De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Joodse stem over Israël, volken land

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Joodse stem over Israël, volken land

Een impressie van het lsraël-seminar-1982

6 minuten leestijd

God begint Zijn werk niet met de bijzondere verkiezing van Abraham en in hem van het volk Israël, maar Hij begint universeel met Adam, de vader van alle volkeren.

Een impressie van liet lsraël-seminar-1982

Lezing van prof. Uriel Simon in de Bar-Ilan Universiteit.

Prof. Simon nam zijn uitgangspunt in de Tenach (het Oude Testament) en sprak over het uitverkoren volk en het uitverkoren land.

Het uitverkoren volk

Waar begint de Bijbel? Niet bij Abraham, maar bij Adam. God begint Zijn werk dus niet met de bijzondere verkiezing van Abraham en in hem van het volk Israël, maar Hij begint universeel met Adam, de vader van alle volkeren. Dat kan alleen maar de gelijkheid van alle mensen onderstrepen. Dit te bedenken zou alle racisme moeten uitbannen.

Welnu, uit deze mensheid wordt Abraham gekozen om met God een verbond aan te gaan. Daar begint het bijzondere, het particuliere werk van God en wordt één speciaal volk afgezonderd. Maar ook in de familie van Abraham gaat de verkiezing nog scheidend verder. We spreken niet over de kinderen van Abraham, maar over de kinderen Israels. Ismael en Esau vallen buiten de lijn van het verbond. Doel van deze uitverkiezing is: rechtvaardig zijn. Na de hoofdstukken over de oprichting van het verbond en de verschijning van de Heere bij Mamre (Genesis 17 en 18) staat nadrukkelijk Genesis 19 over de verwoesting van Sodom en Gomorra. In tegenstelling daarmee zou het uitgekozen volk een rechtvaardige gemeenschap moeten zijn. God gehoorzamend en Zijn beloften gelovend. Dan zal Israël een teken en een zegen voor heel de wereld zijn.

Het uitverkoren land

Er was dus geen speciale schepping van Israël. Abraham had gewoon een vader en broers uit de volkerenwereld, de goyim. Zo is ook niet het land apart geschapen. Het is een land als al de andere. En net zomin als er een speciale geneeskunde is voor de Joden is er een speciale geologie voor het land Palestina.

Abraham was zelfs ook niet geboren in het land. Hij was er vreemdeling. Heel opmerkelijk is dat in het voor de Joden belangrijkste Bijbelgedeelte, de vijf boeken van Mozes (de Thora) het land consequent Kanaän (land van de Kanaänieten) wordt genoemd. Pas in het boek Samuel komt de naam: 'Land Israël' naar voren.

Het uitverkoren volk moest dit land maken tot het beloofde land. Pas als Israël leeft als het uitverkoren volk, wordt dit vreemde land het beloofde land; dan wordt Kanaän het land Israël. Niets is hier onderworpen aan de natuurwetten of ligt logischerwijs voor de hand. Alles hangt af van het leven volgens de wetten van God.

Wel heeft dit land enkele opmerkelijke dingen.
1). Het kan zich tegen zijn bewoners keren (Ezechiël 36 : 13, Numeri 13 : 32 en Leviticus 18 : 25 en 28), als men er zondig in leeft. Vooral ook als er sexuele verwording optreedt (Leviticus 18!).
2). De Thora is gebaseerd op een agrarische samenleving zoals die alleen in Israël aanwezig kan zijn met dat klimaat en die geografische ligging en die regen en oogsttijden. Daarom kan men in een ander land niet zó de Thora houden als in Israël. Alleen al om practische redenen kan men de Thora dan maar gedeeltelijk houden.
3). Egypte kon rekenen op water van de Nijl. Dat gaf vruchtbaarheid. De Nijl zelf werd een god die aangeroepen werd om zegen en leven! Want water is een levensnoodzaak in dat klimaat. En Israël? Dat moest er om bidden tot de God des Levens. Hoe sterk wordt het benadrukt dat het God is die de regen geeft of niet geeft (Deuteronomium 28 : 12, 23 en 24).
Verder: Israël heeft geen natuurlijke grenzen en dus ook geen barrières voor de heen en weer trekkende jagers. Daarom is er veel doorgaand verkeer van legers met de daarbij behorende plundering. Ook politiek gezien hangt men van de genadige bijstand van God af (Zacharia 9:8). Het land helpt zo zijn inwoners om religieus te zijn.

