Boekbespreking
W. R. V. d. Zee, Wie heeft daar woorden voor? Een pastorale over lijdende mensen en een lijdende God. 91 biz. ƒ 12, 90. Boekencentrum 's Gravenhage 1981.
In dit pastoraal geschreven boekje stelt de auteur het vraagstuk van het lijden aan de orde. Naast een uitleg van het boek Job volgen - meer thematisch - enkele hoofdstukken over het lijden en Gods leiding. Het christelijk geloof geeft geen sluitend antwoord op de vraag naar het 'waarom' en het 'waartoe', maar wijst ons een weg door het lijden heen. De meelijdende God is de leidende God. De laatste zinsnede laat zien in welke traditie de auteur staat. Het is de visie op het lijden zoals die door Barth. Bonhoeffer en Moltmann verkondigd wordt. Stellig zit daar een stuk gerechtvaardigde kritiek in op een meer stoïcijns dan christelijk spreken over lijden en voorzienigheid.
Het is bijbels recht te doen aan de bewogenheid van God in zijn liefde (vgl. Jesaja 63 : 16). Toch is de kritiek op zondag 10 wel wat al te simpel. Zo eenvoudig als de schrijver op blz. 71 de zaken stelt ligt het niet in de Heidelberger. Is het waar dat in het Nieuwe Testament het lijden nooit gemotiveerd wordt vanuit het signaal van het gericht? Hoe moet ik dan spreken over Gods toorn verstaan en de gerichten van de Openbaring? Doe ik recht aan Gods souvereiniteit en verhevenheid, aan het feit dat de Here regeert als ik het spreken over de almacht Gods zoals v. d. Zee doet weergeef met 'weerloze overmacht? ' Is het bijbels spreken niet veelvormiger? Mag ik nooit spreken overlijden als loutering?
Ten aanzien van de hoofdstukken over Job, heb ik toch wel ernstige bezwaren tegen de wijze waarop de autuer in Job 1 het spreken over de satan wegexegetiseert als een 'bij-wijze-van spreken'. En dat de Losser de grote opstandeling is, lijkt me meer bij Bloch en Moltmann vandaan te komen dan uitlegkundig juist te zijn.
Er zijn dus nogal wat vragen te stellen. Daar laat de schrijver intussen wel ruimte voor. Hij pretendeert geen laatste woorden te spreken. En wie zal met hem niet doordrongen zijn van de diepte van dit probleem, van de ernst van het feit dat goedkope stichtelijkheid zo vaak pastorale missers bleken te zijn. Duidelijk is in elk geval: Pastoraat en theologie grijpen in elkaar. En eens temeer is me gebleken hoe ook in de pastpraaltheologie de beslissingen vallen in de leer over God.
A. N.
Drs. J. Kruis, Het leven wint. Bijbelstudies, 148 blz. ƒ... Kok, Kampen 1981.
Deze bundel bijbelstudies is gegroeid uit een serie preken, waarbij de eerste hoofdstukken van Genesis een belangrijke plaats innemen. Vanuit deze eerste hoofdstukken worden verbanden gelegd met het geheel van het O.T. en N.T. Tot aan blz. 86 volgt de schrijver min of meer Genesis 1-3. Daarna is het verband met dit gedeelte losser en volgen bijbels-theologische beschouwingen over Israël, de wet, de verlossing en de Verlosser, en het heil voor de volken. Nadruk valt in dit boekje op het feit dat God in de schepping al verlossend bezig is geweest. Hij geeft licht in de duisternis en schept de mens in zijn werkstuk. De mens moet heersen over de schepping opdat de machten die het leven bedreigen geen kans krijgen.
De schrijver wijst het dualisme tussen God en het eeuwige boze af. Toch zegt hij tegelijk dat de slang niet behoort tot de dieren, die God heeft geschapen. Hij is een openbaring van de macht van de duivel.
Boeiend is de exegese van Genesis 3:5, alsmede de uitleg die gegeven wordt aan Gen. 3 : 15. De auteur betreedt geen platgetreden paden, zetje aan tot denken, maar prikkelt ook tot tegenspraak. Op bepaalde plaatsen heeft het betoog voor mij iets gewrongens. Ik denk aan de exegese van Gen. 1 : 26-27, aan wat de auteur zegt over de relatie tussen schepping en verlossing, en zijn visie op de slang als min of meer zelfstandige macht, die niet door God geschapen is. Zou de schrijver gelijk hebben dan heeft dit voor de dogmatiek consequenties. Nu is het uiteraard waar dat dogmatische bezinning moet uitgaan van grondige exegese. Het dogma mag niet heersen over de Schrift. Tegelijk ervaar je juist bij lezing van een dergelijk boekje, hoe ook exegese uitgaat van bepaalde vooronderstellingen en implicaties die niet in de tekst opgesloten liggen. Ook inzake de verhouding van Christus' werk en de vervulling van de wet zijn m.i. vragen te stellen. Kun je zeggen dat Christus de wet heeft weggenomen?
Wij zien met belangstelling uit naar de bredere verantwoording die de schrijver ons toezegt te zullen geven. Het boekje is helder geschreven en wordt gedragen door eerbied voor de Schrift. De auteur wil uitleggen wat er staat maar zegt m.i. weleens meer dan er staat.
A. N.
Dr. Martien E. Brinkman: Karl Barth's socialistische stellingname, Ten Have Baarn 1982, 121 pgs, prijs ƒ 19, 50.
