Kerk op wacht (4)
Wie op wacht staat waakt tegen vijanden, dat ze niet bruut en onverhoeds binnendringen of sluw gecamoufleerd binnensluipen. Zo staan wij als kerk op onze uitkijkpost en laten ons geen leugen voor waarheid aanpraten.
Tegen vijanden
Wie op wacht staat waakt ten derde tegen vijanden, dat ze niet bruut en onverhoeds binnendringen of sluw gecamoufleerd binnensluipen. Zo staan wij als kerk op onze uitkijkpost en laten ons geen leugen voor waarheid aanpraten.
Ook op dit punt zou ik willen attenderen op de kracht van de belijdenis die ons naar de Schriften is overgeleverd. Hoeveel modegrillen waren er niet door de kerk heen die weliswaar door Bijbelflarden zijn 'geïnspireerd' (zoals dat heet), maar die de gemeente via nieuwe verstaanssleutels afvoeren van het spoor der godsvrucht. Hoeveel pseudotheologieën slaan niet hun slag, die temeer kans maken naarmate wij meer toegeeflijk en verdraagzaam, en minder waakzaam en weerbaar zijn. Hoe aangrijpend worden wij in de Heilige Schrift gewaarschuwd tegen wolven die de kudde niet sparen (Hand. 20). Een ieder beproeve hier zichzelf en de ander! Een gewaarschuwd man telt voor twee!
Er is niet alleen de Heilige Geest, maar er waaien ook vele onheilige geesten. Hoe zullen wij die onderscheiden? Nee, waarlijk niet door een koud verstandelijk en afstandelijk hanteren van de norm der belijdenis. Maar in ieder geval nog minder door deze kerkelijke norm te verwaarlozen! Geesten onderkent en onderscheidt men door de Geest Die van de Vader en de Zoon uitgaat en Die tot ons inkomt en Die ons inleidt in de Waarheid van (het Woord van) Christus. En nu voert de belijdenis geen andere pretentie dan dit te belijden: het Woord is de Waarheid. Dat heeft het eerste en het laatste Woord, en alle woorden die daartussenin gesproken worden dienen het waarmerk daarvan te dragen. Zo staat de kerk in de nadagen van deze geschiedenis, op de breuklijn van nu en straks: gebonden aan dat ene beslissende Woord in Christus, werend alles wat dit laatste Woord weerpreekt. En wij staan daar Godlof, niet met de krampachtige strijdbaarheid van de heerser, alsof wij de kerkbewaarders en de wereldveroveraars waren. Wij voeren geen kruistocht om het Koninkrijk Gods te overweldigen. Wij staan er in hope, met de hemelwaarts gerichte ogen en de holle handpalmen van de bidder. Wij staan er als vluchtelingen die asiel zoeken en die met Luther weten, 'dat het de hoofdzaak van de leer is, om de kloekhen Christus onder de vleugels te kruipen'. Wij staan in de bevrijde ontspannenheid van Hem die niet maar zegt hoe het moet, maar Die het doet! Dat is weerbaarheid: niet de manhaftige weerbaarheid van de held maar weerbaarheid van hem die de Heere vreest en bij Hem schuilt.
God regeert
En midden in een tijd die het allerwegen niet meer ziet zitten, mogen wij Hém zien, zittende ter rechterhand des Allerhoogsten. 'Zeker, de fundamenten worden omgestoten; wat kan de rechtvaardige uitrichten?' (Ps. 11). Kan hij soms het getij nog keren en de leugen eigenmachtig weren? Hij zal door het geloof leven en zich geen ander houvast aan laten reiken dan dit: 'De Heere is in het paleis Zijner heiligheid; des Heeren troon is in de hemel' (Idem). Deze God regeert en Hij is met hoogheid bekleed! 'De Heere in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren' (Ps. 93). En Hij belooft: 'Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg die gij gaan zult' (Ps. 32). Waarin Luther de Heere hoorde zeggen: 'Leer gij, o mens, Mij niet. Leer ook uzelf niet. Laat Mij u leiden. Ik wil uw Meester zijn. Dat is voldoende. Ik wil u voeren op de weg waarin gij Mij welgevallig wandelt. Gij denkt dat het verloren is wanneer het niet gaat zoals gij het uitdenkt. Dat denken is u schadelijk en hindert Mij. Het moet niet gaan naar uw verstand, maar boven uw verstand. Buig u in uw onverstand, zo geef Ik u Mijn verstand... Zie dat is de kruisweg. Die kunt gij niet vinden, maar Ik moet u leiden als een blinde.'
