Wil het wel zijn in de toekomst
Wil het wel zijn in de toekomst dan moet er sprake zijn van een belofte, waarvan de vervulling niet van ons mensen afhangt maar van een Belover, die méér is dan een mens.
Toespraak ter gelegenheid van het afscheid als voorzitter van de Gereformeerde Sociale Academie 'De Vijverberg' op maandag 28 juni 1982 in de Open Hof te Ede.
Persoonlijk
Graag wil ik deze afscheidstoespraak met een persoonlijk woord beginnen. Ik ben zeer dankbaar dat u hier gekomen bent om deze ontmoetingsdag van onze academie mee te maken. We hebben in de loop van de jaren hier vele ontmoetingen gehad ter gelegenheid van bepaalde gedenkwaardige zaken in ons academiegebeuren. De opening vond hier bijvoorbeeld plaats. Prof. Velema sprak hier toen ook.
Met elkaar gingen we van start, niet wetend waar we komen zouden. Want het initiatief om te komen tot een gereformeerde sociale academie was voor ons allen het betreden van een 'terra incognita', een onbekend terrein. Velema was één van de mensen, die tastend mee naar wegen zocht. Ik ben daarom dankbaar dat juist hij hier vandaag een woord wilde spreken over Gereformeerde Gezindte en welzijn. Van harte bedankt! We hebben samen met de overige bestuursleden, de gereformeerde gezindte beleefd.
Bij de opening in 1974 waren allerlei mensen aanwezig, die er vandaag ook zijn. Het zijn de initiatiefnemers en zij die de participerende instellingen uit de kerken vertegenwoordigen. Zij hebben samen de academie mee 'gemaakt'. Ze waren hier toen met verwachting. Ze zijn er hopelijk vandaag ook met enige verwondering, omdat toch - ondanks kritiek van buitenaf én onzekerheid van binnenuit - de sociale academie een feit werd. In de afgelopen tien jaar kwam een stuk werk van de grond, dat zeker niet de toets van aller kritiek kan doorstaan, als we bijvoorbeeld zien op de breedte van de participatie in de Gereformeerde Gezindte. Maar er kwam wél bewustwording op gang ten aanzien van onze gemeenschappelijke roeping om in te gaan op de noden, die er vandaag in onze samenleving zijn. Een roeping vanuit onze gemeenschappelijk gereformeerde overtuiging.
Ik stel het zeer op prijs dat thans ook mensen aanwezig zijn, die deze academie geestelijk hebben gedragen (soms ook verdragen) in gebed en kritisch meeleven. Er zijn vandaag ook mensen, die ervoor hebben gezorgd dat de academie een bestaansmogelijkheid kreeg temidden van andere sociale academies. Ik denk aan hen, die op het terrein van de landelijke en gemeentelijke politiek én op het vlak van de inspectie van het GSPO hun steentje hebben bijgedragen.
En tenslotte ook al diegenen, die hun naam gaven aan het in 1972 gestarte initiatief. Zij hebben het avontuur mee aangedurfd. Het was een bemoedigende medewerking in het eerste uur.
Als ik nu vandaag afscheid neem als voorzitter van onze academie dan realiseer ik me, dat ik slechts een kleine schakel was in het grotere geheel van bestuur, docenten, directie, staf, medewerkers en studenten. Toch neem ik afscheid met iets van levenspijn. Je bent mee betrokken geweest bij een zaak, die je lief was en dan moet je een keer zeggen: nu is het over! Op zich is dat goed maar anderzijds geeft het toch ook persoonlijke strijd. Je beseft dat je met falen en schuld deel hebt genomen aan een zaak, die Gode zij dank toch van de grond kwam. Ik vraag echter oprecht vergiffenis op punten, waar ik in mijn medeverantwoordelijkheid faalde. Schuldbelijdenis aan de Heere God gaat overigens wel aan schuldbelijdenis aan mensen vooraf.
