De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Joos van Laren (1586-1653) (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Joos van Laren (1586-1653) (3)

9 minuten leestijd

Een grote hoogachting van de sacramenten doop en avondmaal is kenmerkend voor de reformatorische predikanten en gemeenteleden.

Het Avondmaal

Een grote hoogachting van de sacramenten doop en avondmaal is kenmerkend voor de reformatorische predikanten en gemeenteleden. Er is steeds veel over geschreven. Ook Van Laren heeft er, en dan denken wij vooral aan het avondmaal, veel over gepreekt. Zelfs nog in de laatste door hem gehouden preek. Het was op 28 september 1653, ruim een week voor zijn dood, hij is namelijk op 6 oktober overleden. Daarna is door hem nog één preek wel geschreven, maar niet meer gehouden. De dood is hem overvallen. Of toch niet?

De preek van 28 september ging over Mattheus 14, 31 'En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem (Petrus): Gij kleingelovige, waarom hebt gij gewankeld?'. Het spreekt voor zichzelf dat deze preek Van Laren aanleiding heeft gegeven te spreken over een 'klein geloof' en een 'groot geloof'. Een van de thema's van deze preek was: Hoe klein het geloof ook is, het vindt nog altijd genade bij de Heere Christus! Een ander thema: God geeft niet ieder een even grote mate des geloofs! Nadrukkelijk verzekert Van Laren: Een klein geloof is even goed een geloof als een groot geloof. Ook het kleinste geloof verenigt ons met Christus en maakt ons al zijn weldaden deelachtig. Het ligt niet aan de kracht of grootheid van ons geloof of wij behouden worden, maar aan de waarheid en oprechtheid des geloofs. Een vader draagt niet alleen voor de grote en sterke kinderen zorg, maar ook voor de kleine en zwakke. En zo is het nu bij God ook. Maar ik vrees, zo hoort Van Laren een van zijn gemeenteleden opmerken, dat mijn klein geloof in het geheel geen geloof is, ik gevoel ook geen geloof! Het antwoord van de pastor is: Een klein kind weet niet dat het gevoel heeft en toch hééft het dat wel; een klein geloof neemt Christus aan, ook al gevoelt het niet dat het Christus aanneemt. Zo troostte Van Laren de kleinen. Doch niet om ze te laten in hetgeen zij waren. O neen! Hij vermaant hen: Maar, laat uw geloof groter worden! En dan wijst hij naar de sacramenten, beide, de doop en het avondmaal!

Hóe preekte hij dan over het avondmaal? Meer dan eens noemt hij het een verbond. Aan het avondmaal verbindt de christen zich opnieuw aan zijn Heere en Zaligmaker. Door aan het avondmaal deel te nemen, nemen wij Christus' trouwring aan. Wij verenigen ons met Hem in een geestelijk huwelijk. Hij neemt ons aan en wij nemen Hem aan. Gaarne, zegt Van Laren, in een preek over Hooglied 6, 3, wil Gods Zoon zich met u in een geestelijk huwelijk verenigen. En zeg dan niet, gelijk zovelen doen: ik ben nog te jong! Uit deze laatste woorden is op te maken dat Van Laren nadrukkelijk ook jonge mensen tot het avondmaal heeft genodigd. Duivel en wereld zegt hij, willen hun trouwring aan u kwijt, maar in het avondmaal geeft Christus zijn trouwring aan u. Verhardt dan uwe harten niet, maar begeeft u tot het avondmaal, aanvaardt Christus' trouwring, het pand van zijn liefde; geeft u met ziel en lichaam aan Christus over! In een andere preek, over Lukas 22, 19 (inzetting van het avondmaal), bindt Van Laren de eis om aan het avondmaal deel te nemen nog sterker op de harten der christenen. Een der thema's van deze preek is: Het is Christus' uitdrukkelijke wil, dat zijn heilig avondmaal door ieder christen gebruikt zal worden tot aan het einde der wereld. Met lette op de woorden: door ieder christen! Het avondmaal ziet Van Laren in deze preek als dé gelegenheid om de toevlucht te nemen tot de Heere Christus. Het bloed van de Heere Jezus Christus, zegt hij, moeten wij hoogachten. Vooral als onze gewetens beginnen te ontwaken en ons te beschuldigen, is het ons verboden om de deelname aan het avondmaal te verzuimen. Nog altijd zijn er in de gemeente, zegt hij, die zich ervoor schamen om belijdenis af te leggen van hun geloof, of die weigeren zich te verzoenen met hun naaste, en zo van het avondmaal afblijven. Zij menen dat dat een kleine zonde is. Maar dat is niet waar. Van Laren noemt het zelfs 'een gans gruwelijke zonde'. Het is rebellie en ongehoorzaamheid, zegt hij, tegen de Zone Gods die hier, in de inzettingswoorden, het vieren van het avondmaal zo nadrukkelijk gebiedt. Het is een vertreden van het bloed des verbonds. Het is een doorsnijden van de band der gemeenschap met Christus. Deze mensen tonen, door hun afblijven, dat zij geen kennis en gevoel hebben van hun geestelijke nood. O verzuim toch nooit het avondmaal, zo roept Van Laren zijn gemeente toe.

