De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

'Gedenkdagen in zicht', zo luidt het begin van een artikel van prof. dr. C. Trimp in het vrijgemaakt-gereformeerde weekblad 'De Reformatie'. We laten dit begin hier volgen:

'Gereformeerd Nederland leeft een aantal gedenkdagen tegemoet: 1984: 150 jaar geleden afscheiding; 1986: 100 jaar geleden doleantie; 1992: 100 jaar geleden vereniging van afgescheidenen en dolerenden. We zouden hieraan nog een jaartal kunnen toevoegen: 1994: 50 jaar geleden vrijmaking.'

De data van ('gereformeerde') gedenkdagen volgen elkaar in versneld tempo op (150 jaar, 100 jaar, 50 jaar). Al met al een symptoom van de zich in versneld tempo voordoende kerkelijke splitsingen. Herdenkingen zijn dan ook bepaald geen jubilea!

***

Een lezer uit Papendrecht dacht mee en zond ons twee knipsels uit de reklamewereld. Hij schreef: 'In de reklamewereld heeft de secularisatie z'n duizenden verslagen. Alle dingen zijn mogelijk (...)'. Bijgaand twee knipsels - ze spreken voor zichzelf - uit Adformatie, tijdschrift voor reklame en marketing. Terecht zegt de inzender dat wat de reklame in het Oude en Nieuwe Testament betreft: 'de inhoudelijke omschrijving veel duidelijk' maakt, en dat het blad Zondag in de laatste regels van het stuk Zondag, tijdelijk uit Amersfoort, 'een zwart-wit vergelijking wel eens moeilijk' maakt.

'In Amerika maakt men (...) tegenwoordig wel het onderscheid tussen reklame uit het Oude en Nieuwe Testament. Bepalend voor Nieuwe-Testamentreklame is dat zij zeer zichtbaar aanwezig is en een onmiskenbare merkpersoonlijkheld neerzet; voorbeeld uit eigen huis: "Giroblauw past bij jou".

Nieuwe-Testamentcampagnes onderschelden zich door:

- directe boodschapoverdracht op basis van een enkelvoudige positionering

- krachtige, emotioneel geladen creatieve oplossing

- gebruik van de impact bevorderende hulpmiddelen (formaat en/of kleur)

- geconcentreerd mediagebruik.

Nieuwe-Testamentreklame geeft prioriteit aan de kwaliteit van het contact boven de plaatsingsfrequentie. Sommige (agressieve) adverteerders met kleinere budgetten zijn er zó in geslaagd een mentale positie te bereiken die op z'n minst concurrerend genoemd mag worden — vergelijk Sony met Philips.'

'Het gratis huis-aan-huis-blad Zondag trekt zich tijdelijk terug uit Amersfoort en omstreken. De advertentie-acquisitie en de bezorging werkten in dit gebied (verspreiding 41.000 exemplaren) niet optimaal. Daarbij komt nog het probleem dat enkele tientallen mensen op religieuze gronden het blad niet op zondag willen ontvangen. Uitgever Rob Muller: "We beschikken niet over een team dat het aankan. Zelf zijn we nog te klein om het aan te pakken. Daarom hebben we de uitgave tot september opgeschort. Die aparte Staphorst-achtige mentaliteit die in Amersfoort en contreien aanwezig is, heeft meegespeeld, maar is niet de aanleiding geweest voor de tijdelijke stopzetting. In Haarlem wonen ook drie mensen die het blad niet willen ontvangen. Dat respecteren we. In Alphen aan den Rijn hadden we ook wat weerstand verwacht op religieuze gronden, maar die is op een enkele uitzondering na uitgebleven. De mensen moeten zich ook realiseren dat de maandagkrant van de Volkskrant ook op zondag wordt gemaakt. Zij produceren, wij distribueren op zondag.'

