De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. L. Kievit veertig jaar in het ambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. L. Kievit veertig jaar in het ambt

16 augustus 1942 - 16 augustus 1982

30 minuten leestijd

Op 16 augustus a.s. hoopt ds. L. Kievit zijn veertig-jarig ambtsjubileum te vieren.

Nog niet zo lang geleden plaatsten we in ons blad vraaggesprekken met ds. W. L. Tukker, ds. J. Vermaas en dr. M. Bout, in verband met hun ambstsjubileum. Zij vertegenwoordigen de oudere generatie. Van hun ervaringen in kerk en gemeente, opgedaan óók in het geheel van de Gereformeerde Bond, mochten we iets doorgeven aan de generatie van nu.

Op 16 augustus a.s. hoopt ds. L. Kievit zijn veertig-jarig ambtsjubileum te vieren. Reden genoeg om ook met hém een gesprek te hebben. Hij staat, om zo te zeggen, tussen de generaties. De oudere generaties heeft hij nog gekend. Hij spreekt er graag over. Voor de nieuwere generaties is hij geen vreemde. Hij blijft er graag mee in contact.

Ds. Kievit werd 17 augustus 1918 in Baarn geboren, bezocht daar het lyceum, zag in die tijd, bij een vriend wiens vader een bloemisterij had, Emma, Wilhelmina en Juliana wel eens wandelen in de paleistuin, studeerde in Utrecht, en was vervolgens predikant in Schoonrewoerd (1942-1945), Putten 1945-1952), Woerden (1952-1957), wéér Putten (1957-1964), Leiden (1964-1969) en Gouda (1969 tot heden). 'Dus heb ik in Zuid-Holland (Putten daar gelaten) zo'n klein kringetje getrokken.'

Theologiestudie

Het ligt voor de hand aan ds. Kievit te vragen waarom de studie van theologie werd aangevat. Je kunt de zaak immers van twee kanten benaderen: vader was predikant, dat kan een stimulans of een remmende factor zijn - wat het laatste betreft, je ziet immers alle wel en wee van de pastorie - óf je komt zelf tot een keuze, onafhankelijk van het feit of vader predikant was of niet. Het laatste was het geval. Het zat er gewoon al vroeg in: 'Ik ben, sinds ik mijn geheugenis aan de dingen heb, er al mee bezig geweest'. Het begon al vroeg met het schrijven van preken, waar die dan ook bleven. Maar toen het eindexamen gedaan werd op het Baarns lyceum gaf vader wél een tekst, op hout gesneden: 'Een ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken'. Die tekst heeft altijd in de 'studeer' gehangen. Dat wist vader Kievit, hij was er blij om en dat bleek telkens weer bij bevestigingen in de gemeenten.

Maar de roeping tot het ambt kwam eigenlijk uit de gemeente op. Die roeping werd in de voorbede van de gemeente ervaren. Zo was die roeping 'organisch', ingebed in het leven van de gemeente.

'Ik heb het later wel eens tegen vicarissen gezegd. Ze staan vaak zo los van de gemeente, waaruit ze komen. Ik ben begeleid van (het moment) dat men wist dat ik predikant zou worden totdat ik het was.'

Dat is op zichzelf een treffende gedachte: roeping tot het ambt vindt plaats in het opgroeien in een bepaalde gemeente.

Toch was er ook een moment, dat de dingen tegen elkaar afgewogen moesten worden: wordt het nu écht predikant zijn of wordt het wat anders! Wat ga jij doen en wat ga jij doen, vraagt men tegen de eindexamentijd aan elkaar. Maar het was allemaal al heel lang beslist: 'Aan jou hoef ik het niet te vragen, want jij wordt natuurlijk dominee! En echt niet omdat je zo uitblonk in leer vlijt en deugd'.

Toen kwam dan ook de universiteitsperiode. 'Ik heb altijd graag geleerd, maar aan de gymnasiumtiid heb ik de prettigste herinneringen: daar waren leraren die ook echt kennis overdroegen. De rector - een geestelijk geïnteresseerd man - schreef zelfs nog een bijbelcommentaar en heeft die ook uitgegeven.

Toch waren er ook aan de universiteit mensen, hoogleraren die indruk maakten: prof. (Maarten) van Rhijn, prof. De Groot.

Wat prof. Van Rhijn betreft, het was zijn verteltrant. Zijn grote kennis van mensen, zijn zielszorgelijke aard; maar al die jaren had hij het over het Concilie van Trente en over Luther. En dat alles op een 'persoonlijk vrome wijze'.'

