer uithouden. Naar binnen gaan zou ook betekenen: naar school gaan. Een hele lange morgen en een hele middag in een bank, niet meer op straat of op de markt. Niet meer vrij, maar geen honger meer. Die laatste gedachte met de geur van soep maakte dat Foeaad de straat over rende en op de bel drukte. Zo kwam Foeaad terecht in één van de scholen die in Beiroet gesticht zijn voor kinderen die, of geen thuis hebben, of waarvan de ouders geen schoolgeld kunnen betalen. Leerplicht is er nog niet en er zijn vele armen. De kerken hebben zich ontfermd over een aantal van deze kinderen. Er zijn scholen gekomen, waar ze behalve les, ook nog warm eten kijgen en zo nodig onderdak. Die middag had Foeaad warm eten en na 't eten school. 't Was niet zo vervelend als hij gedacht had, zodat hij de volgende morgen weer ging. Hij bleef gaan, wel twee jaar lang. De bijbellessen vond hij mooi, verhalen met platen en zingen was ook wel leuk en toen de juffrouw eens vroeg wie de Heere Jezus lief had, stak hij spontaan zijn hand op, natuurlijk had hij de Heere Jezus lief, iemand die veel van arme mensen hield en ze eten gaf en zelfs zieken beter maakte. Het was zijn held geworden. Soms mocht hij één van de onderwijzeressen helpen, bv. iets naar haar huis helpen dragen en de laatste keer had ze hem uitgenodigd voor een kopje koffie. Tjonge wat voelde hij zich! Op een dag zei de juffrouw: "Zeg Foeaad, ik heb twee stoelen die gerepareerd moeten worden. Zou je die bij de meubelmaker willen brengen"? "Tot uw dienst" zei Foeaad, "Vraag ook wanneer ze klaar zijn en hoeveel het kost" zei de juffrouw. De volgende dag kwam Foeaad naar haar toe en zei: "Vandaag komen ze klaar en het kost 12 gulden". 's Avonds gaf ze hem de twaalf gulden en Foeaad ging op weg. De juffrouw wachtte, een halfuur, een uur en nog geen Foeaad en geen stoelen. Ze dacht: "Misschien zijn ze nog niet klaar, toch eens vragen" en belde de zaak op. "Stoelen, jazeker, een jongen heeft ze gehaald, hij zei dat het voor de school was. Hij heeft niet betaald. " De juffrouw zuchtte, wat te doen? Naar de ouders gaan? Ze wist haast zeker dat het niet veel helpen zou. Hij zou de stoelen heus niet thuis gebracht hebben, dat begreep ze wel. Had hij niet eens gezegd dat z'n ouders nooit thuis waren en dat hij daarom ook nooit eten kreeg? Nee, van die kant hoefde ze niet op medewerking te rekenen.

***

Hier volgen twee stukjes die anderen vonden bij 'groten' uit de kerk.

In het blad 'De Schakel' van Charles Haddon Spurgeon:

'Ik heb als kind eens een goochelaar op straat gezien, die een half dozijn ballen, messen of borden opwierp en opving, en mij scheen dit wonderlijk toe. Maar de godsdienstige goochelaar stelt alle andere in de schaduw, want hij moet tegelijkertijd het christendom en de wereld ophouden, en twee soorten ballen tegelijk opvangen. Een vrijgemaakte van Christus te zijn en tegelijk ook een slaaf van de wereld, daar is heel veel kunst voor nodig. Een dezer dagen zult gij, meneer de goochelaar, één van uw ballen laten glippen, en dan is het uit met uw spel. De mens kan dit niet altijd volhouden, niet altijd doorgaan met zoveel handigheid te spelen. Vroeg of laat begaat hij fouten in zijn spel en dan wordt hij tot een aanfluiting en een spotrede, en dan wordt hij beschaamd, indien er tenminste nog enig schaamtegevoel in hem overgebleven is.'

In het blad Voetius tekent ds. M. A. v. d. Berg (Aalburg) het volgende op van Luther:

'Ik heb de Heere Jezus nooit gezien. Ik ken eigenlijk alleen Zijn Naam. Maar daarvan heb ik dan ook zoveel gehoord, uit de Schrift, dat ik ermede tevreden ben. Daaruit heb ik mijn grootste zwakheid en bij de schrik van mijn zondenlast, in angst en vrees voor de dood, in navolging en nood, goddelijke kracht ontvangen. Die Naam heeft mij, toen ik van alle schepselen verlaten was, uit de dood gerukt en weer levend gemaakt, mij in de grootste vertwijfeling getroost, en in het bijzonder op de rijksdag te Augsburg, in het jaar 1530. Daarom hoop ik als God wil bij die Naam te blijven, te leven en te sterven.

