De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Joos van Laren (1586-1653) (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Joos van Laren (1586-1653) (5)

8 minuten leestijd

Ook Vlissingen in het begin van de 17e eeuw was het nieuwe Jeruzalem niet. Wie het nog niet wist, moet de preken van Van Laren maar eens lezen.

Persoonlijke zonden

Ook Vlissingen in het begin van de 17e eeuw was het nieuwe Jeruzalem niet. Wie het nog niet wist, moet de preken van Van Laren maar eens lezen. Velen onder ons, zo lees ik in die preken, maken zich schuldig aan dronkenchap, onkuisheid, gierigheid, aardsgezindeid, vloeken en zweren. Het is een steeds terugkerend refrein. Twee zonden springen er uit, die van de dronkenschap en die van het schenden van de sabbat. De zonde van de dronkenschap, hoor ik Van Laren ergens zegen, is hoog opgeschoten in ons land. Velen zitten aan de 'bierbanken'. Er zijn, ook in Vlissingen, teveel herbergen. En dan: het schenden van de sabbat. Steeds weer: de sabbat wordt ontheiligd! Sommigen werken 's zondags tot 9 of 10 uur, om hun klanten niet te verliezen, en komen dan onvoorbereid in de kerk. De kleermaker zegt: Zal ik 's zondags niet werken als er een bruiloft-of rouwkleed gemaakt moet worden, waar haast bij is; doe ik het niet, dan lopen mijn klanten naar een ander. De schipper zegt: Zal ik 's zondags niet een vracht laden, als ik aan de beurt ben; doe ik het niet dan blijf ik met een leeg schip aan de kade liggen. En zo heeft ieder wat. Het is kopen en verkopen, rijden en rossen op de sabbat, en dan ook nog het spel, bijvoorbeeld het batementspel. De overheden zouden er op moeten toezien.

Er zijn trouwens nog meer dingen waar Van Laren bezwaren tegen maakt. Een en ander maal noemt hij de bordelen die in de stad zijn. Verder de kermissen, het zingen van onkuise liederen, het verkopen van lichtzinnige boeken, het houden van te kostbare maaltijden, het vieren van roomse feestdagen, de pracht en praal in kleding. Wat het laatste betreft, Van Laren wil niet alles verbieden.

Ten aanzien van de jongeren is hij toleranter dan ten aanzien van de ouderen. Hij zegt: Vele dingen die ouderen niet passen, zijn de jongeren wel geoorloofd. Zo mogen zij zich, volgens Van Laren, mooier kleden dan de ouderen. En is hun ook het spel toegestaan en andere vermakingen, die ouderen niet meer passen. Evenwel, ook zij mogen zich niet overgeven aan de 'moyigheydt', de mode, en voor hen geldt: Gedenkt aan uw Schepper! Ook het slap en traag zijn in de kerkgang heeft Van Laren aangemerkt als een groot kwaad. Hij noemt het zelfs 'kerck-roof'. Het volk moet naar de kerk komen. En de overheden moeten er voor zorgen dat er gebouwen zijn, gróte kerkgebouwen, zegt hij, die hele menigten kunnen bevatten. Toen in Vlissingen de Nieuwe ofwel Oostkerk in gebruik zou worden genomen, zou Van Laren de preek houden. Het heeft niet meer zo mogen zijn, vlak er voor werd hij door de dood weggenomen. Van Laren heeft geweten hoe zondig en verdorven de mens is. Daarom riep hij steeds op tot waakzaamheid. Hij heeft daarbij een tweetal beelden gebruikt, die omdat zij zeer treffend zijn, de lezer niet mogen worden onthouden. Mensen die buskruit in huis hebben, zegt hij, gaan daar zeer zorgvuldig mee om. Zij dragen er zorg voor dat niet het minste vonkje vuur er bij komt. Welnu, onze verdorven natuur is gelijk droog buskruit; daarom moeten wij op onze hoede zijn tegen het kleinste vonkje verzoeking. Het andere beeld is dat van een zwarte raaf. Wanneer een zwarte raaf op een dood aas zit en verjaagd wordt, strijkt hij neer op een kleine afstand van het aas; en voortdurend houdt hij zijn ogen er op gericht, om zo spoedig hem de kans geboden wordt, zijn maaltijd voort te zetten. En zo is nu de duivel. Of er dus ook een reden is hem in het oog te houden.

Heilige oefeningen

Van Laren betreurt het ten zeerste dat in lang niet alle gezinnen de huisoefeningen worden gehouden: het lezen van de bijbel en het gezamelijke gebed. Een klein beetje overdrijvend zegt hij ergens: De heilige huisoefeningen liggen plat in bijna alle gezinnen. Elders: wij moeten elke dag onze morgen-en onze avondoefeningen waarnemen, maar hoe weinig wordt dat gedaan. Op een andere plaats: In vele gezinnen worden niet de huisoefeningen op de gezette tijden gehouden, waarin Gods Woord wordt gelezen, waarin wordt gebeden en waarin onderwijs wordt gegeven in de godzaligheid; de meeste mensen zijn daarin slap en nalatig; het is geen kleine zonde.

