Christelijke toekomstverwachting (6)
Chiliastische interpretatie van 1 Kor 15 : 22-27
Voordat we toekomen aan een korte schets van wat het laatste bijbelboek, de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes, ons leert aangaande de toekomst, staan we nog bij enkele teksten stil die door aanhangers van het chiliasme graag ter ondersteuning van hun visie worden aangevoerd. Met name is dit het geval met 1 Korinthe 15 : 22-27. De pre-millenniaristen staan de volgende opvatting van deze passage voor:
- de verzen 23 en 24 wijzen op drie opeenvolgende stadia in de opstanding, namelijk
a. de opstanding van Christus.
b. de opstanding van de heiligen bij Zijn komst.
c. 'het einde' van de opstanding, te weten de opstanding van de onrechtvaardigen.
- Tussen stadium b en c strekt zich dan een periode uit van ruim duizend jaar. In vers 24 wordt gesproken van het Koninkrijk dat Christus aan God de Vader zal overgeven - onder dat tijdelijk koningschap moet Zijn (nog toekomstige) duizendjarige heerschappij worden verstaan. In dit Koninkrijk onderwerpt Hij alle vijanden en legt Hij alle vijanden, ten lange leste ook de dood, aan Zijn voeten.
Kritische vragen
a) In vers 24 lezen we: 'daarna zal het einde zijn'. Er staat niet 'het einde van de opstanding' , het laatste stadium van een zich in drie fasen voltrekkend opstandingsgebeuren. Wanneer zo zonder meer van 'het einde' wordt gesproken, is het veel meer in overeenstemming met het bijbels spraakgebruik en voor de hand liggend te denken aan 'de voleinding', het einde van de wereld.
b) Maar zal men zeggen: er wordt toch in vers 23 alleen gesproken van de eersteling Christus en zij die van Christus zijn? Degenen die niét van Christus zijn, zullen toch ook een keer opstaan? En zou dat gebeuren niet stilzwijgend verondersteld zijn in vers 24? Het antwoord op deze tegenwerping is een herhaling van hetgeen bij de bespreking van 1 Thess. 4 is opgemerkt. Vanuit de scopus, vanuit de bedoeling waarmee Paulus dit hoofdstuk schrijft, is het volstrekt irrelevant over de opstanding van de goddelozen te spreken. Die doet namelijk in het gegeven verband niet terzake. Tegenover de dwaalleer toont Paulus aan dat zij die van Christus zijn bij Zijn komst zullen opstaan uit de dood óf in een punt des tijds veranderd zullen worden. De woorden 'daarna het einde' in vers 24 zeggen eenvoudig dit: de opstanding van de rechtvaardigen en de grote finale van de geschiedenis vallen samen. In vers 52 is dan ook sprake van de 'laatste bazuin'. De laatste bazuin is werkelijk de laatste - en niet op zijn beurt de aankondiging van nieuwe reeksen eeuwenomspannende gebeurtenissen.
c) Wat is toch bedoeld met het koningschap dat Christus volgens vers 24 en 25 uiteindelijk aan de Vader zal overgeven? Wanneer is het precies begonnen en op welk tijdstip zal het eindigen? Om met het laatste te beginnen: dat zal zijn wanneer de dood als laatste vijand is te niet gedaan. Vers 54 zegt ons wanneer dat het geval zal zijn: als de doden in onverderfelijkheid zijn opgewekt en de nog levenden zijn 'veranderd', namelijk bij Christus' komst. Dan is de dood verslonden tot overwinning. Nu leven we nog in het tijdsgewricht waarin 'de dood wórdt overwonnen' (A. A. van RuIer), de tijd waarin de in principe beschaafde overwinning op de dood nog wordt uitgewerkt. Christus heerst temidden van Zijn vijanden (vergelijk vers 25). Maar bij Zijn komst is de dood overwonnen. We konkluderen: het in vers 24 en 25 genoemde koningschap van Christus eindigt bij Zijn wederkomst. Vervolgens zien we de vraag onder ogen: wanneer is het begonnen? Een woord als Kolossenzen 2 : 15 is richtinggevend op dit punt. 'En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriumfeerd.' Het is niet willekeurig om vanuit 1 Kor. 15 : 24 terug te grijpen op Kol. 2 : 15. In het Grieks worden in beide teksten de 'heerschappijen en machten' met dezelfde woorden aangeduid. In beide gevallen gaat het om de overwinning die in principe op Golgotha is behaald en op de Paasmorgen voor het eerst aan het licht getreden, om vervolgens geëffectueerd te worden tot aan de dag van Zijn glorieuze advent. Zo kan Christus vanuit Pasen spreken: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde' (Mattheüs 28 : 18). Met Charles Hodge is te onderscheiden tussen drieërlei wijze waarop Christus Koning is:
1. Er is een koningschap dat noodzakelijkerwijs voortvloeit uit Zijn goddelijke natuur - een koningschap dat zich over alle schepselen en over al het geschapene uitstrekt en dat Hij nooit zal kunnen afleggen.
