Uit de pers
Een leven in dienst van de zending
In het Centraal Weekblad is een van de vaste medewerkers dr. J. v. d. Linden, die zeer regelmatig boeiende bijdragen levert op het terrein van de zending, oecumene en de ontmoeting met andere levensvisies. In het nummer van 4 augusutus vond ik een artikel over de bekende zendingspredikant ds. A. Pos die jarenlang op Java gewerkt heeft. Van der Linden karakteriseert hem als een dienaar van Christus die met grote liefde en bezieling mensen voor Christus zocht te winnen.
'De gereformeerde zending zag zich daar haar taak gewezen om dit volk met zijn oer-oude cultuur het evangelie te brengen. Ds. Pos was een van de zendelingen in Yogya, op zijn post: de juiste man op de juiste plaats. Hij wist zich dienaar van Hem, Die langs de sawahs en de dessa's op Java ging om de Zijnen bijeen te brengen. Pos kende ook maar één verlangen, dat volk te brengen bij de 'Panutan kang sedjati", de ware Leidsman.
In Tungkak, een dessa aan de rand van de Yogya, bij een ontmoeting met enkele eenvoudige dessamensen, mocht ik meemaken hoe dat toeging en wat zich daarbij afspeelde. Dat was ontroerend in z'n eenvoud. Het was ook uniek. Die westerse zendeling temidden van een groepje Javanen, waaronder enkele christenen, die net als in de eerste christenheid niet vele rijken en edelen telden. Zij behoorden tot de stand, die in het Javaans genoemd wordt "de kleine man".
Pos zat daar, als een van hen, zó vertrouwenwekkend, zó helemaal bij deze mensen, dat zij wel moeten gevoeld hebben zijn liefde voor hen en zijn zorg voor die "armen van goed en geest". Zo'n dienaar van het evangelie krijgt ook een echo, nee, ik moet het anders zeggen: door hem krijgt de Heer der zending een echo uit mensenlevens. Die Hij Zelf leidde naar de bronnen van wat voor de Javaan het hoogste is, "het levende water".
Daar zat in Tungkak een oude man die uit die bronnen gedronken had. Toen hij hoorde dat ik binnenkort naar Nederland zou terugkeren vroeg hij uitdrukkelijk om ''ze in Nederland te danken, dat zij mensen hadden willen sturen om zijn volk de weg te wijzen naar Jezus". Nog liever was hij meegegaan, maar dat was onmogelijk, gezien zijn leeftijd en de afstanden. "Maar", zei toen die oude baas, ''het hoeft ook niet, ik hoef niet die reis te maken, want straks in de hemel zijn er geen afstanden meer en zullen we samen Hem danken. Die ons riep''.
Deze oude christen-Javaan had iets ontdekt van het visioen: een volk uit alle geslacht en taal en natie, dat door de wereld trekt op weg naar de toekomst. Uit dat gezicht leefde hij, daarheen wist hij zich op weg met zoveel anderen.
Niet dat alle Javaanse christenen daarnaast gezet kunnen worden. Maar we hebben ze toch zien komen in de vele dessa's op Midden-Java, gegrepen door het evangelie, om hun leven ter beschikking te stellen van hun Heer om met Hem op weg te gaan door de woestijn waar ze de bronnen wel wisten te vinden.
Pos heeft met heel zijn grote hart deze kleine, vaak armelijke groepjes christenen geleid. Hij wilde daarin op zijn Meester lijken en ik denk nog graag, dat vele Javanen hem zo hebben ontmoet en in hem de Meester herkenden.
Met zijn aanleg, door liefde gedrongen, wist hij dat voor een mens zijn medemens het allerbelangrijkst is. Die had recht op zijn eerbied en liefde. Zo heeft hij in Yogya gediend, zo ruim en zo diep als hij dat vermocht. Hij hield intens veel van het Javaanse volk, verstond wat Adriani eens had gezegd: "niet iedere persoon wint bij intiemere kennismaking, maar ieder volk wél''.
'Vanaf het begin heeft de zending begrepen dat het evangelie een speciaal woord heeft aan de armen van goed en geest. Het fundament van de Javaanse kerken is met zulke stenen gelegd.'
Men zou het werk van Pos kunnen karakteriseren als: met het Evangelie dicht bij de mensen komen in elk opzicht, geestelijk en maatschappelijk, om hen dicht bij Christus te brengen. Ook in de crisis die in Azië ontstond en die leidde tot zelfstandigheid van vele volkeren en het einde van het kolonialisme heeft Pos een helder geluid laten horen. Juist zendingsmensen zagen vaak al jaren tevoren heel scherp wat zich aankondigde en wat voor velen in Nederland nog onbekend was. Nu in onze tijd allerlei discussies gehouden worden, vaak zeer vermoeiend, over dialoog en getuigenis, is het goed om te lezen hoe in de praktijk van het werk al jaren terug dienaren van het Woord getuigden van hun Heere, in een houding van eerbied en respect voor het volk waaronder zij werkten. Wij doen er goed aan de historie van de zending en het verhaal van al die mannen en vrouwen die in dienst van de zending zijn uitgegaan niet te vergeten.