Pastoraal

Pastoraal, dat was hij. Niet dat ik dat nu zo ervaren heb, want ten eerste was ik spoorstudent en ten tweede had je natuurlijk heel je achtergrond, waar zielszorg in bedreven werd. Maar hij heeft het voor velen wel gedaan en hij had een hele grote mensenkennis. Later in de oorlog heeft hij meer dan eens bij ons gelogeerd, als de fourage te wensen overliet, en dan hebben wij wel halve nachten met hem doorgebracht, dat je zei: nou niet storen, want nou is hij aan het vertellen; dat kon uit de Bijbel zijn, uit de kerkgeschiedenis, uit de tijd van z'n vader en zo. Het behoort tot de waardevolste ervaringen uit de oorlogstijd, dat hij z'n hele wereld, binnenbracht. Maar dat hij ook feilloos als hij uit alle pastorieën vandaan kwam wist: daar is het niet helemaal goed, daar, nou... En dat was dan meestal waar. Hij had ogen, die erg doordringend waren. En ik denk dat hij voor velen dat betekend heeft en ik herinner me zelfs een student uit de Gereformeerde gemeente, die zei: ik geloof dat hij er wat van kent en dat was natuurlijk helemaal ...'

En dan prof. De Groot. Die benaderde de Schrift veel eerbiediger dan vandaag de dag gebeurt. 'Het waren natuurlijk kritische theologen, maar niet op die manier van uit-elkaar-rafelen-en-zo.'

Ds. Kievit herinnert zich een tentamen bij prof. De Groot en dat hij n.a.v. Jesaja 40 zei: 'Ik zal maar niet over het probleem Deutero-Jesaja beginnen, mijnheer Kievit, want dat geloven ze toch al niet'. -

Of hij zei op een examen: welke Psalm heeft geestelijk wat te zeggen gehad in uw leven? Nou, dan moet u 'die en die Psalm maar eens lezen'. En dat van een hoogleraar die 'ethisch' was, een van huis uit verfoeid woord, al vond men dit intussen binnenshuis wel belangwekkend.

Rijksuniversiteit

Het is niet vanzelfsprekend dat iemand aan een Rijksuniversiteit gereformeerd blijft, zeg ik. Een (christelijke-) gereformeerde universiteit of hogeschool is toch veel meer garantie om gereformeerd te blijven?

Antwoord van ds. Kievit:

'Ze blijven natuurlijk niet allemaal gereformeerd. Als je nagaat welk percentage toch aan de universiteit eigenlijk al wat afzwenkt en je zou dat eens vervolgen in de gemeenten, dan zou je ontdekken dat er ook een groot verlies is. Aan de andere kant: een vrije universiteit en theologische hogeschool, die waren gezaghebbend, zoals de school het leerde, het gereformeerd kerkelijk leven is helemaal aan de school onderworpen geweest: in Kuyper, de Kuyperiaanse school en nu aan een andere school; terwijl wij als hervormden ons niet door de school hebben laten leiden. Ook een grote immuniteit daarvoor hadden, omdat we van huis uit gewapend waren. We vertrouwden het niet als je student werd. En dan was er een hoogleraar, H. T. A. Obbink, en die zei dan op z'n eerste college: heren, al wat u van huis meegenomen hebt, dat moet u in de Catharijnesingel werpen, over de brug, en dan moet u vers beginnen. Wij steigerden dan meteen en zeiden: 'Ja, dat zou ie wel willen hè!' Ik bedoel: je was daartegen gewapend, een beetje. En ik denk dat dat wel meewerkt. Als je het kerkelijk leven helemaal aan de school onderwerpt; dat hebben wij nooit zo gedaan, want wij wisten dat aan de universiteit allerlei wind van leer woei en dat we op ons qui-vive moesten zijn en dat was ook in de studentenvereniging zo.'

Maar intussen, de verbinding tussen gemeente en universiteit, is toch óók wel wat waard? 'Maar dat is toch wel een invalspoort voor die schoolse meningen geworden. Gereformeerden hebben heel lang het gevoel gehad van: wat op onze universiteiten, op onze hogeschool gebeurt dat is eerst recht gereformeerd. Maar ze konden moeilijk wennen aan het feit dat hun eigen scholen toch een hele grote zwenking meemaakten. Ik kan een reeks van namen noemen, waarvan je moet zeggen: dat is het tegendeel van wat oorspronkelijk de bedoeling was. Maar het gereformeerde kerkvolk heeft dat heel lang toch beschermd en neemt dat nog... De gereformeerde hoogleraren nemen het voor elkaar óók nog min of meer op, terwijl dat haast onvoorstelbaar zou zijn in de Hervormde Kerk.'

Crisis

Toch ga je aan zo'n universiteit ook door persoonlijke crises heen, zag ik. Je komt toch dingen tegen, die je van huis uit niet kende en waarmee je zeker niet vertrouwd was.

Toch is die crisis er niet zo sterk geweest. Van huis uit was liefde en eerbied voor de Schrift meegegeven. Dat respect voor de Schrift vangt al te abrubte crises op. Een regeltje van Datheen mocht dan wel in dit verhaal, hoewel de tante die het vaak zei, er niet in mocht. Het is een regel uit Psalm 119: 'Ik ken ook nergens in lust voorwaar, dan in het Woord welks liefde mij heeft bevangen'. Op dertien-jarige leeftijd werd dit regeltje opgepakt: 'ja de liefde heeft mij toch bevangen, heeft mij altijd bevangen'.

