De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en jongeren

7 minuten leestijd

Een aantal jaren geleden werd in een rapport, dat op een hervormde synodevergadering ter bespreking lag, opgemerkt dat God ook zónder de jeugd zijn kerk kan bouwen. Hoewel deze stelling op zich waar is - God kan zelfs uit stenen Abraham kinderen verwekken! - ligt achter zo'n opmerking toch wel een stukje realiteit van vandaag. Kennelijk is het op veel (hoeveel? ) plaatsen zó, dat de gemeente het zonder jongeren moet stellen, of althans dat de verhouding tussen het aantal ouderen en jongeren wat de eerste categorie betreft duidelijk in het voordeel uitvalt.

Plaatsen waar nauwelijks catechisanten meer zijn, zijn niet zeldzaam. Plaatsen waar de verenigingen voor jongeren ontbreken eveneens.

De landelijke hervormde Jeugdraad (LHJR) gaf, dit ter nadere toelichting, onlangs een beleidsnota uit ter bespreking op de hervormde synode onder de titel 'Gemeente, met of zonder jongeren?' Ook deze vraagstelling is tekenend. Die vraag zou nl. niet gesteld worden als jongeren en-masse deelnamen aan het gemeenteleven.

Het rapport van de LHJR begint met op te merken, dat in een vierdaagse ontmoeting, die plaats vond met drie jeugdsecretarissen 'van kerken hier ver vandaan', overeenkomst in de problemen hier en daar geconstateerd werd. 'Is de kerk wel relevant voor ons jongeren van vandaag? Zijn de middelen waarmee de kerk het evangelie aan jongeren doorgeeft wel doeltreffend?' Het zijn vragen, zo zou ik in antwoord hierop willen zeggen, die gisteren gesteld werden, vandaag gesteld worden en morgen gesteld zullen worden. Altijd weer rijst de vraag: Heeft de kerk wel een boodschap aan (de) jongeren?

Intussen constateert het rapport van de LHJR, dat uit de nederlandse kerkelijke pers en uit nederlandse onderzoeken niet blijkt dat er sprake is van 'een tendens dat jongeren naar de kerk zouden terug keren'. Oók weer duidelijke taal. Jongeren zoeken kennelijk de aansluiting niet, nóg niet, of niet méér. Maar, zegt de LHJR, we zoeken in de komende jaren wél naar mogelijkheden om 'de gemeente te helpen een huis te worden waarin ook jongeren graag wonen'. Want in die kerk als huis mag je 'Leren, vieren, dienen en spelen'.

Zorg

Het is zó, dat er een algemene zorg bestaat ten aanzien van de betrokkenheid van jongeren op de gemeente. Er zal wel géén gemeente zijn waar die zorg niet is, bewust onderkend of niet onderkend. Het jongerenprobleem is er de generaties door geweest.

In gezinnen worden kinderen geboren. Het is niet vanzelfsprekend dat zij in de lijn van de ouders, gevoed vanuit de gemeente, hun weg in het leven (ver)volgen. Er zijn er die afhaken, lakoniek of verbitterd. Er zijn er die blijven, gelaten of schools, vanuit het geijkte patroon. Er zijn er gelukkig óók die komen, hoewel met schroom, met veel vragen, maar wel écht. Het is de praktijk zelfs in bepaalde, gemeenten, dat ouderlingen van nu onverschillige jongeren waren van vroeger. De Heere God werkt vrijmachtig. In dat opzicht kunnen we de vraagstelling van de LHJR bepaald wel overnemen, hoewel ik, praktisch gezien, met de vraag moeite heb.

Boodschap

Het is de vraag maar, met welke middelen, met welke boodschap we proberen jongeren een huis te bieden, 'waarin ze graag wonen'. Wonen vraagt om een basis, een grond. Je moet samen kunnen wonen. Jongeren hebben hun eigen problemen in hun tocht naar de volwassenheid. Zij zóéken dan ook naar houvast. Ze zoeken naar een echt woord voor het hart. Ze zoeken naar een dominee, die hen niet geijkte waarheden of gestandariseerde formules voorhoudt, maar die hen gewoon vóórhoudt wat het christenleven is.

Het gaat om de boodschap, die de gemeente en daarin ook de jongeren bindt.

Het is wel opvallend, dat de boodschap van verzoening en verlossing kennelijk niet bij ieder aansluiting vindt, óók bij jongeren niet. Tóch is het de boodschap van redding en heil voor mens en wereld.

Mensen, ook jongeren, worstelen met de vragen van de samenleving vandaag, dichtbij en veraf. Men vraagt zich af: Waar gaat het met mens en wereld naar toe? Daarom is een uitzicht-biedende boodschap belangrijk. Waarop richten we ons; wat is de werkelijke vraag waarvoor we staan? En wat is ons werkelijke houvast?