***
De oorlog tussen Iran en Irak
De onrust in het Midden-Oosten duurt voort. We denken niet alleen aan het bloedige conflict tussen Israël en de PLO in Libanon, maar ook aan de oorlog tussen de golfstaten Iran en Irak, een brandhaard die bijzonder gevaarlijk is gezien allerlei belangen waar grote mogendheden bij betrokken zijn. In Hervormd Nederland van 31 juli spreekt prof. dr. A. Wessels over een 'zeer bloedige oorlog' die naar gezegd wordt enorme aantallen slachtoffers heeft geëist. Wat zit er achter dit conflict? Is het een religieus conflict?
'Het religieuze element speelt ongetwijfeld mee in de strijd tussen Iran en Irak. Khomeiny staat aan het hoofd van een van de weinige landen waar shi'ieten niet alleen in de meerderheid zijn maar ook aan de macht. Shi'ieten worden ook gevonden in landen als Syrië, Libanon en India. In het naburige Irak zijn zij zelfs de grootste groep en datzelfde geldt voor sommige Golfstaten zoals Bahrein. In het aan de Golf grenzende gebied van Saoedi-Arabië worden ook shi' ieten aangetroffen. Maar in tegenstelling tot Iran is er officieel in Irak geen confessioneel bewind maar een Ba'th-regime. Zojuist werd de veertiende verjaardag gevierd van het in Irak aan de macht komen van deze socialistische partij. Jarenlang vertoefde de door de sjah verbannen Khomeiny in Irak in een van de heilige steden voor de shi'ieten, Najaf, waar de grote man voor de Shia'ah-islam, de neef en schoonzoon van Mohammed, ' Ali, begraven zou liggen. Eveneens bevindt zich in Irak een beroemde plaats voor de shi'ieten, Kerbella, waar de zoon van Ali, Hoessein, stierf in zijn strijd tegen de troepen van de soennitische kalief Yazid van Damascus. Zijn martelaarschap wordt elk jaar op de tiende Mharram door de shi'ieten als een soort Goede Vrijdag gevierd. Khomeiny's waarschijnlijk niet onvrijwillig vertrek uit Irak naar Parijs in oktober 1978 zal bepaalde gevoelens bij hem hebben achtergelaten ten opzichte van Irak, dat hem overigens vijftien jaar asiel verleende.
Al enige jaren is er sprake van wat wel de herleving van de fundamentalisdsche islam wordt genoemd. De islamitische revolutie in Iran is daar de meest opvallende exponent van. Maar een dergelijk soort fundamentalisme beperkt zich niet tot de shi'ieten, ook niet tot de moslims, maar komt evenzeer onder joden en christenen voor. Het is kortweg een oecumenisch verschijnsel. Van een dergelijk fundamentalisme is ook sprake in een door overwegend soennitisch-moslims bewoond land als Egypte. Men kan denken aan de bewegingen daar als die van de Moslim Broeders (en Moslim Zusters), djihad (heilige oorlog), of de Soldaten van Allah. Uit deze of dergelijke gelederen kwamen de krachten voort die president Sadat op 6 oktober 1981 om het leven hebben gebracht. In februari van dit jaar was er een soort opstand in een bolwerk van de Moslim Broeders in Hama in Noord-Syrië, die door president Hafes el Assad zeer bloedig werd neergeslagen. Als christelijke voorbeelden van fundamentalisme in het Midden-Oosten kunnen de Falangisten in Libanon worden genoemd, of een andere groep daar als de Beschermers van de Ceder. Het is ook duidelijk dat vergelijkbare rechtse fundamentalistische krachten momenteel in Israël aan de macht zijn, de Likoedpartij gesteund door rechtse godsdienstige groeperingen. Het is van belang erop te letten, dat dit te pas en vooral te onpas gebruiken, of beter misbruiken, van God en godsdient, of het nu jodendom, christendom, of islam is, door allerlei partijen en groepen, niet alleen verduisterend werkt voor wat er werkelijk aan de hand is, maar ook tot extremismen leidt die elkaar wederzijds oproepen, ja soms zelfs steunen.
Wessels wijst op andere factoren die meespelen. Met name de wapenhandel speelt een grote rol. Ook de oliebelangen zijn in het geding. Het gaat om een strijd om allerlei nationale en internationale belangen. Op de buitenstaander maakt het geheel een verwarrende indruk. Nationalistische, economische en godsdienstige factoren spreken mee. Het is goed om dit complex in het oog te vatten. Niettemin valt de religieuze factor, n.l. de herleving van de Islam niet uit het oog te verliezen. Wessels spreekt van een herlevend fundamentalisme. En hij wijst op parallelle verschijnselen, ook onder christenen en joden. De vraag die bij mij boven kwam is of we deze verschillende bewegingen kunnen vangen onder het verzamelbegrip 'fundamentalisme'. Lezing van het onlangs verschenen bulletin 'Rondom het Woord' dat aan dit onderwerp gewijd is heeft me ervan doordrongen hoe voorzichtig men moet zijn met een klakkeloos gehanteerd begrip 'fundamentalisme'. Ook typeringen als 'rechts' en 'links' waarbij fundamentalisme doorgaans vereenzelvigd wordt met 'rechts' zijn weinig verhelderend.
