De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Enkele weken geleden overleed ds. P. A. A. Klusener. We plaatsten in ons blad toen een/n memoriam (helaas met een fout in de kop - S. P. A. A. Klusener i.p.v. ds. P. A. A.). Ds. Klusener schreef regelmatig in het kerkblaadje van de Vrienden van Kohlbrugge. Zijn 'overpeinzingen van een bejaarde emeritus', geplaatst in één van de laatste nummers van dat blaadje, namen we in deze rubriek over. Er volgde nog een tweede deel in het nummer van 9 juli, ongeveer een week voor zijn heengaan. Treffend dat dit het laatste was. We nemen het hier geheel over:

'Dankt God in alles

Zijn gouden ambtsjubileum hadden we met blijdschap gevierd en de dankdienst in de oude kathedraal eindigde in het machtige loflied: Halleluja, eeuwig dank en ere...

Niet lang daarna traden bij onze nestor, die ook na zijn emeritering zijn plaats in het midden van zijn ambtsbroeders was blijven innemen, de bezwaren van de ouderdom aan het licht. Vooral in de ziekenhuizen ging hij graag voor, maar de thuisreis op de brommer bekwam hem vaak slecht. Vandaar dat vrouw en kinderen vonden, dat hun man en vader hoe ongaarne ook - ermee moest stoppen. Omdat ik als ziekenhuispredikant de diensten in de diverse huizen regelde, werd mij verzocht eens nadrukkelijk met hem hierover te praten. Geen prettige taak, maar wel één waar ik me moeilijk aan kon onttrekken! De volgende zaterdagmorgen belde ik aan. Mevrouw, die opendeed en wist waar ik voor kwam, excuseerde zich in verband met boodschappen die nodig moesten worden gedaan. We hadden dus het rijk alleen. Ik zat op spelden. 'Zo en jij komt zeker met het oog op een paar beurtjes? ' Toen moest het hoge woord eruit en kwijtte ik me van mijn onplezierige taak. Het was even héél stil; toen hoorde ik hem zeggen: 'Ze hebben gelijk... ik ben niet meer bedrijfszeker'. Het deed hem leed... mij trouwens ook. Wat hij al wel had voelen aankomen werd hem, toen het zover was, even te veel. Na een diepe zucht vroeg hij: 'Ach, waartoe besla ik nog onnuttelijk de aarde? ' Het klonk als een klacht!

Toen heb ik het gewaagd om te zeggen: "t Is dat de apostel verbiedt een oud man hard aan te vallen, anders zou ik het hebben gedaan! U hebt 50 jaren het Evangelie mogen bedienen en krijgt geen spreekverbod opgelegd: U hebt uw rubriek in de kerkbode (totdat ook dat bezwaarlijk werd). U kunt alleen niet meer preken...'. Toen zijn vrouw thuiskwam en hoorde wat er was afgesproken, verzuchtte zij uit de grond van haar bezorgde hart: 'Gelukkig!'

Dat is nu een kwart-eeuw geleden, maar ik moet er telkens aan terugdenken. Wat ik toen mijn vaderlijke vriend ds. A. de Voogd (wiens nagedachtenis hier geëerd moge worden) meende te moeten voorhouden, mag ik nu tot mijzelf zeggen nu ik na 55 jaren te hebben mogen preken hiermee meen te moeten ophouden. Ook nu moge de dankbaarheid het winnen van enige weemoed die begrijpelijk is! 55 jaren... dan heb je toch echt niets te klagen!'

***

Ds. G. Mulder te Hasselt nam i.v.m. het Heilig Avondmaal in het Hervormd Kerkblad voor Kampen e.o. hetvolgende gedicht in zijn wijkberichten op van de vroegere ds. Johannes Groenewegen

'Hier komen tot dat bruiloftsfeest,
Als rechte tafelvrinden,
Alleen de armen naar den geest,
En die geen leven vinden,
In al wat buiten Jezus is.
De Koning zit hier aan den disch,
En ziet daar al de gasten:
En let wie rechte honger heeft.
En wie met and're spijze leeft.
Schoon z' in den schotel tasten.
Hij ziet het heilbegerig hart.
Van verre tot Hem komen.
Hij ziet haar klachte en haar smart.
Haar vrees en heilig schromen,
Hij ziet haar als van verre staan.
Haar zondig hart Hem bieden aan.
Haar pleiten op Zijn wonden.
Haar roepen om de vrucht en kracht
Van Zijn geroep: het is volbracht,
Tot zoening voor haar zonden.'

