De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

13 minuten leestijd

Op de laatstgehouden synodevergadering kwam Zuid-Afrika aan de orde. Het gesprek daarover werd ingeleid met verhalen van ds. J. Adonis en de heer W. Mazamisa. De heer J. Kuiken (Maassluis) begon zijn bijdrage aan het debat met te zeggen dat hij zijn oorspronkelijk voorgenomen verhaal inslikte, gezien wat door de Zuid Afrikaanse broeders was gezegd. In ons synodeverslag maakte ik daarom de toevoeging: 'waarom eigenlijk?' Wie zo'n vraag stelt kan antwoord verwachten. In De Zondagsbode, hervormd kerkblad voor het Westland, schrijft de heer Kuiken terzake het volgende:

'In het blad van de Gereformeerde Bond vroeg ir. v. d. Graaf zich af waarom ouderling Kuiken zijn toespraak, naar hij zelf begon te zeggen, anders ging formuleren. Nou, ik had willen vertellen dat vele blanken toch hun best doen om zich zo goed mogelijk te gedragen tegen hun gekleurde broeders en zusters... maar dat ze doodsbang zijn. Ze zijn doodsbang omdat ze elke dag een bloedbad verwachten als de 96% zwarten de 4% blanken aan gaan vallen. Want maar 13% van het land is gereserveerd voor de zwarten en 87% voor die 4% blanken. Men voelt dat er iets mis is, maar men weet niet hoe te handelen. Daarom verandert er ook niets en ik durfde te stellen dat, als wij als Synode, daar met z'n allen vijf jaar heen zouden gaan, wij met al onze goede wil ook geen centimeter zouden opschieten. De situatie is volkomen vastgelopen. De regering daar probeert weliswaar via kleine stapjes, niet-blanken op te leiden, de bovenlaag meer te betrekken bij blanke aangelegenheden... maar het zet geen zoden aan de dijk. Vanuit ons bedrijf weet ik, dat men weliswaar in een paradijs leeft als blanke, maar dat de meeste gezinnen ook een zoon hebben verloren in de strijd tussen blank en bruin, dat ook in die gezinnen de apartheid vaak diepe wonden heeft gemaakt. Maar ziende op deze broeders, die duizendmaal meer leed ondervinden... en vooral luisterende naar Adonis... kon ik die woorden niet over mijn lippen krijgen. Hij heeft mij na afloop beide handen geschud omdat hij vond dat ik veel had begrepen. Vreemde gang van zaken. Als ir. v. d. Graaf naast 'De Waarheidsvriend' net als ondergetekende ook nog 'De Zondagsbode' leest, heeft dit naar ik hoop verhelderend gewerkt.'

De heer Kuiken ziet dat ik de Zondagsbode inderdaad lees. Ik dank hem voor zijn reactie. Ik blijf echter bij de mening dat men niet al te gemakkelijk dingen, die men thuis meent en rustig overwegen kan om op de synode te zeggen, moet inslikken. Wat in afwezigheid van zwarte predikanten wordt opgemerkt moet ook in hun aanwezigheid kunnen worden gezegd, zodat geen vertekend beeld optreedt van wat aan werkelijke gevoelens en visies leeft in de kerk. In ieder geval was de heer Kuiken echter zo eerlijk om ook te zéggen, dat hij een ander verhaal ging houden. Intussen wél een vraag of bij de voorbereiding van synodezittingen als deze niet grote voorzichtigheid moet worden betracht in het aantrekken van gasten, die vooraf hun zegje doen. Juist als het gaat om onderwerpen waar sprake is van traumatische gevoeligheid!

***

Gedachten, wie heeft die niet! Soms zetten mensen echter puntige, sprankelende gedachten op papier. Zo is er een klein, uit het Duits vertaald boekje van de Göttinger hoogleraar G. C. Lichtenberg, uitgegeven bij Boucher te 's-Gravenhage onder de titel 'Gedachten' (eerste druk 1958). Hier volgen enkele van diens boeiende gedachtenspinsels.

'Vele mensen zoeken de deugd veeleer in berouw over zonden dan in het vermijden ervan.

