De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Evangelisatie

Inhoud, het informatiemagazine van Youth for Christ (sept. 82) had een gesprek met ds. J. Overduin, de bekende evangelisatie-predikant van de Geref. Kerken. Velen zullen publicaties van hem gelezen hebben. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij nog aktief bezig met het schrijven van boeken en artikelen. Uiteraard ging het gesprek, behalve over oorlogservaringen (Amersfoort, Dachau) over envangelisatiewerk.

'Sommige theologen zeggen, dat de kerk geen recht van spreken meer heeft. Ze heeft teveel op haar kerfstok.

Zulke theologen heb ik wel eens de vraag voorgelegd: "Kunt u mij één jaar in de kerkgeschiedenis noemen, waarin de kerk, krachtens zichzelf, recht van spreken had? Spreekt u soms omdat u zichzélf zo goed vindt?'' De kerk mag alleen spreken, moet spreken, omdat Christus haar heeft opgedragen dat te doen. Maar het moet wel een spreken zijn in diepste ootmoed.

Eén van uw meest opvallende trekjes is uw evenwichtige manier van omgaan met het evangelie. U hebt nooit bepaalde aspecten verabsoluteerd. Hoe komt dat toch?

Ik ben een theologische straathond. Mijn moeder was christelijk gereformeerd, mijn vader was Kohlbruggiaan, meer Luthers georiënteerd dus. Bij hem lag de nadruk op het Woord, terwijl bij christelijk gereformeerden de nadruk ligt op de bevinding, de geloofservaring. De combinatie van die twee dingen heeft een stempel op mij gedrukt. Ik heb van veel theologen geleerd, maar ik heb nog nooit een theoloog met huid en haar opgegeten. Ook de knapste theologen zijn beperkte mensen. Ze zijn gegrepen door bepaalde aspecten van het evangelie, en die kunnen ze dan heel goed uitdiepen, maar wee je gebeente als je er een systeem van maakt.

Hoe zou u de kern van het evangelie willen omschrijven?

Ik houd van een integraal evangelie. Er zijn drie dingen in het evangelie die onlosmakelijk verbonden zijn: Wat betekent Christus vóór mij, wat betekent Hij in mij, wat betekent Hij dóór mij? Voor mij: wat Hij gedaan heeft op Golgotha, zonder dat ik daar iets aan toegevoegd heb. In mij: de werking van de Geest die in mij woont. Door mij: Hij gebruikt mij als instrument. Hij schakelt verloste mensen in. Vroeger moest ik altijd strijden tegen een eenzijdige nadruk op wat Christus voor ons heeft gedaan; dan krijg heilsegoïsme. Christus in mij - de mystiek - hebben de gereformeerde kerken een beetje overgeslagen, maar nu zitten we volop in het Christus-door-mij, het Messiaanse rijk enz., en dan verval je in moralisme. Dat vind ik griezelig. Dus, ik ben dezelfde gebleven, maar wat veranderd is, is dat ik aan een ander front sta.

Voor het jeugdwerk gaat hetzelfde op. Vroeger heb ik bezwaren geuit, samen met anderen, omdat het veel te intellectualistisch was, te beschouwend, te weinig appelerend. Nu weten ze nergens meer een klap van, en je zou willen dat ze eens een beetje studeerden.

Het antwoord dat we op het Evangelie mogen is niet in één woord uit te drukken. Paulus heeft er drie woorden voor nodig: geloof, hoop en liefde. Die drie bepalen elkaar en houden elkaar gezond.'

De geschiedenis laat inderdaad steeds weer zien hoe verabsoluterend eenzijdigheden werken kunnen, al kan het in een bepaalde tijd nodig zijn een speciaal accent te leggen. Maar dat mag niet betekenen dat we de volheid van de Boodschap uit het oog verliezen. Doen we dat wel dan komen we uiteindelijk bij het sectarisme uit. Het is een voortdurende spanning waarin je staat om, en naar binnen en naar buiten toe, de volheid, de katholiciteit van de Waarheid te bewaren. Voortdurende oefening in de Schrift is daarvoor nodig.

***

Mag, wat kan?