***

Het Gereformeerd Weekblad (Kok, Kampen) gaat verdwijnen. Prof. dr. J. Plomp, na het vertrek van prof. dr. H. N. Ridderbos eindredacteur van dit gerenommeerde kerkelijke orgaan, dat - gezien de specialistische themata en het specifieke woordgebruik overigens niet direct het hart van de gemeente raakte, onzes inziens - heft in het laatste nummer van dit blad, dat we immer met belangstelling lazen, de volgende slotzang aan:

'Ik ga niet de geschiedenis van ons blad beschrijven. De tijd zal leren wat de betekenis ervan in de loop van de jaren geweest is. Eén ding staat vast: voor de navorsing en beschrijving van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken na de tweede wereldoorlog zullen de jaargangen van het Gereformeerd Weekblad een waardevolle bron zijn. Niet zozeer om er de exacte gegevens over bepaalde gebeurtenissen en verschijnselen uit op te diepen als wel om de reacties daarop. Hoe werd dit gezien, hoe dat benaderd? Het is mij meermalen gebleken dat voor velen de aantrekkelijkheid van ons blad gelegen was in de diversiteit. Het Gereformeerd Weekblad heeft altijd een royaal plaatsingsbeleid gehad. Zeker, er zijn wel eens ingezonden artikelen geweigerd maar niet vaak. De redactie heeft meer dan eens artikelen opgenomen die bepaald niet uit haar hart gegrepen waren. En toch vertoonde ons blad een bepaald gezicht. Als ik dat gezicht enigzins zou moeten beschrijven moet Ik vooral twee namen vermelden, die van prof. dr. G. C. Berkhouwer en prof, dr. Herman Ridderbos. Zij hebben binnen onze kerken baanbrekend werk verricht, als theologen en als kerkjournalisten - en ons blad heeft daar rijkelijk van geprofiteerd. Zij waren verschillend en schreven verschillend maar zij hadden enkele importante dingen gemeen. Beiden wilden zij gereformeerd theoloog zijn in déze tijd. Dat wilde voor hen zeggen: trouw zijn aan de Schrift zonder in fundamefttalisme te vervallen. Wie herinnert zich niet Berkhouwers voortdurend pleiten voor materieel Schriftgezag, voor hem de tegenpool van het zich formeel beroepen op Bijbelteksten? En Ridderbos behoorde tot de eersten onder ons die zonder ook maar één moment het kanoniek karakter van de Schrift prijs te geven, ons wees op de menselijke factoren in de Schrift en in verband daarmee op haar tijdgebondenheid die overal maar met name in bepaalde plaatsen duidelijk aan het licht treedt. Vanuit deze uitgangspunten hebben beiden voorlichting gegeven over allerlei kerkelijke en theologische vragen, Ridderbos begaf zich bovendien meermalen ook nog op andere terreinen, vooral op dat van de politiek. En de bewijzen zijn er dat deze voorlichting bij velen in een ware behoefte voorzien heeft, en niet alleen bij theologen.'

Tenslotte nog een persoonlijk slot van prof. Plomp:

'Ik kan weer ruimer ademhalen. Ik kan de vrijkomende tijd gaan vullen met iets anders, studeren of fietsen of zo. Of ik mij dan nooit meer in de publieke discussie, zal storten? Mag ik één zin van mijzelf aanhalen, de eerste zin van mij die ooit door een echte drukker in een echte krant werd afgedrukt, in 1928 in een Haagse schoolkrant? Deze zin: "De grote Kuyper moet eens zijn dochter op 't hart hebben gedrukt, slechts dan te schrijven, als ze iets te zeggen had". Ik was het daar toen mee eens. Ik ben het er nog mee eens. Dus, wie weet. Misschien schrijf ik nog wel eens een artikel, misschien ook niet. Op dit moment lijkt mij het eerste nog iets waarschijnlijker dan het tweede: Want ik houd nog altijd erg veel van mijn pen en van de kerk en ben nog altijd geïnteresseerd in wat er omgaat in de wereld.'

Prof. Plomp, proficiat met uw 'vrije' tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's