Christelijke toekomstverwachting (2)
De profeten in het Oude Testament waren beslist niet alleen maar toekomstvoorspellers.
De uitleg van de Oud-Testamentische profetie
De profeten in het Oude Testament waren beslist niet alleen maar toekomstvoorspellers. Zij waren dat - ondanks het populaire misverstand - zelfs niet in de eerste plaats. In een engels boek las ik het eens zo: een profeet is geen 'fore-teller', maar een 'forth-telIer'. Dat wil zeggen: geen waarzegger die allerlei uitspraken doet over toekomstige gebeurtenissen, maar dienaar van het Woord, die doorgeeft wat hij van Gods weg spreken moest. En deze dienst van het Woord had betrekking op verleden, heden en toekomst. W. J. Grier besteedt echter in het kader van zijn boekje met name aandacht aan dat ene aspekt: hoe spraken de profeten over de toekomst - overigens onder de nadrukkelijke erkenning van de bredere inhoud van hun profetische boodschap. De vraag die in het geding is in de discussie met de aanhangers van het chiliasme, kan als volgt worden omschreven: is voor onze christelijke toekomstverwachting nog een beroep mogelijk op allerlei passages uit het Oude Testament? Kunnen we uit profetische teksten aflezen wat er in de toekomst, in de eindfase van de geschiedenis, met Israël en de volkeren zal plaatsgrijpen? Typerend voor de verschillende posities die door bijbelgetrouwe christenen worden ingenomen, is dat de één zich thuis zal voelen bij de uitleg van een man als Hal Lindsey (auteur van onder andere het boek 'De planeet die aarde heette), terwijl de ander de scherpe kritiek die ds. Tj. Boersma op Lindsey heeft geuit van harte bijvalt ('De Bijbel is geen puzzelboek'). Enerzijds wordt gesteld: de eerbied voor het Woord veronderstelt dat de teksten letterlijk worden genomen en toegepast. Vergeestelijking is een gemakkelijke escape, een goedkope uitvlucht, om allerlei woorden zondermeer naast zich neer te kunnen leggen. Wanneer we belijden dat de Heilige Geest de bijbelschrijvers heeft geïnspireerd en hen van woord tot woord heeft geleid, dan staat het ons niet vrij van hele hoofdstukken te beweren: 'dat moet je niet zo nemen als het er staat, dat heeft een 'geestelijke' betekenis'. Anderzijds wordt geponeerd: het Nieuwe Testament biedt zelf een uitlegkundige sleutel aan, waardoor van verschillende teksten duidelijk wordt dat ze in Christus vervuld zijn. Maar dan op een andere wijze dan wat we onder 'letterlijke vervulling' verstaan. Profetische taal is nu eenmaal iets anders dan een nauwkeurig feitenrelaas of ooggetuig everslag. Visioenen kun je niet verwerken tot tijdschema's. Het getuigt juist niét van eerbied voor de Schrift wanneer her en der teksten uit hun verband worden gerukt om zo een collage te maken, of om ze tot een passend schema samen te voegen. Zo kunnen de verschillende profetieën niet uitspreken en niet voor zichzélf spreken. Wanneer dat wél gebeurt, blijkt dat ze strikt letterlijk genomen elkaar uitsluiten - maar dat ze als droom en visioen wel degelijk in een en dezelfde richting wijzen.
Visie van Grier
De visie van Grier in dit geding is als volgt. Een letterlijke opvatting van de oud-testamentische voorzeggingen leidt tot allerlei absurditeiten óf er zou toch weer op vrij willekeurige wijze onderscheid moeten worden gemaakt tussen wél en niét strikt letterlijk op te vatten profetieën. De pre-millenniaristen ontlenen aan de oud-testamentische profetie de visie dat Christus zichtbaar en in eigen persoon op een troon in Jeruzalem zal zitten en over Israël zal regeren. Hij zal ook over de heidenen regeren die echter de joden als hun meerderen zullen erkennen (Jesaja 60 : 1-22), maar die heidense naties zullen zich voor een groot deel slechts geveinsdelijk aan Hem onderwerpen. In die tijd zal er nog wel ziekte en dood op aarde zijn, maar niet langer in die mate als thans nog het geval is (Jesaja 65 : 20, 21). De tempel zal zijn hersteld en bloedige offers zullen worden gebracht om verzoening aan te brengen voor het volk (Ezech. 45 : 17); de tempelpriesters zullen het volk het onderscheid leren tussen wat rein en wat onrein is (Ezech. 44 : 23). De volkeren der aarde zullen jaarlijks optrekken naar Jeruzalem om aldaar het loofhuttenfeest te vieren. Christus zal door de oostelijke poort de tempel binnengaan terwijl de priesters brandoffers en vredeoffers voor Hem bereiden (Ezech. 46 : 2). Onder deze heerschappij van Christus zal de besnijdenis weer worden ingevoerd (Ezech. 44 : 9). Intussen wordt er in deze profetische teksten zelf meer dan eens een 'hint' gegeven dat een massief letterlijke opvatting de bedoeling niet kan zijn. Zo lezen we in Ezech. 37 : 24 dat David in de toekomst weer koning zal zijn. Letterlijk genomen zou dat met zich meebrengen dat hij eerst uit de dood zou moeten herrijzen. Het gaat niet aan binnen het kader van de letterlijke opvatting van de profetieën, nu ineens een uitzondering te maken en te zeggen: hier is de meerdere David, Christus bedoeld. Dat zal waar zijn, maar is binnen die visie inkonsequent en ongerechtvaardigd!