Wie op zichzelf verliefd is heeft althans dit voordeel, dat hij niet veel mededingers heeft.

Men moet de fouten van een groot man laken; maar niet de man zelf.

Eén van de grootste gemakken van het huwelijk is, dat men onaangenaam bezoek door zijn vrouw kan laten ontvangen.'

***

Een bericht uit het Nederlands Dagblad dat voor zichzelf spreekt. 'Nu ook atheïstische "evangelisatieschepen".'

'Voor de Ideologische voeding van zeelieden - met name die van de vissersvloot - heeft de Sovjet-Unie nu twee daarvoor speciaal ingerichte schepen. Die zijn nodig, vinden de autoriteiten, omdat "de strijd om de geest van de mens de laatste tijd in felheid toeneemt"..

Dat laatste schreef dezer dagen een zekere Mararitsa in het blad Komsomolskaja Prawda. De auteur is hoofd van de afdeling propaganda en agitatie van de Komsomol in Moermansk, zo meldt de stichting "Antwoord". Het gebruik van schepen ter bevordering van de "noodzakelijke voortgang van de aangepast ideologische opvoeding" van de zeelieden, is in het bijzonder gericht tegen het werk van Operatie Mobilisatie. Die internationale beweging heeft, zoals bekend twee evangelisatieschepen, de Logos en de Doulos. Mararitsa heeft het in zijn artikel in het bijzonder over de Logos, die geregeld de wateren in Zuidoost-Azië bevaart. Het schip heeft Singapore als thuishaven. "Iedereen weet dat Russische schepen veelvuldig deze haven aandoen, het doel van de bemanning van de varende kerk met een schoorsteen in plaats van een kruis erop is te werken onder zeevarenden", aldus de verontruste Mararitsa. "De Logos heeft de naam een schip van goede wil te zijn met de taak het Woord van Christus te verkondigen aan alle volkeren. Het schip is uitgerust met de nieuwste technische apparatuur. Maar het is geen technisch nieuwtje, maar een nieuwe vorm van bourgoisie, namelijk de anti-Russische propaganda". Volgens de schrijver hebben zeelieden die naar huis terugkeerden verteld dat de "betaalde predikers" diverse listen gebruiken om mensen uit de Sowjet-Unie te beïnvloeden doormiddel van anti-Russische religieuze en pornografische publikaties. Die zouden geschreven zijn door "zogenaamde overlopers", Mararitsa: "Bij dit alles zullen de mensen van Logos en soortgelijke predikers niets nalaten om ons land en onze regering te beledigen. Zullen onze mensen in staat zijn met overtuigende argumenten te antwoorden? Vandaar deze twee schepen, om onze mensen beter te vormen en op te leiden"

De auteur melt verder dat een groep bemannings-leden van het schip "Rembrandt" in een warenhuis in Las Palmas een encyclopedie over de Bijbel gratis kreeg aangeboden van een verkoper. "Er was al voor betaald", zei hij. Wij weten dat deze methode typerend is voor het prekerige Westen. Niet voor niets komt er een constante stroom anti-Russische en anti-communistische vuiligheid uit de keuken van de westerse radio-en tv-studio's. Die dwazen zien onze zeeman als een speciaal object om te benaderen. Hij is niet alleen geïsoleerd en ideaal om te worden gebombardeerd, maar het belangrijkste is dat familie en vrienden van de zeeman over het gehele land verspreid wonen. Daarom kan een pakje christelijke lectuur in een plunjezak van een zeeman op grote schaal anderen, dichtbij en verweg, bereiken", aldus het artikel.'

