Boekbespreking
Drs. J. J. de Heer, De overwinning van het Lam, verklaring van de Openbaring van Johannes, (Serie Zicht op de Bijbel, 23) 256 blz. ƒ 27, 50. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1981.
Met vreugde kondig ik deze boeiende en intioudrijke verklaring aan van collega de Heer, sinds 1966 namens de GZB als zendingspredikant en docent werkzaam bij de Toradjakerk in Rante Pao. Achter deze verklaring ligt een berg studie, waarvan de resultaten op een prettig leesbare manier ons voorgezet worden. De schrijver ziet de Openbaring als een profetisch boek dat uitgelegd dient te worden zoals we ook de Oudtestamentische profeten lezen. D. w.z. de profetie heeft betrekking op wat er gebeurd is in Johannes' eigen tijd, en tegelijk behoort het tot het wezen van de profetie dat het opgetekende zich herhalen kan. Het conflict tussen kerk en keizer herhaalt zich telkens weer in de geschiedenis. Zo bereikt de auteur twee dingen. Hij kan recht doen aan de tijdsomstandigheden (Rome, keizercultus, conflicten met synagoge, dwaalleer en rampen) en tegelijk de Openbaring betrekken op het geheel van de wereldgeschiedenis. Opvallend is de aandacht die Israël ontvangt in de uitleg van de schrijver, zo b.v. bij Openbaring 7 : 11-13. Ten aanzien van Openbaring 20 gaat de schr. voorzichtig te werk. Hij wijst chiliastische speculaties af, acht de traditionele exegese in de lijn van Augustinus toch aanvechtbaar en neigt tot de mening dat het gaat om symbolisch aangeduide perioden in de geschiedenis die op verschillende tijdstippen en plaatsen kunnen voorkomen, waarin het chr. geloof zich onder Gods zegen kan verspreiden. Ik meen dat ook Van Niftrik deze opvatting in een van zijn werken verdedigt. Hier en daar verschil ik met de schr. van mening. Zo zou ik in 6 : 2 bij de ruiter op het witte paard toch willen denken aan de triomf van het Evangelie, terwijl ik me ook afvraag of het visioen van koren - en de wijnoogst in Openb. 14 niet op tweeërlei oogst wijst. Graag beveel ik deze verklaring bij u aan. Het boek kan uitnemende diensten bewijzen bij de voorbereiding voor de prediking, naast de bekende commentaren op dit Bijbelboek, terwijl ook gemeenteleden die met hun Bijbel erbij dit boek raadplegen er veel van kunnen leren, als men tenminste bereid is zich enige moeite te getroosten. Velen klagen dat dit laatste Bijbelboek zo onbegrijpelijk is. Tegelijk blijft het ons boeien. Ik zal niet zeggen dat deze verklaring alle vragen oplost. Wie zou daartoe in staat zijn? Maar u komt er in elk geval een stuk verder mee in het verstaan van dit rijke Bijbelboek dan wanneer u zich behelpt met de fantasieën a la Hal Lindsey, die ons soms worden aangeprezen als zeer Bijbelgetrouw. Laat u daardoor niet misleiden! Het werk van collega de Heer is m.i. een uitnemend bewijs dat juist een gereformeerde benadering van de Schrift waarborg is voor een goede en zorgvuldige uitleg.
A. N.
W. J. Bouw en anderen. Evangelisatie, Wat verstaan we er onder? , uitg. J. H. Kok, Kampen, 1981, 199 p. Prijs: 27, 90.
Aan de vooravond van het Evangelisatorisch jaar '82 verscheen deze bundel, onder eindredactie van ds. W. J. Bouw, secretaris van de Evangelische Alliantie. De ondertitel van dit boek luidt 'Een bezinning vanuit de bijbel en vanuit de praktijk over evangelisatie en zending'. Deze bundel valt in twee delen uiteen. In het eerste deel komen aan de orde: Opdracht in viervoud (J. P. Versteeg), de bijbelse grondslag van evangelisatie (J. R. W. Stott), missionaire gemeente (A. Noordegraaf), vernieuwing van de gemeente (R. Reiling), evangelisatie en sociale verantwoordelijkheid (R. van Essen), Pattaya: aandacht voor de gehele mens (W. J. Bouw), de missionaire gemeente (F. H. Veenhuizen), de overdracht van het evangelie (M. R. van den Berg) en persoonlijke evangelisatie (G. Doornebal, W. J. Bouw). Het tweede deel omvat een aantal historische documenten over evangelisatie en zending uit de kring van de Lausanne Commissie voor Wereldevangelisatie en Evange lische Alliantie. In dit tweede deel heeft ook een artikel van J. Verkuyl over 'Zending in Nederland' en de relatie tussen 'evangelicals' en 'ecumenicals' in Nederland een plaats gekregen. Achterin het boek zijn gespreksvragen voor elk hoofdstuk en onderdeel opgenomen. Met enkele gegevens over de schrijvers van de verschillende artikelen besluit het boek.