Dat is de vraag dieprof. dr. E. Schuurman aan de orde stelt in een artikel in Beweging, het maandblad uit de kringen van hen die willen filosoferen in reformatorisch perspectief (aug. 82). Het gaat over de ontwikkeling van de techniek, en met de vragen rondom de genetische manipulatie van de mens. Mogen we deze experimenten steunen of dienen we hier nee te zeggen. De ethische bezinning rondom de toepasbaarheid van de techniek is in deze jaren sterk opgekomen. Denk aan de vragen rond kernenergie, milieuvervuiling, kernbewapening, enz. Maar Schuurman wijst erop dat deze bezinning vaak op gang komt, op een moment dat de technische ontwikkeling in volle gang is en niet meer te stuiten. Hij citeert een uitspraak van prof. Haspels, de bekende gynaecoloog die onlangs gezegd heeft dat de ethische bezinning op de techniek van de reageerbuisbaby te laat is. De ontwikkeling is niet meer tegen te houden. Het laat zich verstaan dat Schuurman, ook al beseft hij ten volle het gewicht van de problemen, hier toch moeite mee heeft. Christenen weten immers van hun verantwoordelijkheid jegens de Schepper en zijn wereld. Daarom kunnen ze nooit berusten in de gang van de ontwikkeling. Voortdurend zullen we ons hebben af te vragen: Waarheen leidt de ontwikkeling? Bevordert ze de gerechtigheid op aarde? Overschrijden we grenzen door God gesteld? Wat zijn de positieve en negatieve gevolgen? Zijn bepaalde technieken bij voorbaat fout? Dat alles spitst zich toe op experimenteel onderzoek rondom het menselijk leven. Het is niet een eenvoudig stuk, maar gezien het belang waag ik het toch erop het over te nemen.
Het is goed dat we kennis nemen van wat in de wereld van wetenschappen speelt.

'De Zwitserse hoogleraar in de moleculaire biologie, Charles Weissmann, heeft gezegd dat binnen niet al te lange tijd de mens, élke mens, inzicht kan krijgen in de aard, structuur en functie van zijn eigen genen-bestand. Een gen is de kleinste eenheid van erfelijke informatie. Met de beschreven recombinant-DNA is het mogelijk de erfelijke informatie van de mens in kaart te brengen. Die informatie bestaat uit ongeveer 100.000 genen, waarvan er momenteel reeds 10.000 zijn onderzocht. Het zal niet lang meer duren of men heeft inzicht in en overzicht van het totale genenbestand van de mens. Met behulp van de computer kan deze 'gen-mapping' gemakkelijk worden gehanteerd.

Wanneer dergelijke genen-profielen niet worden beschermd, kan daarvan misbruik worden gemaakt, bijv. in de vorm van discriminatie in de werksfeer en het stellen van onvoordelige voorwaarden bij het afsluiten van verzekeringen wanneer uit het genen-bestand erfelijke afwijkingen of grotere risico's op een vroegtijdige dood zouden blijken. Vanzelfsprekend worden de ethische vragen nog dringender wanneer op grond van bekende genen-profielen van ouders uit pre-nataal onderzoek zou blijken dat een kind met een ongunstig genen-bestand geboren wordt. Het gevaar is groot dat dergelijk onderzoek het aantal zwangerschapsonderbrekingen zal doen toenemen. Weissmann gaat nog een stap verder. Hij zegt: "Diep in mijn hart weet ik dat het op een bepaald moment in de toekomst, en dan spreek ik over tientallen jaren, mogelijk zal zijn ingewikkelde genetische veranderingen bij de mens aan te brengen. Dan zal het hoofd geboden moeten worden aan de ethische problemen daarvan".

In die situatie mogen we dan nu nog niet verkeren, toch staan we reeds op de drempel van een tijdperk waarin de mens zijn voortplanting buiten de moederschoot kan manipuleren. Momenteel kunnen ouders met een homologe inseminatie geholpen worden aan een kind waarvan zij de vader en moeder zijn. In geval van een heterologe inseminatie wordt een kind geboren waarvan de vader onbekend is. De mogelijkheden van de reageerbuisbaby-techniek zullen zodanig toenemen, dat het geslacht van het kind tevoren kan worden gekozen, dat bevruchte eicellen kunnen worden ingeplant bij totaal vreemde moeders. Met de reageerbuisbabytechniek zal het in de toekomst niet alleen mogelijk zijn vroegtijdig erfelijke defecten op te sporen, maar zal ook de mogelijkheid zich voordoen een super-baby te "construeren" met een zo gunstig mogelijk genen-bestand.

Het ligt voor de hand dat hier grote ethische vragen aan de orde zijn. Sommigen waarschuwen er terecht voor dat in deze technieken een verkwisting plaats vindt van reeds bevruchte eicellen, die om welke reden dan ook niet geschikt worden geacht voor inplanting of eenvoudig overbodig zijn. Sommigen hebben als criterium aangegeven dat we in tegenstelling tot vroeger het individuele menselijk leven niet langer onaantastbaar mogen achten, en in plaats daarvan ons slechts dienen te laten leiden door overwegingen m.b.t. dekwaliteit van het individuele leven.