De liefde voor de Schrift, daar gaat het om. Anders glijdt je alles onder de voeten weg. Maar aan de universiteit is toch het inzicht in de Schrift mede gevormd, 'door de taal en de geschiedenis van de kerk en zo'. Als dominees en studenten zeggen: die universiteit dat hoeft voor mij helemaal niet, nou dan zeg ik: 'dat begrijp ik niet'.

Na de universiteit

Aan het eind van de studie kwam de proefweek, met als paranymfen Van Sliedrecht en Kuyper, de latere hoogleraar in de psychologie in Amsterdam:

'Vraag me niet wat dat voor een benauwenis was, want daar waren zoveel predikanten, niet omdat ik een zo belangwekkend figuur was, maar omdat mijn vader zo'n eigen plaats innam. Ik heb het in de Jacobikerk gedaan omwille van de plaatsruimte. Toendertijd gebeurde het altijd nog in de Pieterskerk. Prof. De Vrijer was mijn kerkelijk hoogleraar; het was ook een hele stichtelijke man en dan liep je door de consistorie en dan haalde hij zijn gouden horloge uit de zak en dan zei hij: nog vier minuten meneer Kievit, denkt u er wel om, de gang die u nu maakt, maakt u nooit meer. Nou, dat was bepaald niet om je gerust te stellen. Enfin, en toen het één minuut was, toen deed hij de deur open en ging de kerk binnen en daar zaten al die mensen, die je als je vaders vrienden kende en je moest wel voor het front.'

De tekst van de proefpreek was: 'Ik zal in het midden van u doen overblijven een arm en ellendig volk. Dat zal op de Naam des Heeren vertrouwen'.

Eigenlijk jammer dat die proefpreek er niet meer is. Verbinding tussen universiteit en gemeente, een markant moment om je eerste preek in kerkelijk verband te houden onder 'het volk Gods'. 'Ik ben tussen het volk van God groot geworden. Daar ben ik altijd van kindsbeen geweest, welke kritische funktie zo'n uitdrukking ook hebben mag en moet.'

Na de universiteit kwamen de gemeenten. Géén doctoraal examen. Dat kon eigenlijk beter in de pastorie. Vader vond dat eigenlijk ook. Maar het preken begon en de gemeenten vroegen de aandacht.

Eerst Schoonrewoerd. Daar stond aanvankelijk mijnheer Van Leeuwen, oefenaar dus, maar een man van naam. Hij had er dertien jaar gestaan. Eigenlijk had ds. Kievit liever bij zijn vriend Abma in Wouterswoude terecht willen komen. Die stond toen namelijk in Driesum. Maar het mocht niet zo zijn. Het werd - als gezegd - Schoonrewoerd. En nu citeer ik maar heel letterlijk:

'Hij was godsdienstonderwijzer; tóch wel. Hij heeft dertien jaar in die gemeente gewerkt en mijn vader ging daar eens preken. Toen zei meneer Van Leeuwen: je hebt een jongen, hè, die dominee wordt, dat heb ik later vernomen hoor, als ik het nou nog twee jaar vol kan houden, is ie dan zover? Nou, zei mijn vader, dat zal niet zoveel missen.

Zo'n gesprek was er dus een keer aan vooraf gegaan. En toen werd ik daar dus beroepen. Ik had al een stuk of zes beroepen, het was een schaarse tijd en ik had mijn naam mee en ja, toen kwam ook Schoonrewoerd het beroep brengen, na mij gehoord te hebben; ik denk in Leerbroek of in Hei en Boeicop, want je mocht toen nog niet in vacante gemeenten preken als candidaat... Goed, en toen ben ik daar op beroep wezen preken op Hemelvaartsdag en dat bleek niet zo te bevallen, want ik geloof dat er drie mensen waren, die kwamen vragen of ik kwam. Maar er waren twee voortreffelijke ouderlingen, Thomas Heikoop en Teunis Willem Korevaar, (de laatste is onlangs overleden) die, toen ik dat beroep had aangenomen, van meet af aan mij zeer ter zijde hebben gestaan, want ik was nog maar 23 jaar. Dus dan ben je verschrikkelijk dankbaar als er mensen zijn op wie je aan kunt. Ja, en de geestelijke ligging van dat dorp was een beetje, ja wat moet je zeggen, een liberale ondergrond met een wat erg, wat in de wandeling genoemd wordt, zware bovengrond. Bovendien heel sterk: 'Meneer Van Leeuwen zei altijd...'. Zodat ik het eerste jaar dacht: wat kom ik hier eigenlijk doen, want het is allemaal al gezegd. Je gaat toch van zo'n gemeente houden, je gaat een beetje, ja niet tegen de draad in preken, toch heb ik mij ook nooit wat dat betreft aan de goegemeente uitgeleverd. Wie overtuigd is dat hij het Woord Gods uitlegt en toeëigent, die moet ook niet zo links en rechts het oor te luisteren leggen of het die wel bevalt en die wel bevalt. Er is in al die jaren niemand weggebleven, dat vond ik zelf wel eens verwonderlijk. Er waren mensen van de gemeente van Stam en Sterkenburg bijvoorbeeld, die daar veel moeite mee hadden aanvankelijk. Die zeiden: zégt ie het nou of zegt ie het niet en toch eigenlijk ontdekten: maar hij zegt het wél, al zegt hij het anders. Ik heb nooit van termen gehouden, dat deed mijn vader trouwens ook niet in zijn tijd. Dus gaandeweg win je aan vertrouwen en ga je met meer gemak preken en zo heb ik dus aan mijn eerste gemeente hele goeie herinneringen. Nu ben ik toch iemand, die altijd achterom kijkt, maar ik weet wel dat, als we de Schoonrewoerdse toren weer zagen, mijn vrouw en ik weer thuis waren.