In dit boek wordt veel geboden waar wij onze winst mee kunnen doen. Zowel de Bijbelse fundering als de praktijk van de evangelisatie krijgen veel aandacht. Vooral het artikel van prof. Versteeg is bijzonder verrijkend. Wie zich deze bundel aanschaft, zal er geen spijt van hebben. Enkele critische aantekeningen: de zwakke structuur van het boek, enkele onnauwkeurigheden in de vertaling vanuit het Engels (p. 62, 63) en de inhoud van prof. Verkuyls artikel. Is hij niet te optimistisch? Blijkt telkens niet, dat er fundamentele verschillen zijn tussen de 'evangelicals' en de 'ecumenicals? ' Gaat het hier niet om verschillende wortels en sporen? Een andere vraag is of dit boek niet te moeilijk is voor de evangelisatiecommissies (zie de gespreksvragen). Graag wens ik dit boek een grote lezerskring toe. Koop en lees!
M. D. Geuze
Dr. P. H. Esser, 'Psychiatrie' uitg. J. H. Kok, Kampen, 161 blz. ƒ 22, 50.
In dit boek dat opgedragen is aan zijn (hongaarse) vrouw, kijkt de auteur - die zijn maatschappelijke functie als psychiater beëindigt - achterom 'om zich te bezinnen op wat zijn leven is geweest'. De ondertitel 'gedachten over de de betekenis van het offer' geeft gelijk de kern van zijn betoog weer. 'Leven is offeren, kunnen loslaten, opgeven, afscheid nemen... Het leven dat al voor de geboorte begint, brengt zijn eerste offer als het tot een lijfelijke scheiding van de moeder moet komen. Zo gaat het door tot op je sterfbed je menselijke aardse leven zelf als offer gevraagd wordt.' Vooral in het op één na laatste hoofdstuk werkt de auteur op een wijsgerige en thematische wijze het begrip offer uit. De auteur laat blijken zeer sterk beïnvloed te zijn door de Deense filosoof Kierkegaard (1813-1855) wiens boek 'entweder-oder' (duitse vert.) - handelend over de moeilijkheid van veel mensen, te moeten kiezen - hij zich op de middelbare school al had eigen gemaakt door te lezen en te herlezen. (Op één plaats schrijft Esser in zijn boek terloops dat Kierkegaard duidelijk in zijn ontwikkeling is gestoord geweest).
Tussen het behandelen van het thema 'het offer' door, behandeld Esser een deel (zeker niet het geheel) van de psychiatrie.
Enkele uitspraken zijn de volgende. 'In de psychiatrie staat het verschijnsel angst sinds de existentialisten en de neurosenleer vanFreud centraal.' 'Het onmiddellijke bevredigt maar kort.' 'Een mens kan zonder taak niet leven.' 'Zodra we geïsoleerd raken van onze medemens verliezen we het vermogen het verschil tussen de realiteit en het ingebeelde te zien.' 'Liefde bestaat niet uit het zeggen van lieve woordjes maar uit het kunnen brengen van offers ter wille van de liefde'. 'ledere psychische ziekte heeft te maken met een maar half bevredigd behoefte-systeem.' 'God vraagt alles. Misschien zijn we wel in dit leven gezet om dat te beseffen. Misschien is het offer de zin van ons leven.' 'Alle angst is te herleiden tot doodsangst. De moeder ligt ten grondslag aan iedere binding.' Tot zover enkele citaten. Mijn kritiek richt zich op de wijze van behandelen van psychiatrische ziektebeelden. Eén beeld kan verspreid over heel het boek ter sprake komen, de beelden zelf worden niet volledig behandeld; het belangrijke beeld schizofrenie wordt zo summier behandeld dat het beter achterwege gelaten had kunnen worden.