Zo mogen wij staan in deze jaren van angst, op de kammen van de tijd, nu het einde aller dingen nabijgekomen is. Hij, ons einddoel, is nabij. Die zijn laatste Woord gesproken heeft en vervuld heeft en weldra onthullen zal. Nee, de angst laat ons niet onberoerd en de schrik kan ons om het hart slaan. Maar, 'ten dage als ik vrezen zal, zal ik op U vertrouwen' (Ps. 56). Jezus is Overwinnaar. Hem vrezen wij en in Hem weten wij ons geborgen. 'Schrijf deze woorden met gouden letters in uw hart, dat Hij ons opwekt om vrede te hebben en getroost te zijn, omdat Hij de wereld overwonnen heeft... Dat is het christengeloof, dat zich uit zichzelf vandaan op Christus laat zinken... Zo grijpen angst en troost in elkaar' (Luther). En zo voegen wij er aan toe; zo grijpen waakzaamheid en ontspannenheid in elkaar. Het diep geheim van ons waken is het geloof, dat God het Zijn beminden geeft als in... de slaap (Ps. 127)! Wij wijzen de leugen af, omdat de liefde van Hem Die de Waarheid is, in onze harten is uitgestort. En wij doen dat niet omdat wij bang zijn dat de Waarheid het verliezen zal, maar in de stellige troost dat de Waarheid zegeviert en dat al wie in de Waarheid is door geen golven verstroomd zal worden. 'Daarmee kan men getroost het einde aller dingen tegemoet zien en tegemoet gaan. Er is zeer veel geschied sedert de kribbe des Heeren in Bethlehem en Zijn kruis op Golgotha stond, en er zal nog veel geschieden. Maar één ding zal nimmer geschieden: dat daarmee het daar geschiede Woord van God, de daar vernomen belofte, ophoudt het laatste Woord te zijn; dat dus de dood zo groot wordt dat het Zijn Opstandingsleven achterhaalt; dat de zonde zozeer zonde wordt dat de genade op zou houden genade te zijn' (H. J. Iwand, a.a., O., S. 121).
Aflossing
Wie op wacht staat ziet ten vierde uit naar de aflossing van de wacht. Zo heft de kerk het hoofd omhoog, althans wanneer zij werkelijk bruidsgemeente is en haar bruidstooi niet van zich werpt. Wat is dat voor een zeemansvrouw die niet hunkert naar de thuiskomst van haar man? Wij wachten, onder de regenboog van het 'totdat' die God over de aarde koepelde en onder de wolk van het 'nog niet'. Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen en nog versluierd wat 'het' zijn zal. Maar het is wel reeds beloofd in het Woord, gegarandeerd door de Geest, geïllustreerd in de sacramenten. 'De huidige dag is als het morgenrood van Gods toekomst' (E. Ellwein). En wij wachten niet óf Hij wel-of-niet zal komen, maar wachten eenvoudig omdat Hij al in aantocht is. Dat geeft veerkracht om onze wachtpost niet te verlaten, om niet eigenhandig en eigendunkelijk vooruit te grijpen op wat komt, maar 'onder de hoede van de hoop' (Calvijn) vooruit en opwaarts te zien totdat Hij komt, zonder... te zien.
Het is dus met de christelijke hoop in deze wachtens-en lijdenstijd eigenaardig gesteld. Wat zij waarneemt in de huidige, voorhanden werkelijkheid van het geschonden bestaan, is veelal het tegendeel van wat zij hoopt. Zij hoopt 'nochtans'. Zij hoopt 'per contraria'. Zij hoopt zich door de hopeloosheid heen, als 'desperatio fiducalis' (vertrouwende vertwijfeling - Calvijn!), gebaseerd op het naakte Woord dat de dingen roept die niet zijn. Op hoop, tegen hoop, d.w.z. voor anker in het onaantastbare, tegen al het onzichtbare, onwaarschijnlijke en onmogelijke in. Zij hoopt waar menselijkerwijs niets te hopen valt. Zij voltrekt temidden van het tegendeel 'de beweging der oneindigheid' (Kierkegaard).