Onthullend

Ik kreeg - terwijl ik dit schreef - onder ogen eenjaarverslag van de Hoeksteengemeente in Santpoort. In dat verslag stond het volgende:

'Jeugddiensten zijn niet vóór maar dóór jongeren. Er is een groep van ongeveer tien jongeren uit Santpoort en Haarlem (!), gereformeerd en hervormd, die verantwoordelijk zijn voor deze diensten. Jongeren, die de ochtenddienst beu zijn. Een dienst waar we alleen maar passief kunnen luisteren naar een preek die ons zelden aanspreekt, op een manier die veronderstelt dat je gelooft. Nee, dat zien wij niet zitten.

Bij ons staat geloof niet centraal. Er wordt meestal uitgegaan van een probleem dat leeft bij (één van) de leden van de jeugddienstcommissie'. Dit probleem wordt binnen de groep doorgesproken met als doel een dienst. Zo is de jeugddienst voor ons een uitlaatklep voor onze problemen, frustraties, passies, liefdes enz. We proberen een dienst te maken waarin de kerkganger aktief mee doet.

Toen ik dat stuk las, vroeg ik me af hoe de LHJR tegenover dit 'leren, vieren, dienen en spelen' staat? Waaróm ik dit vraag? Wél, omdat hier heel concreet gezegd wordt, dat geloof niet centraal staat. Kan dat in kerkelijk jeugdwerk? Kan jeugdwerk van en m de gemeente, zonder geloof in de Schrift, geloof in God, die Schepper en Onderhouder van het leven is, geloof in Christus, die Redder en Zaligmaker is voor een wereld verloren in schuld?

Wat is de oplossing van de wereldvragen, en in dat licht van de persoonlijke vragen als daarachter niet zit het vertrouwen op God, als daarachter niet zit de verwachting van Hem, die zichzelf gegeven heeft tot een volkomen verzoening van al onze zonden, 'of we erbij kunnen of niet?' De nota van de hervormde jeugdraad ontkent dit alles niet maar zegt wel, dat door de jongeren, 'temidden van al de zoekgenoten wordt uitgekeken naar één, waar je op aan kunt, een betrouwbare'. Waarom moet dit zo verhuld worden gezegd? Waarom die Ene, die Betrouwbare niet met hoofdletters geschreven? Waarom Zijn Naam niet genoemd? Zijn Naam dient toch in elke prediking te worden genoemd, in al onze kerkelijke arbeid centraal te staan, voor ouderen en jongeren te worden uitgezegd, te worden uitgeroepen als de enige Naam onder de hemel gegeven.

Het echte geloof raakt nooit op Hem uitgekeken. Liefde spreekt altijd de Naam uit.

Ik zou me kunnen voorstellen dat iemand, die een nota als die van de LHJR opstelt, tegenwerpt dat 'natuurlijk' Christus die Betrouwbare is. Maar - zelfs als ik van dat goedbedoelde uitga, zeg ik toch: wees direct, wees concreet! Daar vragen jongeren namelijk om. Er is toch ook vandaag een gemeente mét jongeren? We kunnen het elkaar wel proberen aan te praten dat jongeren vandaag geen antwoord krijgen op hun relevante vragen, omdat dat geen maatschappelijke vragen zijn. Maar ik zet daar een dik vraagteken achter. Over maatschappelijke vragen kan men immers overal in de maatschappij terecht. Maar over vragen, die het hart raken, kan men in feite nergens anders terecht dan in de kerk. Jongeren, die zoeken naar houvast, zullen de weg gewezen moeten krijgen naar Jezus toe, liever nog dé Weg gewezen moeten krijgen, die Jezus is.

De Naam van Jezus als Redder en Verlosser moet worden uitgeroepen. Jongeren blijken er ook vandaag gevoelig voor te zijn.

Vanuit het hart van de gereformeerde religie zeggen we: Noem zonde wat zonde is, en noem genade wat genade is. Als dan de opwekkingskringen, waar jongeren vandaag ook door gegrepen blijken te worden in hun zoeken naar houvast, oppervlakkig mogen overkomen: het gereformeerde in de authentieke wortels zeker niet! Me dunkt dat jongeren, die een tijdlang gegrepen zijn door een opwekkingsgroep, waarin overigens de Naam van Jezus gelukkig centraal staat, dieper gefundeerd zullen worden in het belijden dat Jezus Borg is, die de schuld overneemt, ons zondige bestaan verzoent en vernieuwt.

Als de LHJR eens echt kennis zou nemen van en kennis zou maken mét de Reformatie, wellicht zouden dan vragen op de hervormde synode om inpassing van hen, die behoren tot de kring van de Gereformeerde Bond, overbodig zijn. Want'zulke vragen zijn op dit moment, op grond van andere overwegingen, ook overbodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerk en jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's