De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Dr. j Haitsma, emeritus-predikant van Woerden, thans woonachtig te Mijdrecht, is geïnteresseerd in en kenner van plaatselijke kerkgeschiedenis. Hij schreef over zijn vroegere gemeente Boskoop een kerkhistorische studie, en nu hij woont in Mijdrecht, nam hij de pen op om óók de geschiedenis van die plaats te beschrijven. Het boek kreeg op het gemeentehuis te Mijdrecht een officiële aanbieding. Uit "het verstrekte persbulletin geven we door wat vermeld wordt over de bekende predikant Salomon Duytsch, ooit predikant te Mijdrecht, tot vandaag bekend.

Van Hongarije naar Mijdrecht

'Eén predikant van de gemeente geniet nog altijd bekendheid en wel de voormalige rabbijn Salomon Duytsch.

Hij schreef een dik boek: De wonderlijke leiding Gods met een blinde leidsman der blinden op paden en wegen die hij niet kende. Nog in 1918 werd het in Leiden herdrukt. De "paden en wegen" die de schrijver heeft gedaan van het jodendom tot Christus zijn vele en moeizame geweest Ze bestrijken een tijdperk van zeven jaren, van 1760 tot 1767.

Dr. Haitsma geeft een indrukwekkend tabellarisch en chronologisch overzicht van de zwerftochten die de rabbi door midden-en west-Europa gemaakt heeft in de loop van die zeven jaren, als maar op zoek naar Christus, die hem reeds gezocht had. Tenslotte deed hij op 22 juni 1767 belijdenis van zijn geloof ten huize van ds. Van Essen te Amsterdam en werd hij op 25 juni in het midden der gemeente aldaar gedoopt. Vrienden lieten hem toen voor predikant studeren. Daartoe verhuisde hij naar Utrecht, waar hij woonde achter Clarenburg. De lezer krijgt de fotocopie te zien van de notulering van het verslag van het praeparatoir examen van candidaat Duytsch In de classis Schieland op 16 april 1776. Na een jaar van "rondspreken" ontving hij op 15 april 1777 het beroep van Mijdrecht. Een vaderlijke vnend, ds. Van der Louw uit Amstelveen bevestigde hem op 7 september 1777 met de treffende tekst! Zach. 8 : 23 "Alzoo zegt de Heere der heirscharen: et zal in die dagen geschieden dat tien mannen, uit alledei tongen der Heidenen grijpen zullen, ja de slip grijpen zullen van één Joodsche man, zeggende: ij zullen met U gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden Is". De tekstkeus van ds. Duytsch voor zijn intree was al even treffend! "Mij den allerminste van al de heiligen, Is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlljken rijkdom van Christus" Efese 3 : 8. Over zijn predikantschap in Mijdrecht heeft dr. Haitsma allerlei bijzonderheden weten op te diepen uit visitatieverslagen en actaboeken. Ook lezen we veel over Duytsch' Innerlijke strijd en overwinning, en 't een en ander over zijn huwelijksleven, z'n kinderen en z'n sterven. Eveneens over andere boeken die hij schreef.'

'25 Jaar na ds. Duytsch kreeg de gemeente van, Mijdrecht een heel andere predikant. Zoals Duytsch verteerd werd door liefde en ijver over Christus en z'n gemeente, zo laks was ene ds. De Visser, ds. De Visser viste liever. En vele malen kwam de gemeente op zondag tevergeefs naar de kerk, want de dominee achtte zich niet in staat te preken. Wel zag men hem maandags weer vissen. Dit alles bracht de kerkeraad en de gemeente In grote moeilijkheden. Tenslotte is deze predikant tot aftreden gedwongen. Het enige wat hij correct deed was het notuleren van o.a. sterfgevallen In de gemeente. We krijgen daardoor een scherp beeld van de kindersterfte In die tijd.'

De commissie voor het beroepingswerk van de Ned. Herv. Kerk gaf verslag van werkzaamheden over de jaren 1971 - 1981. Uit dit verslag geven we enkele passages hier door:

'o Kandidaten kunnen uiteraard niet eerder genoemd worden dan wanneer zij met goed gevolg het colloquium hebben afgelegd. De moeilijkheden, die gemeenten ondervinden met de bezetting van een vacante predikantsplaats, maakt het begrijpelijk dat kerkeraden reeds In een vroeg stadium contacten met een kandidaat trachten te leggen. In dit verband moet echter met nadruk gewezen worden op de z.g. anti-simonieverklaring (Ord. 7-18-3). Voordat het testimonium wordt uitgereikt, wordt aan de proponent gevraagd te verklaren "ter verkrijging te eniger plaatse van het ambt van dienaar des Woords nimmer zijn toevlucht te hebben genomen of te zullen nemen tot enige gift of andere overeenkomst". Vaste afspraken met een gemeente vóór het colloquium worden daardoor uitgesloten en dienen dus te worden vermeden. Om de gemeenten zoveel mogelijk van dienst te zijn, heeft de commissie besloten als daartoe aanleiding is in aanvullende adviezen namen van kandidaten door te geven aan kerkeraden zodra de gunstige afloop van de colloquia bekend is.'

'o Het op zichzelf begrijpelijke vedangen om snel te handelen, kan een gemeente In de verleiding brengen een toezegging van beroep fe doen. Hoe-

wel de autorisatie nog niet verkregen is en soms de vertrel< kende predikant nog niet eens is losgemaakt, geeft men reeds de toezegging, dat zodra dit mogelijk is, een definitief beroep zal worden uitgebracht. Deze haastige spoed is niet goed en kan tot teleurstelling leiden zowel bij de roepende gemeente als bij de geroepene. Zo'n toezegging heeft immers geen enkele rechtskracht. Er kunnen zich onverwachte ontwikkelingen voordoen, die het uitbrengen van het "echte" beroep onmogelijk of ongewenst maken. Het kan bijv. blijken, dat de provinciale kerkvoogdijcommissie bezwaar heeft tegen het afgeven van een verklaring ex art 16 van de generale regeling voor de predikantstraktementen, omdat zij de gemeente niet in staat acht aan haar verplichtingen te voldoen. Kortom, toezeggingen van beroep moeten worden ontraden. Laten kerkeraden zich aan de spelregels houden! De kerkorde kent slechts in één geval de mogelijkheid van een toezegging van beroep, n.l. aan een pre'dikant, die een kerk in het buitenland dient (Ord. 7-10-3). Daarbij moet het blijven!'

AANBOD VAN KANDIDATEN

Zullen voldoende beroepbare predikanten beschikbaar zijn? Dit is moeilijk te peilen, omdat studie in de theologie en zelfs inschrijving in het kerkelijk album geen zekerheid verschaffen over de vraag, of de theolgiestudent later een gemeente gaat dienen. Het aantal van hen, dat zich in het kerkelijk album heeft laten inschrijven, is jarenlang vrij constant gebleven, maar het is toegenomen in de studiejaren 1980/81 en 1981/82. Dit blijkt uit de volgende cijfers:

Inschrijving kerkelijk album

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's