Tenslotte zou ik nu kunnen zeggen: néé, we noemen geen namen. Er zijn namelijk zoveel namen te noemen van mensen, die zich voor onze academie hebben ingezet. Mensen van het eerste uur: Romein, Van Bochoven, Kole. Dank voor alle vrienschap.
Ik noem één naam apart: Huizer. Hij was het, die het eerste initiatief - een bericht in de Waarheids vriend op 4 mei 1972 - oppakte en sindsdien ongelooflijk veel voor de academie heeft gedaan.
Officieel bestaat de academie nog wel geen tien jaar maar, gezien dat eerste bericht, beleven we het dunkt me wel als zodanig.
Toekomst
Het was intussen Huizer, die me enkele maanden geleden toevoegde dat ik vandaag niet tevéél bij het verleden moest vertoeven. Daarom wilde ik ook spreken over 'Wil het wél zijn in de toekomst'.
Toen ik dit onderwerp had opgegeven schoot mij een zinsnede te binnen van de socialistische dichteres Henriëtte Roland Holst. Ze schreef ergens: 'toekomst kan heden niet verlossen' . Zij gaf aan deze stelling wél een uitwerking naar de kant van die christenen, die een wissel trekken op de toekomst - de eeuwige toekomst - en die dan met het heden een loopje nemen.
Ze heeft natuurlijk gelijk als ze beweert, dat er christenen zijn, die zó hoog opgeven van de eeuwige toekomst, dat ze vandaag niet meer schijnen te (kunnen) leven en alleen maar gericht zijn op evangelieverkondiging voor het heil van de ziel, in verband met die eeuwige toekomst. Op zich is natuurlijk deze nadruk op onze eeuwige toekomst een eerste vereiste. Maar nog dezer dagen was er een congres van evangelicals, Grand Rapids, waarin serieus de vraag aan de orde was of het in onze tijd, nu het tóch met onze wereld steeds meer bergafwaarts gaat, mogelijk is om hoop op verbetering te geven door onzesociale inspanning. Er is namelijk een categorie onder de evangelicals, die elk streven naar een rechtvaardiger politieke en sociale structuur in onze tijd tijdverspilling acht en die zich ook passief opstelt in het maatschappelijke leven. Vanuit zo'n visie is een sociale academie niet te bouwen. Prof. Van Ruler zou zeggen dat het in zo'n visie louter gaat om zoveel mogelijk vissen te vangen voor de eeuwigheid uit de visvijver van deze wereld en de rest van de wereld laten zwemmen.
Anderzijds, hoezeer keert de kritische opmerking van Henriëtte Roland Holst zich juist ook niet naar socialistische kring, in toegespitste zin naar marxistische kring, waarin wel sprake is van hoop op een betere toekomst, naar een betere maatschappij van de toekomst maar waar geen Verlosser aan te pas komt.
Wil het wel zijn in de toekomst dan moet er sprake zijn van een belofte, waarvan de vervulling niet van ons mensen afhangt maar van een Belover, die méér is dan een mens. We mogen als christenen belijden dat er een onlosmakelijke verbinding is tussen verleden, heden en toekomst, vanwege God. Er is belofte van een betere toekomst, omdat Christus in het unieke verleden van Kruis en Opstanding, de toekomst definitief bepaalde en open legde. Toen heeft Christus de machten in het openbaar ten toon gesteld. Daarom kunnen we vandaag naar de toekomst leven. Daarom mag en kan ook vandaag de strijd tegen de machten worden aangebonden omdat ze reeds overwonnen zijn. In deze belijdenis mag een sociale academie, die gereformeerd als adjectief heeft, wortelen. Ze heeft een meerwaarde boven een sociale academie, die uitgaat van een socialistische of marxistische idee. Dat geloofden en beleden we toen we tien jaar geleden begonnen. En we hebben toen tegen elkaar gezegd dat in dit positieve belijden, dat Jezus Kurios is, Heere over mens en wereld, onze kracht moest liggen om een gereformeerde sociale.academie te starten, méér dan in een zich afzetten tegen gedeconfessionaliseerde academies, die in de greep van de marxistische ideologie waren gekomen. Maar telkens blijkt wel, dat waakzaamheid geboden is. Zij, die zich voorbereiden op een taak in de sociale sector en die zich rekenschap geven van de maatschappij, zoals die is en zoals die zou moeten zijn, kunnen ook gemakkelijk onder de bekoring komen van beloften van een betere toekomst, zoals die door het marxisme worden voorgesteld. Maar die toekomst kan heden niet verlossen, omdat de mens niet in zijn twee-eenheid (ziel, lichaam) wordt gezien en er daarin geen Verlosser is, die echte toekomst garandeert. Helaas hebben we ook van onze academie wel jongeren zien vertrekken, die het gereformerde van deze academie niet meer konden meemaken. Anderzijds mogen we met grote dankbaarheid zeggen dat we samen, met vallen en opstaan - bestuur, docenten, studenten - , aan de belijdenis dat Jezus Heere over het leven is hebben willen vasthouden en dat we door Gods genade samen een plaats mochten vinden voor de Gereformeerde Gezindte om de bezinning op onze roeping in de maatschappij ter hand te nemen.