***
Een reisimpressie
Juli-augustus zijn voor velen de maanden van reizen en trekken. In het blad Opbouw trof ik enkele artikelen aan van drs. P. J. v. Kampen die in het voetspoor van Paulus Griekenland bezocht heeft en van Filippi naar Thessalonica gereisd is. Uit zijn reisverslag het volgende:
'Een grote basiliek, met lange rijen pilaren, halve koepels, een hoog houten dak. Binnen de gebruikelijke Grieks-orthodoxe attributen. Wierook van net geleden verdrijft de geur van wierook die al eeuwenlang verschraald in het gebouw hangt.
Ikonen, vaak beroet en donker. Flakkerende kaarsen. Priesters met een soort zwarte kachelpijp op hun hoofd en een zwarte toog aan, met een indrukwekkende baard, zwart of wit, al naar gelang de leeftijd. Fraaie mozaïeken, fresco's, wandschilderingen van eeuwen geleden. Heiligen kijken je onbeweeglijk aan. Naast Hagios Demetrios, de kerk van de heilige Demetrios, heb je ook de Hagia Sophia, de kerk van de Heilige Wijsheid, de Ousios David, de heilige David, de Pan Hagia Chalkeon, de zeer heilige kerk van de smeden. En ga maar door. Overal heiligen. Overal kleine kerkjes, kleine torens, kleine raampjes, veel koepels, fijn metselwerk rond de daklijst, rond de ingang.
Nederige kerken. Hun gebrek aan pretentie wordt nog benadrukt door de hoge flatgebouwen, die er veelal omheen staan en hen nietig maken.
Al die kerken staan er uiteindelijk omdat Paulus en Silas de stad bezocht hebben.
Paulus en Silas waren niet zonder kleerscheuren en ongeschokt uit hun avontuur in Filippi tevoorschijn gekomen. Ook in Thessalonika ging het niet allemaal vanzelf. We lezen erover in de Bijbel,
Handelingen 17. In dit geval geen problemen met de Romeinse overheid - die was er ook bijna niet, want Thessalonika was een "contitio libera", een "vrije stad". Er mochten in de stad geen Romeinse militairen gelegerd zijn, men had min of meer zelfbestuur en de mensen in Thessalonika mochten hun eigen munten slaan.
Weinig Romeinen dus, maar wel veel Joden. Al drie eeuwen voor Paulus' komst waren Joden in Thessalonika gearriveerd, voornamelijk handelaars. Paulus ging naar de synagoge, waar hij - zoals altijd - over Jezus sprak, die de beloofde Messias van Israël zou zijn. Ook over Jezus' dood en opstanding sprak hij. Hij "behandelde" drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften (het Oude Testament), door aanhalingen uitleggende dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden''.
Hij had sukses, lezen we, maar niet in de eerste plaats bij de Joden zelf. ''En enigen van hen lieten zich overtuigen en sloten zich bij Paulus en Silas aan, en ook een grote menigte Grieken die God vereerden, en tal van voorname vrouwen." (Hand. 17 vers 4). Het was voorspelbaar dat er moeilijkheden door zouden ontstaan en die kwamen ook. Net als in Filippi bleek Thessalonika in het bezit te zijn van een soort beroepswerklozen of anderen die tuk zijn op een verzetje. Het volk kwam de straat op en het huis van Jason, waar Paulus verbleef. werd bestormd. Wat was de aanklacht? De vreemdelingen hadden politieke standpunten verkondigd. Ze hadden Jezus "kurios" (heer) genoemd, terwijl toch alleen de keizer die titel mocht ontvangen...
Ze hadden, zei men, de wereld op zijn kop gezet. (Natuurlijk kun je, met zeker zoveel recht zeggen, dat de wereld al op zijn kop stond. Paulus zette hem weer goed. Niet Caesar, maar God is heer van de wereld.)'
Van Kampen wijst erop hoe Paulus in Thessalonika een gemeente achterlaat die nog maar net op eigen benen staat. Twee brieven dienen er toe hen te versterken en te bemoedigen. Een hele afstand scheidt ons van de reis van de apostel. Het Thessalonika van toen en het huidige Saloniki zijn twee werelden. Maar gebleven is het Woord dat de eeuwen overspant. Noordmans wijst er in een van zijn meditaties op hoe de Geest Paulus naar Europa gebracht heeft. Alleen in het spoor van Woord en Geest heeft de Kerk toekomst, wat de tijdsomstandigheden ook mogen zijn. Want Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's