Genade en oordeel

Van Laren preekte Gods genade, maar, vooral op biddagen, een dreigend oordeel Gods. Hij nam daarbij te baat de gebeurtenissen van eigen tijd. Het ging in de oorlog met Spanje niet altijd naar wens, en dan zei Van Laren: Dat is Gods straf op onze zonden. Op andere tijden wanneer er winst te boeken viel, zei hij: Laten wij dankbaar zijn! Op voorschrift van de hoge overheid werd op 8 september 1624 een dankdag gehouden. Men had winst geboekt in het verre westen. Er was in Brazilië een stad veroverd op de Portugezen. Van Laren noemt die stad Bahy de Todos Sanctos en zegt: een welgelegen en goedgebouwde handelsstad, een der voornaamste en machtigste steden in Brazilië. In mei was er de eerste gereformeerde preek in die stad gehouden. Van Laren: Laten wij de Heere de eer geven en niet de matrozen. En dan haalt hij ook op, hoe de Heere Nederland genadig is geweest. Hij herinnert het volk aan Alva, die bloeddorstige wolf. Maar God heeft hem verjaagd en heeft de ware en zuivere godsdienst onder ons opgericht. Hij baande voor ons de weg eerst naar Oost-Indië en nu ook naar West-Indië. Gods naam zij geprezen. Op 15 december 1632 werd er allerwege in den lande een biddag gehouden. De vredesonderhandelingen met Spanje ware op gang gekomen. Van Laren preekte over Jesaja 57, 21 'De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede'. In deze preek komen wij het volgende tegen. Er zijn thans in Den Haag gezanten van de vijand (Spanje) gekomen; zij bieden ons vrede aan. Maar wat zal die vrede ons brengen? Iedereen roept: Ik ben deze langdurige en bloedige oorlog moe, ik verlang naar vrede. En inderdaad, de oorlog is niet begerenswaardig, zij is een verscheurend dier. Maar met vrede alleen zijn wij er ook niet, zolang wij in oorlog met God blijven. Er zijn er die naar vrede verlangen met geen ander doel dan hun boze lusten te kunnen dienen. Laten wij vrede met God maken. Laten wij ons verbond met de Heere vernieuwen. Laat ieder zijn leven reformeren naar het Woord van God. Daar komt het allereerst op aan.

Intussen, de vrede met Spanje kwam niet zo snel als het in 1632 leek. De oorlog duurde nog vele jaren voort. In een preek, gehouden op 11 oktober 1637, horen we Van Laren klagen: Dit jaar wonnen wij één stad, maar wij verloren er twee. De reden is? Onze ondankbaarheid! De Heere heeft in het verleden ons land overladen met zegeningen. Wij werden rijk. Onze schepen haalden van overal de meest gewenste goederen. De Heere trok uit met onze legers. Hij was een vurige muur rondom de grenzen van ons land. De vijanden moesten vrede met ons sluiten. Van Laren denkt hier aan het Twaalfjarige Bestand. Maar, zegt hij, sinds de oorlog is hervat, is zijn zegen niet meer zo mild. Zo wekte Van Laren zijn gemeente op tot een reformeren van het leven.

In zijn boekje 'Spiegel voor het Vereenighde Nederlant' horen wij dezelfde klanken. Het is Nederland te beurt gevallen het onvervalste evangelie te mogen horen. Bovendien genieten wij vele tijdelijke zegeningen. Wij hebben een bloeiende koophandel. De vijand is om vrede komen vragen. Maar laten wij nu ook dankbaar zijn. En dat tonen. Anders komt over ons het oordeel Gods. Nederland zij gewaarschuwd!

Besluit

Gereformeerde predikanten als Van Laren trokken zich niet terug uit het publieke leven. Zij leefden van harte mee met het wel en wee van het vaderland. Wat er in eigen land en in de wereld gebeurde ontging hen niet. Zij zagen in alles de hand des Heeren. Bron voor hun prediking was het Woord Gods, niet de geschiedenis of wat er in hun eigen tijd gebeurde. Maar wel stelden zij de geschiedenis en hetgeen in eigen tijd gebeurde in het licht van het Woord Gods. Wij weten: Dan kunnen er fouten worden gemaakt. Men kan niet altijd gemakkelijk en vlot van 'zegen' spreken of van 'vloek'. Jobs vrienden hebben zich ook vergist. En toch zal een christen het moeilijk kunnen laten om de woorden Gods over zegen en vloek ook op eigen tijd te betrekken.

Christenen, zegt Van Laren in een van zijn preken, mogen zich niet opsluiten in een klooster en hun talent begraven, zij moeten er anderen mee dienen. Hij zelf heeft daarin een voorbeeld gegeven.

Het ging hem om een leven naar 's Heeren Woord en inzettingen. Hij sprak de overheden daarbij aan. Hij noemt ze in een van zijn preken custodes utriusque tabulae, dat wil zeggen: handhavers van de beide tafelen van de Wet Gods. Dus ook van de éérste tafel van de wet - dat is typisch gereformeerd! Daarom mag men van de overheid ook eisen dat zij toeziet op naleving van het sabbatsgebod en het vloeken en ijdel zweren weert en de afgoderij tegengaat. Maar niet alleen de overheden werden door Van Laren aangsproken, ook de predikanten, ouderlingen, diakenen, gemeenteleden en heel het volk. Hij riep op tot reformeren. Het woord 'nadere reformatie' kwam ik bij hem nog niet tegen. Bij Van Laren is er nog sprake van een op gespannen voet staan met de Reformatie. Hij stond er zelf nog dicht bij. Hij was een gereformeerd man - dat is al! Maar: dat was waarlijk niet weinig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Joos van Laren (1586-1653) (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's