2. Als het vleesgeworden Woord van God is Hij Koning over Zijn eigen volk, dat Hij Zich gekocht heeft met de prijs van Zijn bloed. Ook dit Koningschap is eeuwigdurend. Eeuwig zal Hij het souvereine Hoofd van de verlosten blijven.
3. Na Zijn opstanding is Christus bekleed met een Koningschap, een heerschappij over de machten, ten dienste van Zijn middelaarswerk. Wanneer Hij als de verhoogde Middelaar Zijn werk heeft voltooid en al Zijn vijanden heeft onderworpen, dan zal Hij niet langer als Middelaar, maar alleen nog als God over het universum regeren. Het mediatorisch Koningschap geeft Hij te zijner tijd terug aan God en de Vader.
Nog enkele getuigenissen
In Romeinen 2 : 3-16 lezen we in alle duidelijkheid dat het laatste oordeel gelijktijdig over rechtvaardigen en onrechtvaardigen gaat. Daarbij wordt heel scherp het grote kontrast binnen dit ene, grote gericht aangegeven. Verdrukking en benauwdheid wordt vergolden aan allen die het kwade hebben gewerkt, 'maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst de Jood, en ook de Griek'. (Vers 9 en 10.) Een ander sterk eschatologisch gekleurd hoofdstuk is 2 Petrus 3. De apostel onderwijst daar geen nieuwe dingen, maar roept het welbekende in de herinnering van de gemeente op, teneinde deze meer toe te rusten tegenover spotters die zeggen: 'Waar is de belofte van Zijn toekomst?' Zo klinkt de indringende en aangrijpende verkondiging: 'Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn; zullen verbranden. ...Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont'. Zo spreekt Petrus tegen het eind van de eerste eeuw na Christus van de éne, grote gebeurtenis die op handen is. Hij bindt de christenen op het hart een leven van verwachting en heiligmaking zich voor te bereiden op de komst van de Rechter en Redder. De grote dag van Christus is tegelijkertijd een dag van vreugde voor de gelovigen én een dag 'van oordeel en verderving der Goddeloze mensen'. Het onderwijs van Petrus laat geen ruimte voor een millennium, een duizenjarig rijk. We mogen van de apostel niet vragen dat hij gedetailleerde informatie geeft over de toekomst. Maar we mogen wel aannemen dat in zijn verkondiging aangaande de toekomst de meest wezenlijke elementen van de christelijk hoop doorklinken. Een 'argumentum e silentio', een argument vanuit het stilzwijgen, is over het algemeen vrij zwak. In dit geval echter komt het mij voor dat de chiliasten er een zware dobber aan zullen hebben te verklaren waarom Petrus, die toch uitdrukkelijk ingaat op de nabije toekomst van Christus, met geen woord rept over het duizendjarige rijk. Robert Strong geeft de volgende samenvatting van wat het Nieuwe Testament leert aangaande de tweede komst van Christus: 'De Heere keert terug naar een wereld die nog vijandig tegenover Zijn evangelie en Zijn heerschappij staat; Hij wekt de lichamen van Zijn overleden heiligen op, en neemt hen én Zijn nog in leven zijnde gelovigen mee om mét Hem te zijn. Hij rekent af met de Antichrist en diens rebelse volgelingen. Hij stelt Zijn troon op om gericht te houden, mensen en engelen worden voor Zijn troon gedaagd, openlijk en publiekelijk ontvangen de gerechtvaardigen de vrijspraak, terwijl Hij hen als Zijn eigendom erkent. De boze mensen en engelen zullen blijken terecht en rechtvaardig verwezen te worden naar een eeuwigdurend verderf. Dan schept Hij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde als een eeuwig oord van gerechtigheid'. Daarom, geliefden, verwachtende deze dingen, benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede (2 Petrus 3 : 14).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's