Toen kwam die laatste oorlogswinter, met alle verschrikkingen er aan verbonden, waarin je natuurlijk niet rechtstreeks zozeer - hoewel er een kamp was en veel inkwartiering - een grote mate van saamhorigheid kweekte en de zondag en de kerkgang het enige uitje was. Daar was eigenlijk iedereen. Iedereen ging naar cathechisatie. Wat dat betreft was het een mooie tijd.

Ook iets ervaren van een tweede universiteit in de gemeente? Van een Pietje Baltus-figuur om het zo te zeggen?

Nee, nou ik had een vrouw, die veel ziek was en waar ik ook veel kwam, die was op het gezelschap van Pietje Baltus bekeerd. Als meisje van 18 jaar uit het vrijzinnige Beusichem, die kon mij nog van Pietje Baltus vertellen. En daar kwam ik veel, mede omdat ze ziek was, maar het was ook een Godvrezende vrouw. Mijn vader had daar altijd een scherpe neus voor en zei: Jongen die ene vrouw moet je in de gaten houden, want die weet wat van het bloed van Christus. Je moest veel onderwijs geven. Daarom teerde ik wel, wat dat betreft, op de Baarnse reserves. Ik ging ook regelmatig naar Baarn om geestelijk bij te tanken - dat wil ik wel weten hoor - het eerste jaar, het eerste anderhalfjaar. Maar ik heb het er wel goed gehad. Het was niet zo'n makkelijke gemeente. Maar voor mij nooit moeilijk geweest, nee.'

Ook het verhaal over de gang naar en het verblijf in Putten neem ik maar zo letterlijk mogelijk over:

'Je moest twee jaar in je eerste gemeente staan en ik had al, voor ik er twee jaar stond, een beroep naar een andere gemeente, ik geloof Papendrecht of zo... De ouderlingen van Putten kwamen luisteren. Ja, daar waren we direkt al wat van onder de indruk, want mijn vader had maar één gemeente waar hij graag dominee geweest was en dat was Putten. En dat was tot drie keer toe, 'had niet gemogen', zei hij altijd, maar 't was wel zo sterk, dat hij mij als kind de namen van de ouderlingen van Putten leerde. En, goed, dat werd dus een beroep en van dat beroep dacht ik: ja, dat is het. Heel sterk in de bevestigingsdienst zelfs, heel sterk. Eigenaardige bevestigingen, zoals ik dat dan maar noem. Maar ja, toen puntje bij paaltje kwam in 1944 en ik beslissen moest, toen kon ik het niet. Ik kon het niet tot een goed einde brengen. Maar ik weet wel dat mijn ouderling Thomas Heikoop iedere ochtend even langs kwam en zei: 'Hoe is het nou? Je moet de knoop doorhakken, man en die inderdaad op een moment zei: 'Nou, ik zal jou zeggen, dominee, hoe het is. Je gaat er wél naar toe, maar nu nog niet.' Hij zegt: 'En als je dat beroep wéér krijgt, dat zal ik niet komen vragen of je blijft, maar dan zal ik komen zeggen dat je gaat'. Een hele gedecideerde man. Zuid-Holland op z'n best was dat. Een man van goud.

Dat heb ik toen ook gedaan; dat heb ik eerlijk geschreven. Ik vind altijd: die dominees, die daar omheen draaien... Zo lag het voor mij en men kon het nemen voor wat het was. Toen was de oude dominee Holland dus nog voorzitter van de kerkeraad. 'Die brief zal ik jullie voorlezen', zei hij met zijn sonore stem en toen was die brief uit en zei hij: 'Die brief kunnen jullie bewaren, die brief daar kun je nog op doorgaan, daar is gelukkig geen menselijke vromigheid bij'.

En toen kwam de oorlogswinter. Voor Putten de wegvoering, waarvan je je wel eens afgevraagd hebt: als je er toen geweest was, had je het dan ontgaan, maar dat zijn speculaties, hoor. En wat ons betreft, het was een hele zware winter, waarin het Ardennenoffensief plaatsvond en je gegijzeld werd, moest onderduiken en toch is dat het mooiste jaar van al die drie jaren geweest.'

