Niet meer zoals vroeger
Niet ver bij mij vandaan staat een huis met een bord erop, waarop staat 'Alles wisseld'.
Niet ver bij mij vandaan staat een huis met een bord erop, waarop staat 'Alles wisseld'. De d, die ik neerschrijf is natuurlijk een fout in het Nederlands maar toen kinderen daar aanbelden om te zeggen, dat het fout was werd door de bewoners afwerend gereageerd. Het was goed zo. Men kan zich afvragen of de d een t moet zijn, óf dat er achter het woord een e is weggevallen. Alles wisselt of alles wisselde dus, tegenwoordige of verleden tijd. Met andere woorden verandert het leven, de samenleving alléén vandaag of veranderde dit (deze) ook gisteren? Sommigen menen dat er helemaal geen verandering is, of liever zijn kan. Hun stelregel is: het is altijd zo geweest. Daarmee is alles gezegd. Over verandering valt niet te praten. Maar veranderingen gaan intussen toch door.
De Prediker wist van het constante én van het veranderlijke. Wat er geweest is zal er zijn en wat er gedaan is zal er gedaan worden (Pred. 1:9), zodat er niets nieuws is onder de zon. Maar de Prediker wist ook van een rusteloos jagen naar wat anders, eigen aan de mens.
Er is kennelijk in de mens een drang tot verandering. Daarom verandert de samenleving van generatie tot generatie. Mensen zijn met creatief vermogen bedeeld. Daarom nemen we geen genoegen met wat er eerder was. Het móét weer anders. En het wórdt ook telkens weer anders.
Deze drang tot verandering kan zelfs maatschappij-kritische vormen aannemen. De maatschappij moet voortdurend worden veranderd. De bestaande orde, ook al is die in diezelfde drang naar verandering ontstaan, móét omver en een nieuwe maatschappij moet komen. Maar die nieuwe maatschappij komt nooit. Want altijd blijft het verlangen naar iets anders, iets beters onverzadigd.
Intussen blijkt het altijd weer zo te zijn dat mensen soms bij het ouder worden, nadat ze zelf hebben deelgenomen aan hun tijd en, met al hun tijdgenoten het tijdsbeeld mede hebben bepaald en beleefd, gaan zeggen: het is niet meer als vroeger. Vroeger was het dan altijd beter. Het verleden wordt verheerlijkt en het heden wordt dan onvoldoende beleefd. Mensen kunnen zelfs gefrustreerd raken omdat ze een bepaald verleden niet meer kunnen vasthouden.
Vroeger
In geen enkele tijd heeft men echter kunnen zeggen dat het nog zo was als vroeger. In elke tijd geschiedt door zóveel mensen namelijk zóveel dat er van permanente, voortdurende ontwikkeling sprake is. Ik meen - positief gezien - dat we daarin een gave van de Schepper mogen zien.
In onze westerse samenleving is het sinds de industriële revolutie van de vorige eeuw intussen wel buitengewoon snel gegaan. De progressie in de techniek is verbluffend. Dat de mens 'bijna goddelijk' gemaakt is (Psalm 8) blijkt wel heel duidelijk uit wat hij in versneld tempo in onze eeuw halen mocht uit de Schepping. Na elke tien jaar moeten we zeggen, dat als mensen, die evenzoveel jaren geleden overleden zijn, nu hun ogen nog eens open konden doen ze hun ogen niet zouden kunnen geloven. God heeft de mens grote gaven gegeven. Daarom verandert door wetenschappelijk kennen en kunnen het tijdsbeeld, telkens weer. Daaraan zit een zegenrijke kant, daaraan zit ook het aspect van de vloek dat aan al wat de mens bezit, met de gaven die hij van God ontving, en intussen eigenmachtig in handen nam, verbonden is.
Maar intussen, het verleden terughalen kan niet meer. We leven in het heden, onherroepelijk. Daarin plaatst de Heere God ons met een opdracht. Zo niet dan is ons leven vandaag niets waard.
Slagen we er niet in het heden te beleven dan is de kans op frustratie groot. Dan wordt het leven, zoals God het gaf, niet meer genoten (voor de Prediker een opdracht) maar gesloten, hetzij doordat mensen nostalgisch worden, dat wil zeggen een bepaald soort verleden naar zich toe gaan halen en dan excentriek gaan worden, hetzij dat ze reactionair worden, dat wil zeggen dat ze zichzelf (politiek en maatschappelijk) overschreeuwen om toch ook een nieuwe maatschappij, een nieuwe samenleving te krijgen, anders dan die van de anderen, maar niet minder onhaalbaar.