Op zoek naar een hoogwaardige kwaliteit van het leven ontmoeten we in de literatuur inmiddels de gedachte dat van een individu met een hoog gekwalificeerd genenbestand meerdere exemplaren zouden moeten worden "gemaakt". Men noemt dit clonen. Dit is een techniek die inmiddels met muizen en kikkers is geslaagd, maar bij de mens nog geen toepassing heeft gevonden. Maar gesteld dat het kan, mag het dan ook? Ook nog op een ander experiment wil ik wijzen. Voor bepaalde onderzoekingen heeft men geprobeerd een eitje van een hamster te bevruchten met het sperma van een man. Het resultaat daarvan is een hybride-een levensvorm tussen mens en hamster - dat zich tot 16 ongedifferenrieerde cellen kon ontwikkelen. Deze experimenten, ook die van de reageerbuisbaby-technieken, zijn vooral mogelijk geworden door de legalisatie van de abortus provocatus. Juist vanwege deze legalisatie is elk experiment met het menselijk genoom - het totaal aan genetische informatie-in zekere zin vogelvrij verklaard. Er zijn geen goede regels meer voor vast te leggen. Om dezelfde reden wordt er ook niets gedaan tegen experimenten met geaborteerde foetussen, die met kunst en vliegwerk in het leven worden gehouden om zo goed mogelijke onderzoeksresultaten te krijgen. In een rapport van Amerikaanse wetenschappers las ik dat dergelijke experimenten met geaborteerde foetussen zelfs nodig zijn om nieuwe medicijnen uit te testen, die de gezondheid van de mens ten goede kunnen komen.

Om een goed inzicht te krijgen in wat in al deze experimenten gaande is, moet worden ingezien dat binnen deze experimenten de mens gereduceerd wordt tot een abstract object. Dat gebeurde in het verleden reeds in de denkwereld toen men beweerde dat de mens een machine, een naakte of geklede aap, of een ingewikkeld fysisch-chemische substantie was. Voor het eerst worden deze "denkbeelden" in de genedsche manipulatie-technieken op de mens toegepast. Vervolgens moet de mens binnen dit "denkbeeld" worden verbeterd of eventueel nieuw gemaakt. Mocht dat niet direct lukken dan wordt het gemanipuleerde materiaal als waardeloos terzijde geworpen. Moeten we niet van overmoed en hoogmoed spre­ken, om tegelijk vast te stellen dat deze nieuwe wetenschappelijk-technische macht over de mens hem reduceert tot louter materie, waaraan wij naar onze wensen vorm kunnen geven? Waar is hier nog plaats voor de erkenning dat elk individueel mens geschapen is naar het beeld van God en dat daarom Gods liefde en zorg naar elk individu voortdurend uitgaat?

In zoverre de mens deze liefde aanvaardt kan hij ook in moderne medische technieken zijn naaste van dienst zijn. Ik denk dan aan het voorbeeld van de gen-therapie waarin leukemie genezen kan worden. Ook zou nog verantwoord te denken zijn aan het herstellen van bepaalde genetische defecten. Maar zodra het totale menselijk genoom in de manipulatie tot object wordt, moet een neen klinken. Dat gebeurt in experimenten met hybriden (in bovengenoemde zin van vormen tussen mens en dier) en met bevruchte eicellen in reageerbuizen waarvan bovendien een deel niet gebruikt kan worden en dus vernietigd moet worden.

Het uiteindelijke oordeel hierover is ten diepste alleen bijbels-religieus te funderen. Ook groeit dan het inzicht, dat de verdediging van deze experimenten uitgaat van de.geseculariseerde religie van de westerse mens die zich in de ontwikkeling van Renaissance, rationalisme en verlichting meer en meer overgeeft aan de afgoderij met de menselijke rede en de techische macht.'

Ik kan me voorstellen dat het u wat duizelt. Zo verging het mij tenminste als je ingevoerd wordt in een wereld waar je volstrekt onkundig bent. Maar zoveel is duidelijk dat techniek geen neutrale aangelegenheid is. Zeker, vanuit het Bijbels Scheppingsgeloof mogen we positief staan tegen wetenschappelijk-technisch onderzoek. Het 'terug naar de natuur' is eerder een romantische droom dan dat het getuigt van bijbelse werkelijkheidszin. Maar tegelijk zien we hoe gevaarlijk het is als wetenschap autonoom wordt en niet meer weet van eerbied jegens God en Zijn wetten. Daarom mogen we dankbaar zijn dat er aan onze universiteiten mensen zijn die vanuit christelijk perspectief deze vragen willen doordenken, en ons waarschuwen voor grensoverschrijding. Om u daarop te attenderen heb ik mede dit artikel hier overgenomen. Deze mensen verdienen ons meeleven, onze steun en onze voorbede. Want meer dan ooit geldt in het duizelingwekkend wetenschappelijk bedrijf, waar we in mogen, staan (denk aan Psalm 8) de zinspreuk van de Utrechtse universiteit: 'Zon der gerechtigheid, verlicht ons'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's