***

In het orgaan voor hervormde ambtsdragers Woord en Dienst schreef dr. G. C. de Kruijf, dat hij de 'bonders' in de kerk niet zou willen missen. Hier volgt zijn ontboezeming terzake:

"En toch zou ik de bonders voor geen goud willen missen. Ik doel dan niet op hun opstelling in de praktijk van het kerkelijk leven, maar op de diepte en de ernst van het geestelijk leven dat ik bij vele van hun vertegenwoordigers opmerk. Waar denk ik dan aan? In de eerste plaats: de gereformeerde bond doet mij steeds aan de reformatie denken. Ik heb wel kritiek op hun omgang met dit erfgoed, vooral omdat ze het verabsoluteren, maar in onze ontwortelde cultuur kan hetgeen kwaad als er diep uit traditie wordt geput. Ze wijzen mij telkens weer op notities die ik anders snel vergeten zou. Ik denk daarbij zelfs aan de centrale reformatorische gedachte van de rechtvaardiging van de zondaar. Hoe functioneert dit patroon in mijn prediking? Omdat ik steeds de neiging heb hier water in de wijn te doen vanwege onze moderne humaniteitsbeleving, is het goed enige horzels in de buurt te hebben. In de tweede plaats: bonders kunnen je eerbied leren. Zij beleven God als de Hoge en Verhevene, tot wie je niét zomaar "bidt", maar "wiens aangezicht je zoekt". En dan kunnen wij wel meteen beginnen over de nabijheid van God, over Jezus als onze broeder, maar in de beleving houd je dan maar moeilijk vast, dat wij in Jezus met de majesteit van God te maken hebben. In de derde plaats: hun leven is ernstig en vroom. Ik gebruik die woorden, omdat zij zeggen ernst en vroomheid te missen in de kerkdiensten van de midden-orthodoxie. Als je dat leest, schiet je onmiddelijk overeind: alsof we de ernst niet kennen! En welke ernst bedoelen ze eigenlijk? En vroom is toch maar een dubieus woord. En als we dan die gezichten voorstellen! Maar laat dat woord "ernst" nu eens in werken. Zij bedoelen ermee, dat het in de kerkdienst en met name in de prediking gaat om een zaak van leven en dood. Het leven moet gered worden, over de hele linie. Nu ligt hier een belangrijk verschil van inzicht: ik geloof, dat het leven niet verzoend moet worden, maar dat het verzoend is in Christus. Maar dan luistert het wel nauw. Mijn gemeente zou het gevoel kunnen krijgen, dat het zo'n vaart niet loopt en dat is de bedoeling van de apostelen nu ook weer niet. Daarom doen de bonders mij ook aan de apostelen denken. Tenslotte: wij verwijten hen vaak, dat ze de waarheid in pacht denken te hebben, dat ze "klaar" zijn, maar ten diepste is dat gezichtsbedrog, en zij menen minstens even terecht, dat wij "klaar" zijn.'

Op zichzelf best een sympathiek stuk! Maar ik moest denken bij het lezen van deze regels aan ds. L. Vroegindewey die, toen hij in de synode zat, zich eens toegevoegd kreeg: jullie moeten het vooral zeggen want er wordt naar jullie geluisterd. Waarop zijn vraag was: maar wanneer wordt er met effect geluisterd? Intussen ligt achter de vriendelijke woorden van dr. de Kruijf toch óók een verschil in theologie, namelijk als het gaat over het leven dat verzoend is én wordt. En verder: wie buigt voor de Schriften laat zich niet zómaar met de apostelen vergelijken!

***

De Nieuwe Kerk van IJmuiden bestond in 1981 70 jaar. De lektuurcommissie IJmuiden West, Kanaalstraat 248, gaf ter gelegenheid daarvan een eenvoudig, gestencild boekje uit '70 jaar Nieuwe Kerk'. Ds. D. Heikoop vroeg ons of we enige aandacht aan dit geschrift wilden geven. Het boekje is bij hem voor ƒ 2, - te krijgen. Wél en wéé van kerk en school passeren in dit boekje de revue. Ds. H. W. Greutzberg was in 1911 de grondlegger van de Nieuwe Kerk en heeft er kennelijk veel betekend. Ter kennisname van dit boekje, dat voor leden te IJmuiden z'n eigen aantrekkingskracht zal hebben maar dat voor wie geïnteresseerd is in plaatselijke kerkgeschiedenis, best ook interessant is, laten we hier twee aardige passages volgen, één over de kerk, één uit de school:

Over de kerk (P. Zwart):