Zo leven wij niet bij de dingen die wij zien - dat alles kan onze ziel niet in vervoering brengen, dat kan ons hart niet brandend maken, - maar bij wat wij niet zien. En hoe intens wij hijgen naar het doelwit, wij grijpen niet in ongeduld vooruit, maar hebben er in langgerekt geduld genoeg aan gegrepen te zijn, als ziende de Onzienlijke.
Zijn verschijning
En deze Onzichtbare zal eenmaal zichtbaar verschijnen, tot onvermoede ontgoocheling van allen die Hem ontkend hebben en tot ongepeilde verrukking van allen aan wie Hij Zich te kennen gaf. 'Hij zal de sluier wegnemen die nu nog over heel de werkelijkheid gehuld ligt, ja die in waarheid deze werkelijkheid is, die als een ondoordringbare wolk voor het doel gelegen is. Wij noemen hoop meestal dat wat eenmaal werkelijkheid worden zal. Maar dat is onjuist. Dat is de hoop die uit Christus' kruis en opstanding oplicht niet. Zoals daar de opstanding verborgen (maar werkelijk!) is onder het kruis, ja zoals de godheid verborgen is onder de zwakheid van deze mens Jezus van Nazareth, zo is het leven dat het geloof bedoelt en leeft en najaagt, verborgen (maar werkelijk!). De hoop weet van de Komende - deze onthulling van het verborgene - zekerder is dan het tegenwoordige' (H. J. Iwand, a.a., O., S. 123).
Zo staan de zaken er Bijbels-reformatorisch geloofd en gesproken voor. Geloven is voor Calvijn: 'transire a morte advitam', overgaan van de dood naar het leven! De orde der natuur is in haar tegendeel verkeerd. Het leven is het reisdoel, de dood het vertrekpunt. Het Woord van Christus is ons de Ark geworden, waarmee wij de overtocht maken over de dood. 'Een christen staat reeds nu inwendig in het leven en stervend gaat hij door de dood over naar het leven' (Luther).
Aardsgerichtheid
En - over waken gesproken - als wij ons voor één ding hebben te wachten dan is het wel dit: dat wij ons door de tijdgeest, die ons op alle manieren wil inkapselen binnen de grenzen van het 'heden van beneden', zo u den laten vervreemden van de hoop die in ons is gelegd. In deze totalitaire, alles opvorderende aardegerichtheid zou wel eens de worteldwaling kunnen liggen van de huidige tijd. Vormt zij althans niet de kwalijke voedingsbodem van een wereldgelijkvormigheid die zijn weerga niet kent? Het is dat levensbesef dat vreemd is aan de tucht en de troost van het Jongste Gericht. Het is die levensstijl die nóch door de huiver nóch door het heimwee is gestempeld. Het is een gelijkvormigheid aan die wereld die zonder hoop is en waarvan de wanhoop door de kieren van ons huis en hart naar binnen kruipt.
In de huidige crisis van kerk en geloof zal het erom gaan, zulk een Bijbels-reformatorische levensinstelling te beoefenen die de distantie kent vanwege Gods nabijheid, en de reserve aan deze wereld kent vanwege de overgave aan Hem Die foept: 'Ik kom!', en Die wij antwoorden met: 'Maranatha!' Het is een diep genestelde bedeesdheid die de levenslange vrees kent voor een te grote gehechtheid aan menselijke instituten en systemen, programma's en organisaties, en 'die weigert om het hart te laten wortelen in het aardse, eindige, historische. Voor het geloof heeft alles hier het karakter van het voorlopige, van het nog niet. Alles staat in het teken van: totdat Hij komt!' (W. Aalders, Burger van twee werelden, blz. 190).
Wij hebben 'slechts' één leeftocht tot zolang: Zijn belofte. Wij hebben 'slechts' één Vaderland. Wie daarop wacht en daarop toeleeft, die leeft er ook uit. En hem is tijdens zijn nachtwake het Licht reeds opgegaan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's