Putten was waarschijnlijk een totaal andere gemeente, ook geestelijk?

Ds. Kievit:

'Ja, een totaal andere gemeente. Daar kwam ik, wat dat betreft, weer wat meer thuis. Waarmee ik niets van Schoonrewoerd ten nadele wil zeggen, want ik heb er ook geestelijk leven ontmoet en dat is in de prediking ook gewekt, maar in Putten was het inderdaad en ander nest, om zo te zeggen. Het oude Putten met z'n zes ouderlingen en zes diakenen, waarvan er dan nog twee in leven zijn. Niet dat ik daar één, twee, drie thuis was, want ik was eigenlijk nog een hele tijd in Schoonrewoerd en mijn vrouw ook. Maar dat was gewoon een kwestie van geaardheid. Langzamerhand groeide je er in en je moest er heel hard werken en je stond er in een zeer kritieke situatie natuurlijk, met al die wel duizend kinderen bij ons, die geen vader meer hadden.'

U hebt het meegemaakt dat moment, dat bericht moest worden dat de mannen overleden waren?

Ds. Kievit:

'Ik moest dat overal gaan bevestigen, toen de officiële berichten kwamen. De officieuze berichten heeft ds. Holland zélf nog afgekondigd in de kerk. Dat is voor hem ook eigenlijk te zwaar geweest. Kort daarop heeft hij een lichte attaque gehad, heeft hij eigenlijk gedwongen met emeritaat moeten gaan. Ja, hij moest al lang emeritus zijn, maar hij trok zich daar niets van aan. Hij zei: 'Dat is een kerkelijke bepaling, dus daar heb ik niets mee te maken'. Dat kon hij toch niet volhouden.'

Hebt u een goed kontakt gehad met Holland, in die tijd?

Ds. Kievit:

'Ja, toen kwam Boer en toen hebben we daar samen altijd een goed kontakt met ds. Holland gehad. Maar wij waren wel de kapellaans en hij was de pastoor. Ik bedoel niet van hém uit, maar van óns uit hadden wij een groot opzien tegen hem. En dat heb ik tot vandaag toe.'

Was hij nou echt, ik heb hem zelf nooit horen preken, zo'n preker die bijna als geen ander, de gerechtigheid Gods preekte? In Huizen hoor ik ook zijn naam nog wel eens vallen en dat heeft toch op één of andere manier diepe sporen getrokken.

Ds. Kievit:

'Hij was iemand, die dat heel sterk op de voorgrond stelde, maar om alle vroomheid neer te slaan omdat voor God niets en niemand kan bestaan. Maar dan ging de deur van de genade ook ruim, heel ruim open. En daarvan is die Driesumse geschiedenis, die hij me wel eens vertelde, hoewel hij daar heel terughoudend in was, een voorbeeld. Mijn voorganger daar, zei hij, heeft de mensen allemaal in een hoek gepreekt van de ellende, dat ze niet voor God konden bestaan en ik mocht de deur van de genade open doen en toen vielen ze er vanzelf door'. Hij had een hele eigen geaardheid, maar ik heb zélf veel daaraan te danken gehad.'

Als je nu die periode op je in laat werken. Er is nogal eens kritiek geweest op, laat ik zeggen, de geestelijke inslag van Putten met een zekere lijdelijkheid, waardoor ook nauwelijks verzet geboden werd tegen wat er in die oorlogsjaren gebeurde, in Putten. Onderschrijft u dat?

Ds. Kievit:

'Nee, dat onderschrijf ik niet. Ten eerste was er veel ondergronds werk. Onlangs is er een ouderling van 91 jaar gestorven en die had op zijn boerderij de droppings en de Engelse piloten en al wat dies meer zij en zo waren er veel in de gemeente. Dus dat weerspreekt dat al wel. Of degenen, die weggevoerd werden, zomaar uit hun huis, met nauwelijks iets mee te mogen nemen en die daar zo'n martelgang gegaan zijn van kamp tot kamp, zich in de laatste kampen vrij willoos hebben neergelegd om heen te gaan? Wel vaak met het zingen van een psalm. Dat heeft op andere mede-gevangenen wel eens de indruk gewekt van: wat zijn dat lijdelijke mensen. Heeft de Veluwnaar een wat lijdelijke inslag? Niet zo'n geestelijk leven, maar helemaal het leven. Ik heb het altijd hoogst onbillijk gevonden om dat dan aan de kerk te verwijten. Dat is dus wel gebeurd, dat die prediking daar schuldig aan zou staan. Maar men zou hetzelfde kunnen zeggen van zoveel Joden, die ook in kampen omkwamen en die ook niet echt altijd het uiterste deden om in leven te blijven.'

Het verhaal zou te lang worden als ik elk van de gemeenten te gedetailleerd doornam. In Woerden 'zogezegd de eerste Bonder', een benaming waar ds. Kievit bepaald moeilijk mee uit de voeten kan. 'Trouwens, als er 300 Bonders geweest waren in Woerden, dan zal het wel uit geweest zijn'.