Een bepaald punt van kritiek is nog het volgende. Op pag. 102 schrijft Esser dat men bij de behandeling van een neurose een heel eind komt als men onderzoekt waar de fixaties tijdens psycho-sexuele ontwikkeling zijn ontstaan; op meerdere plaatsen doet hij soortgelijke uitspraken. Dit doet me denken aan de theorie van S. Freud als hij telkens zegt dat het oedipus-complex de kern der neuroses is. Een voornaam psychiater merkte echter op dat zich nu nog bedienen van de theorie met de psycho-sexuele jaren, weinig adequant lijkt en bovendien tijdrovend is.
Resumerend kan gezegd worden dat het boek een rijpe neerslag is van iemands loopbaan als psychiater. Het is verrijkend als er op vaak goede wijze bijbelse noties worden aangevoerd. Het is een zinvolle wijsgerig-psychiatrische terugblik.
drs. B. v. Kooten
R. R. Ruether, De laatsten zullen de eersten zijn, Messiaanse cultuurkritiek, Kuyper-lezingen 1980 Ten Have Baarn, 1981.
De schrijfster is hoogleraar in Evanston en behoort tot de feministische theologen. In dit boekje gaat zij in op een aantal aspecten inzake de verhouding van Evangelie en cultuur. De ondertitel geeft aan dat er vanuit de messiaanse idee, zoals deze belichaamd is in Jezus een kritiek uitgaat op bestaande cultuurpatronen.
Hoofdstuk 1 gaat in op de politieke theologie. Zowel Brandon die Jezus tot revolutionair maakt als Cullmann en Hengel die een niet-politieke uitleg geven zitten volgens haar op een verkeerd spoor. In het hebreeuwse messianisme zit een socio-politieke dimensie.
Hoofdstuk II gaat in op de Christologie en de latijns-amerikaanse bevrijdingstheologie. Terecht wijst ze op samenhangen tussen bevrijdingstheologie en een bepaalde visie op Jezus.
Hoofdstuk III gaat in op de relatie tot het Jodendom. Scherp is de kritiek op het anti-joodse denken van de traditionele theologie.
Het vierde hoofdstuk gaat in op de relatie tot het feminisme. Kritiek op de roomse scholastiek en afwijzing van de heersers-Christologie gaat gepaard met het zoeken van een ontwerp waarbij zowel mannen als vrouwen de bevrijdende kracht van het Evangelie ervaren.
Terwijl het slothoofdstuk ingaat op de betekenis van de messianse idee voor de vragen van natuur en milieu.
Het boekje is scherpzinnig geschreven en steekt qua denkkracht uit boven vele andere producten. Maar toch heb ik me verbaasd over het gemak waarmee allerlei dingen geponeerd worden. Enkele voorbeelden van Schriftmisbruik: e vossen in Matth. 8 : 20 worden betrokken op het hof van Herodes. Jezus' Messiasschap mag niet gezien worden als vervulling van de beloften aan Israël gedaan. Als de kerk voor de armen gekozen zou hebben zouden er geen armen bestaan. Het geloof in de opstanding zou ontstaan zijn, omdat men weigerde de overwinning van het kwaad als laatste woord te aanvaarden. Jezus is weliswaar voor ons de enige naam. Maar er zijn ook andere namen die inspireren. En Johannes 14 : 6 dan? , is men geneigd te vragen.
Hier en daar treffen ons rake typeringen en scherpe analysen. De schrijfster zetje tot denken, dat wel. Maar het is een theologie die op vele punten gebroken heeft met het Credo van de kerk der eeuwen.
Wanneer Kuitert in een woord vooraf een verbinding legt van deze lezingen naar de stichter van de VU, Abraham Kuyper, dan lijkt me dit erg gewrongen. Kuyper mag dan theologie hebben willen bedrijven in rapport met de tijd, ik heb toch de indruk dat van zijn intenties heel weinig terug te vinden is in deze beschouwingen waarbij de messiaanse idee de plaats inneemt van de Christus der Schriften. Het boekje van mevr. Ruether staat helemaal in de traditie van een kritische theologie waarbij de praxis de toon aangeeft.
A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's