In God is al mijn heil
Zo zegt de Heere, de Koning van Israël en zijn Verlosser, de Heere der Heirscharen; Ik ben de Eerste en de Laatste, en behalve Mij is er geen God. En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen. Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigen? Want gij lieden zijt Mijn getuigen: s er ook een God behalve Mij? Immers is er geen andere rotssteen: Ik ken er geen. Jes. 44 : 6-8.
Israël, op de puinhopen van zijn bestaan, weet het niet meer. Nu het volk is weggevoerd naar Babel en het volksbestaan is weggevaagd, heeft het geen toekomst meer. Het volk denkt: God heeft ons verlaten, wat heeft verder leven nog voor zin! In Babel zucht een volk, dat het volk des Heeren genoemd wordt, onder de tirannie van de onderdrukker.
Het is het gevolg van eigen schuld. Israël had de Heere verlaten. In plaats van hun God te dienen, zijn de afgoden nagevolgd. De profeten hebben geroepen tot bekering, maar neen, niet bij de Heere, de God van Israël, maar bij de goden van de omringende landen meende Israël heil te kunnen verkrijgen.
Het was hun slecht bekomen; de Heere laat niet met Zich spotten. Het ongehoorzame volk wordt gestraft met de wegvoering in de ballingschap. Daar zit het nu zuchtend terneer. Gods volk had zijn God vergeten.
Maar nu zien we ook het ondoorgrondelijke wonder, dat God Zijn volk niét vergeet. De Heere is ook God buiten de grenzen van Israël. Daar zoekt Hij Zijn volk op door middel van de profeten. Eén van hen is Jesaja. Wat een oordeel zal deze moeten uitspreken, toorn, vervloeking over zoveel zonde en ongehoorzaamheid. Toch niet, hij mag spreken van ontferming en toekomst. De Heere zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge. Hij zal Zijn Geest gieten op hun zaad en Zijn zegen op hun nakomelingen. Het is de belofte van Gods blijvende genade en trouw tegenover een hard en wederspannig volk.
Nu Israël, door eigen schuld, in nood is, is het in te denken dat ze Gods barmhartigheid en trouw niet kunnen geloven; ze zijn te slecht en hebben de Heere verlaten.
En dan zo'n belofte. Hij is een rechtvaardig God, Die de zonde straft. Zo hebben zij verdiend. Bovendien, heeft Hij de macht nog wel in een land waar vreemde goden heersen? Hij wil wel, maar kan Hij ook? Dan heb je toch een sterk leger nodig en bekwame generaals. Hoe zou je anders de onderdrukkers kunnen overwinnen? Een sterke arm heeft het volk Gods nodig, niet het woord van een profeet, althans zo denkt het. Het vertrouwen in de Heere, de God van hun vaders Abraham, Izaak en Jacob was weg. Ze geloven niet dat wat Hij spreekt nog vervuld kan worden. Ze stellen het zichtbare tot hun arm. Geen woorden, maar daden.
Dat ongeloof is velen niet vreemd, misschien u ook wel niet. Van allerlei gebeurt er om ons heen; we hebben de moed verloren, voor heden, en toekomst. Jawel, Gods belofte is er wel, de Bijbel staat er vol van.
Maar zou God dat wel kunnen? Kan Zijn Koninkrijk wel doorbreken? We hebben veeleer sterke en wijze mannen nodig bij ziekte, economische crises, oorlogen. Die moeten ons eruit helpen.
Ach wie is God, zo redeneert men. Velen weten geen raad meer met Hem en de kerk doet er ook in mee.
Nog onmogelijker wordt het, als er zicht komt op de zonde, op onze ongehoorzaamheid, ons niet gaan in Zijn geboden. De zonde sluit toe. God wil wel, maar kan niet voor zo'n zondaar als ik ben: Hij is een rechtvaardig God.
Zegt Zijn Woord het dan niet? Ja, Zijn Woord zegt het wel. Maar voor mij is er geen weg. Is Jezus Christus dan niet gestorven? Ja. Hij is gestorven, maar dat Hij voor mij geleden heeft, kan ik niet geloven. Tegenover zo'n schuld is er geen redden aan. Niemand kan dat. De schuld is te groot dan dat ze vergeven wordt. Ik kan niet geloven. Een donker dal zonder uitzicht; de belofte van herstel kan eenvoudig niet waar zijn.