Tóch nog geen karakteristieke trek van Woerden: op de Veluwe hadden ze amper ULO en dan gingen ze in Woerden al naar de universiteit. Wel intussen een rijk stadje 'met kaas en zo'.

Opnieuw in Putten werd het een nieuwbouwwijk. Aanvankelijk wel een tikje ervan geschrokken. 'Zodra de sociale kontrole van de buurt ontbrak, was er ineens een rand gegroeid.' Tientallen, die niet meer naar de kerk gingen. Bij het aannemen van een beroep zei overigens een ouderling: 'Dominee, ik had het niet durven hopen, maar je moet goed weten: je bent gekomen om ons allen te begraven'. Ds. Kievit heeft ze wel niet 'allen' begraven maar het 'merendeel' wel.

Leiden, het liep op de laatste benen. 'En toen heb ik gezegd: mag je het jouwe verkiezen, ben je er niet om de kerk te dienen en zou het nu zo erg zijn als je een jaar of wat naar Leiden ging?

Intussen, een beperkt aantal hoorders in een wijkkerk met slechts 275 zitplaatsen. Het meest heeft hem verdroten de hautaine houding in het ministerie van predikanten. Mensen, die er toch zelf niet zo héél veel van maakten maar bij wie je toch niets gedaan kreeg, wat betreft preekbeurten bijvoorbeeld. Een stukje lijden aan het hervormd zijn.

Gouda. 'Na het derde beroep ben ik erheen afgezwaaid.' Aan elke gemeente heeft ds. Kievit goede herinneringen overgehouden. Hij houdt er ook niet van op een gemeente, die hij gediend heeft, te 'hakken'. Want er zit ook altijd een stuk eigen schuld in verdisconteerd. Maar, wat Gouda betreft, je voelt de goede herinnering. Een andere mentaliteit als in Leiden. Een trouwe kern in ieder geval. Een aparte benadering 'toch weer'. Maar, denkend aan Gouda: de jonge mensen! En verder in toenemende mate de invloed van de mensen, die uit de Gereformeerde Gemeenten zijn overgekomen. En nu letterlijk: 'Gouda heeft ook een grote streekfunktie met 'De Driestar'. Er zijn heel wat jongens en meisjes, die belijdenis bij je gedaan hebben en die overal in den lande zitten en dan zo nu en dan nog eens van zich laten horen.'

De Kerk

We ronden het gesprek af met nog wat algemene dingen, de kerk rakende. Het kerkelijk leven heeft, méér dan vroeger, de invloed van het maatschappelijk leven ondergaan. Daarvan dreigt de jeugd de dupe te worden, zowel in prediking als in pastoraat. En verder, de confessie, hoewel niet altijd in ere, had wél een stem in het kerkelijk gesprek. Nu is het allemaal vrij lauw. Hoewel, je moet voorzichtig zijn in je oordeel. Eén van de vroegere synodepraesides, ds. Zeydner, zei eens: 'Je moet geduld met ons hebben, we komen van zo'n eind vandaan'. Niet elke latere praeses heeft dat nog gezegd.

Ds. Kievit was in de na-oorlogse jaren zelf assessor. Hij stemde in zijn synodetijd tegen de nieuwe kerkorde, omdat er te weinig garantie was dat het belijdend karakter van de kerk gehandhaafd werd. Zo'n garantie willen hebben is vleselijk, werd toen tegengeworpen. Maar intussen, vandaag trekt men zich van de hele kerkorde nauwelijks meer iets aan.

Vader Kievit, hoewel kritischer, afzijdiger ten opzichte van het synodale gebeuren, was op de werksynode op de Ernst Sillemhoeve uitgenodigd. Daar werd ieder voor uitgenodigd die wat te betekenen had in de kerk. Hij stuurde 'een leuk telegram' naar Schoonrewoerd: 'Ik ben ziek, ik kan niet'. En dus ging de zoon op verzoek van zijn vader. Die zette hem - 25 jaar oud - als het ware op een kerkelijk spoor, waar hij zelf wat meer moeite mee had.

Maar op het eind van zijn leven zei hij: 'Jongen, blijf maar in die Hervormde Kerk. Als ik eruit zou moeten, zou ik niet weten waar ik naar toe moest. Dan zou ik misschien op mezelf doen, maar dat is ook niks.'

De prediking

Waar wordt intensiever pastoraat bedreven dan in de prediking, als er namelijk zoveel mensen tegelijk aanwezig zijn?

Ds. Kievit heeft aan de prediking altijd veel aandacht gegeven. Eigen stijl, niet slordig in woordgebruik. Maar vooral: 'de omgang met de Schrift brengt je tot teksten, teksten rijp tot preken'. Dat gaat niet zomaar, daar ben je mee bezig.