In de kerk
Het is ook in de kerk een aangelegen punt: het is niet meer als vroeger! Van belang is dan of het gaat om punten, die het beginsel raken en daarmee het wezenlijke van ons mens zijn voor God en medemens, of dat het gaat om traditie.
Het is een feit dat alom zichtbaar en waarneembaar is dat dingen, die vroeger niet mochten nu zo nodig moeten en dat dingen die vroeger zo nodig moesten nu niet meer nodig zijn. Normen veranderen, maar welke waarden veranderen?
Jaren geleden bekende mij een van huis uit streng rooms-katholiek man, dat hij met zijn kerk gebroken had omdat de biecht, die vroeger moest, nu niet meer behoefde. Zoiets is begrijpelijk. Wat is persoonlijker dan de biecht, je hele hebben en houden aan een ambtsdrager prijs geven? En als je dat altijd plichtsgetrouw hebt gedaan en het wordt dan afgeschaft!
Maar laat ik - zonder waardeoordeel - ook een aantal dingen op een rijtje zetten uit de protestantse kerken.
Ik begin met het meest simpele, een kwestie die we vroeger als raillerend beschouwden als men erover begon. Vroeger mocht men in vele kerken niet met de fiets naar de kerk, of mocht men niet op zondag met de wandelwagen met kind erin buiten. Nu pakt vrijwel iedere dominee in dezelfde kerken en kringen de auto en gemeenteleden eveneens, zelfs om dominees van eigen smaak te horen.
Vroeger droegen de oudvaders pruiken en baarden. Er heeft een periode tussen gezeten, waarin die baarden er niet waren, maar nu ze er weer zijn wordt gezegd: niét meer als vroeger!
Vroeger bedienden predikanten zich van een bepaalde taal. Niemand, die de taal van de oudvaders - het gaat me niet om hun inhoud - met de langgerekte zinnen meer op de kansel zou kunnen verdragen, maar, zégt de predikant het in de taal van vandaag, dan is licht de reactie van sommigen: niet meer als vroeger! Maar taal is gelukkig levend, gaat méé met mensen in ontwikkeling.
Vroeger zongen we psalmen langzaam, niet ritmisch. Hoewel Voetius nog ijverde voor handhaving van ritmische psalmzang in de eredienst, zeggen we nu, als het weer wordt ingevoerd: niet meer als vroeger!
En neem verder het jeugdwerk, het meest gevoelige terrein, als het gaat om verandering. Vroeger hadden we jongens en meisjes apart op jeugdverenigingen, als die er overigens al waren, en nu zitten ze er samen. Het komt ook vandaag nog voor dat men zó aan vroeger vast zit, dat jeugdwerk überhaupt buiten de gezichtskring zit, of dat men (een stap verder) zegt: er komen gelukkig (hopelijk ook gelukkige) paartjes uit voort. Maar voor velen geldt voor élk werk vóór en dóór jongeren: niet meer als vroeger! Ik ga het verder maar niet meer allemaal op een rijtje zetten. Ook in de kerken - in alle kerken - verander(d)en gewoonten, die men misschien wel een tijdje als principe heeft beleefd maar die dat niet bleken te zijn.
De gewoonte werd losgelaten, een andere gewoonte kwam ervoor terug. Er zijn nu eenmaal gedragingen, vormen, gewoonten, noodzakelijke dingen ook voor een moment, voor een bepaalde tijd. Die kunnen zelfs dienstbaar zijn aan de opbouw, de vorming ook van de gemeente. Maar we moeten er niet wakker van liggen als deze dingen met de tijd wijzigen. Als het gaat van géén jeugdwerk naar kerkelijk jeugdwerk, naar gezamenlijk werk onder jongeren voor het mannelijke en vrouwelijke geslacht, naar koffiebars uiteindelijk (bars met koffie overigens) óf naar andere eigentijdse ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren dan denk ik dat we dit met vreugde mogen begroeten.
Positief
We mogen dunkt me de ontwikkelingen van tijd-tot-tijd, die het échte principe niet raken, positief op de voet volgen, terwille van de voortgang van de gemeente. Hier conservatief zijn is in feite prinzipien-reiterei, het maken van principe tot principe.
