De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Euthanasie (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Euthanasie (4)

5 minuten leestijd

Het komt mij voor dat het wel goed is om even aandacht te geven aan de juridische gevolgen van het toepassen van euthanasie.

Juridische gevolgen

Het komt mij voor dat het wel goed is om even aandacht te geven aan de juridische gevolgen van het toepassen van euthanasie. Het overlijden als gevolg van euthanasie is niet een zaak tussen patiënt en arts alleen. Een dode verliest alle rechten. Alle contracten eindigen, evenals het huwelijk, de alimentatieplicht, de ouderlijke macht en uitkeringen van de sociale wetgeving vervallen. Pensioenrechten gaan in en verzekeringsuitkeringen moeten beginnen. Bij euthanasie zou een verzekeringsmaatschappij kunnen stellen dat ze door het toepassen van euthanasie is benadeeld door een vervroegde uitkering. Bij informatie bleek dat in de verzekeringswereld hiervoor nog geen code is opgesteld. Wanneer een vrouw/man zit te wachten op een nieuw huwelijk, kan al of niet toepassen van euthanasie haar wettelijke wachttijd verkorten of verlengen. Het al, of niet toepassen van euthanasie dan wel het niet of wel staken van een zinloze medische behandeling is soms erg moeilijk, denk aan de behandeling van Tito en het politieke belang dat daarbij speelde. In de wetgeving is art. 293 van het wetboek van strafrecht voor euthanasie belangrijk. Het luidt: Hij die een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van het leven berooft wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 12 jaren. Euthanasie op verzoek is dus in wezen strafbaar. Niet strafbaar is het staken van een zinloze medische behandeling bij hersendood. Een meer gespecificeerd ingaan op deze materie ligt m.i. niet in de lijn van ons onderwerp. Een ding is wel duidelijk n.l. wat bij de wet verboden is, wordt wel moreel aanvaard.

Hulpverlening

Op enkele zaken die aan de rand van het euthanasievraagstuk liggen willen we nog wel uw aandcht vestigen. Eind 1981 had de Ned. Ver. voor vrijwillige euthanasie ruim 16000 leden, d.i. 3000 meer dan in 1978. Het informatiecentrum voor vrijwillige euthanasie heeft ruim 6000 donateurs. De vraag naar hulp voor euthanasie bij de huisartsen bedroeg ongeveer 3000 gevallen per jaar en is in 3 jaar 3 keer zo groot geworden. Het gaat daarbij niet alleen om mensen die dodelijk ziek zijn. Velen vinden dat zij geestelijk-psychisch te veel lijden, en willen een zachte dood. Hoe groot de geestelijke ontwrichting eigenlijk wel is blijkt uit het feit dat vooral jonge mensen hulp vragen voor euthanasie. Dat er dan weer een grensoverschrijding is van euthanasie naar suïcide (zelfmoord), blijkt weer uit 't feit dat men bij voorbaat middelen voor een zachte dood ter beschikking wil hebben, wanneer een milieuramp plaatsvindt of een kernoorlog uitbreekt.

Levenswaardering

Met enkele opmerkingen over de kwaliteit van de levenswaardering, willen we ons onderwerp afsluiten. In deze tijd waarin men zo sterk leeft mét en vóór het hier en nu, met het sterke individualisme als gevolg daarvan, met het dreigen van het laten wegvallen van de ander als deze een sta in de weg zou zijn en het minder waarderen van het leven van de ander, is het spreken over doodgaan, in plaats van sterven of overlijden, een karakteristiek taalgebruik voor het uitdrukken van een bepaalde vorm van levenswaardering. De mondigheid van de mens legt de nadruk op het hier en nu, gevuld met een grote mate van welbevinden, waarbij men met de bestaande begrenzing geen genoegen neemt. Dit gevoegd bij de reeds gedane opmerkingen over de mate van het kunnen en weten van de mens, heeft tot gevolg dat steeds meer mensen niet meer geloven in een voortbestaan na de dood. Dan is er ook geen eeuwigheid naar christelijke zin. Het leven hier op aarde krijgt hierdoor een centrale betekenis. De kwaliteit van het leven wordt van doorslaggevende betekenis. Het is immers het enige wat een mens bezit. Een verder dan het leven gaand uitzicht of toekomst ontbreekt, en de dood is een onherroepelijke afsluiter. Een aan de dood voorafgaande aftakeling wordt moeilijk aanvaard of geheel niet geaccepteerd. In geval een keuze mogelijk zou zijn, dat zouden de meeste mensen kiezen voor een plotselinge dood. Om met de biologische dood te kunnen leven, moet de last van de autonomie, die men zich aangemeten heeft, worden weggenomen.

Prikkel weggenomen

De inhoud en strekking van het christelijk geloof is voor velen echter versleten en ongeloofwaardig geworden. Waartoe de geneeskunde in staat is, i.e. euthanasie, kan niet als een antwoord worden beschouwd op de angst voor het leven en de dood. De prikkel, om met Paulus te spreken, is er niet door weggenomen en het einde wordt als een vijand ervaren. Dit alles zou kunnen suggereren dat anderzijds een christen als aanhanger van het christelijk geloof, vanzelfsprekend bevrijd zou zijn van de vreze des doods. De dood van Jezus Christus staat hier immers centraal als plaatsvervangend en verzoenend. Maar men moet niet vergeten dat een aanhanger en een gelovige niet automatisch identiek zijn. Een dogmatische uiteenzetting hiervan lijkt mij in deze kring overbodig. En ook de gelovige kent zijn soms harde strijd omdat in het geloven niets menselijks hem vreemd is. De aanvaarding van de aftakeling, het verdragen van het lijden, het naderbij komen van het einde, doet hem vaak worstelen met de raadselen van Gods handelen, alvorens hij bereid is om als een kind aan de hand van de Vader de drempel tussen tijd en eeuwigheid over te gaan. Dan blijft alleen over de hoop op God, die tot over de grenzen van het aardse heen reikt.

Ik moge eindigen met de laatste regels van de studie der Christelijke anthropologie van de arts C. Pruys van der Hoeven, 1853: Nog veel meer had ik u mede te delen. Maar ik wil u niet langer ophouden en wens wat mij betreft niets liever dan van u te horen wat ik had willen zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Euthanasie (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's