***

Ds. G. Taverne geeft in zijn blad 'Uitzicht' - 'écht presbyteriaal' - maandelijks forse commentaren op alle afwijkingen van wat in zijn oog reformatorisch is. Van maand tot maand komen personen uit alle kerken onder de hamer. Zijn stem klinkt echter nergens door. Trouw aan de Reformatie wordt alleen in de twee gemeenten gevonden, die ds. Taverne in zijn gang zijn blijven volgen, namelijk Hoogeveen en IJsselmuiden. Laten we hier dan toch iets doorgeven van wat ds. Taverne beoogt;

'Maar Nederland en heel het Westen nu wil, net zo min als het Joodse Jeruzalem toen, niet meer "reformeren" (een nieuwe vorm geven, zegt dat). Vandaar dat wij al lang met de twee gemeenten die onze gezegende Heere zelf gegeven heeft — IJsselmuiden en Hoogeveen, samen de "Reformatietrouwe Classis Nederland" genoemd, kerkelijk zichtbaar zijn geworden zo als ds. Ledeboer de vorige eeuw voorzegd heeft!'

De synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland heeft uitgesproken dat het in deze tijd maar het beste is het beroep van politieagent te vermijden. Uit het Nederlands Dagblad knippen we het volgende:

'In 1949 luidde de vraag "of leden der gemeente nog wel politie-agent kunnen zijn wegens dienst­ doen op zondag bij openbare vermakelijkheden". De notulen van 1949 zeiden daarvan: "Na brede discussie besluit de synode, hoewel betreurende de zondagsontheiliging, dat het dienstdoen bij de politie op zichzelf niet te veroordelen is, doch het aan de consciëntie der betrokkenen wordt overgelaten en aan de onderwijzing van de kerkraden aan de betrokkenen". De synode in Barneveld wilde in dezelfde lijn blijven, maar overwoog daarbij wel dat de tijden na ruim dertig jaar erg veranderd zijn. Daarom kwam de synode gisteren tot de volgende conclusie: "De synode erkent dat de politie er moet zijn en dat de overheid Gods dienaar dient te zijn, doch geeft, in verband met het onmogelijk samen kunnen gaan van de verbondenheid aan Gods Woord en de dikwijls te verrichten politiediensten in ernstige overweging om in deze tijd de opleiding voor politie te vermijden".'

Ons korte commentaar: We beseffen dat het in een tijd waarin de normen van Gods Woord steeds minder in tel zijn, moeilijk is om het christen zijn in het beroep van politieagent te beleven (in welk beroep is dat overigens anders? ) en dat de plaatsen waar de politie geroepen wordt niet direct de beste zijn. Maar moet dan de samenleving aan de anarchie worden prijs gegeven? Want leden van de gemeente afmanen bij de politie te gaan betekent het politieapparaat laten voor wat het is; óf de handhaving van de orde overlaten aan ongelovigen. Want de complete wanorde zal men toch niet willen.

***

Twee berichten uit kerken elders in de wereld. De blanke N. G. kerk heeft premier Botha van Zuid-Afrika laten weten dat 'met het oog op de bijzondere situatie in Zuid-Afrika' de kerk, ook al valt rassenscheiding niet vanuit de Bijbel te verdedigen, 'de opdracht heeft om aan de mensen duidelijk te maken, dat huwelijken van personen van verschillend ras uiterst ongewenst zijn.'

Hoe zal men dat als kerk duidelijk moeten maken als het niet vanuit de Bijbel duidelijk is te maken? De Bijbel raadt slechts huwelijken van gelovigen en ongelovigen af.

In de ook van de Gereformeerde Kerken hier stammende Christian Reformed Church in de Verenigde Staten heeft men andere problemen. Er is een alternatieve theologische opleiding op komst, die gestart wordt door een groep verontruste predikanten. Het Mid-America Reformed Seminary (MARS) in Orange City moet tegenwicht bieden tegen de officiële predikantenopleiding van de Christian Reformed Church in Grand Rapids (Calvin College). Calvin College erkent voorlopig de nieuwe opleiding niet. Studenten van MARS moeten dan ook nog een jaar naar Calvin College om beroepbaar te kunnen zijn in de Christian Reformed Church.

Ons commentaar: wordt MARS een amerikaanse VU? De Doleantie in de vorige eeuw werd immers - het is een bekend gezegde - terwille van de VU in het leven geroepen, om zó afgestudeerden van de VU een predikantsplaats te bieden in de Gereformeerde Kerken? Intussen wijst de onderhavige kwestie op de parallellie, die er bestaat-misschien in vertraagd tempo-tussen de Christian Reformed Church en de Gereformeerde Kerken wat betreft de theologische ontwikkeling. Want daar gaat het om.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's