***

Prof. dr. B. Goudzwaard en drs. J. van Barneveld - zichzelf aanduidend als resp. 'Calvinist', en 'evangelisch christen' - roepen ons volk op tot grote schuldbelijdenis. 'Deze tijd waarin ons volksbestaan op tal van wijzen wordt bedreigd, roept om een hernieuwde bezinning.' Zo schrijven Goudzwaard (hoogleraar aan de V.U.) en van Barneveld (directeur van de evangelische hulporganisatie Tear Fund) in een rondzendbrief. Er is een parallellie tussen Ninevé en Nederland:

"omdat de grote moeiten waarin wij zijn gekomen, de dreiging van vernietiging, de overmacht van de moderne techniek, de voortwoekerende volks- en welvaartsziekten, de steeds maar stijgende werkloosheid, de vergiftigde natuur tot soms onder de huizen toe niet op zichzelf staan.Wij hebben vertrouwd op het werk van onze eigen handen.

Onze eigen economische groei zou ons geluk brengen, onze nucleaire techniek veiligheid. De overheid stond garant voor onze welvaart en van de vorderingen van de medische wetenschap hebben we de gezondheid verwacht. Daar lag en ligt nog goeddeels onze hoop, ons vertrouwen. Daarin zijn wij dwaas geweest en wij voelen ons ook beschaamd. Want in dit alles is er toch steeds ook iets aanwezig geweest van ons afkeren van de Heere, Die in generaties voor ons zo overduidelijk zijn trouw bewezen heeft. We hebben het beter geweten. Door ons toedoen, mede door onze schuld lijden mensen in de armste landen, vrezen Oost-Duitse moeders en zien onze eigen kinderen vaak geen toekomst meer. Ook het ongeboren leven offeren velen velen nu op uit motieven van gemakzucht."

Alleen in de erkenning en aanvaarding van die schuld als onze eigen last kan er een plaats komen voor de vergevensgezindheid van de Heere, zegt de brief.

Terecht wijzen Goudzwaard en Van Barneveld erop dat het geloof zich niet beperkt tot individualistische beleving ervan maar dat er in het geloof ook altijd sprake is van collectieve schuld. Wij en onze vaderen hebben gezondigd, zeiden de profeten. De hartekreet van deze twee briefschrijvers nemen we dan ook graag ter harte. Men wil bij voldoende deelname ëen dienst van boete in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Secretariaat van de actie Rondzendbrief: Columbusstraat 68, 3772 KP Barneveld.

In CD/Actueel, het orgaan van het CDA, schrijft mr. Aat de Jonge, tweede-kamerlid voor het CDA, over 'Beweging in de Vredesbeweging'. Zijn stuk, waarin hij ook aandacht vraagt voor het Hervormd Beraad voor Vredesvraagstukken (HBV), is vandaag, gezien de discussies rond het IKV, zeer actueel. Uit zijn artikel enkele passages.

'In het bijzonder meen ik dat het HBV voor het CDA van betekenis is. Immers velen van de leden en kiezers zijn lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk. Overheid en kerk staan in bijzondere verhouding tot elkaar. Let wel: tot elkaar niet tegenover elkaar. De laatste jaren is het veeleer op het laatste gaan lijken. Steeds meer zijn politiek en kerk in een strijdvaardige houding tegenover komen te staan in plaats van naast elkaar. Waarom behoren politiek en kerk naast elkaar te staan? In de visie van het CDA behoort dat zo te zijn, omdat beide ten diepste eenzelfde doel kennen: het dienen van God en de naaste. De politiek in politieke zin, de kerk in pastoraal-diakonale zin. In allerlei kerkelijke contacten, op spreekbeurten, in gesprekken met jongeren en ouderen merk ik hoeveel moeite velen hebben met de gegroeide afstand tussen kerk en politiek. En het lijkt wel in het bijzonder: de afstand tussen kerk en christelijke politiek. Dat is een slechte zaak omdat dit het gemeenschappelijke in gevaar brengt.