Heden
Hoezeer we intussen ook als gereformeerde christenen mogen leven uit de verwachting van Christus' toekomst, ons werken binnen de sociale academie kan niet blijven steken in toekomstdromen. We hebben met de realiteit van het heden te maken. Mensen, die van de sociale academie de maatschappij instappen, treffen daar de maatschappij van vandaag aan. Ze zullen moeten ingaan op de noden die er vandaag zijn. Die noden zullen, dunkt me, in onze ontwrichtende tijd alleen maar toenemen: nood van eenzaamheid, werkloosheid, huwelijksmisère, verslaving, ontworteling.
De werkers op het sociale vlak hebben ermee te maken. Zij ontmoeten mensen die deuken in het leven hebben opgelopen. Maar juist de maatschappelijk werker van vandaag mag dan een beetje hoop bieden, als hij bijbelse noties als barmhartigheid en gerechtigheid concreet mag maken. Juist het feit dat het leven vandaag problematisch is stelt ons voor de grote verantwoordelijkheid om mensen vandaag een doorkijk te geven naar morgen; om duidelijk te maken dat het leven toch geleefd kan worden, dat er hoop is.
Intussen verhelen we niet dat we met de Gereformeerde Gezindte niet buiten de zonden en de noden van onze samenleving staan. We komen er dezelfde zaken tegen als die ik zojuist schetste. Ook de Gereformeerde Gezindte staat midden in de maatschappij van vandaag en ondervindt mede de invloed van allerlei decadente verschijnselen in onze cultuur. Dat maakt ootmoedig. Dat betekent ook dat we als participerende groeperingen uit de Gereformeerde Gezindte onderlinge solidariteit in schuld en verantwoordelijkheid zullen moeten beleven. We kunnen schuld niet op elkaar afwentelen maar zullen het samen zondaar zijn, maar dan ook het samen leven, uit genade moeten leren. Eén van de grootste vreugden binnen onze academie is, althans voor mij, bepaald geweest die onderlinge solidariteit, ondanks kerkelijke verscheidenheid. Wil het wél zijn in de toekomst voor onze academie dan is die blijvende solidariteit en verbondenheid, die geworteld is in één belijden, geboden. Het is gave en opgave.