De letterlijke interpretatie stelt ons voor onoplosbare moeilijkheden. In Ezech. 38 en 39 wordt gesproken over de strijd en de nederlaag van God met zijn mensenhorden. Israël zal zeven jaar nodig hebben om al het hout van de wapens van deze overwonnen vijand te verbranden en zeven maanden lang hebben alle Israëlieten dagwerk aan het begraven van de dode lichamen. Wanneer dit nu letterlijk wordt opgevat, dan zou - naar een bescheiden schatting - toch zeker van 360.000.000 dode lichamen sprake moeten zijn. Denkt u zich dan dat tafereel eens in: zulke massa's dode lichamen die in de hitte van de oosterse zon tot ontbinding overgaan! Het behoeft toch nauwelijks betoog dat de aanduidingen 7 jaar en 7 maanden symbolisch bedoeld zijn. Zeven is het getal van de volmaaktheid en in de taal van de symbolen wordt de overwinning over de vijanden van Gods volk zo krachtig mogelijk tot uitdrukking gebracht.
Met een beroep op Jesaja 2 zou men kunnen beweren dat de tempelberg in Jeruzalem in de eindtijd hoger zal worden dan de hoogste top van het Himalaya-gebergte! Maar zouden de voorstanders van de strikt letterlijke verklaring dan niet terecht kunnen aanvoeren dat allerlei voorzeggingen letterlijk vervuld zijn in Christus? Inderdaad - wanneer we in psalm 22 lezen 'Zij delen mijn klederen onder zich en werpen het lot over mijn gewaad', realiseren we ons met ontroering dat het werkelijk zó geschied is op Golgotha. Maar in diezelfde psalm staat ook: vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd? Dan is er sprake van dichterlijke beeldtaal.
Innerlijke tegenstrijdigheid
De strikt letterlijke uitleg van de oud-testamentische profetieën voert tot allerlei innerlijke tegenstrijdigheden. Zo zegt Ezechiël tot vier keer toe dat onder het herstelde Israël alleen de zonen van Zadok als priesters zullen dienst doen. Maar Jeremia verklaart dat alle Levieten priester zullen zijn (33 : 18) en Jesaja voorzegt zelfs dat God priesters en Levieten zal aannemen uit de heidenen. Niet alleen zou op deze wijze de ene profeet de andere tegenspreken, bovendien zou het Oude Testament rechtstreeks tegen het Nieuwe Testament ingaan. Ezechiël voorziet zoals gezegd de herbouw van de tempel en het herstel van de offerdienst. Legt u daar de Hebreeënbrief eens naast! Trouwens, heel het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat elk herstel van de offerdienst een regelrechte verloochening inhoudt van het uniek en volkomen karakter van Christus' zelfofferande!
Voorlopige konklusie
Grier is wel héél scherp wanneer hij konkludeert: 'het Oude Testament willen uitleggen volgens een eenduidige, letterlijke opvatting, zoals velen dat pogen te doen, is stenen maken van hetgeen de Heere als brood heeft bedoeld' . Ik ben het met hem eens dat de door hem gegeven voorbeelden de onmogelijkheid van zo'n naïef letterlijke opvatting duidelijk aantonen. Zij zouden nog met talloze andere voorbeelden te vermeerderen zijn. Het is een drogreden te stellen dat de eerbied voor het Woord Gods een letterlijke verklaring vereist. Men kan niet handhaven dat men het Woord over de gehele linie 'neemt zoals het er staat'. Bijbellezen vraagt een geest van onderscheid. Biddend overleggend met medegelovigen, maar vooral Schrift met Schrift vergelijkend, dient te worden gezocht hoe een bepaalde tekst binnen het gegeven tekstverband en binnen het geheel van de bijbelse boodschap moet worden verstaan. Afwijzing van de strikt letterlijke benadering is dus de konklusie. Maar het is nog maar een heel voorlopige konklusie. Want de vraag klemt: hoe moet het dan wél? En is vergeestelijking een goed alternatief? Heeft de allegorische, vergeestelijkende verklaring niet minstens evenveel kwaad gedaan als de strikt letterlijke? Is er een gulden middenweg en hoe is die dan af te bakenen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's