Deze knappe studie wil ingaan op de betekenis van het socialisme voor de ontwikkeling van Karl Barth's theologie. Brinkman start zijn boek met een bespreking van Marquardts bekende Barthstudie Theologie und Sozialismus. Duidelijk wordt dat Barth gedurende zijn hele leven een positieve relatie is blijven zien tussen het evangelie en het socialisme. De vraag die Brinkman zich stelt in deze studie is dan: hoe stringent heeft Barth zijn keuze voor het socialisme willen verbinden met de inhoud van zijn'theologie. In konkrete situaties kon Barth zijn socialistische stellingname heel nauw met de inhoud van zijn theologie verbinden. Maar los van deze konkrete situaties bleek hij ineens veel terughoudender ten aanzien van het socialisme. Toch, stelt Brinkman, is het feit dat Barth het geloof in de opstanding herhaaldelijk verbindt met een pleidooi voor het ernstig nemen van ons lichamelijk-materieel bestaan er een bewijs van hoezeer centrale socialistische noties tot in de kern van zijn theologie zijn doorgedrongen. Wel moet daarbij gezegd worden dat het socialisme niet de enige bron is geweest waaruit Barth voor zijn denken putte. De centrale vraag die Brinkman zich in deze studie heeft gesteld is: in hoeverre is Gods openbaring in Jezus Christus zozeer onze geschiedenis ingedaan, dat zij ook in onze geschiedenis, bijvoorbeeld in de geschiedenis van het socialisme, herkend kan worden. Barth blijft in de beantwoording van deze vraag vasthouden aan de uniciteit van Jezus Christus. Maar Christus' verzoening is zo universeel dat de hele schepping in hem gerechtvaardigd is. Zo kan door hem, vanuit deze gedachtengang, gesteld worden dat in het socialisme iets van het evangelie van Jezus Christus doorklinkt. Er is een bepaalde affiniteit tussen Jezus' verkondiging van het koninkrijk Gods en de doelstellingen van het socialisme. Velen, zo valt hieruit dan te concluderen, zijn in onze tijd al een heel eind op het spoor van Gods gerechtigheid gevorderd zonder ooit van Christus te hebben vernomen. Dus toch weer een flinke scheut algemene openbaring in dit denken waarin juist die vorm van openbaring zo verfoeid is en wordt? Ja, zegt Brinkman, er is een bepaalde vorm van algemene openbaring te vinden in Barth's erkennen van de relatie tussen het evangelie van Jezus Christus en de doelstellingen van het socialisme. Hij vindt dit een interessante invalshoek om de vastgelopen diskussies tussen Nederlandse barthianen en neocalvinisten van een nieuwe impuls te zien. Hij kondigt zo een geplande publicatie aan die zal handelen over de politieke Barth-receptie in Nederland. Een interessante studie met grote deskundigheid geschreven. Wel is mij duidelijk geworden dat de huidige maatschappij-kritische theologie hier één van haar voorname wortels vindt. Er loopt een lijn van Barth naar bv. Ter Schegget bij wie de reserves die Barth nog volop had geheel zijn weggevallen. We zien bij Ter Schegget en zijn aanhang de konsequenties van het denken van Barth in deze vragen duidelijk ontwikkeld en dat moet te denken geven.
Voor geïnteresseerden een zeer lezenswaardige studie.
J. M.
M. R. V. d. Berg, De brief aan de Efeziërs, Hoofd en lichaam, 152 blz. ƒ 17, 50. Serie Zicht op de Bijbel, 22. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1981.
De auteur heeft al een serie parafraserende bijbelverklaringen op zijn naam staan in de reeks 'Zicht op de Bijbel'. In dit deeltje over de brief aan de Efeziërs moet u geen uitvoerige verklaring verwachten, maar meer een meditatieve bijbelstudie, waarbij van de tekst in sommige gevallen verklaring gegeven wordt, en daarnaast een parafrase. In vele opzichten verhelderend voor de Bijbellezer, die op deze wijze een handreiking ontvangt bij deze rijke, maar vaak moeilijke brief. Hier en daar acht ik de verklaring aanvechtbaar. Ik denk aan de wijze waarop de schr. in Ef. 1, 4 de uitdrukking 'de grondlegging der wereld' exegetiseert, en met name ook wat hij zegt over het 'uitverkoren in Christus'. Letterlijk schrijft hij: 'We geloven niet omdat we uitverkoren zijn, maar omdat we geloven, zijn we uitverkoren'. Dit lijkt me nu niet bepaald weer te geven wat Paulus hier en elders zegt over de verkiezing, en bovendien als deze weergave juist is dan zou dus Arminius gelijk gehad hebben en waren onze Dordtse vaderen er naast.
Aan de uitleg zijn toegevoegd twee afzonderlijke hoofdstukjes over bijbelse normen van de sexualiteit en over tempel en eredienst volgens het N.T. In het eerstgenoemde staan vele treffende opmerkingen die laten zien hoe aanvechtbaar de nieuwe moraal is. Het tweede is zeer laagkerkelijk en verzet zich tegen de visie dat de eredienst een apart en sacraal gebeuren zou zijn. Ik deel schrijvers afkeer van een hoogkerkelijk liturgisme, maar meen dat hij met het badwater het kind weggooit. Over liturgie en ambt naar bijbels-reformatorische opvatting is, m.i. én vanuit de Schrift én vanuit de reformatorische traditie nog wel iets anders te zeggen.
A.N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's