'Bewondering hebben wij voor de mannen en vrouwen van het eerste uur, diehetmétds. Creutzberg hebben aangedurfd zo'n mooie kerk te bouwen. Vergeet niet, IJmuiden was nog maar een plaats in opkomst, men kwam hier uit alle streken van ons land: Met name door de visserij vestigden zich hier mensen uit o.a. Katwijk, Scheveningen, Egmond, Maassluis, Pernis enz. Daarna volgden de nevenbedrijven met diverse industrieën. Zij vonden allen in IJmuiden hun werk, maar ook gelukkig ook hun kerk. Als ik dit schrijf denk ik altijd aan deze mooie woorden van het gezang: "Waar kan ik beter toeven dan in des Heren huis? " Ds. H. W. Creutzberg, de grondlegger van de "Nieuwe Kerk", vertrok in 1920 naar Den Haag, waar toen de "Duinoordkerk" werd gebouwd. Deze kerk was bijna geheel gelijk aan de onze, maar werd helaas door oorlogsgeweld in 1944 verwoest.

Elf predikanten hebben onze gemeente gediend, het waren: ds. H. W. Creutzberg (overl.), ds. L. W. Erdman (overl.), ds. T. J. van Oostrom-Soede (overl), ds. H. J. Dijckmeester (overl.), ds. J. W. Swaan (overl.), ds. L. Lagerwey, ds. J. v. d. Berg, ds. D. C. van Wijngaarden (overl.), ds. G. van Doorn, ds. H. van Niel, ds. J. M. D. van den Berg en thans ds. D. Heikoop.

"Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken", (Hebr. 13-7a). Thans ligt voor ons een zeer verantwoordelijke taak. Vooral in deze tijd van geestelijk verval. Wij hopen, dat God door de werking van Zijn Geest onze gemeente nog wil leiden en bewaren. Op ons rust de taak deze mooie kerk die ons is nagelaten goed te ondertiouden. Veel is hiervoor nog nodig, als eerste zouden we eigenlijk het dak willen herstellen, dit dak vraagt n.l. dringend om nieuwe pannen. Dankbaar zijn we nog altijd voor de grote offervaardigheid van de laatste tijd, doch diverse reparaties dulden evenwel geen uitstel. Niettemin gaan we met vertrouwen de toekomst tegemoet.'

En dan uit de school (J. G. Kalkman):

'Ds. Van Wijngaarden heeft me het enige kerkelijke baantje bezorgd, dat ik ooit heb bekleed: lid van het schoolbestuur. Hij was ambtshalve voorzitter, leden waren Simon van Dorp, de drukker van de Kennemerlaan met "Steeds Vol Durf" op z'n briefpapier, Jacob de Blois van de Haringcontrole (die markante man; nóg hoor ik hem droog zeggen toen de organist om opslag vroeg: "mot dat nou, op die manier wordt het per psalm een hoop geld") en de ons allen bekende Klaas Thijssen, die zou een verhaal apart waard zijn, maar dat past niet in dit verhaal. Waarom moest hij mij hebben voor het schoolbestuur? Nou, alleen maar omdat wij nog twee jongens op school hadden en de anderen niet meer.'

'De tweede keer, dat ik mee ging, (op sollicitatiegesprek, V. d. G.) ook weer naar het platteland, lange rijen klompen in de gang en petjes aan de kapstok. Wij ook in de bank zitten, om te kijken en te luisteren. Zelfs wij, leken, begrepen al gauw dat het geen man voor IJmuiden was. Uit verveling las ik nog eens de aanbeveling die bij de sollicitatie was gevoegd. Zoveel kwaliteiten werden opgesomd, dat enige achterdocht op zijn plaats was. We zeiden niets, behalve het gebruikelijke, dat de sollicitant nader zou horen. Maar in de gang kon ik mij niet bedwingen: hoe het mogelijk was zo'n brief van aanbeveling te schrijven. Voorzichtig zeg ik bij het vertrek:

-Ik kreeg niet de indruk, dat de werkelijkheid helemaal met de inhoud overeenstemde. De afzender keek me aan en zei:

-Weet u een andere manier om hem kwijt te raken? ...

En deze ervaring versterkte mij opnieuw in de juistheid en nuttigheid van een actief bestuur bij de scholen. Dat er ook op uit ging als het moest.'

Echte humor is altijd uit het leven gegrepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's