Overpeinzingen over bevindelijke prediking
Wie God is voor zijn volk... dat is geloofsbevinding.
Ook dit jaar had ik weer een aantal theologische werken in mijn koffer gestopt. Maar - eerlijk gezegd - ze zijn ongelezen gebleven. Ik ben deze keer - temidden van de prachtige Zwitserse bergwereld - niet verder gekomen dan wat overpeinzingen over bevindelijke prediking. Dit verhaal heeft dan ook geen wetenschappelijke pretenties. Het zijn zo maar wat losse gedachten, die ik aan het papier toevertrouw met als enig oogmerk dat de lezers er over doordenken!
Aanleiding
Wie ooit vertoefde in de Alpenwereld, heeft misschien ook wel de indruk opgedaan dat de Psalmen gingen spreken. 'Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de Heere rondom Zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid' (Ps. 125). Wie God is voor zijn volk... dat is geloofsbevinding. Daarover o.m. preken, dat moet bevindelijke prediking zijn. De laatste decennia komen de vragen rondom de bevindelijke prediking min of meer regelmatig aan de orde. Eerst in de vorm van discussies tussen de richtingen in de Hervormde Kerk, waarbij ik denk aan geschriften en artikelen van H. Berkhof, G. Boer, H. G. Abma en A. A. van Ruler. Wie herinnert zich niet de briefwisselingen tussen Berkhof en Boer, Van Ruler's artikelen en de reakties daarop en de bezwaren van Abma tegen de midden-orthodoxie?
Wat is bevindelijke prediking eigenlijk? Uit diverse (positieve) reakties op mijn serie artikelen over de verstaanbaarheid - eerder in dit blad gepubliceerd - kwam o.a. naar voren, dat men diverse mis(ver)standen met betrekking tot de bevindelijke prediking signaleerde in de gemeenten.
Maar er was nog een aanleiding waarom ik kwam tot mijn overpeinzingen. In een brief naar aanleiding van een preek stond: '... maar het Schriftuurlijk-bevindelijk element kwam wat te mager over'. Je kunt er op reageren of eventueel naast je neerleggen, maar je kunt en mag het ook voor de Heere neerleggen en vragen om een teken of de prediking is naar Zijn Wil. En Hij gaf... meerdere tekenen! Nu kunt u begrijpen hoe je tot bepaalde overpeinzingen kunt komen. En dan kunt u ook begrijpen hoe blij ik was met het interview met ds. Kievit in dit blad. Mag ik een klein stukje overschrijven? 'Er waren mensen van de gemeente van Stam en Sterkenburg bijvoorbeeld, die daar veel moeite mee hadden aanvankelijk. Die zeiden: zégt ie het nou, of zegt ie het niet en toch eindelijk ontdekten: maar hij zegt het wél, al zegt hij het anders. Ik heb nooit van termen gehouden, dat deed mijn vader trouwens ook niet in zijn tijd.' Wie het vatten kan, die vatte het. Maar je hebt er wel geestelijke oren voor nodig!
Nu dan die - wat bijgewerkte - overpeinzingen.
Misverstanden
Bij het aanwijzen van misverstanden ten aanzien van wat verstaan moet worden onder bevindelijke prediking, dienen we de nodige voorzichtigheid te betrachten. Een niet voluit bijbels-theologische prediking kan namelijk wel degelijk bijbels bevindelijke elementen bevatten. Het is echter een misverstand om te denken, dat een gemoedelijke prediking - die meestal ook sterk beschrijvend is - bij uitstek bevindelijke prediking zou zijn. In een gemoedelijke prediking komt het Woord onvoldoende aan het woord, zodat het niet kan komen tot een geloofsbevindelijke prediking van Vader, Zoon en Heilige Geest. De gelovige mens is - misschien soms onbedoeld - meer maatstaf dan het Woord.
Het is een even groot misverstand om te menen, dat een prediking die bol staat van termen bevindelijk zou zijn. Niet dat je nooit eens een term mag gebruiken, maar vertaal ze dan voor hen die ze niet verstaan. Meestal verhullen termen de innerlijke leegheid der prediking. En dan nog iets, dat we willen omschrijven als 'het laatste kwartier' van de prediking. Vroeger was dat de toepassing na de middenzang. Ook nu nog wordt dit deel van de preek door velen beschouwd als het belangrijkste n.l. bevindelijke deel van de preek. Maar is dat wel zo? In de eerste plaats denk ik, dat het toepasselijke door de hele preek heengeweven dient te zijn. Daarmee voorkomen we, dat de toepassing van iedere preek ongeveer dezelfde inhoud krijgt. Hoe dikwijls kwam (komt) het niet voor, dat de gemeente de ruggen strekte - horizontaal of verticaal - om dommelend of aandachtig aan te horen wat reeds zo dikwijls was gezegd. Nu kennen wij, dacht ik, deze vorm van prediking nauwelijks meer. En toch - en dat is mijn tweede opmerking - moeten we er voor waken dat 'het laatste kwartier' geen herhaling wordt van wat reeds eerder werd gezegd. Het is mij - zelf eens niet prekend - meer dan eens overkomen dat ik dacht: Had hij maar tien minuten eerder 'amen' gezegd. De gemeente kan beter tot haar verrassing het 'amen' horen dan tot haar verveling.