En in je vrije tijd: je noteert eens zus, je noteert eens zo. 'In de eerste gemeenten lag het preekboekje om zo te zeggen op het nachtkastje. In halve droomtoestand een paar gedachten. Dat was overigens niet vol te houden, want dan was je 's morgens nóg bekaf.'

Het gaat in de prediking intussen - om het met het bevestigingsformulier te zeggen - om naarstig, dat wil zeggen zorgvuldig uitleggen en dan ook toeëigenen van de Schrift.

'Ik vind dat nog steeds een van de mooiste definities. Dan ben je van dat voorwerpelijk-onderwerpelijke af, waar toch geen mens eigenlijk goed mee uit de weg kan, omdat het ergens wijsgerige begrippen zijn.'

Uitleggen: daar moetje voor studeren.

Toeëigenen: dan moetje weten wie je voor je hebt en welke wegen dat Woord in een mensenhart en leven gaat. Obstakels uit de weg ruimen, waarschuwingsborden plaatsen. Zo is prediking een levend gebeuren. Dat hebben mensen ook ervaren. Ze hoorden niet vrijblijvend wat een dominee zei, het werd toeëigenen, vertroostend, vermanend 'hoe dan ook'. Het kwam in ieder geval ergens aan.

Dat toeëigenen, het bevindelijke element, is 'een omstreden zaak onder ons'. 'Want je zou dan zelf - en dat klinkt heel oud-gereformeerd - óók wel eens wat moeten bevinden. Om in de goede zin van het woord bevindelijk te preken. 'Het Woord zal je zelf wel eens veroordeeld hebben, voordat je met dat Woord een oordeel over de gemeente uitspreekt'. Zou dat bij elke prediker aanwezig zijn of zit hij vast in een systeem of in een 'vast loopje', zodat de hoorders zeggen: dat heeft hij toch ook gezegd en hij heeft toch ook nog gewaarschuwd?

Je kunt dan ook van alles bij elkaar harken om ook nog een beetje bevinding te hebben. Toeëigening is toeëigening vanuit de Schrift.

Dan moet ik aan de andere kant zeggen, dat er toch ook weer een generatie predikanten is, die dan hier wel niet hun sterkste kant vinden, maar dat toch wel weer zien en dan trachten vanuit de uitleg van de Schrift de Schrift ook toe te eigenen. Zodat het geen losse delen worden, maar organisch het één uit het ander voortkomt. En dat is heel veel waard.

Ik ben voor één ding altijd verschrikkelijk dankbaar geweest, als ik, toen ik dacht dat ik dominee zou kunnen, mógen worden (ik kon het eigenlijk helemaal niet) weleens gevraagd heb: Heere God, als ik nou dominee word en nou één mens onder de prediking tot U zou komen, dan zou ik er al niet voor niets zijn. Maar wilt U alstublieft geven, dat Uw kinderen niet die bediening de rug toekeren, want dat zou ik het ergste vinden wat mij zou kunnen overkomen. Dat ze zouden zeggen: nee, dat is het niet. Nou klinkt het hoogmoedig om te zeggen: dat is nergens gebeurd, maar dat is Goddank, ook nergens gebeurd!

Maar dan ontveins ik mij niet en dat was in mijn eerste gemeente, datje hele taalgebruik, je hele vermijden van versleten uitdrukkingen de mensen iets geeft van: waar is nou dat... (vult u zelf maar verder in).'

De Gereformeerde Bond

Over de Gereformeerde Bond behoeven we het niet zo lang te hebben. Ds. Kievit ziet verrechtsing, liever nog verschuiving. Men gaat terug naar termen, zónder al te veel studie. En de gemeenten laten het over zich komen. Maar de gemeente voelt het wel, namelijk of het echt is of niet. In kerkeraden is er verstrakking. Men zoekt soortgenoten, waardoor de kerkeraad verrechtst.

De plaats van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk is ambivalent. De Bond kan eigenlijk in de kerk niet... Toch is deze er om het Woord te bewaren. 'Gij hebt Mijn Woord bewaard.' De Gereformeerde Bond moet een beweging zijn, betrokken op het geheel van de kerk. Gereformeerde Bondsgemeenten zijn er niet. Hoewel de benaming niet te vermijden is.

Onder de leervicarissen - 25 in totaal - waren er héél wat die afzwaaiden van de Bond. Maar we moeten ze niet te gemakkelijk afschrijven. Mensen - ook predikanten - moeten zich kunnen blijven uitspreken.

Onvermijdelijk

Toen ik naar Gouda ging voor het vraaggesprek met ds. Kievit was één vraag onvermijdelijk. 'Hoe is het nu om predikant te zijn in het voetspoor van een vader, die er zijn mocht.'

Eigenlijk was die vraag overbodig, want door het hele verhaal heen lag het antwoord, bedoeld of onbedoeld, al klaar.