Opdracht
Ik ga nu intussen geen uitvoerige beschouwing meer houden over onze cultuuropdracht. Die opdracht is ons uit de Schrift gegeven. De Reformatie heeft ons dat mandaat ook onbekrompen, dwars tegen alle doperdom ook van die tijd, doorgegeven. De Heere God geeft ons de opdracht om in cultuur en samenleving tot Zijn eer en tot welzijn van mensen bezig te zijn. De Schrift laat dunkt me geen ruimte voor het doperse isolement, ook niet van een evangelisch geheten beginsel, zoals dat vandaag op ons toekomt. Naar mensen toe, die in de toekomst hun isolement zoeken, ook al presenteert men dat als evangelisch, zou ik willen zeggen het gaat om toekomst-léven. Het leven hier en nu staat in het perspectief van de toekomt van onze gezegende Heere en Zaligmaker, Jezus Christus, de Gekruisigde en Opgestane. Zijn koninkrijk is gekomen en het komt. Daarom is het heden de moeite van het leven waard. We brengen heden kinderen voort, die leven zullen in de maatschappij van morgen. Daarom ligt ook heden onze roeping vast, omdat God ook vandaag scheppend en levensonderhoudend doorgaat. Christus bad tot Zijn Vader, niet om ons uit de wereld weg te nemen maar om in deze wereld te bewaren voor de boze. We leven niet in het klooster, waarin geen deuren open zijn naar de wereld maar in de wereld, waarin wél vensters open zijn naar de eeuwigheid.
In 1 Cor. 3 lezen we: 'Want wij zijn Gods medearbeiders, Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij'. Medearbeiders Gods zijn dat is onze opdracht in een onder noden zuchtende samenleving. Ik geef graag door wat prof. dr. K. Schilder hierover zegt in zijn 'Christen en cultuur' (p. 53)
Gods medewerkers zijt gij; dat is geen postuum quietief (rustbrengend motief voor na de dood), dat Paulus voor een afgescheiden kerk in een afgeschoten hoekje heeft aangekondigd; neen dat is een imperatief (bevel), te rugleiden naar de 'eerste beginselen der wereld' . Het is geen intreetekst voor een dominee alleen, maar het is de dagtekst voor elke cultuurarbeider, voor professor en voor putjesschepper, voor wie de keuken bedient en voor wie een Mondschein-sonate heeft te schrijven. Me dunkt dat het ook de dagtekst mag zijn, vandaag en morgen, voor onze academie. Gods medearbeider zijn met betrekking tot alle schepsel Gods vandaag.
Ik geef hier graag ook iets door van Groen van Prinsterer, naar wiens huis in Den Haag onze academie werd genoemd. In zijn boekje 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap' komt de grote sociale bewogenheid en betrokkenheid van deze grote Evangeliebelijder uit het Reveil duidelijk door als hij zegt:
'Voorzeker is er ook een Evangelisch Communisme.
Gij wilt gelijkheid der goederen. Ook de Apostel wil ze, wanneer hij de gelovigen opwekt om milddadig te zijn. 'Dit zeg ik, niet opdat anderen zouden verlichting hebben, en gij verdrukking; maar opdat uit gelijkheid, in deze tegenwoordige tijd, uw overvloed zij om hun gebrek te vervullen; opdat ook hun overvloed zij om uw gebrek te vervullen, opdat er gelijkheid worde' (2 Cor. 8 : 14). Gelijkheid der goederen. Zij heeft onder de Christenen bestaan.
Zij hadden alle dingen gemeen. Waarom? omdat niemand zei dat iets van hetgeen hij had zijn eigen ware. En waarom niet? Was het, omdat zij één Staat uitmaakten en één openbare kas hadden? (dat is het principe van het communisme als ideologie, v.d.G.). Neen; omdat zij één hart en één ziel waren. En hoe was die eensgezindheid ontstaan? Omdat zij geloofden. In wien? In Hem, 'die om uwentwille is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede zoudt rijk worden'. Zodanig is de gelijkheid, zodanig is de Broederschap van het Evangelie.'