Bevindelijke prediking
Wat is eigenlijk bevindelijke prediking? Ik denk dat niemand in staat is om daarop een afgerond antwoord te geven. Het heeft te maken met de onnaspeurlijkheid van de Heilige Geest en zijn werk. En dat laat zich niet zomaar in onze woorden vangen. Ik dacht bij mijzelf: die preken die ik hoorde van ( en nu noem ik bewust alleen overleden predikanten!) Boer, Mulder, Poot, Van Sliedregt en vooral Goedhart, dat waren bevindelijke preken. Daar was (niet altijd!) Geest en Leven in. Dat ging over de diepten van zonde en de hoogten van de genade. Daarin ging het over de beproefdheid van het geloof. Dat was door de Geest door-ademde prediking. En daarom was die prediking dikwijls zo verrassend! Je merkte, dat er gestudeerd was en dat ermee geworsteld was. In de studeerkamer en in het bidvertrek worden de bevindelijke preken geboren. Dan heb je - als je ook nog in de gemeente wil werken - geen tijd om het hele land af te stropen.
Prediking van de Schriften
Bevindelijke prediking is prediking van de Schriften. Een emeritus-predikant vertelde mij onlangs een verhaal over een godvruchtige predikant, die naar het oordeel van een deel van de kerkeraad niet bevindelijk genoeg preekte. Toen vroeg die predikant aan de broeders: 'Welke bevinding? Jullie bevinding of de bevinding van het Woord? Ik hoop nooit anders te preken dan de bevinding uit en naar het Woord!' Dat is het. Bevindelijke prediking is uitleg en toepassing (toeëigening) van het Woord. En die toepassing gaat dikwijls een heel andere richting uit dan wij zouden vermoeden.
Trinitarische prediking
Het gaat in de Schriften om de Persoon en het werk van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest. Bevindelijke prediking, die prediking van het Woord is, zal daarvan dan ook getuigen. Het gaat daarbij om de eenheid van en het onderscheid tussen de drie Goddelijke Personen en hun werk.
Als wij spreken over het werk van de Heilige Geest - om maar één voorbeeld te noemen - mag het niet alleen gaan over het ontdekkende werk van Gods Geest. Het gaat ook niet alleen om de prediking tot Christus, maar vooral om de prediking vanuit Christus. De Heilige Geest leert wat Hij bij de Vader en de Zoon gehoord en gezien heeft. Hij neemt het uit Christus en verkondigt het de gemeente. Zo wordt de gemeente tot jaloersheid verwekt en ontvangen Gods kinderen voedsel op de levensweg. Brood voor het hart.
Prediking van de tekst
Bevindelijke prediking is prediking van het Woord. Dat betekent concreet, dat de tekst in haar verband wordt uitgelegd en toegespitst. De tekst mag dus nooit dienen als een soort 'kapstok', waaraan wij onze inzichten ophangen. Dan komen we niet veel verder dan het betreden van de platgetreden paden. Dan zijn er ook nooit nieuwe dingen, die uit het Woord mogen worden opgedolven. Het is een waar en verschrikkelijk oordeel als over onze prediking gezegd wordt: Hij heeft het over alles gehad, behalve over de tekst.
Persoonlijk gerichte prediking
Het is waar dat de prediking geschiedt in het kader van het Verbond. Op het Verbond mag de volle nadruk vallen. Maar in veel prediking - en waarlijk niet alleen in confessionele prediking - ontbreekt zo dikwijls het persoonlijke element. Het blijft dikwijls zo vlak en in het algemene steken. Je wordt er niet met je hart bij getrokken. Is prediking niet de gemeente en de enkeling stellen voor het aangezicht van de levende God? Daar, waar je zelf gestaan hebt.
De oproep tot geloof en bekering is niet alleen algemeen maar ook heel persoonlijk. De kennis van zonde en genade moet persoonlijk doorleefd worden. Het gaat er om dat we zelf delen in de geheimen van het Koninkrijk van God. Ik denk, dat bevindelijke prediking ook daaraan aandacht besteedt!
Geen definitie
Als ik mijn aantekeningen uit de vakantie doorblader, kom ik geen echte definitie tegen van wat bevindelijke prediking eigenlijk is. Het is net als met de geheimen van het Koninkrijk van God, er zijn geen woorden voor. Je kunt hooguit aanstippen.
Maar bevindelijke prediking is wel broodnodig. En het is heel wat anders 'dan maar wat aan rommelen'. Het is te leren op de leerschool van de Heilige Geest in het gebouw van het Woord. Het is een oefenen in de omgang met de Heere. En je kunt ook heel wat opsteken in de omgang met hen die de verborgen omgang kennen, zonder dat je hen naar de ogen ziet! 'Ik hef mijn ogen op tot U, die in de hemelen zit.'
P. Buitelaar, lic. theol.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's