Vader Kievit was 'voorbiddend ten aanzien van zijn bediening'. Tegen de gemeente Putten zei hij: 'Beste gemeente, ik heb u zelf nooit mogen dienen maar ik geef u het grootste geschenk: mijn zoon'. Wesseldijk en Emmen (leden van het, moderamen van de synode) gingen op bezoek bij vader. 'Hij legde zijn hart open, de witte zakdoek kwam eraan te pas. Wat hebben jullie een goed moderamen.' En als Kersten op bezoek kwam: óók de witte zakdoek, maar laten we het niet over de politiek hebben.

In Woerden werd Kievit bevestigd door Boer, de vragen voor de bevestiging werden opgesteld door vader Kievit.

'Mijn prediking was anders, zegt Kievit jr. Maar aan het eind van de bediening van sr. wisselden we preken uit. 'Ik doe het anders, maar jij rommelt tenminste niet', zei Sr. Hij kon wel met een preekschets van zijn zoon de preekstoel op.

In vertrouwde gemeenten als Baarn en Putten werd gezegd: 'doe ik mijn ogen dicht dan hoor ik je vader; doe ik ze open dan zie ik je moeder'.

Dat vader Kievit in bepaalde kringen 'zo van stal gehaald wordt' doet pijn. Ze hebben hem in zijn leven niet gekend! Politiek bleef hij altijd A.R. Daarin bleef hij 'Visscheriaan'. En ten aanzien van zijn 'Verbond en Verkiezing' (een geliefkoosd thema, v. d. G.): 'tweeërlei kinderen des Verbonds' was enerzijds anti-Woelderink. Maar het wilde wel de verstarring ten aanzien van de verkiezing doorbreken. Tweeërlei, maar wel beiden kinderen des Verbonds, een element dat b.v. in de Gereformeerde Gemeenten niet functioneert.

Een herdruk van het befaamde boekje heeft er niet mogen komen. Er moest een vervolg komen, waarin de praktische uitwerking werd verwoord. Het verbondsmatige werd namelijk sterker bij Kievit sr. Toen de dochter van Kievit jr. gedoopt werd was de tekst Psalm 106: Aanschouw het verbond... 'De doop is van alle beloofde heil vervuld', zei hij.

Vader Kievit had intussen diep respect voor de vroomheid van Woelderink. Hij kon achter de schrijfmachine scherp zijn, óók tegenover Woelderink; maar in de huiskamer liet hij zich corrigeren, omdat hij het zélf doorworsteld had. Daarom kon hij ook tegen zijn kinderen zeggen: 'hebben jullie er ook geen zin in? '

'Grootvader had altijd gezegd: In de Hervormde Kerk komt de Heere terug. Men ging dan ook in Zeeland óf naar de Hervormde kerk of men ging thuis preek lezen. De tijd is nu al voorbij, dat men zeggen kan: in de Hervormde Kerk kun je wel bekeerd worden, maar voedsel moet je daarna elders vinden. In de gescheiden kerken is meer het "schoolse" gekomen, "het systeem".'

Persoonlijk

Wat er van mij geworden is?

Ik heb de voorbede van de gemeenten ervaren. Ik heb graag gepreekt.

Ik heb ervaren dat "anecdoten" uit het leven van ouderen, ook van vroegere predikanten, het bij de jongeren vandaag ook doen. Het maakt wat uit als je God vreest. Dat trekt sporen voor de huidige generatie en voor de toekomstige.'

Aan het slot

Ik stond op om weg te gaan. Ds. Kievit zegt met enig heimwee: Arie den Hartogh was deze week nog hier en vroeg: kan jij het je nu voorstellen, veertig jaar dominee geweest? Nee, het is als was het een film.

Dan lopen we de kamer uit, waar een bandrecorder in de hoek staat: 'Daar staat Boer op me te wachten. Maar ik kan het nog niet aan. Dat raakt me emotioneel te veel'.

Bij de deur zegt ds. Kievit. Hopelijk was er in dit gesprek een 'handvol koren'. 'Het zal ruisen als op de Libanon', zei ik. En de volgende morgen zat ik onder het woord van zijn collega, óók de dienst begonnen in Schoonrewoerd:

'Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk een mens het zaad in de aarde wierp en voorts sliep en opstond, en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist hoe. Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar...' (Marcus 4 : 26-28).

Het zaad zal toch vrucht dragen...!


Bijgaand plaatsen we een interview met ds. L. Kievit, die op 16 augustus a.s. hoopt te herdenken dat hij veertig jaar predikant is. Het werd een lang verhaal. Het laat zich echter moeilijk in tweeën delen. Daarom plaatsen we het toch in één keer. Zoveel mogelijk hebben we ds. Kievit zelf aan het woord gelaten, al moest één en ander toch soms kort worden samengevat. We feliciteren op deze plaats ds. Kievit, die ook deel uitmaakt van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, van harte met dit jubileum. In het ambt jubileren is er eigenlijk niet, tenzij: voor het Aangezicht des Heeren. Maar dan mogen we ook elkaar (hem en zijn vrouw) de hand drukken. De handdruk heeft in de gemeente een diepe betekenis.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ds. L. Kievit veertig jaar in het ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's