Veranderingen mógen best, als ze maar dienstbaar zijn aan de opbouw van de gemeente in eigen tijd. Als ze maar dienstbaar zijn aan mensen en onderworpen aan de Schriften en als ze maar zijn tot eer van God, die in elke tijd Zijn gemeente bijeen vergadert. Het gaat ook vandaag om een bewogen hart voor de gemeente. We kunnen de voortgang van het evangelie vandaag ook blokkeren als we louter zweren bij vormen uit het verleden, hoewel we dat ook kunnen doen, als we louter vernieuwingen wensen vanwege het nieuwe.
Hetzelfde?
Ik voer intussen geen pleidooi voor allerlei veranderingen. Ik constateer slechts, dat er in alle kerken de tijden door veranderingen zijn. Laten we daarin ook eerlijk zijn, om niet hypocriet te worden. Er zijn veranderingen in elk kerkelijk leven, ook in ieders persoonlijk leven door de tijd heen. Dingen, die er vroeger niet waren zijn er nu wel. Dingen die er vroeger wél waren zijn er niet meer.
In elke tijd zal, tot verootmoediging naar vorige generatie(s) toe, moeten worden gezegd, dat vroeger dingen werden voorgeschreven, die, blijkens later aanvaarde normen, daarna werden toegestaan. Hoevelen zijn daarom niet met schuld belast om wat in het verleden kerkelijk werd voorgeschreven en waaraan zij niet voldeden? Ook al behoorde het toen tot het levenspatroon dat, wat de kerk betreft, een markering, een afgrenzing inhield om mensen te bewaren bij de gemeente en in de gehoorzaamheid aan God?
Vandaag zijn er intussen ook dingen, gegeven met het Woords Gods, die vroeger niet gezien werden, of althans minder. Zorg voor de naaste, opdat ook die 'in vreugde' met zijn naaste en voor God leven kan. Want het leven, zolang God het geeft is wél het leven waard, ondanks de zorgen en de zonden. Als we dat zo vinden voor onszelf dan mogen we het óók vinden voor de ander, dichtbij en ver weg.
DEZELFDE
Verschuivingen zijn er, de wereld zegt in mode, wij zeggen in op zich waardevolle traditie. Maar wordt die traditie een keer doorbroken, en dat gebéurt van tijd tot tijd, dan raken christenen niet van hun stuk. Want bij alles wat wiselt is er één constante, neen één constante Persoon. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde, wat niet betekent hetzelfde. Hij staat voor gisteren, door kruis en opstanding; Hij staat garant voor het heden, door de Geest, die Hij uitstortte en die vandaag onder ons en in ons werkt; Hij waakt voor morgen, voor de dag van Zijn toekomst. Daarom behoeven wij niet heen en weer geslingerd te worden op de baren van de tijd, zelfs niet in beslag genomen te worden door de golven van ons gevoel. Want dan dobbert het van dag tot dag. Dan zijn wij gisteren en vandaag onszelf niet gelijk. Maar in Christus kunnen ook wij gisteren en vandaag, bij al wat wisselt onszelf zijn, gelijk zijn, mits in onderworpenheid aan Hem.
Ontmoeting
We leven in een christen-arme tijd, zei dr. W. Aalders enkele jaren geleden. Dat zal waar zijn! Maar we leven elke tijd wél in een Christus-rijke tijd. Hij is vandaag Dezelfde als gisteren. Hij is ons, zoals gisteren, vandaag gegeven tot redding en heil. De Enige. Hij bracht verzoening: 'Hij voor ons daar wij anders de eeuwige dood hadden moeten sterven'. Dat is heilbrengende werkelijkheid, zo goed voor gister als voor vandaag, ónopgeefbaar.
En wij mogen - in zéér afgeleide zin - leven voor Hem, leven in gebed tot Hem en in verantwoordelijkheid achter Hem aan voor het totale leven van mens en samenleving vandaag.
Ons christelijke leven heeft traditie(s), gewoonten die voor het gemeentelijke leven bevorderlijk zijn. Ons christelijke leven wordt echter vooral ook bepaald door Traditie, door wat ons wezenlijk uit de eeuwen is overgeleverd. Daarover valt veel te zeggen, want het is verankerd in de Ene, de Gekruisigde en Opgestane, gisteren en vandaag Dezelfde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's