God kent echter hen die in duisternis zitten, in schaduw van de dood. Hoe moet Hij met zo'n volk handelen! Wat zal de Heere doen? Nee, Hij komt niet met geweldige dingen. Hij stuurt geen ervaren generaals. Hij zendt een profeet, die Zijn Woord mag zeggen.
Dan moet u eens lezen hoe Hij Zichzelf noemt: de Heere, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de Heere der Heirscharen, de Eerste en de Laatste.
Met indringende namen komt Hij tot Zijn volk, alles gevat in dat majesteitelijke 'Ik ben de Eerste en de Laatste'. Voor wij geboren waren, voor de wereld er was, was Hij er al; Hij is ook de Laatste, Hij omspant allen en alles. Hij is God, Heere der Heirscharen, Koning van Zijn volk Israël, maar ook diens Verlosser.
Hier in het Oude Testament horen we het Nieuwe doorklinken. Dit zijn de namen van Jezus Christus.
Hij is de Bron en Oorsprong van de verlossing; Hij is de uitdrukking van Gods Liefde tot Zijn volk; Hij verzoent de zonde aan het kruis en overwint de dood door Zijn opstanding; Hij verwerft het Eeuwige Leven; Hij is de Overwinnaar van Satan en de machten.
Hier openbaart zich Gods barmhartigheid. Jezus Christus is de grond en zekerheid van de vervulling der beloften. In Hem openbaart God Zijn willen en kunnen. Zo stelt Hij zich voor aan de hoogmoedigen én de bezorgden en bekommerden vanwege hun zonden. Hij alleen is God en niemand meer. Geen enkele macht, geen mens en geen theorie kan verlossing schenken. De Heere, de Drieenige God alleen is God.
Hij is dan ook tenvolle betrouwbaar. De geschiedenis van het overoude volk mag daarvan getuige zijn. Van eeuw tot eeuw heeft deze God hen geleid, verzorgd, vergeven, verdragen, Zich aan hem geopenbaard als hun God, de Heere, de God van hun vaders Abraham, Izaak en Jacob.
Heeft Hij ze ooit verlaten; hebben zij ooit tevergeefs een beroep op Hem gedaan? Nooit! Daarom kunnen ze ook nu op de belofte aan: ze kunnen op Zijn Woord rekenen.
Kan dat ooit één van de afgoden zeggen waarop zij vertrouwd hebben? Neen. Die goden kunnen niet wijzen op werken die zij gedaan hebben, of op voorzeggingen die zij eerder uitspraken, die later vervuld werden. Israël, al die goden en godjes die ge had, zijn geen goden; je kunt er niet op aan.
Daarom denkt ge dat ge ook niet op Mij aankunt! Maar Ik ben anders. Ik ben de Heere, de God van uw vaders, de God van Israël, van het volk dat Ik Mij verkoren heb. Ik ben de Alpha en de Omega, de eeuwen door heb Ik gesproken en Mijn Woord gestand gedaan. U bent er getuige van.
Daarom: verschrikt niet en vreest niet. Zet alle vreze opzij en vertrouw in geloof op Mij en Mijn Woord. Het zijn woorden die de Heere Zelf gebruikt. Het behaagt Hem dat Zijn volk zonder vreze tot Hem komt, op Hem betrouwt. Hij is het waard ook. Daar alleen wordt de rust geschonken.
Kunt u meekomen in de klacht van Israel? Luister dan ook nog eens naar wat de Heere zegt: Hij is de Rotssteen, een vaste bodem om op te staan. Hij kent geen andere goden die dat ook kunnen zeggen, er is er niet één.
Alleen bij Hem is er verkwikking voor een dorstige ziel.
Kom dan tot Hem, ga op Zijn Woord aan én houd vast aan wat Hij beloofd heeft.
Wie vraagt 'mag ik', wordt hier door de Heere Zelf terecht gewezen. Er is geen andere weg, dan in ootmoedigheid, schuldbekennend te pleiten op Zijn Woord.
In God is al mijn Heil, mijn eer,
Mijn sterke rots, mijn tegenweer;
God is mijn Toevlucht in het lijden.
Vertrouw op Hem, o volk, in smart.
Stort voor Hem uit uw ganse hart:
God is een Toevlucht t' allen tijde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's