Evangelisch communisme, het is best een gedurfde uitdrukking van Groen. Maar hij gaf er niets minder mee aan dan de grote opdracht, die we als mensen voor elkaar hebben. Gods medearbeiders zijn, dat mogen we, zonder remonstrants te zijn, naar de Schriften zeggen. Maar dat betekent ook dicht bij de Heere God leven, gebonden zijn aan Hem en Zijn Woord. Wil het wél zijn! Het christen leven kan, bij alle verantwoordelijkheid voor de maatschappij, niet zonder het contemplatieve element, het element van de verborgen omgang van Psalm 25. Wil cultuuropdracht niet verzanden in activisme dan hebben we nodig het binnenwerk van de Heilige Geest. Alleen vernieuwde, door de Geest vernieuwde mensen kunnen medearbeiders Gods zijn. Ooit hoorde ik van ons gewaardeerde oud-bestuurslid ds. J. Vermaas, die hier vandaag helaas door ziekte niet kan zijn, in een korte toespraak voor jongeren een citaat van Kaj Munk, waarin deze Deense dominee er de nadruk oplegde dat onze wereld aan vernieuwde mensen behoefte heeft. Ik weet dat citaat niet meer letterlijk maar ik weet wel dat het toen zo inspirerend overkwam dat ik daarna één en ander van Kaj Munk ging lezen. Ik geef u iets door uit zijn boekje 'Leve het leven' :
'Er zijn twee soorten mensen. Ja men heeft het over Mohammedanen, en marxisten en vrijdenkers en communisten en muzikale mensen en mensen die goed bridge spelen. Maar aan al die indelingen hecht ik zo veel niet. Nee, het grote beslissende verschil komt op de dag des oordeels tevoorschijn; dat is het verschil tussen de schapen en de bokken, dat is het verschil dat hierop neerkomt, dat de bokken alleen maar aan zichzelf geloven, aan datgene wat hun verstand hun zegt, aan datgene wat hun maag van hen verlangt; de bokken dat zijn de mensen die geloven dat de oplossing van het wereldraadsel hierin ligt dat je een handige jongen bent en je eigen voordeel niet uit het oog verliest en dat je op tijd de huik naar de wind hangt - maar de schapen, daarmee is het net andersom, die voelen zich de dienaars ergens van, en hoe veel of hoe weinig zij God in de praktijk verloochenen, toch zijn zij het die Hem op Zijn vraag antwoord geven. Waar ben jij? Daar waar Gij mij hebben wilt - en als zij bij dat antwoord tekort schieten, vergaan zij van schaamte (...)
De aarde is het grote oorlogsterrein waar de eeuwige strijd tussen het kwade en het goede zich afspeelt. God is degene die u vraagt: aan welke kant sta jij? In alle situaties van het dagelijkse leven komt Zijn vraag op u af: hoe ben jij in je zaak, hoe ben jij thuis, hoe ben jij voor de mensen die jouw brood eten, hoe ben jij voor de werklozen en hoe ben jij in je gedachten? Want of je nu paardenkoopman bent of dictator van één of ander rijk. God is het die je vraagt: hoe sta je in de strijd tussen het kwade en het goede? help je mee aan opgang of ondergang?
Daar begint het mee en het slot is het woord van de vergeving der zonden. Daar wordt zondags in de kerk over gepreekt. En dat is de geschiedenis van de man van Golgotha, die het kwade overwon, toen Hij er zich door liet doden.'
Leve dit leven, het leven met God, zeg ik Kaj Munk maar na. 'Want we zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en de toekomst van onze Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit', zegt Petrus (2 Petr. 1 : 16).
Ik hoop dat het in de toekomst wél zal zijn met onze academie. De academie heeft belofte voor de toekomst als geleefd mag worden uit die kracht en de toekomst van Christus.
Het was bemoedigend om telkens weer, ook bij alle moeiten die er waren, te ervaren dat Gods zegen er óók was. Ik kan niet nalaten nog één keer te noemen de tekst die we op de bestuursvergadering lazen toen we jaren geleden besloten de academie met eigen middelen te starten. 'Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neer en overrekent de kosten, opdat niet misschien als hij het fundament gelegd heeft en niet kan voleindigen, allen die het zien hem beginnen te bespotten zeggende: deze mens heeft begonnen te bouwen en heeft niet kunnen voleindigen' (Luc. 14 : 28, 29).
Maar óók: het zout is goed, alleen als het smakeloos wordt dan deugt het nergens meer toe (vers 34).
Gij zijt het zout der aarde, zegt Christus. Als we maar niet smakeloos worden dan zal het wél zijn, ook in de toekomst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's