Hoe heeft Israël recht op het land?

Een volk kan 'recht' hebben op een land door 1) verovering 2) door het zelf bewoonbaar te maken (vgl. Zuiderzeepolders) 3) door de historie. Bij Abraham ligt dit anders. Het land werd aan hem beloofd vóór hij er was, en als hij er dan komt, zijn hij en zijn zonen vreemdelingen. Abraham moest een graf voor Sara kopen (Genesis 23). Hij kon niet tegen de eigenaar Efron zeggen: 'Dit land is mij beloofd' .

Zelf moet Abraham een paar keer naar Egypte om gevoed te worden, en zijn nageslacht moet daar 400 jaar blijven. De bestemming van Israël om in Palestina te wonen kan niet politiek vertaald worden. Zeker nu niet. In 1948 toen de Staat gesticht werd, was er geen Jozua en de huidige Palestijnen zijn geen Kanaänieten. Verder is de gave van het land altijd voorwaardelijk. Als God in Israël niet gediend wordt, zal God het volk uit het land verdrijven.

Het dienen van God zou een mens beter moeten maken. Zo'n maatschappij zal er rechtvaardiger moeten uitzien. De heiligheid van het leven zal er in hoger aanzien moeten staan.

Hoe is dat nu in Israël? Moet de staat niet veel bloed vergieten? In de ballingschap was er geen staat, die oorlog kon voeren. Zo bezien kon de ballingschap zelfs bijna een gift genoemd worden. Dat gaf geen economische, maar geestelijke winst!

De Rabbijnen zeggen dat de heidenen die de wetten van Noach (Genesis 9) moeten onderhouden in het paradijs mogen komen. De Joden moeten er 613 onderhouden en hebben toch niet meer rechten dan de heidenen. En ze mogen het land alleen maar hebben, als ze er God in dienen en als het de Joodse mens en staat beter maakt, zodat ze een licht onder de volken zijn.

Maar de belofte van het land is geen verzekeringspolis, dat ze er gegarandeerd altijd zullen wonen. Zoals de belofte van het verbond niet garandeert, dat er niet nog eens een ramp over het Joodse volk zal komen. Niet de groep wordt automatisch beschermd, maar er zal altijd, wat er ook gebeurt, weer een Abraham zijn.

Gestelde vragen

a) 'Is de manier waarop je vreemden in je land behandelt, geen aanwijzing, of je Gods gebod ernstig neemt? '

Antwoord: Inderdaad. Israël is zelf vreemdeling geweest. Zouden er in 1948 geen Arabieren in het land zijn geweest om te zien hoe Israël met hen omgaat? En dat geeft aan, hoe ernstig Israël Gods Wet neemt.

b) 'Moeten de Joden naar hogere maatstaven beoordeeld worden dan andere volken? '

Antwoord: Inderdaad. Je hebt toch een pretentie Gods volk te zijn? Een ander punt is of het van de andere volken wel altijd fair is om ophef te maken over één dode Arabier in Israël en te zwijgen over 100.000 Arabieren, die elkaar in andere streken doden.

c) 'Kun je de belofte van het land verliezen? '

Antwoord: Nee. Israël heeft alles gedaan om dat te doen, maar God blijkt trouw te zijn. Na elke ballingschap zal er een exodus zijn.

d) 'Heeft Israël geen bekering nodig? '

Antwoord: Zeer zeker. Gelukkig is er toename in het land van religie en bekering. Hoewel ook Israël lijdt onder de secularisatie.

D. Heikoop

D. D. Lucas

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een Joodse stem over Israël, volken land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's