Was Van Laren dan tevreden met een enkel formalistisch gebruik van het avondmaal? O neen! In dezelfde preek zegt hij: Men mag in het avondmaal niet blijven staan bij hetgeen men ziet, tast en proeft. God is een Geest en wil dat men Hem dient in geest en waarheid. Men zal in het gebruiken van het avondmaal moeten overdenken welke genade ons geschonken wordt, men zal moeten stilstaan bij de verdiensten van de Heere Christus. Vele christenen menen, dat als zij maar aan het avondmaal zijn geweest en van het brood hebben gegeten en van de wijn hebben gedronken, dan alles goed is. Neen, zó moet het niet. Als ge brood en wijn op de tafel ziet staan, moet ge bedenken hoe Christus van vóór de grondlegging der wereld is verordineerd om een offer voor onze zonden te zijn: Geloof dat Hij volkomen betaald heeft. Bedenk, hoe God zijn Zoon aan u schenkt. Begeef u in zijn armen, aan het kruis heeft Hij ze naar u uitgestrekt. Was uw ziel in zijn bloed, en zeg: Heere, Gij zijt mijn God!. Het gaat ons niet, zegt Van Laren, om een 'blote speculative gedachtenisse' die ledig is en geen enkele uitwerking heeft, maar een 'affectueuse en krachtdadige kennisse en gedachtenisse'. De gedachtenis die Christus in het avondmaal van ons eist is niet slechts een louter zich herinneren. Wat de Spaanse vloot, aldus Van Laren, is overkomen in het jaar 1588 dat wordt ook door ons gedacht, en de veldslag die in Vlaanderen heeft plaatsgevonden eveneens, maar om zulk een 'gedachtenis' gaat het hier niet; het gaat om een 'levendige gedachtenisse' die het hart raakt, bewerkt en ons brengt tot liefde en gehoorzaamheid.

Van belang voor de kennis van Van Larens prediking over het avondmaal is ook de preek die hij gehouden heeft op 4 januari 1645. De tekst van de preek is 2 Samuel 6, 6-7, waar het gaat over de dood van Uza. Het is een voorbereidingspreek. Eerst zet Van Laren in deze preek uiteen waarom Uza zo zwaar gestraft is; immers, toen hij zijn hand uitstak naar de ark, die op een wagen vervoerd werd viel hij terstond dood neer. Van Laren zegt: Ten eerste mocht Uza de ark niet aanraken, hij was namelijk een leviet en niet een priester (Numeri 4, 15) en vervolgens, de ark mocht niet op een wagen vervoerd worden. De levieten hebben de dwaasheid begaan hierin het voorbeeld van de filistijnen na te volgen (1 Samuel 6, 7-8). Uza heeft dus schuldig gemaakt aan een dubbel kwaad. En God heeft hem voorbeeldig gestraft! Wil - dat zeggen dat Uza verloren is gegaan? Dat zal men Van Laren niet horen zeggen. Hij zegt: Toch zeggen wij niet, dat Uza in zijn zonden is gestorven en voor eeuwig verloren is gegaan. Hij voegt er aan toe: Hoevele ware kinderen Gods zijn niet met een plotselinge dood uit het leven weggerukt. Wij houden het er voor, dat God Uza in genade heeft aangenomen. Van Laren is dus mild in zijn oordeel. Ik merk hierbij op: Waren allen die zich zo graag op de 'oude schrijvers' beroepen, dat ook maar! En dan komt Van Laren op het avondmaal. Het is een heilige inzetting des Heeren. Wij mogen als wij er aan deelnemen, niet komen zonder enige kennis, en niet nadat wij bij onze zonden hebben stilgestaan, en niet zonder geloof of met een geveinsd geloof; en ons doel moet zijn het te gebruiken tot versterking van ons geloof en tot gehoorzaamheid. En dan eindigt Van Laren zijn preek met de oproep: Kom om het verbond met de Heere te vernieuwen! Het avondmaal is een verbondsvernieuwing. Toen onze voorouders, zo verhaalt Van Laren, in bossen en weilanden het Woord Gods moesten gaan horen, was er vurigheid, onderlinge liefde, godzaligheid, hoogachting voor de inzettingen des Heeren; zij kwamen met grote honger en dorst tot de Heere Christus en gaven zich met ziel en lichaam aan de Heere over, en dan aten zij het brood en dronken zij de wijn, en traden zij met de Heere in een verbond!

Zo preekte Van Laren over het avondmaal. Aandringend op een góéd gebruik, maar dan toch gebruik! Nodigend. Niet slechts een select gezelschap, maar de gemeente, met de jongeren erbij inbegrepen. Het verbond met de Heere Christus vernieuwen, wat kan er aanlokkelijker zijn? Zijn trouwring ontvangen ! De nodiging tot Christus is bij Van Laren niet bekrompen. Ook in tal van preken waarin hij het niet over het avondmaal heeft, laat hij die nodiging horen. Zonder schroom spreekt hij over het hongeren en dorsten naar Christus, maar ook over het aannemen van Christus. Maar dat is wat anders bij hem dan een louter redelijke werkzaamheid, het is niet, om hemzelf te citeren, speculative, dat wil zeggen louter beschouwelijk, maar een zaak van hart en leven. Het gaat gepaard met een overgeven aan Christus. En dan ongeveinsd. Het is een van de woorden die steevast terugkeren in Van Larens preken, hij heeft het constant over een ongeveinsd geloof, een ongeveinsd berouw, een ongeveinsde boetvaardigheid, of ook wel een oprecht geloof en een oprecht berouw. Het geloof is, zegt hij, een aannemen van Christus. Maar dan met een oprecht geloof. En die oprechtheid, ongeveinsdheid moet blijken uit de levenswandel, uit de werken. Niets vond Van Laren erger dan geveinsdheid. Over hypocrieten en naamchristenen giet hij bij tijden de fiolen van zijn toorn uit. God is waarachtig, en zouden wij het dan niet zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Joos van Laren (1586-1653) (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's