En dan te bedenken dat het spreken van de kerk voor b.v. het CDA van bijzondere betekenis wordt geacht. Sommigen, ook binnen het CDA beginnen daaraan te twijfelen. Ten onrechte zo meen ik, mits men zich in de kerk en de (christelijke) politiek samengebonden weet "rondom het ene evangelie van Jezus Christus", zo formuleert de begeleidende brief bij de "Oproep" van de Stichting HBV. Bekende CDA'ers onderschreven deze oproep: drs. P. B. R. de Geus, mr. C. van Veen, oud-kamerlid Tolman en mevrouw Van Ruler-Hamelink. (Allen oud-CHU-leden, red.)

De "Oproep" van het HBV richt zich tot de Generale Synode van de Nederlands Hervormde kerk, omdat deze in het synodale schrijven van augustus 1979 (het bekende "blauwe boekje") gepleit heeft voor eenzijdige nucleaire ontwapening. Het is niet te ontkennen dat, naast instemming, door deze stellingname velen vervreemd zijn van de kerk. "Een geestelijke worsteling binnen onze kerk is noodzakelijk en behoort wezenlijk bij een kerk die leeft", stelt de "Oproep". De ruimte voor deze worsteling heeft de synode echter te zeer beperkt, zo niet ontnomen, door het Synodale standpunt "op intolerante wijze tot de enig juiste te verheffen".

Het HBV heeft een ruimere doelstelling dan het bestrijden van de opvatting van de Hervormde synode inzake een eenzijdige ontwapening. "Het is onze overtuiging, dat de kerk zich teweer moet stellen tegen de gedachte dat de noodzakelijke verandering van mens en wereld tot stand komt alleen door de structuren waarin wij leven te wijzigen. Wij venA/erpen de materialistische exegese en verlangen een prediking van de voor en door ons gekruisigde Christus in plaats van een verkondiging van een revolutionaire, maatschappij-hervormende Jezus"

(...) - Juist in de vrede-en-veiligheidsdiscussie blijkt dat én overheid én kerk samen vanuit een christelijke inspiratie "regeren". De een regeert niet over de ander, noch andersom. Er is sprake van een dualiteit, een twee-heid.

- Overheid en kerk mogen niet onverschillig tegenover elkaar staan, elkaar niet zomaar vrijlaten. Zij hebben elkaar iets te zeggen. Voor de overheid is de kerk niet een willekeurige vereniging. Er bestaat niet zoiets als een soevereiniteit van een eigen kring. Polarisatie tussen kerk en politiek bevordert dat. Polarisatie binnen de kerk doet afbreuk aan diezelfde gemeenschap (der heiligen). Eenheid van heel het volk en heel de kerk lopen dan gevaar.

- Het spreken van de kerk, alsook het regeren van de overheid is nooit volkomen, is nooit af en volmaakt. Dat besef moet tot bescheidenheid en voortdurende bezinning leiden. Onze "menselijke" vrede zal altijd een slechte afspiegeling blijven van Gods vrede. Het is een misvatting te menen dat door afwijzing van (kern)wapens de schepping gered zou kunnen worden.

- De kerk heeft o.a. tot taak ons (politici) de kenmerken, grondtrekken van die Godsvrede uit te leggen, te verklaren. Wat betekent die Godsvrede voor mensen en volkeren? Op deze orthodoxie volgt direct de orthopraxie: het oprichten van tekenen in de politieke praktijk door de overheid, zij het dat tussen beide enige distantie bestaat, omdat de bijbel geen politiek dagboek is. (...)

- Een aldus optredende overheid is geen neutrale overheid, nee, dat is een overheid als dienaresse Gods, zoals het CDA zegt. Dat betekent: een overheid die dienend regeert en regerend dient. Een overheid die zich verre houdt van én besluiteloosheid én van despotisme.

Een overheid die beseft dat een hogere macht regeert, maar tegelijkertijd zich realiseert dat zij niet verder kan gaan dan de zwakheid van de tijd verdraagt. Ontmoeten hier theocratie en democratie elkaar niet in het christendemocratisch denken? De christelijk-historische denker Hoedemaker heeft eens geschreven: "Het is dwaas het onmogelijke te zoeken, maar het is even dwaas, ja, goddeloos zich bij het verkeerde neer te leggen". Die spanning zit in het christen-democratisch denken o.a. over vrede en veiligheid.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's